Categorie archief: religie

leap of faith

Filosofie Scheurkalender van vandaag, 5 maart
over Vrees en Beven van Soren Kierkegaard
Neem toch Uw zoon, Uw enige, die gij liefhebt, Izaak, en ga naar het land Moria, en offer hem daar tot een brandoffer.

Genesis 22:2

tremendum
Rembrandt Het offer van Izaak
In Vrees en beven maakt Soren Kierkegaard onderscheid tussen drie stadia in de menselijke existentie: het esthetische, het ethische en het religieuze stadium. In het eerste stadium is de mens op de afzonderlijke zijnden gericht, in het tweede stadium probeert de mens objectieve regels en principes te vinden en in het derde stadium ziet de mens zich ondergeschikt en schuldig aan de Eeuwige, oftwel God. Het is niet noodzakelijk en zelfs zeldzaam dat een mens het derde stadium bereikt. Een geleidelijke overgang is niet mogelijk, men moet een sprong maken, de beroemde leap of faith.
 
Het religieuze stadium staat op gespannen voet met het ethische stadium, zo laat Kierkegaard zien aan de hand van het verhaal van Abrahams offer. Wanneer Abraham van God de opdracht krijgt zijn enige zoon Izaak te offeren, kan hij hier met niemand over spreken. Men zou hem voor moordenaar uitmaken. In het ethische stadium staat het spreken juist centraal: men moet afspraken maken en verantwoording afleggen. Tegelijkertijd werpt men met het spreken de verantwoordelijkheid juist van zich af door in het publieke domein te treden. De zwijgende Abraham is dus zowel onethisch als ethisch. Dat is volgens Johann de Silentio (het pseudoniem waaronder Kierkegaard Vrees en beven publiceerde) de paradox tussen ethiek en religie.

Een maand na de moord op Theo van Gogh, plaatst de rechtsfilosoof en atheïst Paul Cliteur in Filosofie Magazine van december 2004 Vrees en beven bovenaan in zijn top 5 van gevaarlijke boeken. Zoals we van een redelijk mens mogen verwachten, zegt hij het volgende hierover:

Moest de gelovige Abraham dat nu doen of niet? Het courante antwoord in deze tijd is natuurlijk dat hij dat niet moest doen. Kierkegaard meent echter dat de religieuze plicht van de mens voorafgaat aan zijn ethische plicht. Hier ligt de legitimatie van religieus gemotiveerd terrorisme en fundamentalisme.

Verder lezen: Wim G. Rietkerk, Ik wou dat ik kon geloven over psychische factoren die een belemmering kunnen vormen voor het vertrouwen op God. Kok Voorhoeve, 1994

waarheid en respect

gelezen: leidt christelijk exclusivisme tot geweld?
door Wil Kaljouw, in Beweging ( 68e jrg. nummer 4 )
( … ) In postmoderne kringen levert dit problemen op. Uit respect voor een gesprekspartner is het niet mogelijk de waarheid te claimen voor een geloofsovertuiging. Het getuigt van meer respect om de zekerheid van het geloof in twijfel te trekken. De Amerikaanse filosoof Alvin Plantinga heeft echter aannemelijk gemaakt dat achter deze twijfel ook een gebrek aan respect schuilgaat. Deze twijfel doet een beroep op een norm van kennis. Deze norm is een bijzonder strenge norm, die verbiedt om veel van onze alledaagse kennis als waar en zeker te achten. Hij stelt daarbij de spannende vraag waarom deze strenge norm beter zou zijn dan andere, mildere normen.
Alvin Plantinga
Alvin Plantinga
Bijvoorbeeld: in het gewone leven gaan we ervan uit dat een betrouwbaar iemand opnieuw met een betrouwbaar getuigenis kan komen. Waarom zou dit ook niet gelden binnen de religie? De Bijbel of de Traditie van de Kerk is voor vele mensen reeds honderden jaren een betrouwbaar getuigenis. Zij nemen dit getuigenis voor waar aan. Voor postmoderne oren wordt het echter anders wanneer het gaat om religieuze uitspraken. Dan wordt een beroep gedaan op een kennisnorm die zo streng is dat alle twijfel daarmee zou moeten worden uitgesloten. Is het geen arrogantie om deze eis te stellen? vraagt Plantinga. Daarmee zet hij de sceptische postmoderne onderzoeker en de traditionele gelovige op één lijn. Wanneer de postmoderne mens vraagt om de claim van waarheid te laten vallen uit respect voor andersgelovigen, heeft hij evenmin respect voor de traditioneel gelovige die meent voldoende redenen te hebben om het aloude geloof als waarheid te claimen. Daarom is het beter om de beschuldiging van arrogantie te laten vallen en alle waarheidsclaims eerlijk tegenover elkaar te stellen. Mensen van verschillende geloofsovertuiging kunnen elkaar als mens en persoon respecteren, terwijl men het oneens is over de waarheid van elkaars beweringen

Leidt Christelijk exclusivisme tot geweld?

‘martelaar van de wetenschap’

Mijn broer ploft neer op de bank en begint te vertellen over een boek dat hij aan het lezen is, Mendeleyev’s Dream van Paul Strathern. Het gaat over het avontuur van de natuurwetenschap en zijn uiteindelijke triomf in de negentiende eeuw. “Natuurlijk is het allemaal niet vanzelf gegaan”, zegt hij “In de Renaissance waren er hevige protesten van de roomskatholieke kerk. Het proces tegen Galileo Galileï kent bijna iedereen. Maar heb je bijvoorbeeld wel eens gehoord van Giordano Bruno?” Ja, ik heb wel eens over hem gelezen, weet dat hij in Rome op de brandstapel gezet is, maar voor het overige moet ik mijn kennis even opfrissen.

Giordano Bruno
Giordano Bruno ( 1548 – 1600 )

Twee naslagwerken heb ik daarvoor in huis die allebei De Droom der Rede heten, het ene geschreven door C.I.Dessaur, het andere door Anthony Gottlieb. In het laatste boek valt mijn oog onmiddellijk op het volgende citaat:

Er is ( … ) één reusachtige uitgestrektheid die we gerust Leegte mogen noemen: daarin bevinden zich ontelbare bollen als de onze waarop wij leven en groeien; we verklaren deze ruimte voor oneindig. Want er is geen reden, noch een tekort aan gulheid van de kant van de natuur ( … ) die het bestaan van andere werelden in de ruimte belet.
uit : De l’ infinitivo universo e mundo van Giordano Bruno ( 1584 )

Gisteren citeerde ik op deze plaats Schopenhauer met exact dezelfde visie, maar dan in de pessimistische variant. Op het moment dat de mens de blik van God wil toeeigenen gaat het mis: of hij raakt in de roes van vooruitgangsgeloof (in zichzelf) of hij duizelt voor de afgrond van het mysterium tremens en verliest de grond onder zijn voeten. In het boek van C.I.Dessaur is van dit laatste helemaal niets te merken. Ze beschrijft Bruno als een moedige, mondige martelaar:

Bruno zag niets in de onmondige, machteloze mens zoals die werd gepropageerd door de kerkelijke dogmatiek. Door eigen innerlijke activiteit moet de mens tot inzicht en verlossing komen, met name via contemplatie. Langs deze weg ontdekt de mens dat de ogenschijnlijke pluraliteit van de aardewereld en de kosmos (Bruno voorzag een oneindig universum, met talloze bewoonde werelden) in wezen de manifestatie is van één principe dat alles verbindt. Het universum dat steeds weer wordt geschapen en herschapen, is een openbaring van het Ene, dat zich differentieert en vervolgens weer tot zichzelf terugkeert. De ‘weg omlaag’ is de weg van de scheppingswil die zich uit als een toenemende diversificatie. De ‘weg omhoog’ is de weg van de Ratio, van uit liefde geboren kennis, die leidt tot unificatie, tot her-eniging. Niets in het universum kan ooit worden vernietigd of verloren gaan. Er is alleen maar voortdurende verandering. Goed en kwaad zijn uiterst relatieve begrippen. Uiteindelijk is alles God, komt voort uit God en keert terug in God.
Zomin als de aarde zich voor Bruno bevindt in het middelpunt van het universum (er is geen statisch middelpunt, waar dan ook), zomin is er een statische norm voor goed en kwaad.

Na een goed gesprek met mijn broer sta ik in de wc oog in oog met de Filosofie Scheurkalender. Donderdag 17 februari; rechtsonder staan een paar filosofen die op deze dag aan hun eind zijn gekomen. Giordano Bruno is er één van. Hij kon op weinig genade van de roomskatholieke kerk rekenen: de genadedood door wurging werd hem onthouden. Men vond dat hij het verdiende levend verbrand te worden, samen met zijn ketterse opvattingen.

Giordano Bruno : Italiaanse dialogen