Categorie archief: 16e eeuw

zestiende eeuws naakt

terug naar het eerste naakt: Adam en Eva in de zestiende eeuw

Niets is tijdlozer dan het naakt. Maar nu ik na ruim twintig jaar weer naaktmodel aan het tekenen ben, pak ik toch de kunstgeschiedenis er even bij. Want zodra ik mij binnen de contouren van een Matisse-naakt begeef, betreed ik de wereld van het klassieke naakt. Daarbij gaat het vooral om subtiele toonverschillen. Het klassieke naakt werd in de Renaissance herontdekt. Michelangelo tilde het naar een nieuwe hoogte en in de hele zestiende eeuw, leek deze beeldhouwer, schilder, dichter en architect op een stoel naast God te zitten als medeschepper van het naakt. En zo herschiep Michelangelo niet alleen Adam, maar ook Eva. Vijfhonderd jaar geleden, in het jaar 1509/10.

Adam en Eva
1510 Michelangelo
de zondeval en de verdrijving uit het Paradijs, Sixtijnse Kapel

Er is misschien geen kunstenaar die zoveel navolging heeft gevonden dan Michelangelo. Gedurende de hele zestiende eeuw werd hij eindeloos gekopieerd. Er werd ook op allerlei mogelijke manieren geëxperimenteerd met modellen die in allerlei vreemde bochten werden gewrongen. De Nederlander Geerten Gossaert die zich Mabuse noemde, reisde in het eerste kwart van de zestiende eeuw naar Rome om de klassieken en vooral ook Michelangelo te bestuderen. Ook hij schilderde een Adam en een Eva, maar maakte er twee draaikonten van. Al moet hij dat zelf gezien hebben als een proeve van zijn meesterschap.

Adam en Eva
1525 Mabuse en ca. 1550 Titiaan

Halverwege de zestiende eeuw was de Renaissancekunst verschillende kanten opgegaan. Aan de ene kant had je de maniëristen die, zoals de naam al aangeeft, een maniertje hadden ontwikkeld om te laten zien dat ze Michelangelo, Rafael en Leonardo verwerkt hadden of in Italiëoog in oog met de antieken hadden gestaan. Dat maniertje herkennen we nu vooral aan overdreven en onnatuurlijke poses, zoals bij Mabuse. Aan de andere kant had je de Venetianen met Titiaan voorop. Zij waren de eigenlijke wegbereiders voor de Westerse schilderkunst van de zeventiende eeuw en werkten met olieverf op linnen en vaak op grote formaten. Titiaan introduceerde de ‘vuile’ kleuren, die veel natuurlijker overkwamen dan de heldere maar onnatuurlijke kleuren van de Vlaamse primitieven of de temperaschilderijen van de Italiaanse Renaissancekunstenaars. Door laag over laag te glaceren, werd niet alleen de kleur natuurlijker maar kwam er ook veel meer diepte in het schilderij. Titiaans Adam en Eva zijn van vlees en bloed en baden al in het gouden licht waarin Rembrandt de wereld zal gaan zien.

Adam en Eva
1594 Corneliszn. van Haarlem en
1608 Hendrick Goltzius

Aan het einde van de zestiende eeuw was het maniërisme in Nederland de hoofdstroming geworden. Schilders als Joachim Wttewael en Cornelis Corneliszoon van Haarlem beheersten hun vak, dat vooral bestond uit een overproductie aan bloteriken, vaak in onwaarschijnlijke houdingen. Eva heeft bij de laatste een opvallende witte huidskleur en steekt wel erg schriel af bij de kleerkast van Adam. Cornelis Corneliszoon had blijkbaar plezier in het schilderen van dieren want ik tel er minstens veertien, de “slang” niet meegerekend. Hendrick Goltzius was een meesterlijk graveur die pas op zijn tweeënveertigste begon te schilderen. Hij bleef een kind van zijn tijd en daardoor trouw aan het maniërisme dat na 1600 ouderwets geworden was. De barok stond immers voor de deur en Caravaggio had daar al iets van laten zien. Goltzius’ Adam en Eva beleven de zondeval nogal knusjes bij de boom met een blik van verstandhouding. Ook schamen ze zich nog niet voor hun naaktheid. Maar Goltzius heeft hun schaamte toch alvast bedekt, omdat hij al weet wat er komen gaat. Misschien dat Adam er daarom wat sukkelig bij staat.

Adam en Eva
1510 Michelangelo de zondeval (detail)

Michelangelo liep niet op de feiten vooruit. Als er in de Bijbel staat dat Adam en Eva voor en tijdens de zondeval naakt waren, dan moet dat ook zo zijn, zal hij gedacht hebben. Dus is Michelangelo‘s Adam piemeltjenaakt, al heeft hij Eva wel netjes de andere kant op te laten kijken. Maar al het naakt op het Laatste Oordeel dat Michelangelo dertig jaar later in diezelfde Sixtijnse kapel voltooid had, keurde het Concilie van Trente in 1565 niet meer goed. Daniele da Volterra is toen de geschiedenis ingegaan als Il Braghettone, de schilder die Michelangelo‘s naakten heeft ‘aangekleed’.

het wereldlandschap

tentoonstellingscatalogi De uitvinding van het landschap (2004)
en Panorama op de wereld (2001)

Panorama op de wereld. Van Bosch tot RubensIn 2004 was in het Museum voor Schone Kunsten in Antwerpen de tentoonstelling De uitvinding van het landschap te zien. Drie jaar eerder zag ik in het Noord-Brabants Museum in ‘s-Hertogenbosch de tentoonstelling Panorama op de wereld. Van beide tentoonstellingen ben ik nu de catalogus weer eens aan het lezen. Op het eerste gezicht lijken deze twee grote landschapstentoonstellingen sprekend op elkaar omdat de ontwikkeling van de landschapsschilderkunst in de zestiende eeuw centraal staat.

Vlaamse landschapsschilderkunst van Patinir tot RubensVan Bosch tot Rubens was het in 2001 in ‘s-Hertogenbosch en Van Patinir tot Rubens was het in 2004 in Antwerpen. De Noord-Brabantse hoofdstad legde daarbij vanzelfsprekend de nadruk op Jeroen Bosch terwijl de Zuid-Brabantse hoofdstad de nadruk legde op Pieter Paul Rubens. Antwerpen was van 1500 tot 1585 het centrum van de wereld. Ook voor de kunst was de stad belangrijk, niet alleen als centrum maar ook als knooppunt tussen de kunst van het Noorden en de Italiaanse kunst.

Zo werden bijvoorbeeld de tekeningen die Pieter Brueghel de Oude (overigens geboren in Noord-Brabant) in 1554 van zijn reis naar Italiëmeebracht, door de Antwerpse graveur en drukker Hieronymus Cock onder de naam ‘twaalf grote landschappen’ als losse prenten verspreid en hadden veel invloed. Het zijn wereldlandschappen met een hoge horizon en een vogelvluchtperspectief. Tegelijkertijd lopen Brueghel‘s twaalf grote landschappen al vooruit op het naturalistische landschap van de zeventiende eeuw dat vooral in de Noordelijke Nederlanden tot grote bloei zou komen.

Pieter Brueghel de Oude
Pieter Brueghel de Oude Hieronymus
Dit is een goed voorbeeld van een panoramisch wereldlandschap waarin de kluizenaar rechtsonder een nietig figuurtje is.
De Vlaamse landschapsschilderkunst kende vanaf haar ontstaan op het einde van de 15e en begin 16e eeuw, een lange evolutie. De landschappen ontwikkelden zich van pittoreske of fantastische achtergronddecors tot zelfstandig meesterwerken waaronder zeestukken, dorpsgezichten, woudlandschappen en havenzichten. Omstreeks 1500 ontstaat het wereldlandschap. Dit type landschap ligt aan de oorsprong van de landschapsschilderkunst, Joachim Patinir en Henri met de Bles zijn pioniers van dit genre. Karakteristiek voor het wereldlandschap is haar gezichtspunt: de blik wordt langs bergen en rivieren naar de horizon geleid. De menselijke figuur verzinkt in dit weidse panorama.
 
Bron: codart.nl
Joachim Patinir
nogmaals Hieronymus in de woestijn
door Joachim Patinir

Goethe Landschaftliche Malerei (1818/1832)
Goethe schrijft hier over het zestiende eeuwse ‘wereldlandschap’ waarin je ergens in een hoekje een heilige Hieronymus of Maria Magdalena kunt ontdekken…

glitter en glamour in Venetië

gezien op DVD: Dangerous Beauty (1998)
over het leven van Veronica Franco (1546-1591)

DVDDangerous Beauty (a destiny of her own) is losjes gebaseerd op de roman The Honest Courtesan van Margaret Rosenthal en gaat over het leven van de zestiende eeuwse dichteres en cortigiana onesta (eerlijke hoer) Veronica Franco. Zoals het leven van de couritsane draait om haar verleidingskunst, zo is deze hyper-esthetische kostuumfilm in de eerste plaats een lust voor het oog. Maar door de zware enscenering, de fraaie belichting en overvloed aan mooie plaatjes blijft het verhaal nogal aan de oppervlakte. Toch is Dangerous Beauty een aanrader, tenminste als je een beeld wilt krijgen van het decadente Venetiëuit de tijd van Titiaan (de film speelt zich eigenlijk af net na zijn dood) en de andere grote Venetitaanse schilders. Je begrijpt dan ook waarom de Venetiaanse schilderkunst zo’ n grote aantrekkingskracht had op de Europese hofcultuur van de zestiende en zeventiende eeuw: Hun grote olieverfdoeken worden bevolkt door schoonheden, zo van de straten en uit de kanalen van de lagunestad geplukt. De modellen die Titiaan op zijn atelier gebruikte, waren bijna altijd hoeren. Chique en ontwikkelde hoeren, dat wel. Ze wisten zich perfect neer te zetten, ook als ze model moesten staan voor de heilige Maria Magdalena.

Dangerous Beauty
courtisane Veronica Franco en Domenico Vernier worden tijdens een ‘Hollywood party’ aangesproken door een boeteprediker
Veronica Franco war eine Tochter einer cortigiana onesta, einer intellektuellen Kurtisane, und erlernte die Kunst von ihrer Mutter schon in jungen Jahren. 1565 wurde Veronica in Il Catalogo Di tutte le principale und Pi ù honorate cortigiane Di Venezia verzeichnet, der die Namen, Adressen, und Gebühren von Venedigs angesehensten Prostituierten frei gab.
 
Veronica Franco door Paolo VeroneseSie studierte Philosophie, zu ihren Freunden zählten Dichter und Maler, in dieser Zeit entstand auch das Porträt von Jacopo Tintoretto. Vor den 1570er Jahren war sie ein Teil von einem der renommierteren literarischen Kreise der Stadt, an Diskussionen teilnehmend und beitragend und Anthologien der Dichtung editierend. Durch ihrer natürliche Schönheit und geistigen Anlagen geschult, heiratete sie 1564 einen wohlhabenden Arzt. Doch die Ehe war nicht glücklich und Veronica verließ bald ihren Ehemann.
 
1575 erschienen ihre Liebesgedichte Terze rime, die eine gewisse Originalität verraten. Im selben Jahr brach die Pest aus und sie flüchtete mit ihren Kindern aus der Stadt. Zwei Jahre später kehrte sie nach Venedig zurück. 1580 veröffentlichte Veronica ihre Lettere familiari ein diversi [... in meiner Jugend geschriebene Briefe], sowie zwei an den französischen König Heinrich III. gerichtete Sonette einschloss, mit dem sie 1574 sogar eine kurze Verbindung einging.
 
Bron: de.wikipedia.org

Santa Maria della Salutehistorische onjuistheid
Ook al is Dangerous Beauty zeer verzorgd gemaakt, ik ben toch minstens al één historische onjuistheid tegengekomen. In het door de computer gegenereerde panorama van Venetiëzien we bijvoorbeeld de Santa Maria della Salute Maar deze barokke basiliek die tussen 1631 en 1687 gebouwd werd, kan Veronica Franco tijdens haar leven nooit gezien hebben.

Dangerous Beauty | dangerous beauty [ imdb.com ] | The Trial of a Courtesan

hier sta ik en ik kan niet anders

gezien met Michaela op DVD: Luther (2003)

Luther DVDIn onze beeldvorming over historische personen worden we vaak gemanipuleerd door geconstrueerde mythen. Maarten Luther (1483-1546) is een van de meest invloedrijke personen uit de geschiedenis en zijn mythe is het verhaal van één man die de macht van de Kerk brak, die wees op onze persoonlijke relatie met God en die Europa voor bijna 150 jaar in rep en roer zette. Voor de post-christelijke eenentwintigste eeuwer is de mythe van Luther vooral het verhaal geworden van het individu dat met succes in opstand komt tegen de autoriteit. Waar Erasmus diplomatiek bleef, stelde Luther zich compromisloos op tegenover de kerk van Rome.

De film Luther uit 2003 probeert weer eens het ware verhaal te vertellen. Omdat het Amerikaanse Thrivent Financial for Lutherans deze film voor een belangrijk deel gefinancieerd heeft, weten we bij voorbaat dat we een ingekleurd beeld te zien krijgen. Luther is een biopic over de grote kerkhervormer gezien door de ogen van zijn eenentwintigste eeuwse erfgenamen. Toch lijkt de film objectief omdat de gangbare visie verkondigd wordt: de katholieke kerk is een corrupt machtsinstituut geworden dat de massa uitbuit en arm houdt. Het individu, vertegenwoordigd door Luther, komt daar terecht tegen in opstand. Deze schijn van objectiviteit is er omdat Luther 500 jaar later de wereld aan zijn kant gekregen heeft. Dat was 90 jaar geleden en 400 jaar na de Rijksdag in Worms (1521) nog wel anders. Katholieken en protestanten leefden toen nog in twee werelden. Zo kun je in het katholieke Beknopte Handboek der Kerkgeschiedenis uit 1924 bijvoorbeeld lezen:

De onevenwichtigheid van zijn zielenleven openbaarde zich ook in zijn zelfverheffing en eigenwijsheid, waardoor hij zich boven allen plaatste in zijn hevig opbruisende toorn

Beknopt Handboek der Kerkgeschiedenis
( W. Nolet, 1924 )

95 stellingenIn feite is deze uitspraak een demonisering van Luther‘s persoon, aangezien zelfverheffing en oplaaiende woede de eigenschappen van Lucifer zijn. In de film zien we uiteraard een compleet ander beeld. Luther ontsteekt in zijn monnikscel soms wel in toorn, maar deze woede is een heilige verontwaardiging tegenover de verleidingen van de duivel. Luther‘s ware gezicht is dat van de devote monnik, die weet dat hij alleen in de nederigheid zijn God kan vinden. Joseph Fiennes speelt de rol van Luther met grote onschuldige ‘hier sta ik en ik kan niet anders’ ogen. Hij is intens verdrietig maar ook furieus wanneer hij ziet dat de boeren voor het gewelddadige verzet kiezen. Kortom, Luther heeft alles wat een charismatische strijder tegen het onrecht eigen is. Net als Mahatma Gandhi, Martin Luther (!) King en Nelson Mandela is hij boven alles een vredestichter. Of Luther in werkelijkheid was zoals hij in deze film wordt neergezet, valt te betwijfelen. Wel wordt duidelijk hoe groot en corrupt de macht van Rome vijfhonderd jaar geleden was. De verwerpelijke aflatenhandel als het duidelijkste voorbeeld van dat machtsmisbruik, werd toen gelukkig openlijk bestreden vanuit het moedige geweten van één Augustijner monnik. Met alle gevolgen vandien…

luther.de/nl | de 95 stellingen

meesterlijk tekenaar & graveur

gekocht: museumcatalogus over Hendrick Goltzius
Tekeningen, prenten en schilderijen

museumcatalogus Hendrick GoltziusAl eerder schreef ik iets over een methode om dure kunstboeken te verzamelen tegen een derde van de prijs: geduld. Na ongeveer vijf jaar verramsjt Uitgeverij Waanders, dé uitgever van museumcatalogi in Nederland, een deel van haar slechtlopende boeken. Daar zitten vaak juwelen tussen, want wat het grote publiek niet koopt, is zeker niet altijd oninteressant. In september kocht ik bijvoorbeeld de catalogus bij de tentoonstelling over Venetiaanse prenten (2003). Woensdag kreeg ik de catalogus over Hendrick Goltzius in huis die in datzelfde jaar verscheen bij een tentoonstelling van zijn oeuvre in het Rijksmuseum en het Metropolitan Museum. Het is een schitterend boek dat normaal € 58,90 kost en nu verramsjt wordt voor € 19,90.

Hendrick Goltzius verdient veel meer aandacht in ons land. Net als Frans Hals was hij een van de vele immigranten die zich tegen het einde van de zestiende eeuw in Haarlem hadden gevestigd. Hals kwam uit Antwerpen en bracht zijn zuidelijke zwier mee naar de Spaarnestad, Goltzius kwam uit Mülbracht en bracht uit Duitsland een virtuoze precisie mee die aan Albrecht Dürer herinnert. Als Hals, Rembrandt en Vermeer ‘de grote drie’ uit de zeventiende eeuw zijn, dan behoort Hendrick Goltzius wat mij betreft met Jeroen Bosch en Pieter Breughel tot ‘de grote drie’ van de zestiende eeuw. In 1600 toen hij al 42 was, begon hij pas te schilderen, maar evenaarde in zijn schilderijen tot aan zijn dood in 1617 niet het niveau van zijn tekeningen en gravures uit de zestiende eeuw. Daarom zal hij vooral als graficus bekend blijven. Het is een gemiste kans dat er dit jaar geen postzegel is verschenen ter gelegenheid van zijn 450e geboortedag. Hopelijk komt deze er over negen jaar alsnog bij zijn 400e sterfdag.

Hendrick Goltzius was in zijn tijd een internationale beroemdheid. Het meest bekend is hij als maker van maniëristische prenten met gedurfde composities en naakte figuren in elegante houdingen, uitgevoerd in een nieuwe graveertechniek. Behalve als een van de belangrijkste prentmakers geldt Goltzius ook als een van Nederlands beste en meest veelzijdige tekenaars. Pas op latere leeftijd begon hij met schilderen en ook deze werken getuigen van zijn grote talent. Dit is de eerste monografie die zowel werken op papier als schilderijen van Goltzius belicht.
 
Bron: ramsjkrant.nl

Hendrick Goltzius (1558 – 1617) werd geboren in het Duitse Mülbracht (tegenwoordig Bracht) bij Venlo. In 1577 volgde hij de humanistische duizendpoot Dirck Volkertsz. Coornhert, bij wie hij in de leer was, naar Haarlem. In zijn eerste jaren als kunstenaar was hij vooral graveur, eerst naar werken van anderen en daarna in zijn eigen maniëristische stijl, beïnvloed door Bartholomeus Spranger. Samen met Cornelis van Haarlem en Carel van Mander vormde hij een soort Haarlems driemanschap van het maniërisme. Na een reis naar Italiëging hij in een soberder trant graveren. Als graveur muntte hij uit in technische vaardigheid. Omstreeks 1600 begon hij te schilderen. Hij was vooral goed in portretten hoewel hij ook grotere figuurstukken heeft geschilderd.

Bron: nl.wikipedia.org

meester van de lijn | Goltzius [ wga.hu ]

Venetiaanse prenten [ 1 ]

gekocht de tentoonstellingscatalogus: De eeuw van Titiaan
door Gert Jan van der Sman e.a.

De eeuw van TitiaanDe prentkunst maakte in de 16e eeuw een enorme ontwikkeling door en het belang daarvan voor de schilderkunst is moeilijk te onderschatten. Zo hoefde Rembrandt nooit een reis naar Italiëte ondernemen omdat er in zijn tijd een levendige handel in prenten bestond. Hij kon daarom Caravaggio leren ‘kennen’ zonder ooit een schilderij van hem te hebben gezien. Het boek behandelt de periode 1470-1580 waarin aanvankelijk Andrea Mantegna en Albrecht Dürer een grote rol spelen, terwijl in de zestiende eeuw Venetië uitgroeit tot het kloppend hart van de prent- en schilderkunst. De grote Venetiaanse schilder Titiaan (1487 – 1576) bereikte zo’ n hoge leeftijd, dat we kunnen spreken over De eeuw van Titiaan.

De tentoonstellingscatalogus is afgeprijsd van € 34,95 naar € 12,50 (gebonden editie).

Venetiëbehoort in de vijftiende en zestiende eeuw tot de belangrijkste centra van prentproductie in Europa. Na een aarzelend begin komt de graveerkunst al snel tot grote bloei, vooral onder impuls van Andrea Mantegna en Albrecht Dürer. Vanaf 1505-10 richten twee van de meest beroemde Venetiaanse kunstenaars hun aandacht op de grafiek: Giorgione en Titiaan, die op hun beurt invloed uitoefenen op andere kunstenaars. Rond het midden van de zestiende eeuw dient zich een nieuwe generatie peintres-graveurs aan, onder wie Andrea Schiavone en Battista Franco. Tenslotte leveren ook de Venetiaanse prentuitgevers een originele bijdrage aan de ontwikkeling van de Europese prentkunst. Zij brengen in heel Europa prenten in omloop die een combinatie tonen van elementen uit de elitecultuur én uit de volkscultuur. De eeuw van Titiaan geeft een rijk en levendig beeld van de grafische kunsten in Venetiëgedurende de periode 1470-1580, waarbij werken in verschillende technieken (gravures, etsen, houtsneden, pentekeningen) naast elkaar worden getoond.
 
Bron: nnbh.com

Ugo da CarpiClair-obscur houtsnede
Een clair-obscur houtsnede werd gemaakt met behulp van meerdere blokken – één voor de tekening en één, twee of drie voor de kleurnuances – die na en over elkaar op een vel papier worden afgedrukt. De kleur van het papier (doorgaans wit, maar lang niet altijd) speelt eveneens een rol. Zo ontstaan verschillende gradaties van licht en donker. Ugo da Carpi liet het in 1515 voorkomen alsof hij de techniek had uitgevonden, maar het procédé werd in de beeldende kunst voor het eerst in Duitsland toegepast in 1508 door de in Augsburg werkzame schilder en graveur Hans Burgkmair.

Bron: nga.nu

De eeuw van Titiaan [ramsjkrant.nl]

verwrongen bloteriken [2]

Op 27 juni schreef ik hier iets over het maniërisme. Vaak zijn maniëristische schilderijen displays die tot de nok toe gevuld zijn met bodybuilders in allerlei krampachtige houdingen. In de tweede helft van de zestiende eeuw was men daar dol op.

Laatste Oordeel
Michelangelo, Het Laatste Oordeel
in de Sixtijnse kapel (1535-1541) Hoewel Michelangelo tot de hoog-Renaissance behoort, laat hij zich hier zien als zijn eigen navolger, als een maniërist dus.

Met verwonderinghe van al de Weerelt
Doe begaf hy hem voorts te dienen Paus Paulus de derde, voldoende met grooter vlijt het Oordeel, in welck hy eyghentlijck met een groote manier heeft ghelet op de naeckten, te weten, op de schoonheyt, volcomen proportie, en ghestaltenissen der Menschen lichamen, op alderley actituden, hier in allen anderen overtreffende, latende aen d’een sijde de vroylijcke coloreringhe, en ander duysent aerdicheden, die ander Schilders tot vermakelijcken welstandt ghebruycken, en oock eenige gracelijcke inventie in’t ordineren zijnder Historie. (…)
Acht Iaren pijnichde hem Michel Agnolo dit werck te voldoen, het welck van verre en van by hem wel wil laten sien, sonder eenighen welstant te verliesen, en is geweest gheretorqueert, en met artseringen in de diepselen seer net voldaen, niet alleen onder, daer men by can, maer boven in’t opperste, daer ick eens met een langhe leere by gheclommen ben, daer eenen ganck is met yseren leningen. Dit werck worde voldaen, en ontdeckt, Ao. 1541. (ick meen) op eenen Kerstdagh, met verwonderinghe niet alleen van Room, maer van al de Weerelt.

Karel van Mander in zijn Schilderboeck over het Laatste Oordeel van Michelangelo

Grote voorbeeld voor de maniëristen was Michelangelo. Wanneer we de vita lezen van de maniërist Giorgio Vasari valt onmiddellijk op hoeveel bladzijden hij nodig heeft om Michelangelo als een god de hemel in te prijzen. Het genie van Michelangelo had de wereld laten zien dat het menselijk een ruimtelijke vorm is. Net zoals in een 3D-programma ging men de figuren in allerlei posen om de 3 assen draaien. Men maakte er een sport van om het lichaam in een zgn. ‘verkort’ af te beelden.

Het maniërisme werd in de Lage Landen vooral in Haarlem uitgeoefend door Karel van Mander, Hendrick Goltzius en Cornelis Cornelisz. De eerste is tegenwoordig bekender om zijn Schilderboeck, dan om zijn schilderijen. Net als Vasari heeft hij de leven beschreven van schilders. De Haarlemse maniëristen stonden onder invloed van Bartholomeus Spranger uit Antwerpen die met veel succes de maniëristische stijl aan het Praagse hof had geïntroduceerd.

Wtewael
Joachim Wtewael, de zondvloed (1592)
Bloot en beweeglijk: exemplarisch voor het maniërisme.
Joachim Wtewael blonk uit in voorstellingen van mini-formaat waarin nochtans talloze figuren optreden. Deze schilderde hij op een ondergrond van koper dat volkomen glad gepolijst een grote detaillering toeliet. De stevigheid van het materiaal garandeerde bovendien dat de verflaag intact zou blijven. Wie nog twijfels heeft ten aanzien van Wtewaels kwaliteiten zal die beslist moeten laten varen bij het zien van een werk als het „Godenbanket„ dat zich tegenwoordig in een Londense privéverzameling bevindt. Het tafereel van krap vijftien bij twintig centimeter heeft niet echt een pointe, maar barst bijkans van virtuositeit.
 
Recentelijk heeft een belangrijk museum in Amerika maar liefst vijftien miljoen gulden neergeteld voor zo„n minuscuul meesterstuk. Carel van Mander, die Wtewael persoonlijk gekend heeft en in de vroege zeventiende eeuw het eerste Nederlandse kunstgeschiedenisboek publiceerde, schreef dat dergelijke werkjes destijds al onbetaalbaar waren.
 
Bron: avro.nl/beeldenstorm

In Utrecht werkten vooral Joachim Wtewael en Abraham Bloemaert in de (laat-)maniëristische stijl. Deze laatste werkte in het begin van zijn carrière overigens in Gorinchem.

wat is maniërisme?