Vandaag reageerde in Trouw een lezer op het stukje van Anton van Harskamp (zie post van gisteren). Hij vindt sommige uitspraken weinig invoelend en neerbuigend.
Eigenlijk zie ik in de worsteling waar deze briefschrijver over spreekt, juist een bevestiging van de uitspraak van Harskamp dat de soloreligieus “meester wil zijn”. Hij/zij zoekt naar een toestand waarin “hij/zij kan gaan werken met de Kracht van Liefde van de innerlijke Grootheid”.
Is dat geen wil tot macht in het kwadraat?
Anton van Harskamp, hoogleraar Religie, Identiteit en Civil Religion aan de VU, schreef afgelopen dinsdag in 













