Categorie archief: 19e eeuw

het beeld van 1815 -1840 [ 2 ]

schilderkunst tussen 1815 en 1840 : historisme
Horace Vernet en Hippolyte (Paul) Delaroche

Ik weet niet precies waar mijn fascinatie voor de schilderkunst van 200 jaar geleden precies vandaan komt. Heeft het te maken met de Romantiek? Met de emancipatie van het landschap in de landschapsschilderkunst? Of met de drang naar objectiviteit vlak voor het ontstaan van de fotografie? Het ontluikende historisme en oriëntalisme? De intimiteit van huiselijke taferelen van de Biedermeier? Of juist van het schurende tussen classicisme en realisme?

Vóór de Verlichting was geschiedschrijving iets dat door monniken werd gedaan. Het was nog niet een domein van de wetenschap. Maar in de negentiende eeuw veranderde dat. Dat kwam niet in de laatste plaats door het algemeen onderwijs en het opkomende nationalisme. Aan het einde van de achttiende eeuw werd met name in Frankrijk de geschiedenis gebruikt om op te voeden tot burgerschap. Meestal ging het dan om verhalen uit de Romeinse Republiek. In de negentiende eeuw verbreedde deze ontwikkeling zich met de schepping van nationale mythen. Onder invloed van de Romantiek werd er ook teruggekeken op de Middeleeuwen. Maar ook historische gebeurtenissen na 1500 werden onderwerp van het nationalisme.

In Frankrijk behoorden Horace Vernet (1789-1863) en Hippolyte (Paul) Delaroche (1797-1856) tot de eerste schilders die vanaf de jaren twintig historische taferelen schilderden. Ze deden dat op een ander manier dan de historieschilders vóór hen. Het historisme uit de negentiende eeuw pretendeert een objectief beeld van het verleden te gaven alsof het om foto’s van historische gebeurtenissen gaat. Met het neoclassicisme van Jacques-Louis David was de studie van de Romeinse oudheid voor de historieschilder al een discipline geworden. Na 1800 zou het historisch onderzoek zich in snel tempo uitbreiden naar andere periodes uit de geschiedenis.

In de eerste plaats begonnen Franse wetenschappers zich te verdiepen in de geschiedenis van het oude Egypte. De expeditie die Napoleon in 1798-1799 naar Egypte ondernam, bleek achteraf ook het startsein voor een nieuwe wetenschap: de Egyptologie. In dezelfde jaren na 1800 begon men zich in Duitsland steeds meer voor de Middeleeuwen te interesseren. En zo breidde het historisch onderzoek zich steeds verder uit en ontwikkelde de geschiedschrijving in de negentiende eeuw tot een wetenschap. De schilders waren daarbij de aangewezen personen om de geschiedenis te visualiseren, meestal met een educatief doel. Zo vond de historieschilderkunst van de negentiende eeuw de (historische) schoolplaat uit.

Horace Vernet
Horace Vernet 1827
De Slag bij Bouvines op 27 juli 1214
Het historisme uit de negentiende eeuw pretendeert een objectief beeld van het verleden te gaven alsof het om foto’s van historische gebeurtenissen gaat.

In 1827 schilderde Horace Vernet, de kleinzoon van de beroemde Claude Joseph Vernet (1714-1789), het bovenstaande schilderij van de Slag bij Bouvines. We kunnen hier al duidelijk een schoolplaat in zien die ons iets wil leren. In 1827 was Karel X koning van Frankrijk. Op 29 mei 1825 had hij zich in Reims laten zalven tijdens een indrukwekkende plechtigheid volgens middeleeuwse tradities. Hij regeerde als een autoritair vorst met de steun van hoge adel en hoge geestelijkheid, alsof er nooit een revolutie had bestaan. Het schilderij van Vernet propageert het Franse koningschap bij de gratie Gods en werd tijdens het koningschap van Karel X (1825-1830) dan ook met goedkeuring bekeken.

Horace Vernet
Horace Vernet 1827
Paus Julius II geeft Bramante, Michelangelo en Raphael de opdracht voor de bouw van de St. Pieter

Een ander schilderij dat Horace Vernet in 1827 schilderde is Paus Julius II geeft Bramante, Michelangelo en Raphael de opdracht voor de bouw van de St. Pieter. Dit schilderij benadrukt de macht van de paus en de centrale rol van het katholicisme in de maatschappij.

Paul Delaroche
Paul Hippolyte Delaroche 1828
De dood van Elisabeth I van Engeland
Paul Delaroche
Paul Hippolyte Delaroche 1831
De ter dood veroordeelde zonen van Edward V van Engeland in de Tower of London
Horace Vernet
Horace Vernet 1832
Raphael en Leo X in het Vaticaan
Paul Delaroche
Paul Hippolyte Delaroche 1833
De executie van Lady Jane Grey op 12 februari 1554

het beeld van 1815 -1840 [ 1 ]

schilderkunst tussen 1815 en 1840 : het landschap
Achille Etna Michallon en Jean-Baptiste Camille Corot

Ik weet niet precies waar mijn fascinatie voor de schilderkunst van 200 jaar geleden precies vandaan komt. Heeft het te maken met de Romantiek? Met de emancipatie van het landschap in de landschapsschilderkunst? Of met de drang naar objectiviteit vlak voor het ontstaan van de fotografie? Het ontluikende historisme en oriëntalisme? De intimiteit van huiselijke taferelen van de Biedermeier? Of juist van het schurende tussen classicisme en realisme?

In ieder geval ligt het niet aan het systeem van Metternich dat van Europa een politiestaat maakte. Terwijl na 1830 Frankrijk en Engeland liberaler werden, nam de repressie in Oostenrijk, Rusland en Pruisen juist toe.

Toch is het ook interessant om te zien hoe de schilderkunst door de verstikkende Restauratie beïnvloed is. Expliciet en impliciet. Zo was Biedermeier politiek-correct zolang het zich maar terugtrok in het domein van het huiselijke. Alles wat de monarchie en het katholieke geloof verheerlijkte, kon zonder meer rekenen op de goedkeuring van de machthebbers.

De Franse landschapsschilder Achille Etna Michallon (1796–1822) behoort met Thomas Girtin (1775-1802), Karl Philipp Fohr (1795–1818), Wijnand Nuijen (1813-1839) en Gerard Bilders (1838-1865) tot de jong gestorven landschapsschilders uit de negentiende eeuw. Ze werden respectievelijk 26, 27, 23, 26 en 27 jaar oud.

Achille Etna Michallon werkte net als Karl Philipp Fohr in de omgeving van Rome waar hij in 1822 les gaf aan zijn landgenoot Jean-Baptiste Camille Corot. Corot zou zijn leermeester en leeftijdsgenoot 53 jaar overleven. Met Corot en de School van Barbizon zal het realisme in de Franse landschapsschilderkunst volwassen worden. In het werk van Achille Etna Michallon kondigt zich dat al aan. Dat is goed te zien in de studies die hij buiten maakte

Achille Etna Michallon
Achille Etna Michallon 1816
Achille Etna Michallon
Achille Etna Michallon 1818
waterval bij Mont Doré
Achille Etna Michallon
Achille Etna Michallon 1818
Klooster van de heilige Scholastica, Subiaco
Achille Etna Michallon
Achille Etna Michallon 1822
Landschap geïnspireerd door een blik op Frascati
Jean-Baptiste Camille Corot
Jean-Baptiste Camille Corot 1826
waterval bij Terni (olieverfschets)
Jean-Baptiste Camille Corot
Jean-Baptiste Camille Corot 1830
Cervara, la campagna romana

Corot schilderde afwisselend landschappen pur sang én landschappen met een Bijbels of mythologisch thema. Bovenstaand en onderstaand landschap zijn daar duidelijke voorbeelden van. Met het realisme van de School van Barbizon en Gustave Courbet maakte het landschap zich definitief los van haar literaire en religieuze legitimatie. Gustave Courbet, een van de grondleggers van het realisme, zei ooit “Ik heb nog nooit engelen gezien. Toon mij een engel en ik zal er een schilde­ren.” Tegen 1850 waren mythologische wezens (draken, centauren, engelen, enz.) uit het landschap verdreven om pas weer aan het einde van de eeuw terug te keren in het symbolisme.

Jean-Baptiste Camille Corot
Jean-Baptiste Camille Corot 1835
Hagar en Ismaël in de wildernis met engel

“paranoia strikes deep” [ 3 ]

gelezen: hoofdstuk 26, 27 en 28 van De fantoomterreur (2015)

de fantoomterreurIn de hoofdstukken 26 (Riolen), 27 (Het China van Europa) en 28 (Een grote vergissing) gaat het respectievelijk over Parijs, de censuur in Oostenrijk en de censuur in Rusland. Aan het einde van elk hoofdstuk verklaart Zamoyski ons de titel van het betreffende hoofdstuk in een citaat. Zo schrijft Lucien de la Hodde in 1850:

En alle revoluties – ik heb dat eerder gezegd, ik herhaal het nu nog eens en zal het ad nauseam blijven herhalen – zijn werk van dat duistere legioen. De fouten van de heersers zijn het voorwendsel, het leiderschap van de middenklasse is de motor, maar de ware macht, de machine die goede of slechte regeringen in een gruwelijke spiraal meesleurt en ze aan stukken scheurt, is de horde die in de riolen van Parijs rondzwerft.
 
Bron: Histoire des sociétés secrètes et du Parti Républicain de 1830 à 1848

Met “de riolen van Parijs” bedoelde Lucien de la Hodde overigens ook de krochten van Parijs. Napoleon III heeft zijn boodschap in ieder geval goed begrepen want in de jaren vijftig begon hij onder leiding van de perfect Le baron Hausmann aan een transformatie van Parijs. De nauwe straten waar het gepeupel in 1789, 1830 en 1848 barricades hadden opgeworpen werden vervangen door brede boulevards.

Duplessis-Bertaux
Jean Duplessis-Bertaux (1793)
De opstand op 10 augustus 1792 in Parijs
(…) de ware macht, de machine die goede of slechte regeringen in een gruwelijke spiraal meesleurt en ze aan stukken scheurt, is de horde die in de riolen van Parijs rondzwerft.

Lucien de la Hodde, 1850

Metternich en Tsaar Nicolaas I zagen Parijs als één grote beerput van politiek en moreel verval. De Julirevolutie van 1830 bevestigde hen in deze opvatting. In de jaren dertig en veertig was er in Oostenrijk en Rusland een diep wantrouwen naar alles wat Frans was. Nicolaas I liet na de Julirevolutie het bevel uitgaan dat alle Russen onmiddellijk Frankrijk moesten verlaten. Hij was bang dat de Russen in Frankrijk besmet werden met het virus van de Revolutie. Zowel in Oostenrijk als in Rusland verscherpte na 1830 de censuur. Zamoyski besluit hoofdstuk 27 met de woorden: Hermetisch afgesloten achter een hoge muur van repressie en censuur was het land (Oostenrijk) eind jaren 1840 “het China van Europa” geworden, zoals wel werd gezegd.

Repressie en censuur deden in Rusland niet onder voor die in Oostenrijk. Een Russische schrijver vergeleek het gebruik van censuur op de pers met het gebruik van “een kanon om een vlieg te doden”. Zamoyski geeft enkele bizarre voorbeelden van censuur onder het bewind van Nicolaas I, dat door Alexander Nikitenko, hoogleraar letterkunde en zelf ook censor, “één grote vergissing” werd genoemd. Zo werd een liefdesgedicht gecensureerd omdat een vrouw “goddelijk” werd genoemd en haar verschijning “hemels”. En in het theocratische Rusland van Nicolaas I kwamen deze kwaliteiten uitsluitend aan God toe.

“paranoia strikes deep” [ 2 ]

“paranoia strikes deep” [ 2 ]

gelezen: hoofdstuk 23, 24 en 25 van De fantoomterreur (2015)

de fantoomterreurTwee jaar geleden begon ik in De Fantoomterreur van Adam Zamoyski. Ik deed toen hier verslag van de eerste hoofdstukken. “Revolutiedreiging en de onderdrukking van de vrijheid” is de ondertitel van dit boek die de periode 1789-1848 beslaat. In de eerste zeven hoofdstukken beschrijft Zamoyski hoe de Franse Revolutie zich over heel Europa verspreidt en hoe de antirevolutionaire krachten daarop inwerken. Na de definitieve val van Napoleon in juni 1815, begint de Restauratie waarbij Europa weer monarchistisch wordt. De angst voor de revolutie blijft echter bestaan en na enkele incidenten verandert vooral Midden=Europa door de Besluiten van Karlsbad in een politiestaat die vecht tegen wat Zamoyski treffend “de fantoomterreur” noemt.

Na het boek ruim anderhalf jaar lang terzijde te hebben gelegd, ben ik er afgelopen week weer in verdergegaan. Hoofdstuk 23 (Contrarevolutie) begint met de troonsbestijging van Karel X van Frankrijk in september 1824. Hij was een jongere broer van de in 1793 onthoofde koning Lodewijk XVI en van zijn voorganger Lodewijk XVIII die in 1814, nadat Napoleon naar Elba verbannen was, koning werd. Wikipedia schrijft over zijn koningschap:

Karel XNadat Karel X in 1824 zijn broer Lodewijk XVIII was opgevolgd, liet hij zich op 29 mei 1825 te Reims zalven tijdens een indrukwekkende plechtigheid volgens de middeleeuwse tradities, en regeerde daarna als een autoritair vorst, met de steun van hoge adel en hoge geestelijkheid, alsof er nooit een revolutie had bestaan. Met een paar antiliberale wetten probeerde hij het Ancien Régime te herstellen, maar kwam daarbij in botsing met de Kamer. Zijn benoeming van de ultra-royalistische prins de Polignac tot eerste minister (in augustus 1829) was een regelrechte uitdaging aan de liberale Kamermeerderheid. In plaats van toe te geven, verstarde Polignac nog in zijn houding: zonder goedkeuring van de Kamer vaardigde hij zijn Ordonnanties van 26 juli uit. Deze schending van de grondwet betekende zonder meer een staatsgreep, waarop dan ook onvermijdelijk de Julirevolutie volgde, die de koning binnen drie dagen tot troonsafstand dwong (31 juli 1830). Karel X vluchtte naar het buitenland.
 
Bron: nl.wikipedia.org

Op de provocatie van 26 juli 1830, volgde onmiddellijke reactie. De Julirevolutie van 1830 was totaal anders dan de revolutie van 1789. De oppositie was compleet verrast en wist niet goed te reageren. Het beroemde schilderij De vrijheid leidt het volk van Delacroix geeft een heroïsch beeld van een volk dat weet wat het wil. Maar in werkelijkheid was het een rommelige opstand. De liberalen haastten zich om de revolutie toe te eigenen, maar een van hen sprak eerlijk van “een anonieme overwinning”.

Delcaroix
Eugène Delacroix de vrijheid die het volk leidt

De Julirevolutie zou een enorme invloed hebben op Europa. Opnieuw was de geest uit de fles. Metternich, de kanselier van Oostenrijk, die toch al paranoïde was, reageerde panisch en meende dat een oorlog de enige manier was om de revolutie tegen te houden. Want, zo zei hij, “zoals op de pest de hongersnood volgt, zo volgt op de revolutie de oorlog.” In de hoofdstukken 24 (Jupiter Tonans) en 25 (Schandalen) beschrijft Zamoyski de reactie op de Julirevolutie tot 1835 in Engeland, Oostenrijk, Pruisen, Rusland, Polen en Italië. Dat doet hij op een heldere manier met krachtige metaforen: “Hoewel ze (de Engelse middenklasse) met geweld dreigden (…), gebruikten ze de arbeidersklasse als potentiële dreiging, als een hond aan de riem die elk moment kon worden losgelaten, maar die men stevig vasthield.”

“paranoia strikes deep” [ 1 ]

thuiskomst

gelezen: De chartreuse van Parma (1839) van Stendhal
en Heimkehr (1923) van Franz Kafka

De chartreuse van Parma speelt zich zo’n tweehonderd jaar geleden af. Hoofdpersoon Fabrizio del Dongo wordt in 1798 geboren in een adellijke familie, maar verwekt door een Franse soldaat die onder Bonaparte in Noord-Italië gelegerd is. In 1815 laat hij zich in jeugdige idealisme meesleuren en vertrekt naar het Koninkrijk der Nederlanden om voor Napoleon te vechten tijdens de Slag bij Waterloo. Een doodzonde voor iemand die van adel is. Zijn broer verraadt hem en Fabrice moet hals over kop vluchten omdat de Oostenrijkers, die Noord-Italië dan weer bezet houden, hem als staatsgevaarlijk zien.

Stendhal
Ik ben begonnen in de vertaling van Elisabeth de Roos uit 1948. Omdat ik deze vertaling toch te verouderd vond, ben ik halverwege overgestapt op de vertaling van Theo Kars uit 2004.

Na een studie in Napels en een verblijf in Parma bij zijn tante Gina, de hertogin van San Severina, keert hij in hoofdstuk XVII kortstondig terug naar zijn ouderlijk huis, het kasteel van zijn vader in Grianta aan het Comomeer. Omdat iedereen zijn signalement heeft, moet Fabrice zich schuil houden op zolder bij zijn leermeester abbé Blanès zijn tweede vader en de enige die hij vertrouwen kan. Vanuit de kerktoren kijkt hij neer op de binnenplaats van het kasteel en zijn jeugd. Het voelt vertrouwd en vreemd tegelijk.

Het dubbele gevoel van Fabrizio tijdens zijn heimelijke terugkeer in zijn ouderlijk huis, beschrijft ook Franz Kafka in een kort fragment uit 1923 getiteld Heimkehr.

Ich bin zurückgekehrt, ich habe den Flur durchschritten und blicke mich um. Es ist meines Vaters alter Hof. Die Pfütze in der Mitte. Altes, unbrauchbares Gerät, ineinander verfahren, verstellt den Weg zur Bodentreppe. Die Katze lauert auf dem Geländer. Ein zerrissenes Tuch, einmal im Spiel um eine Stange gewunden, hebt sich im Wind. Ich bin angekommen. Wer wird mich empfangen? Wer wartet hinter der Tür der Küche? Rauch kommt aus dem Schornstein, der Kaffee zum Abendessen wird gekocht. Ist dir heimlich, fühlst du dich zu Hause? Ich weiß es nicht, ich bin sehr unsicher. Meines Vaters Haus ist es, aber kalt steht Stück neben Stück, als wäre jedes mit seinen eigenen Angelegenheiten beschäftigt, die ich teils vergessen habe, teils niemals kannte. Was kann ich ihnen nützen, was bin ich ihnen und sei ich auch des Vaters, des alten Landwirts Sohn. Und ich wage nicht an die Küchentür zu klopfen, nur von der Ferne horche ich, nur von der Ferne horche ich stehend, nicht so, dass ich als Horcher überrascht werden könnte. Und weil ich von der Ferne horche, erhorche ich nichts, nur einen leichten Uhrenschlag höre ich oder glaube ihn vielleicht nur zu hören, herüber aus den Kindertagen. Was sonst in der Küche geschieht, ist das Geheimnis der dort Sitzenden, das sie vor mir wahren. Je länger man vor der Tür zögert, desto fremder wird man. Wie wäre es, wenn jetzt jemand die Tür öffnete und mich etwas fragte. Wäre ich dann nicht selbst wie einer, der sein Geheimnis wahren will.
 
Bron: gutenberg.spiegel.de

mer à boire

Jede Epoche ist unmittelbar zu Gott
Über die Epochen der neueren Geschichte (1854) van Leopold von Ranke

Op 25 september 1854 begon de Duitse historicus Leopold von Ranke voor de Beierse koning Maximiliaan II aan een serie voordrachten in Berchtesgaden onder de titel Über die Epochen der neueren Geschichte. Hieruit komt het beroemde citaat : “Jede Epoche ist unmittelbar zu Gott.” Het is vooral gericht aan iedereen die meent dat het heden superieur is aan het verleden.

Über die Epochen der neueren Geschichte
titelblad van Über die Epochen der neueren Geschichte (1854) van Leopold von Ranke

Wij weten weliswaar veel meer als vroeger maar toch stonden onze voorouders met hun beperkte kennis in dezelfde verbinding met de bron van kennis als wij in het digitale tijdperk. Met het internet is de paradox van kennis dagelijks te ervaren: hoe meer we weten, hoe meer we bewust worden van wat we niet weten. Surf bijvoorbeeld over de oceaan van kennis die wikipedia heet en het duizelt je als je onder het surfen even stilstaat bij de uitgestrektheid en diepte van deze oceaan. Menselijke kennis als mer à boire. Wij surfen slechts over de toppen van enkele golven.

Deden de intellectuelen uit de Verlichting die de Encyclopédie ou dictionnaire raisonné des sciences, des arts et des métiers (1751-1776) lazen eigenlijk niet hetzelfde als wij? Het reservoir van kennis dat de encyclopedisten bijeen hadden gebracht, was toen ook al niet leeg te drinken. Een druppel uit een vijver en een druppel uit de oceaan van wikipedia blijft hetzelfde water. Elke tijd staat in directe verbinding met de bron van kennis. Het grote verschil met de tijd van Ranke en onze tijd, is dat Ranke de bron van kennis nog God noemde. De kennis die uit deze Bron komt, is het Levende Water uit het Evangelie.

Leopold Von Ranke is een van de vaders van de objectieve geschiedschrijving. De jonge Nietzsche zette zich in Vom Nutzen und Nachteil der Historie für das Leben af tegen het historisme van Ranke. Met Goethe stelde hij: “Overigens heb ik een afkeer van alles wat slechts mijn kennis vergroot zonder meteen ook mijn handelen te stimuleren of te inspireren.” Nietzsche wilde geen kennis bijeenbrengen om de kennis, niet archiveren. Hij wilde kennis om te kunnen leven.

Über die Epochen der neueren Geschichte [ gutenberg.spiegel.de ]

me voilà!

gelezen: Napoleon en de negentiende-eeuwse Blitzkrieg door Bart Stol

Napoleon staat tussen Jezus en Mohammed in de top drie van personen die op Google de meeste hits scoren. Er gaat geen dag voorbij dat ik informatie binnenkrijg over Napoleon via e-mail of Twitter. Gisteren las ik een stuk van Bart Stol over de oorlogsvoering van Napoleon in het Historisch Nieuwsblad.

Jaffa 1799
Napoleon bezoek een leprozenhuis in Jaffa
op 7 maart 1799

Het was gisteren precies 218 jaar geleden dat Napoleon tijdens zijn expeditie naar Egypte en Palestina in Jaffa een leprozenhuis bezocht. Antoine Gros maakte een beroemd schilderij van deze historische gebeurtenis op 7 maart 1799 waarbij Napoleon als een soort religieuze figuur staat afgebeeld. Hij raakt de melaatse man aan en lijkt over een genezende kracht te beschikken. Napoleon als de nieuwe mensenzoon.

Laffrey 1815
Napoleon tegenover troepen van het 5e infanterieregiment in Laffrey op 7 maart 1815

Precies 16 jaar later zou Napoleon beginnen aan zijn Honderd Dagen. Op 7 maart 1815 was hij ontsnapt uit Elba en begon in Zuid-Frankrijk zijn mars naar Parijs. Bij Laffrey (Isère) in de buurt van Grenoble stond hij tegenover troepen van het 5e infanterieregiment. Napoleon zou zijn grijze jas hebben opengerukt en gezegd hebben: s’il en est qui veut me tuer, me voilà! (“als er iemand is die mij wil doden, hier ben ik”). Ook hiervan is een schilderij gemaakt.

Napoleon en de negentiende-eeuwse Blitzkrieg [ Historisch Nieuwsblad ]