Categorie archief: religie

Turks Kruit [ 2 ]

gisteren met Patrick gezien in Cinemec : Fetih 1453

FetihIs Fetih 1453 een nationalistisch heldenepos? Verkondigt deze film de superioriteit van de Turken en de islam? Geeft Fetih 1453 geen plat beeld van de historische werkelijkheid? Met deze vragen ging ik gisteren naar de bioscoop om de duurste Turkse film aller tijden te zien.

Special effects of zwaardgevechten boeien mij niet echt, maar des te meer ben ik geïnteresseerd in de Turkse interpretatie van de val van Constantinopel in 1453. Als erfgenaam van de historieschilderkunst is film waarschijnlijk hét medium dat onze beeld van de geschiedenis bepaalt. Onlangs hoorde ik Pieter Raedts, auteur van De Ontdekking van de Middeleeuwen op televisie nog zeggen dat ons beeld van de Middeleeuwen zich beweegt tussen het rauwe beeld uit Flesh en Blood en het idyllische beeld van de hobbitstee uit Lord of the Rings. Zo zullen er nog steeds veertigplussers zijn die het gezicht van Jeroen Krabbé voor ogen komt wanneer ze van Willem van Oranje horen en bij Floris V denken we tegenwoordig bijna alleen nog maar aan Rutger Hauer.

Zeven jaar geleden zag ik met Patrick al Kingdom of Heaven (2005), een spektakelfilm die parallellen toont met Fetih 1453. In beide films gaat het over twee glorieuze overwinningen van islamitische krijgsheren (resp. Saladin en Mehmet II) en twee christelijke steden die door moslims worden ingenomen (resp. Jeruzalem en Constantinopel). Het wapengekletter volgt de trend van Gladiator (2000), The Return of the King (2003), Troy (2004), Alexander (2004) en 300 (2006). Maar Kingdom of Heaven is een Hollywood-productie waarin hoofdpersoon Orlando Bloom een verzoener is tussen twee godsdiensten die elkaar op leven en dood bevechten. De boodschap is dat het Koninkrijk der Hemelen in je hart ligt, in het respect voor anderen. Het is een moreel appèl om boven de partijen te staan met de suggestie dat de God van de christenen en Allah één en dezelfde is. In het post-christelijke Europa ontbreekt ons het onderscheidingsvermogen om te zien dat er nog altijd een onoverbrugbaar verschil is. We gooien religie te gemakkelijk op één hoop: óf we beschouwen alle religies als iets achterlijks óf we projecteren met ons verstand achter alle religies dezelfde idee die we dan best wel ‘god’ willen noemen.

We gooien religie te gemakkelijk op één hoop: óf we beschouwen alle religies als iets achterlijks óf we projecteren met ons verstand achter alle religies dezelfde idee die we dan best wel „god„ willen noemen.

Op dit relativisme kun je Fetih 1453 niet betrappen. De film is er zeer duidelijk over: “Er is maar één God en Mohammed is Zijn Profeet.” Je hoort de islamitische geloofsbelijdenis enkele malen, maar nog vaker hoor je in de film “Allahu akbar!” schreeuwen als geloofsbelijdenis in zijn meest verkorte vorm én als strijdkreet. Allah is niet alleen groot, de legers van Mehmet II en de Turkse trots zijn ook zeer groot. De film begint in het jaar 627. De Profeet, die we natuurlijk niet in beeld zien, spreekt de historische woorden: “Voorwaar, u zal Constantinopel veroveren. Wat een prachtige leider zal hij zijn en wat een krachtig leger zal dat zijn!“ Ruim achthonderd jaar moeten de moslims op deze leider wachten. Op 30 maart 1432 wordt hij in Edirne geboren als Mehmet II, de zoon van sultan Murat II. We slaan dan 19 jaar over en gaan naar 3 februari 1451, het jaar dat Murat II sterft en Mehmet II zijn vader als sultan opvolgt. Fetih 1453 vermeldt als educatieve multimedia telkens de locatie en de datum rechts onderaan in beeld. Turkije werd onder Atatürk een westers land en ging over op het latijnse schrift en de gregoriaanse kalender en Fetih 1453 volgt dus het westerse schrift en de kalender. Maar voor Mehmet was 1453 AD eigenlijk 831 AH (Anno Hegirae)

Daarna zien we de troonopvolging van Mehmet II in 1451 en de geschiedenis die daar op volgt. In een droom wordt de jonge sultan verteld dat hij de uitverkorene is waar Mohammed over sprak. Hij zal de veroveraar van Constantinopel worden. In een indrukwekkende 3D vogelvlucht en panorama zien we de Byzantijnse hoofdstad met de centrale Hagia Sophia nog zonder minaretten. Ook het langwerpige hippodroom springt eruit. De 3D-simulaties van de rijke Byzantijnse interieurs zijn best wel aardig gemaakt, maar de 3D-simulaties van het Vaticaan zijn erg mager. Je waant je hier meer in een 3D programma uit de jaren negentig. Vergeleken bij de Hollywood-productie Kingdom of Heaven is de CGI duidelijk onder de maat. Fetih 1453 werd dan ook gemaakt met een budget van maar 17 miljoen dollar. In Hollywood had deze productie zeker acht keer zoveel gekost. Ter vergelijking: Kingdom of Heaven kostte 135 miljoen dollar in 2005.

FetihDe gevechten zijn overtuigend in beeld gebracht waarbij de kunst is afgekeken van Gladiator, The Return of the King, Troy en Kingdom of Heaven. Dat betekent de bekende close ups van afgehakte ledematen, fonteinen van bloed en gezichten die met een ploertendoder tot moes geslagen worden. Ja, je moet ervan houden. Op het eind ontaardt Fetih 1453 in spierballenporno: twee look a likes van Conan the Barbarian vechten en krijsen als wilde beesten het verhaal tot een happy end. En dat is natuurlijk de glorierijke overwinning, niet alleen voor Mehmet II en de Ottomanen maar ook voor de islam. Terwijl de Turkse held Hassan bovenop een vestingtoren met Byzantijnse pijlen doorzeefd wordt, plant hij de rode vlag met de halve maan. Constantinopel is Turks en islamitisch geworden en is dat na 559 jaar nog steeds.

Op het eind ontaardt Fetih 1453 in spierballenporno: twee look a likes van Conan the Barbarian vechten en krijsen als wilde beesten het verhaal tot een happy end. En dat is natuurlijk de glorierijke overwinning, niet alleen voor Mehmet II en de Ottomanen maar ook voor de islam.

Mijn vermoedens zijn bewaarheid en dat is jammer. Fetih 1453 is een erg ééndimensionale film geworden. Hollywood op zijn Turks. Good guys tegen bad guys. Mehmet II is een heldhaftige en edelmoedige sultan die nergens in faalt. Hij wint elk zwaardgevecht, met boogschieten is het altijd midden in de roos en ook met schaken zet hij de tegenstander tijdens een dialoog schaakmat. Zo weinig reliëf er zit aan Mehmet II zo vlak is ook de figuur Constantijn XI Paleologus. Zoals de Hollywood-nazi altijd door een acteur met een onsympathiek gezicht gespeeld wordt, zo is de laatste Byzantijnse keizer een afstotelijke figuur. In het hippodroom zweept hij zijn volk op. “Dood aan de Turken! Dood aan de ongelovigen!” bralt hij als een hysterische volksmenner.

Op deze manier zien we een geschiedenis in beeld gebracht die uit bordkarton is gesneden. In een flash back laat Fetih 1453 nog even zien hoe kruisridders een heel dorp uitmoorden met vooral beelden van vrouwen met kinderen die wreed gedood worden. Het zijn uiteraard altijd de ánderen die zich aan genocide schuldig maken. Nationalisme is nooit subtiel en verheerlijkt per definitie het eigen volk en zijn glorierijke leider.

Het is veelzeggend dat een Hollywoodfilm als Kingdom of Heaven de islamitische krijgsheer Saladin afbeeldt als een edelmoedige krijgsheer en een boodschap verspreidt van verzoening en geen eindzege claimt voor het christendom of de islam. Fetih 1453 is daarentegen een islamitische triomffilm geworden. In een van de scenes tijdens het beleg zien we een processie waarin een grote icoon van de Moeder Gods wordt meegedragen terwijl in het Grieks de akathist tot de Moeder Gods gezongen wordt:

Gij zijt de Aanvoerster die voor ons strijdt, en die ons van alle boosheid hebt bevrijd; daarom zingen wij u vol dankbaarheid het zegelied. Maar door uw onoverwinnelijke macht, o Moeder Gods, red ook nu uit alle gevaren het bevrijde volk, dat tot u zingt : verheug u, ongehuwde Bruid.

Wanneer een Turkse kanonskogel vlakbij inslaat, vallen de gelovigen op de grond en laten de grote icoon vallen. De beeltenis van de Moeder Gods valt plat in het stof. Voor orthodoxe christenen is dit ongeveer even pijnlijk als het scheuren van bladzijden uit de koran voor moslims. Maar zo weinig protesten je hoort over deze scene in Fetih 1453, zoveel protesten hoorde je over de korte film fitna van Geert Wilders. Uit angst voor nationalisme en ‘eigen volk eerst’ gaan we, zonder ons dat goed te beseffen, blijkbaar zover dat wij het eergevoel en het ‘eigen volk eerst’ van ‘onze’ minderheden gaan verdedigen. Ook dát is niet eerlijk. Dat we soms zo met twee maten meten, kan Fetih 1453 ons misschien wat beter laten zien.

filmbespreking op rkk.nl | fetih1453 [ imdb.org ]

gemeenschapszin met katholiek randje

zondag gezien bij VPRO Boeken: Wim Brands in gesprek met
Peter Raedts over De ontdekking van de Middeleeuwen
en Jos Palm over Moederkerk

de ontdekking van de MiddeleeuwenHet VPRO-programma Boeken op zondagmorgen is het beste programma over boeken sinds jaren. Wim Brands is een fijne interviewer die graag met de schrijvers bij hem aan tafel in het diepe duikt. Zondag was er een boeiende aflevering over twee boeken die verwantschap met elkaar tonen: De ontdekking van de Middeleeuwen van Peter Raedts en Moederkerk van Jos Palm. Het was een Boeken met een katholiek randje en het was prettig dat Wim Brands als intellectueel geen allergie toonde voor het onderwerp. Eerst ging hij in gesprek met Peter Raedts, ooit priester. Waarom was hij ooit priester geworden, wilde Brands weten. De liturgie in het Latijn had en heeft een onweerstaanbare aantrekkingskracht op Raedts. Hij noemde het een Gesammtkunstwerk dat alle zintuigen beroert. Na het Tweede Vaticaanse Concilie werd de katholieke kerk veranderd in een speelhoek van een kleuterschool, compleet met gitaren, een drumstel en onbenullige teksten. Het gewijde werd ingeruild voor het gewone en gezellige.

Peter Raedts stapte na een persoonlijke crisis op zijn vijftigste uit het priesterambt. Als hoogleraar Middeleeuwse Geschiedenis schreef hij al een lange reeks publicaties in het Engels, Frans en Nederlands voordat hij begon aan De ontdekking van de Middeleeuwen. In dat boek gaat het vooral over onze beeldvorming over de Middeleeuwen:

Waren de Middeleeuwen een tijd van hechte gemeenschap en ridderlijke trouw of een tijd van barbaars geweld en ruwe onderdrukking? Een tijd om te vergeten of een tijd om naar terug te verlangen? Tolkien’s Lord of the Rings of Verhoeven’s Flesh and Blood? Sinds de Renaissance roept het beeld van de Middeleeuwen sterk wisselende emoties op. Afkeer en idealisering wisselen elkaar af tot op de dag van vandaag. Dit boek brengt die wisselende waardering van de Middeleeuwen in kaart en onderzoekt waarom de Middeleeuwen nooit een vaste plaats gevonden hebben in het collectieve geheugen van Europa.
 
Bron: vanstockum.nl
beeld van de Middeleeuwen
ons beeld van de Middeleeuwen beweegt zich tussen het donkere, rauwe, vieze en stinkende beeld uit Flesh and Blood (1985) en het liefelijke, pastorale beeld van de Hobbitstee uit Lord of the Rings. (2001)
Het beeld groeit dat men in de Middeleeuwen meer verstand had van saamhorigheid en gemeenschap dan in de tegenwoordige tijd.
Het negatieve beeld dat we heden ten dage in Nederland van de middeleeuwen hebben is gecreëerd tijdens de verlichting. De humanisten en calvinisten schiepen een duistere tijd vol afgoderij, ziekte, angst en dood. Liever keken we in Nederland terug naar de glorieuze zestiende en zeventiende eeuw, in plaats van naar die tijd van pest en bederf. Raedts benadrukt dat er tijdens de Romantiek een omslag in het denken over de middeleeuwen plaatsvindt. Mede onder invloed van denkers als Rousseau ontstond het beeld van de „nobele wilde„, alsmede de angst voor moderniteit en het verlangen naar een „simpeler„ leven. Het beeld groeit dan dat men in de middeleeuwen meer verstand had van saamhorigheid en gemeenschap dan in de tegenwoordige tijd. In Nederland vindt dit idee echter weinig weerklank.
 
Bron: boeken.vpro.nl

Rein Swart over Boeken: Moederkerk van Jos Palm [ reinswart.blogspot.com ]

Weltgeist zu Pferde

gelezen in Duitse Filosofie 1760-1860 van Terry Pinkard
de systeemfilosofie van Georg Friedrich Wilhelm Hegel

In de geschiedenis van de filosofie is het historische feit al ontelbare malen genoemd. Karl Vorländer is er in zijn Geschichte der Philosophie (1908) kort over. Hij besteedt er slechts één bijzin aan: -in Napoleon hatte er den “Weltgeist zu Pferde” bewundert-. En Joachim Störig schrijft in zijn Kleine Weltgeschichte der Philosophie (1959) : “Hij had Napoleon gezien. “Het is inderdaad een wonderlijke ervaring zulk een individu te zien, dat, hier in één punt geconcentreerd, op een paard zittend, in de wereld ingrijpt en haar beheerst.” Het gaat hier natuurlijk over Georg Friedrich Wilhelm Hegel, de onbetwiste krachtpatser van het Duitse idealisme.

Napoleon trekt over de Alpen
David schilderde Napoleon in 1801 als Wereldgeest te paard. Rond 1850 schilderde Paul Delaroche een minder heldhaftig beeld van Napoleon.

Wereldgeest te paard. Sinds we niet meer kunnen geloven dat God op een ezeltje zijn intocht in Jeruzalem maakte, is er een breuk tussen hemel en aarde, en deze is zo dramatisch dat de hemel nu aan scherven op straat ligt. Het is bijna een nostalgisch plaatje, zo’n wereldgeest te paard. Het hoogste woord dat vlees geworden is, zoals het in die goeie ouwe tijd gewoon nog kon. Hegel’s Weltgeist is in deze tijd eigenlijk niet meer zonder ironie te verstaan. Voor Hegel had zijn “ontmoeting” met Napoleon een religieuze dimensie. In de kleine korporaal op zijn witte paard zag hij werkelijk de Absolute Geest die in en door de wereldgeschiedenis werkzaam is. Hij bewonderde Napoleon ook als zodanig, niet als persoon of om zijn strategische talent, maar omdat volgens hem in Napoleon de Weltgeist zijn uitdrukking had gevonden.

Hegel zou in de jaren twintig van de negentiende eeuw school maken in Berlijn zoals nog nooit een filosoof school had gemaakt, zelfs Kant niet. Hegel’s systeemfilosofie werd de officiële staatsfilosofie van Pruisen. Talloze studenten hebben college van hem gehad. Wanneer je zijn systeem niet volgde, kon je een leerstoel in de filosofie wel vergeten. Dat verklaart ook waarom de eerste druk van Die Welt als Wille und Vorstellung van Arthur Schopenhauer in 1819 op de plank bleef liggen. Er was in Pruisen gewoon geen ruimte voor een andere filosofie dan de filosofie van Hegel. Zeker niet voor de pessimistische filosofie van Schopenhauer. Hegel regeerde vanuit Berlijn als alleenheerser over het Duitse denken. Daarbij speelde de politiek van de Restauratie geen onbelangrijke rol.

Terry PinkardEigenlijk nam de systeemfilosofie van Hegel tijdens de Vormärz dezelfde positie in als het systeem Leibniz-Wolff in de eerste helft van de achttiende eeuw: het rechtvaardigde de staat. Zoals de theodicee van Leibniz (“God heeft de beste wereld van alle mogelijke werelden geschapen.”) in Duitsland de verlichte despoten in het zadel hield, zo steunde de centrale gedachte van het systeem van Hegel (“het werkelijke is redelijk en het redelijke is werkelijk.”) de Restauratie. De staatsfilosoof zag dat het goed was. Pas na de maartrevolutie van 1848 was het met de hegemonie van Hegel aan de Duitse universiteiten gedaan en begon men open te staan voor de pessimistische filosofie van Schopenhauer. Deze was na dertig jaar wachten op erkenning zo verzuurd geraakt, dat hij niet meer van zijn succes heeft kunnen genieten.

Aanvankelijk had de conservatieve Hegel helemaal opengestaan voor de idealen van de Franse Revolutie. Tijdens zijn studietijd in Tübingen deelde hij met zijn vrienden Hölderlin en Schelling de passie voor de oude Grieken en het enthousiasme voor de revolutie. Schelling was een geniale leerling. In 1798 werd hij op 23-jarige leeftijd al hoogleraar in Jena, terwijl de vijf jaar oudere Hegel als privéleraar moest zien rond te komen. Maar de vriendschap bleef bestaan en een paar jaar later kwam ook Hegel naar Jena. Daar werkte hij verder aan een eigen denksysteem. Hegel was een erg diepgravende denker en net als Kant had hij veel tijd nodig om zijn klus te klaren. Maar toen het er eenmaal was, bleek zijn systeem consistenter dan dat van Schelling. Naar eigen zeggen voltooide Hegel zijn magnum opus Phänomenologie des Geistes op 14 oktober 1806, in de nacht vóór de Slag bij Jena. Het leidde tot een breuk met Schelling. Hegel vond dat deze het absolute zag als “die Nacht, worin, wie man zu sagen pflegt, alle Kühe schwarz sind”. In hun studententijd in Tübingen hadden ze nog een vrijheidsboom geplant en hoopten ze op een nieuw tijdperk. In 1806 was voor Hegel niet alleen het einde van de geschiedenis bereikt maar ook het einde van zijn vriendschap met Schelling.

Dichter und Denker
twee eigen interpretaties van de bekende portretten van Hegel en Schelling

Hegel had in de jaren negentig van de achttiende eeuw een aantal theologische verhandelingen geschreven over het Christendom, in het bijzonder over de liefde van Christus. Aanvankelijk zag hij in de liefde van Christus de kracht die alle tegenstellingen verzoent. Maar in Der Geist des Christentums und sein Schiksal (1799/1800) komt hij tot de conclusie dat deze “idee” te eenvoudig en te beperkt is. De liefde heft volgens Hegel de objectiviteit op, omdat er in de liefde geen scheiding meer bestaat. Objectiviteit kan echter alleen bestaan bij gratie van de subjectiviteit. Voor Hegel is objectiviteit noodzakelijk voor zijn systeem. Het lot van het Christendom is om te worden opgeheven. Tot die conclusie komt hij in 1799. Hegel gebruikt hier het Duitse woord ‘aufheben’ in drie betekenissen: beendigung, aufbewahrung, erhöhung. Deze “aufhebung” moet komen van een Aufheber die Hegel zelf meent te zijn. We wisten al dat filosofen die denksystemen bouwen geen bescheiden types zijn.

De Absolute Geest die Hegel in 1806 in Phänomenologie des Geistes presenteert, is niet de Heilige Geest uit het Christendom. Het is een uiterst abstract begrip en het doet op het eerste gezicht vermoeden dat Hegel een monist is, een erfgenaam van Plotinos. Maar Hegel is juist een erfgenaam van Heraklitos. In zijn Logik (1817) schrijft hij dat er geen woord van Heraklitos is dat hij niet in zijn logica heeft opgenomen. In de negentiende eeuw komt er een heuse Heraklitos-revival op gang. Soms spreekt men zelfs van “neoheraklitisme” en je zou zelfs een lijn kunnen trekken van Hegel, via Nietzsche naar Heidegger. Zoals er voor Heraklitos alleen nog “een worden” bestaat, zo is er voor Hegel een dialectische ontwikkeling waarin de tegenstellingen zich uiteindelijk opheffen.

Het grote gebeuren van de werkelijkheid zélf, het wereldgebeuren waaronder Hegel de wereldgeschiedenis verstaat, wordt volgens hem aangedreven door strijd tussen de tegenstellingen. Daarin zijn de twee uitspraken van Heraklitos terug te vinden: “De tegengestelden hebben elkaar nodig zoals de boog en de pees” en “Oorlog is de vader van alle dingen”. De tegenstelling tussen de subjectieve geest (het individu) en de objectieve geest (de wet) lost zich volgens Hegel op in de Absolute Geest. Hegel heeft het Christendom opgeheven en schept nu zelf een nieuwe drie-eenheid: subjectieve geest, objectieve geest en Absolute Geest. In de Absolute Geest plaatst hij vervolgens een hiërarchie die uit drie sferen bestaat: de kunst, de religie en de filosofie. De filosofie overtreft bij Hegel de kunst en de religie. En onder de filosofie verstaat hij natuurlijk zijn eigen filosofie. Denken en zelfgenoegzaamheid gaan soms uitstekend samen en als de staat daar nog bij komt, heb je totalitarisme.

Geen Duits idealisme zonder ethiek [ athenaeum.nl ]