Categorie archief: 18e eeuw

Weimar 1788

gezien op Arte: Die geliebten Schwestern (2014)

Die geliebten SchwesternVeel Engels kostuumdrama speelt zich af in de zogenaamde Jane Austentijd die in de Engelse nationale geschiedenis de Regency era (1811-1820) genoemd. In Duitsland is de Goethetijd (1770-1830) een geliefde periode voor liefhebbers van kostuumdrama. Die geliebten Schwestern speelt zich af in wat je de Schillerzeit zou kunnen noemen die in de Goethezeit ligt ingebed. Het verhaal loopt van 1788 tot 1805. Goethe komt er op de achtergrond even in voor maar het draait allemaal om de driehoeksverhouding tussen Schiller en de zusjes Caroline en Charlotte von Lengefeld.

In Goethe – kunstwerk van het leven van Rüdiger Safranski lezen we dat de allereerste ontmoeting tussen Goethe en Schiller gearrangeerd werd door Charlotte von Lengefeld op 7 september 1788. Schiller was een jaar eerder naar Weimar gekomen, maar Goethe verbleef op dat moment nog in Italië. Goethe was op dat moment al wereldberoemd in Europa en in Weimar wachtte men met smart op zijn terugkomst. Ook Schiller wachtte stiekem op Goethe. De eerste ontmoeting was echter een grote teleurstelling. Goethe had nauwelijks aandacht voor de tien jaar jongere Schiller. Hij wist precies wie Schiller was, maar had een hekel aan Die Räuber, het toneelstuk waarmee Schiller in 1781 was doorgebroken.

Die geliebten Schwestern
Schiller, Charlotte & Caroline
still uit Die geliebten Schwestern (2014)
Dominik Graf hat mit einem Überschuss an Leidenschaft für alles gedreht, was darin vorkommt – die Sprache, die Landschaften und Häuser, die Kleider und Frisuren, die Pferde und Kutschen, den Dreck und die Briefe.

Verena Lueken (Frankfurter Allgemeine)

De eerste ontmoeting tussen Schiller en Goethe was overigens in het huis van de familie Von Lengefeld in Weimar. Ook Goethe‘s vriendin Charlotte von Stein was aanwezig. Zij was de peetmoeder van Charlotte von Lengefeld, de latere vrouw van Schiller. In Die geliebten Schwestern komt alles weer tot leven. Verena Lueken schrijft in de Frankfurter Allgemeine: Dominik Graf hat die „Geliebten Schwestern“ mit einem Überschuss an Leidenschaft für alles gedreht, was darin vorkommt – die Sprache, die Landschaften und Häuser, die Kleider und Frisuren, die Pferde und Kutschen, den Dreck und die Briefe, die Albernheiten, Katastrophen -, und vor allem für die Bewegungen von einem Ort zum anderen. Er werd niet alleen gefilmd op lokatie in Weimar, maar ook in Waldenburg, Altenburg, Rudolstadt, Coswig, Dessau, Seeburg, Orlamünde, Havixbeck en in Tirol.

Die geliebten Schwestern
Schiller am Schreibtisch
still uit Die geliebten Schwestern (2014)
Warum also brauchen wir diesen Film über zwei junge Frauen im ausgehenden achtzehnten Jahrhundert und einen jungen Mann, der ihr Zeitgenosse war und mit seiner Dichtung unsterblich wurde, diese Geschichte über Thüringen und seinen Hof und Weimar mit seiner dekadenten Kulturszene, über die Farben des Sommers, über die Liebe zu dritt, die Konventionen und den Aufbruch, über die Entwicklung der Druckkunst und die Wege der Kommunikation? Weil er einen Reichtum an Bildern und Empfindungen ins Kino bringt, der nicht mehr oft dort zu finden ist. Weil wir zusehen können, wie Klischees zerbrechen und Veränderungen möglich werden und wie die Lust, zu denken und zu leben, frei macht.
 
Bron: faz.net

de.wikipedia.org | wildbunch-germany.de | imdb.com

Der Untergang, 1789

gezien op NPO2: Les adieux á la reine (2012)

Les adieux a la reineDit Franse kostuumdrama uit 2012 is een beetje de Franse variant van Der Untergang. Versailles, 14 juli 1989. Het gepeupel heeft de Bastille bestormd en de eerste berichten van onthoofdingen bereiken het hof. In de gangen van het immense Versailles wordt nerveus heen en weer gelopen. De spanning slaat een paar dagen later om in paniek. Net als in Der Untergang wordt alles geregistreerd door de ogen van een jonge vrouw. Agathe-Sidonie Laborde (een mooie rol van Léa Seydoux) is de voorleesdame van Marie-Antoinette. Ze houdt van haar koningin en is als geboren hoveling volledig devoot. Als ze op bevel van de koningin naar Zwitserland moet vluchten samen met de hertogin van Polignac kan ze niet anders dan gehoorzamen.

Les adieux a la reineLes adieux á la reine is de verfilming van de gelijknamige roman van Chantal Thomas. Anders dan het script van Der Untergang, dat helemaal gebaseerd is op de ooggetuigenverslagen van Joachim Fest, is Les adieux á la reine fictie. In tegenstelling tot Traudl Junge, de ik-figuur in Der Untergang, heeft Agathe-Sidonie Laborde nooit bestaan. De liefde tussen Marie-Antoinette en de hertogin van Polignac is echter geen fictie. Maar in de pornografische libelles werd er zo wild rond de relatie tussen deze twee vrouwen gespeculeerd, dat we werkelijkheid en fictie nooit meer van elkaar zullen kunnen scheiden.

Les adieux [ imdb.com ] | Les adieux [ fr.wikipedia.org ]

helder licht

gekocht: In helder licht – Abraham en Jacob van Strij

Een lichte toon voelt meestal aangenamer dan een donkere toon en een cursiefje leest prettiger dan een zware tekst. Dat geldt ook voor schilderijen. Gisteren en afgelopen zondag liet ik werk zien van Giambattista Tiepolo (1696-1770) en William Orpen (1878-1931) dat allebei licht van toon was. Toch is hun doel tegengesteld. Tiepolo wil ons als het ware bedwelmen en losmaken van de zwaartekracht. Maar Orpen laat ons in overbelichte loopgraven kijken, alsof we een soldaat zijn van wie het gezichtsvermogen in een gasaanval is aangetast. Zijn lichte toon is dus verraderlijk. Maar Orpen is een uitzondering. In de visuele communicatie geven lichte tonen ons primair een aangenaam gevoel.

Van StrijGisteren kocht ik de catalogus van de tentoonstelling In helder licht – Abraham en Jacob van Strij (2000). Het bevestigt mijn veronderstelling dat na het einde van de godsdienstoorlogen in 1713 de toon minder zwaar werd. De donkere barok maakte plaats voor het lichte rococo. Ik zie soms een parallel met het rococo en de jaren vijftig van de twintigste eeuw. Over beide perioden kun je achteraf meewarig doen, misschien omdat het levensgevoel van het rococo én de jaren vijftig berust op een vlucht uit de werkelijkheid. Maar de zoete bedwelming van pasteltinten wérkt wel.

Als de Dordrechtse schilders Abraham van Strij (1753-1826) en Jacob van Strij (1756-1815) aan het begin van de jaren zeventig van de achttiende eeuw naar de kunstacademie van Antwerpen gaan, gaat het rococo langzaam over in het neoclassicisme. In Nederland zou het rococo nooit echt voet aan de grond krijgen. Toch is er indirect invloed van het rococo, met name in het kleurengebruik.

Als de gebroeders Van Strij gaan teruggrijpen op Hollandse meesters uit de zeventiende eeuw dan produceren ze geen kopieën van hun stadgenoot Albert Cuyp of van Pieter de Hoogh. Ze kijken door de bril van de achttiende eeuw. Zoals Tiepolo een soort gebleekte versies van Veronese maakt, zo doen de Van Strij‘s dat bij Both, Cuyp, Dou, Maes, Metsu, Ostade en De Hoogh. We zien de Hollandse schilders uit de Gouden Eeuw aan het einde van de achttiende eeuw nog eens aan ons voorbijtrekken, maar nu in een ander licht.

Van Strij
Abraham van Strij
Lezende vrouw bij het venster (Dordrechts museum)
Van Strij
detail