Categorie archief: 17e eeuw

la guerre de ’18-’48

Les Grandes Misères de la guerre (1633)
18 gravures van de Franse graveur Jacques Callot

Oorlog levert nooit iets goeds op, maar uitgevers zullen daar soms anders over denken. Oorlog blijft ons fascineren en er zijn bibliotheken vol over geschreven. Er is enorm veel keuze. Nu het honderd jaar geleden is dat de Eerste Wereldoorlog aan de gang was, liggen er in de boekhandel vele titels over deze oorlog. Dit voorjaar valt de herdenking van de eerste gasaanval uit de geschiedenis tijdens de Tweede Slag om Ieper samen met de herdenking van de Honderd Dagen van Napoleon die zoals bekend eindigde met de Slag bij Waterloo in juni 1815. Dus verschijnen er nu ook boeken over de oorlogen van Napoleon. De Verenigde Staten herdenken in april het einde van de Civil War. 150 jaar geleden kwam een einde aan de bloedigste oorlog die ooit in Amerika is uitgevochten. Oorlog is dus altijd aanwezig, ver van ons bed in Syrië en Irak, op internet, televisie en in de boekhandel.

Callot
Les Grandes Misères de la guerre
Plaat 5: Le pillage

Een oorlog die nu ver achter ons ligt, maar tot de Napoleontische oorlogen aan het begin van de negentiende eeuw, gold als de meeste verscheurende oorlog die Europa in de nieuwe geschiedenis heeft gekend, is de Dertigjarige Oorlog (1618-1648). Deze begon als een godsdienstoorlog maar werd uiteindelijk een machtsstrijd tussen Frankrijk en het Habsburgse Rijk met Duitsland als strijdtoneel. Het was een gruwelijke oorlog die Duitsland in 1648 ontredderd achterliet. De bevolking werd gedecimeerd. Nederland had er weinig last van. Integendeel, de Republiek begon in deze periode juist aan haar opmars en was rond 1650 uitgegroeid tot de machtigste handelsnatie ter wereld.

Callot
Les Grandes Misères de la guerre
Plaat 11: La pendaison

Doordat ons land haar Gouden Eeuw beleefde is de Dertigjarige Oorlog voor Nederland een tamelijk onbekende episode gebleven in de geschiedenis van het moderne Europa. Maar de Duitsers, die zich na een halve eeuw fixatie op 1933-1945 weer met hun nationale verleden kunnen bezighouden, zijn de Dertigjarige Oorlog niet vergeten. Eind december schreef ik hier over een special van het geschiedenistijdschrift GEO epoche die ik kocht over Der Dreißigjährige Krieg. Bij een Duits tankstation nota bene!

Callot
Les Grandes Misères de la guerre
Plaat 14: La roue

Vanaf 1633 werd de oorlog op Duits grondgebied voor een groot deel door Frankrijk gefinancierd. Kardinaal Richelieu had een verbond gesloten met de protestantse Zweden. In Lotharingen, het grensgebied tussen Frankrijk en Duitsland, werd ook gevochten. De Franse graveur Jacques Callot uit Nancy was in zijn eigen stad ooggetuige van de oorlog. Hij maakte er een aangrijpende serie gravures over onder de naam Les Grandes Misères de la guerre. In zijn gedetailleerde stijl met veel aandacht voor de mis-en-scène en emoties laat hij heel concreet zien wat oorlog betekent: brandschatting, plundering, marteling, schrikbewind, terechtstellingen, verkrachting, honger, ellende, verdriet. Het is een van de vroegste artistieke aanklachten tegen oorlog in de geschiedenis.

Callot
Les Grandes Misères de la guerre
Plaat 17: La revanche des paysans

Overigens wordt aangenomen dat Francisco Goya de etsen uit Les Grandes Misères de la guerre in zijn bezit had. Deze beïnvloedde zijn eigen aanklacht tegen de oorlog die Napoleon in Spanje voerde. Los Desastres de la Guerra is een serie van 82 prenten die Goya tussen 1810 en 1815 maakte. Maar ze werden pas uitgegeven in 1863 op initiatief van La Real Academia de Bellas Artes de San Fernando.

Les Grandes Misères de la guerre [ fr.wikipedia.org ]

magdeburgisieren

gekocht in Duitsland: GEO epoche: Der Dreißigjährige Krieg

GEO epocheTot de Tweede Wereldoorlog gold de Dertigjarige Oorlog (1618-1648) als de Urkatastrophe in de Duitse geschiedenis. Het Duitse grondgebied werd het oorlogstoneel waar de Europese grootmachten Habsburg, Frankrijk en Zweden hun belangen uitvochten. Aanvankelijk ging het om religieuze verschillen. Hoe langer de oorlog duurde hoe duidelijker het werd dat er een pure machtsstrijd aan de gang was. Habsburg, Frankrijk en Zweden vochten om de hegemonie in Europa. Staande legers bestonden in de eerste helft van de zeventiende eeuw nog niet. De strijd werd door huurlingen uitgevochten. In de praktijk waren dit bandieten die plunderend en brandschattend door het land trokken. De meeste slachtoffers vielen dan ook onder de boeren die zich niet konden weren. Grote delen van Duitsland vielen terug in wetteloosheid.

De meeste slachtoffers vielen onder de boeren die zich niet konden weren. Grote delen van Duitsland vielen terug in wetteloosheid.

Der SpiegelExemplarisch voor de gruwelen van de Dertigjarige Oorlog is de verwoesting van Maagdenburg in 1631. Tussen vijfentwintig en dertigduizend bewoners werden genadeloos afgeslacht. Sindsdien spreekt men in de volksmond over magdeburgisieren. In totaal stierven in Duitsland vier miljoen mensen. Procentueel zijn dat meer slachtoffers onder de Duitse bevolking dan tijdens de Eerste en Tweede Wereldoorlog, die de Dertigjarige Oorlog tegenwoordig in de schaduw hebben gesteld. Sommige historici beschouwen de beide wereldoorlogen als een tweede Dertigjarige Oorlog (1914-1945). Sinds 14 november 1940 is coventrieren voor magdeburgisieren in de plaats gekomen. Alle grote Duitse steden hebben in de jaren 1943-1945 dat lot ondergaan.

GEO epoche
inhoudsopgave van GEO epoche

Historici onderscheiden vier fasen in de Dertigjarige Oorlog:
 
Boheemse-Paltische fase (1618-1625)
Deense fase (1625-1629)
Zweedse fase (1630-1635)
Franse fase (1635-1648)

Vlaamse barok in Enschedé

gezien in Enschedé: Rubens, Van Dyck, Jordaens – de Vlaamse barok
Jan van Eyck en de ontdekking van de wereld

Nu het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten in Antwerpen (KMSKA) de komende jaren is gesloten wegens een verbouwing, reizen delen van de collectie langs andere musea. Het Rijksmuseum Twenthe in Enschedé brengt dit jaar maar liefst drie tentoonstellingen rondom deelcollecties uit het KMSKA. Tot einde 2014 zijn dit achtereenvolgens: Permeke en de Vlaamse expressionisten (voorbij), Rubens, Van Dyck , Jordaens – de Vlaamse barok (t/m 28-9-2014) en Jan van Eyck en de ontdekking van de wereld (14-9-2014 t/m 4-1-2015). Een groot deel van de werken is nog nooit eerder te zien geweest in Nederland. Gisteren profiteerden René en ik van de overlap tussen de laatste twee tentoonstellingen. Tot 28 september zijn er in Enschedé twee topexposities te zien, de een met de nadruk op de eerste helft van de zeventiende eeuw, de ander met de nadruk op de vijftiende eeuw. Na 28 september is Jan van Eyck en de ontdekking van de wereld nog tot 4 januari 2015 te zien.

Vanuit de entree van het museum dat in 1930 geopend werd om de collectie van de textielfabrikant Jan Bernard van Heek te huisvesten, betraden we eerst de linker vleugel waar de tentoonstelling Rubens, Van Dyck , Jordaens – de Vlaamse barok te zien is. Daarna bezochten we helemaal achterin het gebouw de tentoonstelling Jan van Eyck en de ontdekking van de wereld. Tenslotte kwamen we via de gobelinzaal in de rechtervleugel waar gastcurator Atte Jongstra in twaalf zalen de tentoonstelling Paden naar het Paradijs heeft samengesteld uit een deel van de vaste collectie.

Rubens, Van Dyck , Jordaens – de Vlaamse barok
Langs dit traject werden we dus eerst ondergedompeld in de zeventiende eeuw. Peter Paul Rubens (1577-1640), Anthoon van Dyck (1599-1641) en Jacob Jordaens (1593-1678) zijn de Grote Drie van de Vlaamse Barok. De tentoonstelling brengt topstukken uit het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten in Antwerpen en is een expositie van wereldklasse. Naast deze grote namen zijn ook iets minder grote namen als Cornelis de Vos (1584-1651) en Frans Snyders (1579-1657) en Lucas van Uden (1595-1672) vertegenwoordigd.

bewening 1614
Pieter Paul Rubens 1614
de bewening van Christus

Al deze schilders werden in het laatste kwart van de zestiende eeuw geboren en waren in de eerste helft van de zeventiende eeuw werkzaam in Antwerpen, de belangrijkste handelsstad van de Spaanse Nederlanden. Doordat de Noordelijke Nederlanden officieel tot 1648 met Spanje in oorlog waren en voor de Reformatie hadden gekozen, was er een scheiding gekomen die tot op de dag van vandaag voelbaar is. Boven de grote rivieren is alles overwegend protestants, daaronder alles katholiek. In de eerste helft van de zeventiende eeuw was het verschil in life style enorm groot. De rijke protestantse burgerij gaf de voorkeur aan sobere, kleine schilderijen, de rijke katholieke burgerij koos juist voor grote uitbundige schilderijen.

Anthoon van Dyck 1635
de bewening van Christus … Van Dyck toont zich hier met kleurenschema en mise-en-scène een duidelijke navolger van Titiaan …

Antwerpen was aan het einde van de zestiende eeuw, samen met Venetië een van de meest welvarende handelssteden ter wereld. De Venetiaanse schilders Titiaan, Tintoretto en Veronese die de weg hadden bereid voor een grootse wereldse schilderkunst, werden in Antwerpen nagevolgd. Na het Concilie van Trente (1545-1663) ging er een nieuwe wind waaien die we de Contrareformatie noemen. Het was het antwoord van de katholieke kerk op de Reformatie die door Luther in 1517 in gang was gezet. De kunst werd ingezet om het volk bij de katholieke kerk te houden of weer terug te brengen. Het was een ander soort kunst als de Renaissancekunst, die na 1520 langzaam maar zeker was overgegaan in het maniërisme. De voorstellingen waren donkerder geworden, complexer, tegenstrijdiger en onzekerder. Het was de afspiegeling van een onzekere periode die gekenmerkt werd door godsdienstoorlogen.

De dochters van Cecrops vinden het kind Erichthonius
Jacob Jordaens 1617
De dochters van Cecrops vinden het kind Erichthonius … ook Jordaens schilderde Rubensvrouwen …

In het laatste kwart van de zestiende eeuw loopt het maniërisme over in een niet minder dramatische stijl die we barok zijn gaan noemen. Maar de barok is evenwichtiger dan het maniërisme. De kunstenaars leken zich door de Contrareformatie van de katholieke kerk in de rug gesteund en werden zelfverzekerder. De Venetiaanse schilders overdonderden met hun reusachtige doeken en het genie van Caravaggio voegde iets toe wat nieuw was: dramatische belichting. Gewapend met deze theatrale middelen imponeerden de schilders van de barok hun publiek. Met de beeldenstorm (1566) hadden de katholieke kerk en de katholieke kunst een enorme klap moeten incasseren. Maar rond 1600 stond het er voor beide weer goed voor. De Contrareformatie was als politiek programma aangeslagen dankzij de verbluffende theatrale kunst van schilders en beeldhouwers, met Caravaggio voorop. De barok had zijn intrede gedaan.

Met het maniërisme en de barok was er wel “iets” verloren gegaan. Wat dat precies was, illustreert de tentoonstelling Jan van Eyck en de ontdekking van de wereld. Daarover morgen meer.

Themazalen
Aan de hand van themazalen neemt deze tentoonstelling de bezoeker mee naar het Antwerpen van de 17e eeuw. Uiteraard zijn er de grote altaarstukken en grootste mythologische taferelen. Maar ook intieme taferelen uit de burgerwoningen krijgen een plek, net als ontroerende familieportretten, bidprentjes en stillevens, als herinnering aan de vergankelijkheid van het bestaan. De evocatie van een 17e-eeuwse ‘kunstkamer’, van de vloer tot het plafond volgestouwd met schilderijen, maakt het plaatje compleet. Het laatste woord is echter voor Rubens zelf. Want tenslotte was ook de grote meester een man van vlees en bloed: een flamboyant en zelfzeker man, maar ook een kunstenaar die schetste, tekende en probeerde, en die zijn medewerkers op de vingers keek, totdat ze precies maakten wat hij wilde.
 
Bron: rijksmuseumtwenthe.nl

Rubens, Van Dyck, Jordaens – de Vlaamse barok
Jan van Eyck en de ontdekking van de wereld