Categorie archief: 19e eeuw

geschiedenis als spektakel

gezien op DVD: Les Misérables (2012)

Les MisérablesBij de eerste take van de musicalfilm Les Misérables (2012) wist ik het al. Dit is niet mijn film. Computer generated imagery verdraag ik alleen als deze spaarzaam is toegepast. Maar zodra een virtuele camera een duikvlucht maakt en langs oppervlakten begint te scheren, dan pas ik. Het verschil tussen de fysieke en virtuele camera is niet principieel. In beide gevallen wordt de blik van de kijker een wereld binnengezogen. Maar de fysieke camera is echt en de virtuele camera is nep.

Het fenomenale openingshot van Touch of Evil (1958) van Orson Welles is bijvoorbeeld echt. Drie minuten lang zwenkt de camera behendig door de filmset (een Mexicaans grensstadje) en volgt een staalkaart aan technieken (handheld, kraan- en dollyshot). Vakwerk. CGI is ook vakwerk maar dan via een computer met bovenmenselijke rekenkracht. Het ziet er verbluffend echt uit, maar het gaat meestal te snel en er is vaak een “saus” overheen gekieperd. Films als Moulin Rouge (2001) en Hugo (2011) die zich net als Les Misérables in Parijs afspelen, konden mij om deze reden ook al niet zo boeien.

Ik moet bij deze films denken aan de profetische boodschap van La Société du Spectacle (1967) van Guy Debord. Deze Parijse (alweer) marxistische schrijver en filmmaker voorzag een halve eeuw geleden al in wat voor een wereld we terecht zouden komen: een spektakelmaatschappij waarin we over de toppen van de golven scheren in onze jacht op prikkels. Alle saaie momenten moeten worden omgezet in sensaties. We eten geen pap meer, alleen krenten worden nog geserveerd.

En zo krijg je films die eruit zien als videoclips. De kijker wordt meegesleurd in een stroomversnelling van beelden, krijgt daarna even tijd om op adem te komen, en wordt vervolgens weer meegezogen. De montage is strak en snel. De spektakelmaatschappij is ook strak en snel. Ik verzet me er tegen. Zeker als de geschiedenis, die voor mij juist een reservaat is in deze jachtige wereld, de prooi van de spektakelmaatschappij wordt. De negentiende eeuw gezien door de bril van de eenentwintigste (zoals in Les Misérables of Moulin Rouge) heeft meer met onze tijd te maken dan met het verleden. In de negentiende eeuw kon het publiek vuistdikke boeken lezen. Nu hebben we geen tijd meer om Les Misérables in zijn geheel te lezen. De spektakelmaatschappij maakte er in 1980 daarom een musical van. Als luchtig tussendoortje.

Natasja’s Dans [ 2 ]

gelezen in Natasja’s Dans (2003) van Orlando Figes
hoofdstuk 2: Kinderen van 1812

Natasja's dansDoor omstandigheden werd mijn aanvankelijke enthousiaste start in Natasja’s Dans van Orlando Figes voor twee maanden onderbroken. Maar nu kan ik gelukkig weer door met het boek. Ik begon eerst met hoofdstuk 2 waarin Figes de gevolgen van 1812 beschrijft voor het verloop van de Russische geschiedenis. Centrale figuur in dit hoofdstuk is Sergej Volkonski (1788-1865) een van de boeiendste persoonlijkheden waar ik de laatste tijd over gelezen heb. Hij stamde uit een van de belangrijkste adellijke families uit Sint-Petersburg en mocht zich Vorst Volkonski noemen. Zoals de meeste jongens uit aristocratische milieus was hij voorbestemd tot het leger. Op 24-jarige leeftijd was hij hij al generaal en vocht hij mee in de oorlog van 1812 tegen Napoleon. In deze strijd werd hij diep getroffen door het lot van de boeren. Vele lijfeigenen vochten mee als gewone soldaten en toonden een grote opofferingsbereidheid. Na de oorlog zette hij zich in voor hervormingen waarbij de lijfeigenen meer rechten zouden krijgen, maar tsaar Alexander I zette deze niet door.

Toen Alexander I op 1 december 1825 stierf en er verwarring ontstond rond zijn opvolging, zagen de Russische liberalen kans om hervormingen te forceren en kwamen in opstand. Dat gebeurde op 26 december 1825. Deze liberale opstand is bekend geworden onder de naam Decembristenopstand. Onder de dekabristen bevonden zich veel officieren die in 1812 gevochten hadden, waaronder Sergej Volkonski. Maar de nieuwe tsaar Nicolaas I wist de opstand hardhandig neer te slaan. De leiders van de opstand werden opgehangen en de overige opstandelingen werden ook terechtgesteld of verbannen naar Siberië. Volkonski werd verbannen en kwam terecht in de omgeving van Irkoetsk . Daar leefde hij bijna dertig jaar in ballingschap, samen met zijn vrouw Maria die hem vrijwillig volgde. Het is ontroerend om hun verhaal te lezen, dat zeker verwantschap toont met het verhaal van Rasklonikov en Sonja uit Schuld en Boete.

Op 2 maart 1855 overleed tsaar Nicolaas I en werd opgevolgd door tsaar Alexander II. Vijftig decabristen die in 1855 nog in leven waren, werd gratie verleend. Volkonski mocht terugkeren al werd het hem verboden zich in Sint-Petersburg of Moskou te vestigen. De geest van de dekabristen zou het tsaristische Rusland tot in 1917 blijven achtervolgen en de opvolgers van Nicolaas I waren op hun hoede voor liberale opvattingen. In 1861 zou Alexander II weliswaar het lijfeigenschap afschaffen en Rusland bevrijden uit het feodalisme dat in de negentiende eeuw een anachronisme, maar vooral ook contraproductief was geworden.

Volkonski, die vasthield aan zijn boerenlevensstijl, was aan het einde van zijn leven niettemin een veelgeziene gast in de salons van Moskou, waar hij als een soort christusfiguur werd geadoreerd door jonge studenten. Eén van die jongemannen was zijn verre neef Lev Tolstoj. Volkonski had grote invloed op Tolstoj, met name op diens latere christelijke ideeën en uiteindelijke keuze om ook als boer te gaan leven. Volkonski stond model voor de figuur van Andrej Bolskonski in zijn roman Oorlog en Vrede.
 
Toen Volkonski in 1861 het nieuws vernam over de afschaffing van het lijfeigenschap, noemde hij dat “het gelukkigste moment in mijn leven”. Volkonski overleed in 1865, twee jaar na Maria. Zijn gezondheid, die zoveel te lijden had gehad van zijn ballingsjaren, was door haar dood nog zwakker geworden. In de laatste maanden van zijn leven schreef hij nog zijn memoires, overigens pas gepubliceerd in 1903. Een laatste zin uit zijn memoires is: “De weg die ik koos voerde mij naar Siberië, naar dertig jaar verbanning uit mijn thuisland, maar mijn overtuiging is nooit veranderd en als ik het opnieuw moest doen, zou ik het precies zo doen”.
 
Bron: Sergej Volkonski
Sergej Volkonski
Toen George Dawe in 1828 dit portret van Sergej Volkonski maakte, zat de decabrist Volkonski al twee jaar in Siberië, maar generaal Volkonski werd als vaderlandse held geëerd in de militaire galerie in het Hermitage in Sint-Petersburg.

Volkonski is voor het brede publiek onsterfelijk geworden door de romanfiguur Andrei Bolkonski uit Tolstois grote roman Oorlog en Vrede. Tolstoi was in de verte familie van Sergej Volkonski en wilde hem eren met een boek dat De Decabristen zou moeten heten. Hij documenteerde zich goed en hoe meer hij zich in de geschiedenis van de decabristen verdiepte, hoe duidelijker het voor Tolstoi werd dat hun geboorteuur de Oorlog van 1812 was. En zo ontstond Oorlog en Vrede waarin Tolstoi duidelijk verwantschap toont met zijn personage Pierre Bechoezov, de edelman die zich het lot van de boeren aantrekt en de eenvoud van het boerenleven gelijkstelt met eerlijkheid en authenticiteit terwijl voor hem zijn eigen aristocratische leven vals en onecht is geworden.

Natasja’s Dans [ 1 ]

Victoriaanse koektrommelplaatjes

gezien: Victoria series 2 (2017)

Victoria & AlbertHet succes van de film The young Victoria (2009) over het begin van de lange regeringsperiode (1837-1901) van koningin Victoria van het Verenigd Koninkrijk gaf wellicht het groene licht voor de minstens zo succesvolle BBC-reeks Victoria. In 2016 verscheen de eerste serie (8 episodes) en vorig jaar de tweede serie (8 episodes). Bovendien werd er in december 2017 nog een dubbellange aflevering speciaal voor kerst uitgezonden. In 2018 is alweer een derde serie in de maak die dit najaar wordt uitgezonden bij de BBC. In Nederland en Vlaanderen hoeft men niet lang te wachten op uitzending, meestal volgt deze kort daarop.

De “Young Victoria”, dat wil zeggen de jaren veertig van de negentiende eeuw, is geknipt voor de film. Allereerst omdat er een mooi jong paar in het middelpunt staat. Victoria (1819-1901) en haar drie maanden jongere Albert (1819-1861) waren beiden in de twintig. De film geeft uiteraard een geflatteerd beeld van het jonge stel. De echte Victoria was zeker niet zo mooi als de kokette Jenna Coleman maar met haar kogelronde gezichtje is Coleman een geloofwaardige lookalike. Ook Albert was niet zo’n knappe man als Tom Hughes. In de film is Albert een Byroneske held met wapperend haar. Maar in werkelijkheid was Albert van Coburg-Gotha heel wat stijver. In ieder geval was hij een ernstige man en dat brengt acteur Tom Hughes goed over. We zien hem nooit lachen.

Daarnaast is de begintijd van het Victoriaans Tijdperk (1837-1901) fotogeniek omdat deze nog net valt in de stijlperiode van het Biedermeier (1815-1848). Het huiselijk leven staat in de Biedermeiertijd centraal zodat de production designer en zijn set decorators zich konden uitleven in de interieurs. Deze zijn indrukwekkend. Op architecturaldigest.com zijn een aantal filmsets te zien die production designer Michael Howells ontworpen heeft. Samen met de kostuums en belichting levert dit de mooiste plaatjes op.

Victoria 1843
Franz Xaver Winterhalter schilderde de 24-jarige Victoria met los haar, niet bepaald een kuis Victoriaans plaatje. In 1843 gold losgemaakt haar en een ontblootte schouder als een duidelijk signaal voor de man: pluk me! En waarschijnlijk is dat nog steeds zo, alleen gaan we er nu anders mee om: de vrouw mag nu publiekelijk verleidelijk zijn.
bbc-unveils sexy portrait of queen Victoria

Victoria is puur mooifilmerij en dat bedoel ik niet negatief. Ik ben gek op Victoriaanse koektrommelplaatjes. De makers van Victoria zijn zich er goed van bewust dat schijn bedriegt. De Victoriaanse tijd was zeker niet zo fraai als binnen de muren van Brockett Hall of Buckingham Palace. De zesde aflevering uit de tweede serie Faith, Hope en Charity gaat over de onbeschrijfelijke ellende van de Ierse hongersnood die vijf (!) jaar duurde. En dat in een tijd waarin het Verenigd Koninkrijk, vlak voor de Great Exhibition van 1851 de rijkste en welvarendste natie was die ooit had bestaan.

Natasja’s Dans [ 1 ]

gelezen in Natasja’s Dans (2003) van Orlando Figes
hoofdstuk 2: Kinderen van 1812

Natasja's dansMijn oude schoolvriend André Wierenga raadde mij onlangs dit boek aan van de Engelse historicus Orlando Figes. Ik was zijn boek over de Krimoorlog aan het herlezen, maar nu ben ik toch begonnen aan zijn culturele geschiedenis van Rusland die hij in 2002 publiceerde. Heerlijk! Opnieuw bijna 600 pagina’s Figes in het vooruitzicht, als een maagdelijke besneeuwde Russische steppe voor mij. Ik besloot mijn eerste voetstappen te zetten in het tweede hoofdstuk: Kinderen van 1812. Die keuze was niet zo moeilijk omdat ik van Figes collega Adam Zamoyski al het vuistdikke boek gelezen heb over Napoleon’s veldtocht naar Rusland. Over de decembristenopstand heeft Zamoyski ook al geschreven in De Fantoomterreur. “Kinderen van 1812″ gaat dus over een episode van de Russische geschiedenis waar ik al het een en ander van weet.

De bloei van de Russische cultuur in de negentiende eeuw is ondenkbaar zonder Napoleon’s veldtocht naar Rusland. De “Kinderen van 1812″ legden de basis voor de zogenaamde Russische renaissance. De verschrikkingen van 1812 hadden toch ook een positieve kant. Doordat de geest van de Franse Revolutie definitief ook Rusland bereikt had, begon de Russische samenleving te ontwaken. Figes beschrijft het conservatisme van de Russische aristocratie. Deze was volledig Frans georiënteerd. Men las Franse schrijvers en men sprak Frans aan het hof en in de hogere kringen. Omdat officieren in het leger allemaal van adel waren, werd in het Russische leger ook Frans gesproken. Maar de veldtocht van 1812 zou alles veranderen. Frankrijk was niet langer de hoeder van de Russische aristocratie maar de vijand!

Gewone soldaten waren bijna zonder uitzondering ongeletterde lijfeigenen, die door de officieren niets meer waren dan menselijke beesten. De oorlog van 1812 schakelde het lot van de officieren en soldaten, dus van aristocraten en lijfeigenen, gelijk. Officieren ontdekten dat lijfeigenen mensen bleken te zijn. En lijfeigenen ontdekten dat officieren ook hele gewone mensen waren. In 1812 ontwaakte de Russische ziel zou je bijna kunnen zeggen. De idealen van “vrijheid, gelijkheid en broederschap” zorgden ervoor dat er een Russisch nationalisme ontwaakte. Officieren gingen in het leger Russische woorden gebruiken om hun soldaten dieper aan te kunnen spreken. Sommigen van deze officieren zouden in 1825 verantwoordelijk zijn voor de opstand tegen de omstreden tsaar Nicolaas I.

Maar met “Kinderen van 1812″ bedoelt Figes zeker ook de kunstenaars die de Russische ziel aanschouwelijk en hoorbaar maakten. In de allereerste plaats was dat natuurlijk Aleksandr Poesjkin (1799-1837). Aan hem is het te danken dat het Russisch de gemeenschappelijke taal wordt van alle Russen, van adel én lijfeigenen, ook al waren die laatsten bijna altijd analfabeet. Maar Poesjkin richtte zich ook naar hen. De Russische cultuur veranderde van een soort dépendance van Frankrijk in een eigen cultuur. Voor 1812 was het voor een aristocraat onmogelijk om kunstenaar te zijn. De adel was voorbestemd voor staatsdienst, moest zijn leven geven aan de Russische staat. Door de veldtocht van Napoleon zou dat gaan veranderen. De gewone Rus moest nog altijd kruipen, maar begon zich bewust te worden van zijn lot. In Gribojedovs drama Lijden door verstand uit 1823 zegt Tsjatski: “Ja, dienen graag, maar nooit kruipen leren.”

Ja, dienen graag,
maar nooit kruipen leren.

uit “Lijden door verstand” (1823)

Natasja’s dans is een monumentale cultuurgeschiedenis van Rusland vanaf circa 1770 tot circa 1970, waarbij vooral literatuur en muziek en in iets mindere mate schilderkunst en beeldende kunst aandacht krijgen. De titel, ontleend aan een scène in Tolstojs Oorlog en vrede, is een soort zinnebeeld voor ‘de ziel en identiteit van het Russische volk’; Figes tracht die in het boek te definiëren als een mengeling van de Europese elitecultuur (Sint-Petersburg) en de meer Oosters gewortelde boerencultuur (Moskou), alsook de voortdurende spanning tussen beide. Figes probeert ook te verklaren waarom literatuur en andere kunstvormen altijd zo’n belangrijke rol hebben gespeeld in het leven van de Russen; hij ziet met name oorzaken in het altijd ontbroken hebben van (democratische) vrijheidsbeginselen, waardoor kunst telkens de rol kreeg toebedeeld om uitdrukking te geven aan wat er werkelijk onder het Russische volk leefde.
 
Bron:nl.wikipedia.org

Natuur als heiligdom

gelezen in Alexander von Humboldt
und die Erfindung der Natur
van Andrea Wulf

die Erfindung der naturOm de ondertitel van de biografie over de Duitse ontdekkingsreiziger Alexander von Humboldt te kunnen begrijpen, moeten we terug naar de achttiende eeuw. Hoe kun je de natuur nu uitvinden? Je kunt in de natuur doordringen via allerlei soorten wetenschap en ontdekkingen doen, maar uitvinden? Toch noemt Andrea Wulf haar 400 pagina dikke biografie Alexander Von Humboldt und die Erfindung der Natur. Deze titel blijkt goed gekozen. Ze beweert nergens dat Von Humboldt de natuur heeft uitgevonden, maar ze plaatst hem wel in een tijd waarin er een heel nieuw begrip over de natuur ontstond en in zekere zin werd “uitgevonden”, de jaren rond 1800.

Rond 1800 was er in Europa niet alleen een politieke aardverschuiving gaande. Ook in de wetenschap vond een omwenteling plaats. De Verlichting had definitief een einde gemaakt aan de onwetendheid die het geloof in stand zou hebben gehouden. De mens had de moed gekregen om zelf na te denken en langs empirische weg de natuur te ontsluiten. Natuur was altijd een vijand van de mens geweest. De Bijbel leerde dat sinds de mens verdreven was uit het Paradijs de natuur vijandig was geworden. In het Paradijs bestond de dood niet, maar in de natuur draait alles om eten en gegeten worden. In zijn strijd om het bestaan was de natuur dus een vijand van de mens.

Tijdens de Romantiek die aan het einde van de achttiende eeuw haar intrede deed, draaide dit beeld helemaal om. De natuur werd een heiligdom en de mens die de natuur goed kon “lezen” en aan anderen kon uitleggen, werd een soort priesterfiguur. Alexander von Humboldt die in 1769 geboren werd, een maand na Napoleon, was bijna twintig toen de Franse Revolutie uitbrak. Hij leefde in een stormachtige tijd. Als Duitser groeide hij op in het klimaat van de vroege Romantiek. De Duitse romantici waren volgelingen van Rousseau en zagen de natuur als goed. De cultuur, het “huis” van de mens om zich te beschermen tegen de onberekenbare natuur, zag Rousseau als verdorven.

Alexander von Humboldt
Alexander von Humboldt in 1806 en 1843

Deze veranderde houding ten aanzien van de natuur had ook alles te maken met de Verlichting, die Rousseau eigenlijk verafschuwde. Door de natuurwetenschap kreeg de mens steeds meer grip op de natuur. De natuur werd minder bedreigend en er bestond een groeiend optimisme over een vreedzame onderwerping van de natuur. De industriële revolutie was nog niet op gang gekomen en het fenomeen milieuvervuiling was ondenkbaar.

In dit klimaat discussieerde Von Humboldt met zijn tijdgenoten over de natuur. Zo was er onder geologen was er een levendig debat of alle aardse gesteenten van oorsprong in de oceanen gevormd (neptunisme) of juist ontstaan zijn door vulkanisme aangedreven door warmte uit het binnenste van de aarde.(plutonisme). In dit debat zouden neptunisten en plutonisten veertig jaar lang (van 1790 tot 1830) tegenover elkaar staan. Uiteindelijk zou Von Humboldt met bewijzen komen dat de theorie van het neptunisme onhoudbaar was.

Door hun hoge geboorte en intellect hadden Alexander en zijn broer Wilhelm Von Humboldt in Jena het voorrecht om in het gezelschap van Goethe en Schiller te verkeren. Goethe en Von Humboldt hadden veel interesse voor geologie en waren in die jaren aanhanger van het neptunisme. Maar ze toonden ook veel belangstelling voor botanie. In het tweede hoofdstuk Fantasie und Natur: Johann Wolfgang von Goethe und Humboldt beschrijft Andrea Wulf hun vriendschap. Goethe liep tegen de vijftig en was tweemaal zo oud als Alexander von Humboldt. Hij merkte over de getalenteerde jongeman op:

Was ist das für ein Mann! Ich kenne ihn so lange und bin doch von neuem über ihn in Erstaunen. Man kann sagen, er hat an Kenntnissen und lebendigem Wissen nicht seinesgleichen. Und eine Vielseitigkeit, wie sie mir gleichfalls noch nicht vorgekommen ist! Wohin man rührt, er ist überall zu Hause und überschüttet uns mit geistigen Schätzen. Er gleicht einem Brunnen mit vielen Röhren, wo man überall nur Gefäße unterzuhalten braucht und wo es immer erquicklich und unerschöpflich entgegenströmt.
 
Bron: avhumboldt.de
Alexander von Humboldt
Alexander von Humboldt (37 jaar) door Christan Weitsch in 1806
Er gleicht einem Brunnen mit vielen Röhren, wo man überall nur Gefäße unterzuhalten braucht und wo es immer erquicklich und unerschöpflich entgegenströmt.

Goethe over Alexander von Humboldt

Alexander von Humboldt
Alexander von Humboldt (74 jaar) door Joseph Karl Stieler in 1843

Alexander von Humboldt stierf in 1859 op bijna 90-jarige leeftijd in Berlijn. Hij was een van de beroemdste mensen van zijn tijd. Tijdens zijn leven zou hij de grootste bioloog ter wereld blijven. Kort na zijn dood, in het najaar van 1859 verscheen The Origin of Species. Het boek sloeg in als een bom en maakte Darwin op slag wereldberoemd. Tegenwoordig staat Von Humboldt in zijn schaduw maar Darwin zag Von Humboldt als zijn leermeester op wiens schouders hij stond.

interview met Andrea Wulf over haar Alexander von Humboldt [ nrc.nl ] | avhumboldt.de

a portrait of Effie Gray

gezien op BBC 2: Effie Gray (2014)

Effie GrayJohn Ruskin (1819-1900) was de meest invloedrijke kunstcriticus van het Victoriaanse tijdperk. Hij maakte al vroeg naam met het eerste deel van Modern Painters in 1843. Daarin stelde hij dat de landschapsschilderkunst van Joseph Mallord William Turner (1775-1851) superieur was aan die van de meesters uit de zeventiende en achttiende eeuw. Dat was een ongebruikelijke opvatting, want veel van Turner’s tijdgenoten vonden zijn schilderijen te slordig en onaf. Er volgden nog vijf delen van Modern Painters; het laatste deel verscheen in 1860.

Effie Gray is niet de enige film uit 2014 waarin we John Ruskin kunnen zien. Een jonge Ruskin komt ook even voorbij in Mr.Turner van Mike Leigh. Philip Hoare vraagt zich af waarom er in Effie Gray en Mr.Turner zo’n negatief beeld gegeven wordt van John Ruskin.

John Ruskin
driemaal John Ruskin foto uit ca. 1865 onder en linksboven Joshua McGuire in Mr. Turner (2014)
en rechtsboven Greg Wise in Effie Gray (2014)
Ruskin, played by Joshua McGuire, is a simpering Blackadderish caricature of an art intellectual: a lisping, red-headed, salon fop.

Philip Hoare in The Guardian

Effie Gray exploreert de liefdesdriehoek tussen de victoriaanse kunstcriticus John Ruskin (Greg Wise), zijn tienerjaren bruid Effie Gray (Dakota Fanning) en pre-raphaelite schilder John Everett Millais (Tom Sturridge). Het verhaal volgt Effie, zij trouwde op de jonge leeftijd van 19 jaar en al snel realiseerde dat haar huwelijk een leugen is wanneer Ruskin weigert om haar liefde te geven. Verlangend naar liefde valt ze al snel voor de charmes van de charismatische John Everett Millais. Wanhopig om bevrijd te worden van John, begint Effie aan een levensveranderende reis om één van de eerste vrouwen in de geschiedenis te worden die van haar man wil scheiden.
 
Bron: filmvandaag.nl
John Ruskin
Millais schilderde dit portret van John Ruskin bij Glen Finglas tijdens hun reis naar Schotland in 1853. Hier werden Effie en Everett op elkaar verliefd.
During 1847 Ruskin became closer to Effie Gray, the daughter of family friends. It was for Effie that Ruskin had written The King of the Golden River. The couple were engaged in October. They married on 10 April 1848 at her home, Bowerswell, in Perth, once the residence of the Ruskin family.[33] It was the site of the suicide of John Thomas Ruskin (Ruskin’s grandfather). Largely owing to this association, Ruskin’s parents did not attend. The European Revolutions of 1848 meant that the newlyweds’ earliest travelling together was limited, but they were able to visit Normandy, where Ruskin admired the Gothic architecture. Their early life together was spent at 31 Park Street, Mayfair (later addresses included nearby 6 Charles Street, and 30 Herne Hill) secured for them by Ruskin’s father. Effie was too ill to undertake the European tour of 1849, so Ruskin visited the Alps with his parents, gathering material for the third and fourth volumes of Modern Painters. He was struck by the contrast between the Alpine beauty and the poverty of Alpine peasants, stirring the social conscience that became increasingly sensitive.
 
Bron: en.wikipedia.org

Effie Gray [bbc.couk ] | Effie Gray [ imdb.com ]

Luxemburgse crisis 1867

150 jaar geleden: de Luxemburgse kwestie

De Luxemburgse kwestie ontstond na de ontbinding van de Duitse Bond op 23 augustus 1866 in het Verdrag van Praag. De Duitse Bond was op het Congres van Wenen in 1815 onder leiding van Oostenrijk opgericht. Tijdens de Restauratie had de bond weliswaar gefunctioneerd maar na 1848 werd de spanningen tussen Oostenrijk en Pruisen steeds groter, al bleef Oostenrijk de dominante macht. Tenslotte leidde de rivaliteit binnen de Duitse Bond tot een oorlog tussen Pruisen en Oostenrijk en bondgenoten aan beide kanten. In juli 1866 versloeg Pruisen tijdens de Slag bij Königgrätz zijn rivaal. Na ruim een halve eeuw was er een einde gekomen aan de Duitse Bond.

Kladderadatsch  1867
spotprent uit Kladderadatsch (maart 1867), een liberaal Duits blad met als bijschrift: “een goede herder laat zijn schaap verloren gaan”

In het jaar daarop richtte Pruisen de Noord-Duitse Bond op, in feite de opmaat naar het Duitse Keizerrijk. De Noord-Duitse Bond omvatte alle staten ten noorden van de Main die eerder tot de Duitse Bond hadden behoord, behalve Luxemburg en Limburg. Op het Congres van Wenen in 1815 waren deze gebieden toebedeeld aan het Koninkrijk der Nederlanden. Toen België in 1830 zich onafhankelijk verklaarde, werden Limburg en Luxemburg doormidden gedeeld. Het westelijke deel van beide gebiedsdelen werd bij de nieuwe staat België gevoegd. De koning van Nederland was groothertog van de oostelijke delen van Limburg en Luxemburg zodat een personele unie met het koninkrijk der Nederlanden gevormd werd. Limburg en Luxemburg maakten tot 23 augustus 1866 deel uit van de Duitse Bond en in Luxemburg waren zelfs Pruisische soldaten gestationeerd.

In 1867 liet Napoleon III zijn oog op Luxemburg vallen. De Franse keizer vond dat na de Duitse Oorlog van 1866 het machtsevenwicht hersteld moest worden en dat Luxemburg uit de boedel van de Duitse Bond door Frankrijk moest worden overgenomen. Bismarck had aanvankelijk geen bezwaar, maar al snel werd het een politieke kwestie waarbij de grootmachten tegen elkaar kwamen te staan, terwijl koning Willem III als groothertog van Luxemburg klem kwam te zitten.

Harper's Week 1867
spotprent uit Harper’s Week(1867) Zuster Nederland tegen de koning van Pruisen en de keizer van Frankrijk: “het heeft geen zin heren, ze zal naar niemand gaan”
Nederland had bij Bismarck getracht te bewerkstellingen, dat Limburg niet zou hoeven toe te treden tot de Noord-Duitse Bond. Maar Bismarck antwoordde dat het Nederlandse deel van Limburg zou worden geannexeerd, als het niet zou toetreden. Nederland informeerde daarop bij Frankrijk of er op militaire steun gerekend kon worden, als er daadwerkelijk een Pruisische inval zou plaatsvinden. Frankrijk reageerde positief, maar eiste als voorwaarde de overdracht van Luxemburg. Koning Willem III en zijn minister van Buitenlandse Zaken Jules van Zuylen van Nijevelt stemden toe: Willem III zou vijf miljoen gulden ontvangen voor de verkoop van zijn groothertogdom (waarvan zijn broer Hendrik sinds 1850 stadhouder was).
 
Voor de zekerheid liet Willem III Pruisen consulteren. De kwestie belandde nu toch in de kranten, en voor Willem III en Nederland werd de situatie plotseling heikel. Kroonprins Willem (‘Wiwill’) was als speciaal gezant naar Frankrijk afgevaardigd, en deponeerde in Parijs een schriftelijke verklaring van afstand aan Napoleon III. De Luxemburgse Statenvergadering moest nog wel tekenen, en Napoleon III dreigde met oorlog indien de overdracht alsnog niet door zou gaan.
 
Intussen had de publiciteit uiteraard ook het Pruisische parlement wakker geschud, waardoor Bismarck plots volledig van standpunt wijzigde en óók dreigde met een Pruisische oorlogsverklaring aan zowel Frankrijk als Nederland, wanneer de overdracht wél doorging. Schielijk annuleerde Nederland de overdracht – Pruisen werd intussen meer gevreesd dan Frankrijk. Het Tweede Congres van Londen (mei 1867) garandeerde de neutraliteit van Luxemburg, dat evenals Limburg ook buiten de Noord-Duitse Bond zou blijven. Het Pruisische garnizoen verdween, de vesting van Luxemburg werd afgebroken.
 
Bron: historiek.net