Categorie archief: filosofie

Ken Uzelve

vandaag per post ontvangen: Ken Uzelve – 5 filosofische hoorcolleges op CD
Ken Uzelve CDEcht inzicht in je leven begint bij echte kennis van jezelf. γνῶθι σεαυτόν, Grieks voor ‘Ken Uzelve’, prijkte boven de tempel van Apollo, de plek waar de Grieken het Orakel van Delphi raadpleegden. Veel klassieke Griekse filosofen, zoals Socrates, waren overtuigd van het idee dat ware kennis over het leven start bij intensief zelfonderzoek. Sterker nog: “een niet onderzocht leven is het niet waard geleefd te worden.”
 
Bron: filosofie.nl
Een niet onderzocht leven is het
niet waard geleefd te worden.

René Gude: Ken uzelf, vraag het een ander
Ad Verbrugge: Heb lief
Aleks Korzec: Bezoek een psychiater
Maureen Sie: Verdiep je in de wetenschap
Joep Dohmen: Zorg goed voor jezelf

geloofsfilosoof

gelezen over Friedrich Heinrich Jacobi (1743-1819)
in Duitse Filosofie 1760-1860 van Terry Pinkard
en Goethe. Kunstwerk van het leven van Rüdiger Safranski

Sinds het begin van deze eeuw lijkt de Verlichting helemaal terug, met name als de remedie tegen religieus fanatisme. Dat de islam nog “door de Verlichting moet” is een stelling die sinds 9/11 veel geklonken heeft. Ooit begon de Verlichting als een beschavingsoffensief. Dat was in de eerste plaats gericht tegen de misstanden van kerk en koning. Voltaire ging met zijn écrasez l’infâme! voorop.

Immanuel Kant benadrukte dat de mens zijn onmondigheid achter zich moest laten en spoorde hem met de imperatief sapere aude aan zelf te durven denken. Verlichting stond voor de volwassenwording van de mensheid. Na een lange “kindertijd” waarin geloof en bijgeloof heersten, werd de mensheid door de Verlichting uit zijn dogmatische sluimer gewekt. Aan het einde van de achttiende eeuw ontstond zo de moderne burger. Tegenwoordig is de durf om zelf na te denken even vanzelfsprekend als onze hartslag.

Regnault 1795
Jean-Baptiste Regnault
La Liberté ou la Mort 1795
De Verlichting (Apollo) en de Franse Revolutie (Jakobijnenmuts) gingen in 1795 hand in hand.

Toch waren er sinds de opkomst van de Verlichting denkers die twijfels hadden bij de triomftocht van de Ratio. In de Verlichting domineerden het verstand en de wetenschap terwijl geloof en intuïtie werden weggedrukt. De uitspraak van Pascal, het hart heeft zijn redenen die de rede niet kent benadrukte de kennis van het hart. Sinds de zeventiende eeuw kunnen we een traditie onderscheiden die van Pascal via Rousseau en de romantici naar Schopenhauer, Freud en Bergson leidt en waarin de Verlichting gerelativeerd wordt. Het is een illusie te denken dat de rede in staat is ons bewustzijn helemaal te verlichten, want er blijven altijd verborgen hoekjes waarin ons verstand buitenspel staat en waarin we aangewezen zijn op ons geloof. Het waren vooral de romantici die hier de aandacht op vestigden.

Het is een illusie te denken dat de rede in staat is ons bewustzijn helemaal te verlichten, want er blijven altijd verborgen hoekjes waarin ons verstand buitenspel staat en waarin we aangewezen zijn op ons geloof.

JacobiEen van de eerste criticasters van de Verlichting was Friedrich Heinrich Jacobi. In 1785 publiceerde hij Über die Lehre des Spinoza in Briefen an den Herrn Moses Mendelssohn waarin hij Spinoza onder de aandacht bracht onder de Duitse intellectuelen. Dit geschrift werd een opmaat voor het Duitse Idealisme, de filosofie die met Fichte, Hegel en Schelling een stempel zou drukken op het intellectuele klimaat in Duitsland tussen 1790 en 1830.

Twee jaar later schrijft Jacobi David Hume über den Glauben oder Idealismus und Realismus: Ein Gespräch waarin hij de filosofie van Immanuel Kant onder vuur neemt. Hij stelt dat het geloof allesbepalend is voor de mens, ook voor de wetenschapper. Want tenslotte is elke grond waarop wij bouwen een aanname. Tegenwoordig wordt Jacobi samen met Johann Gottfried von Herder, Johann Georg Hamann en Friedrich Schleiermacher gerekend tot de zogenaamde geloofsfilosofen.

Jacobi über Spinoza
Über die Lehre des Spinoza in Briefen an den Herrn Moses Mendelssohn (1785, 1789)

metafysische navelstreng

de inleiding gelezen van : de esthetische revolutie
het ontstaan van het moderne autonome kunstbegrip (2015) van Arnold Heumakers

de esthetische revolutieBegin april plaatste ik de esthetische revolutie bovenaan op mijn verlanglijstje. Ik was toen vergeten dat ik bij het verschijnen van Goethe – Kunstwerk des Lebens van Rüdiger Safranski twee jaar geleden de Nederlandse vertaling prioriteit had gegeven. Dus ben ik nu nog aan het lezen in de vertaling van Mark Wildschut die eind mei verscheen. Maar het boek van Arnold Heumakers is al in huis en ik kon het niet laten de inleiding alvast te lezen. Overigens staan in de literatuurlijst van dit boek vier titels van Safranski vermeld, waaronder zijn biografie over Goethe en Romantik. Eine Deutsche Affaire.

In de inleiding van de esthetische revolutie las ik een zin die mij op het lijf geschreven is: “Sinds we de metafysische navelstreng met de eeuwigheid hebben doorgeknipt, vinden we onze diepte nog alleen in de geschiedenis.” In de negentiende eeuw werd de geschiedenis een substituut voor de religie. Het historiseren leidde niet alleen tot een objectiveringskoorts (“wie es eigentlich gewesen ist”) en het verwetenschappelijken van het verleden, maar ook tot de evolutietheorie van Darwin. In plaats van een schepsel van een persoonlijke God, werd de mens het product van natuurlijke selectie, voor de een “een schitterend ongeluk” en voor de ander “een bedrijfsongeval van de natuur”. Dat is de consequentie wanneer we onze “metafysische navelstreng met de eeuwigheid” doorknippen en onze longen zich volzuigen met objectieve wetenschap.

Sinds we de metafysische navelstreng met de eeuwigheid hebben doorgeknipt, vinden we onze diepte nog alleen in de geschiedenis.
Michaud
Hippolyte Michaud La Mansarde, 1865
Via sprankelende en diepgaande analyses van dichters en denkers als Shaftesbury, Baumgarten, Rousseau, Kant, Hamann, Hemsterhuis, Herder, Moritz, Schiller, Goethe, Schlegel, Novalis en vele anderen beschrijft Arnold Heumakers het ontstaan en de ontwikkeling van het romantisch-moderne kunstbegrip. Op magnifieke wijze laat hij in De esthetische revolutie zien hoe autonomie en engagement, deze schijnbare tegenpolen, tot op de dag van vandaag bepalen hoe wij kunst en literatuur ervaren.
 
Bron: boomfilosofie.nl