De verzoeking van de heilige Antonius door Salvador Dalí
Op mijn achttiende verjaardag deed ik mijzelf een reproductie cadeau van onderstaand schilderij van Dalí en hing die op aan de muur tegenover mijn bed. De hormonen waren inmiddels op stormkracht gekomen en ik geloof dat ik in de bloterik met de opgeheven crucifix een bondgenoot had gezien. De titel zei mij toen niet zoveel, maar het surrealisme raakte mij op die leeftijd even diep als fantasieën met ondergrondse tunnels toen ik een jongetje van negen was. Later met kunstgeschiedenis ontdekte ik dat de heilige Antonius een favouriet onderwerp is in de schilderkunst. En nog weer later ging ik mij verdiepen in het leven van deze historische figuur. Uiteindelijk mocht ik vorig jaar als pelgrim een bezoek brengen aan het eerste klooster ter wereld dat door hem gesticht is, niet ver van de Rode Zee waar hij in een grot geleefd moet hebben.

de verzoeking van de heilige Antonius
De aanvechtingen van deze woestijnmonnik zijn voer voor psychologen en het is dus niet zo vreemd dat in de serie filosofie van het kijken vooral veel Freud wordt losgelaten op dit schilderij. Bij Freud denken we voornamelijk aan de lust, of het lustprincipe. Toen ik over de psychologie van de woestijnvaders ging lezen, ontdekte ik dat deze veel breder is dan de Freudiaanse psychologie. De lust is voor de woestijnvaders een van de aanvechtingen, al is het een heel brandende en hardnekkige. Maar dat geldt evenzeer voor de vraatzucht, de hebzucht, de woede, de neerslachtigheid, de ijdelheid en de trots op het moment dat je het gevecht aan wilt gaan. Dalí laat ons de woestijnheilige zien op het moment dat hij verpletterd dreigt te worden door zijn lichamelijke hartstochten.
Bron: meer.trouw.nl
Matthias Grünewald schilderde vijfhonderd jaar geleden misschien wel de beroemdste voorstelling van de gekwelde Anthonius. Dat schilderij doet nogal kinderlijk aan: de heilige wordt bedolven onder harige kwelgeesten die aan zijn baard trekken en hem met stokken slaan. De voorstelling maakt deel uit van het Issenheimer altaar en is te zien in Colmar.

Adam Smith (1723-1790) werd geboren in Kirkcaldy in Fife in Schotland, en studeerde aan de Universiteit van Glasgow moraalfilosofie, waarna hij met een beurs aan de Universiteit van Oxford studeerde. In 1748 begon hij te doceren aan de Universiteit van Edinburgh. In 1751 werd hij benoemd tot hoogleraar in de logica aan de Universiteit van Glasgow; deze functie werd in 1752 voortgezet op het gebied van de moraalfilosofie. In zijn belangrijkste werk, An Inquiry into the Nature and Causes of the Wealth of Nations (1776), opgedragen aan de Amsterdamse bankier Henry Hope, legde hij de basis voor het moderne kapitalisme, dat snel en gemakkelijk ingang vond in de net onafhankelijk verklaarde Verenigde Staten en in het Verenigd Koninkrijk, door de economische crisis die veroorzaakt werd door de Amerikaanse Onafhankelijkheidsoorlog. Uiteindelijk zou deze publicatie de doodsteek betekenen voor het mercantilisme, dat eeuwen de economie in Europa beheerste.













