Vorige week zondag vestigde ik hier de aandacht op een debat tijdens de Nacht van de Filosofie tussen de socioloog Dick Pels en de filosoof Ad Verbrugge. Vandaag staat in Trouw een reactie van de politicoloog Theo Brand. Terecht wijst deze erop dat de polemiek tussen Pels en Verbrugge niet berust op de politieke tegenstelling links-rechts, maar op een generatieconflict:
Pels lijkt blind te zijn voor de morele grenzen van individuele vrijheid. Dit is jammer omdat moderne vormen van gemeenschapsdenken vragen om een nieuwe doordenking door links van de positieve maatschappelijke krachten die uitgaan van datgene wat mensen bindt en inspireert.
Ad Verbrugge (1967) is universitair hoofddocent sociaal-culturele wijsbegeerte aan de Vrije Universiteit van Amsterdam. Zijn dissertatie, De verwaarlozing van het zijnde: een ethologische kritiek van Heideggers Sein und Zeit verscheen in 2001.
Dick Pels (1948) is socioloog en publicist. Hij werkte aan de faculteit van Filosofie te Groningen en was professor in sociologie aan de Brunel Universiteit in Londen. Pels heeft onder andere de biografie van Pim Fortuyn geschreven: De geest van Pim, waar hij in 2004 de Socrateswisselbeker mee won. Daarvoor schreef hij Het democratische verschil (1993) en Jacques de Kadt en de nieuwe elite (1993) . De laatste tijd is hij veel in het nieuws geweest naar aanleiding van de oprichting van de linkse denktank Stichting Waterland. Daarvoor schreef hij het Progressief Manifest (2004) Volgens Pels moet links zichzelf opnieuw uitvinden, omdat oude linkse antwoorden vandaag niet meer voldoen als antwoord op onze problemen. Het ideaal is dat linkse waarden zoals solidariteit, vrijzinnigheid en democratie worden verwezenlijkt, terwijl de vrijheid van het individu gewaarborgd blijft. Hij pleit daarom voor sociaal-individualisme. Iedereen moet vrij zijn om zichzelf te ontplooien in zelf gekozen gemeenschappen, zolang anderen daar niet mee worden geschaad.












