Categorie archief: filosofie

generatieconflict

Vorige week zondag vestigde ik hier de aandacht op een debat tijdens de Nacht van de Filosofie tussen de socioloog Dick Pels en de filosoof Ad Verbrugge. Vandaag staat in Trouw een reactie van de politicoloog Theo Brand. Terecht wijst deze erop dat de polemiek tussen Pels en Verbrugge niet berust op de politieke tegenstelling links-rechts, maar op een generatieconflict:

Pels geboren in 1948, belichaamt de generatie die zich heeft losgemaakt van een regenteske samenleving, terwijl Verbrugge (1967) het onbehagen vertolkt van latere generaties. Deze jongere generaties ervaren (of ervoeren) ook de minder vrolijke kanten van een wereld die een grote individuele vrijheid kent. Nieuwe generaties in Nederland hoeven zich vaak niet meer los te maken uit gesloten gemeenschappen, maar ze hunkeren naar identificatie en binding. (…)
 
Pels lijkt blind te zijn voor de morele grenzen van individuele vrijheid. Dit is jammer omdat moderne vormen van gemeenschapsdenken vragen om een nieuwe doordenking door links van de positieve maatschappelijke krachten die uitgaan van datgene wat mensen bindt en inspireert.

Tijd van Onbehagen

het sussende relativisme voorbij

Loopt er een lijn van Mohammed A. naar Mohammed B.?
door Sam Janse in Letter & Geest

Islam en geweld zijn sinds 11 september 2001 voor de hele wereld met elkaar verbonden. Tegelijkertijd probeert bijna iedereen reflexmatig dit verband te ontkrachten. Een conflict tussen de moderniteit en de islam, tussen relativisme en religieus fundamentalisme, tussen de open globalisering en de gesloten levensovertuiging van meer dan een miljard moslims betekent immers een wereldbrand.

Dus hebben “we” besloten dat er geen conflict is met de islam, maar met het islamitisch fundamentalisme. We kunnen weer even gerust ademhalen. Wanneer iemand toch de islam zelf als een dreiging ziet, wordt hij als spelbreker en onheilsprofeet bestempeld als “islamofoob” en al te gemakkelijk met Geert Wilders op één hoop gegooid. En zo ontstaat er toch de gevreesde polariteit: Enerzijds de relativisten die de islam niet als dreiging ervaren, maar eerder geneigd zijn religie in het algemeen als dreiging te ervaren; anderzijds de “moslimhaters” die zich terecht de vraag blijven stellen of de islam vanuit zichzelf gewelddadigheid is.

In de zaterdagbijlage Letter & Geest van dagblad Trouw verschijnen regelmatig artikelen die het sussende relativisme bekritiseren. Dit weekend schrijft Sam Janse in Loopt er een lijn van Mohammed A. naar Mohammed B. o.a. het volgende:

Gebruik van geweld ter verwezenlijking van religieuze doelen is diep in de bodem van de islam verankerd. Islamitische theologen zullen dit geen leuke conclusie vinden. De meeste christelijke theologen in ons land trouwens ook niet. Maar ik ben bang dat de laatsten veelal gevangen zitten in een tunnelvisie waardoor ze de historische en actuele werkelijkheid niet meer onder ogen kunnen zien. Veel christenen scheppen zich in de dialoog een islam naar hun eigen religieuze beeld en gelijkenis: vriendelijk, pretentieloos, ongevaarlijk, relativistisch, en voeren met deze islam een plezierig gesprek.

Zich ervan bewust dat hij met deze conclusie als islamofoob gezien wordt, besluit hij met een geruststelling. Wanneer je het gewelddadige karakter van de islam erkent, hoef je nog niet bang te worden voor de moslim. Uiteindelijk blijft deze een medemens die enkel van ons verschilt door denkbeelden die in de 7e eeuw zijn geformuleerd. Deze denkbeelden staan vaak niet alleen haaks op deze tijd maar helaas ook op vreedzaam samenleven met andersdenkenden.

Wie bang is dat ik hiermee op oorlogspad ga, kan ik geruststellen: ik heb herhaaldelijk gepleit voor ruimte voor moslims in ons dorp Driebergen om hun eigen moskee te kunnen bouwen (in feite zijn het er twee geworden). Per slot van rekening is het hier geen Saoedi-Arabië. Ik wil in mijn pastorale praktijk ook nog wel eens het advies van bisschop Muskens doorgeven: nodig je islamitische buurman/buurvrouw een keer op de koffie. We moeten in dit land wel verder met elkaar. Eerlijkheid en duidelijkheid kunnen daartoe misschien ook bijdragen.

nacht van onbehagen

Afgelopen nacht debateerden
Ad Verbrugge en Dick Pels in de nacht van de Filosofie

In de bijlage Letter & Geest publiceert Trouw dit weekend een polemiek tussen de filosoof Ad Verbrugge en de socioloog Dick Pels.

De socioloog Dick Pels vindt het alom bejubelde boek ‘Tijd van onbehagen’ van de jonge filosoof Ad Verbrugge ‘een stuk gevaarlijker dan tot nu toe werd gesignaleerd’. Ad Verbrugge reageert fel: ‘Ik word gedegradeerd tot een vijand, die niet weerlegd maar ontmaskerd moet worden als een gevaarlijk kwaad – een manier van doen waar mensen met goede smaak zich toch eigenlijk verre van moesten houden.’
Ad VerbruggeAd Verbrugge (1967) is universitair hoofddocent sociaal-culturele wijsbegeerte aan de Vrije Universiteit van Amsterdam. Zijn dissertatie, De verwaarlozing van het zijnde: een ethologische kritiek van Heideggers Sein und Zeit verscheen in 2001.
In 2004 verscheen zijn tweede boek, Tijd van onbehagen. Filosofische essays over een cultuur op drift. Het boek verwoordt een gevoel van onbehagen zoals dat in de huidige samenleving bestaat. In een zevental essays behandelt Verbrugge uiteenlopende actuele thema’s als de oorlog in Irak, zinloos geweld en de vereniging van Europa. Door deze essays heen loopt de gedachte dat de hedendaagse westerse cultuur „op drift„ is geraakt en de waarde van het individu en autonomie worden overschat. Het individualisme als hoogste waarde heeft geleid tot onverschilligheid, solipsisme en calculerend consumentisme. Een probleem als zinloos geweld blijkt dan niet een nare bijkomstigheid, maar juist een logisch onderdeel van deze samenleving.
Het alternatief zoekt Verbrugge in het herontdekken van culturele en historische waarden. De remedie tegen het hedendaagse onbehagen ligt volgens hem in het zoeken naar de waarden die een gemeenschap verbinden. Hij pleit ervoor de zinloosheid van de samenleving te bestrijden met behulp van een bezieling die boven het individu uitstijgt. Dit kan bijvoorbeeld inhouden dat we onze gemeenschappelijke christelijke achtergrond opnieuw moeten opzoeken.
Auteur van De verwaarlozing van het zijnde (2001), Tijd van onbehagen. Filosofische essays over een cultuur op drift (2004)
Dick PelsDick Pels (1948) is socioloog en publicist. Hij werkte aan de faculteit van Filosofie te Groningen en was professor in sociologie aan de Brunel Universiteit in Londen. Pels heeft onder andere de biografie van Pim Fortuyn geschreven: De geest van Pim, waar hij in 2004 de Socrateswisselbeker mee won. Daarvoor schreef hij Het democratische verschil (1993) en Jacques de Kadt en de nieuwe elite (1993) . De laatste tijd is hij veel in het nieuws geweest naar aanleiding van de oprichting van de linkse denktank Stichting Waterland. Daarvoor schreef hij het Progressief Manifest (2004) Volgens Pels moet links zichzelf opnieuw uitvinden, omdat oude linkse antwoorden vandaag niet meer voldoen als antwoord op onze problemen. Het ideaal is dat linkse waarden zoals solidariteit, vrijzinnigheid en democratie worden verwezenlijkt, terwijl de vrijheid van het individu gewaarborgd blijft. Hij pleit daarom voor sociaal-individualisme. Iedereen moet vrij zijn om zichzelf te ontplooien in zelf gekozen gemeenschappen, zolang anderen daar niet mee worden geschaad.
Auteur van o.a. Jacques de Kadt en de nieuwe elite (1993), Het democratische verschil (1993), De geest van Pim (2004)

Bron: Maand van de Filosofie