Categorie archief: religie

Jezus hot, Zijn Kerk not

Twee weken geleden stonden hier een paar citaten van Anton van Harskamp die soloreligieuzen de bange meesters van hun eigen geloof noemde. Vandaag verscheen er in Trouw een reactie van Govert Jan Bach (pastoraal psycholoog en geestelijk verzorger). Hij is het niet eens met Van Harskamp, die beweert dat solo-religieuzen een antichristelijke spits zouden hebben.

In de laatste alinea heeft hij (Van Harskamp) het over een antichristelijke spits, waarmee hij wil aangeven dat het denken van solo-religieuzen zich niet goed verhoudt met het christelijke erfgoed. Hij bedoelt waarschijnlijk meer een anti-kerkelijke spits, want het is nog maar de vraag of onze solo-religieuzen niet een heel eind op weg kunnen met Jezus, die ongetwijfeld ook een mysticus was en een soort solo-religieus.
 
Waar ze wars van zijn is: kerkelijkheid en niet spiritualiteit. Als ze ergens bang voor zijn, dan is het wel de geborneerdheid en angstvalligheid van het kerkelijke en theologische gefundeerde christendom.

Het hoort natuurlijk allemaal bij het individualisme van onze tijd: geloven á la carte. De Kerk is voor het individu per definitie een vrijheidsbeperkend machtsinstituut (met een strafblad) geworden. Jezus daarentegen was OK, een ideale mens, revolutionair, gnosticus, solo-religieus, broeder, vriend, enz…

Maar Zoon van God? Dat is natuurlijk een strategische zet van de geïnstitutionaliseerde Kerk geweest om een machtspositie te veroveren. Voor de solo-religieus is het allemaal allang ontmaskerd. Jezus is tegenwoordig los verkrijgbaar.

mogen ze bang zijn ?

Vandaag reageerde in Trouw een lezer op het stukje van Anton van Harskamp (zie post van gisteren). Hij vindt sommige uitspraken weinig invoelend en neerbuigend.

Harskamp zegt: “de soloreligieus wil meester zijn”, maar hij/zij worstelt juist met het meester worden over het machtstreven van het kleine zelf voordat hij/zij kan gaan werken met de Kracht en de Liefde van de innerlijke Grootheid, het Zelf met hoofdletter. Wanneer mensen wakker worden voor dit Weten, gaan ze allerlei wegen bewandelen, hoe vreemd de kronkels ook lijken te zijn. Die pogingen vragen respect. Mogen ze twijfelen, mogen ze bang zijn? Dat is, lijkt me, juist gezond om te groeien.

Eigenlijk zie ik in de worsteling waar deze briefschrijver over spreekt, juist een bevestiging van de uitspraak van Harskamp dat de soloreligieus “meester wil zijn”. Hij/zij zoekt naar een toestand waarin “hij/zij kan gaan werken met de Kracht van Liefde van de innerlijke Grootheid”.

Is dat geen wil tot macht in het kwadraat?

bange trans-religieuzen ?

Jan OegemaAnton van Harskamp, hoogleraar Religie, Identiteit en Civil Religion aan de VU, schreef afgelopen dinsdag in Trouw een raak stukje over soloreligieuzen. De uitgever Jan Oegema (foto) die deze term bedacht, sprak vorig weekend tijdens een bijeenkomst in de Rode Hoed. De godsdienst is dood, lang leve de religie. Wat beweegt de trans-religieus?

Interessant vind ik Harskamp hij de soloreligieuzen ontmaskert als zielen die meester willen zijn over hun eigen geloof en dus bang zijn voor de overgave.

Wie zijn de soloreligieuzen en wat houdt hun religiositeit in?
Gebruikmakend van Jan Oegema’s appèl tot religieuze „outcoming„: soloreligieuzen zijn mensen die het verkerkelijkte christendom verlaten hebben, maar toch nog steeds waarde hechten aan de mystieke traditie van datzelfde christendom. En het zijn mensen die uit literatuur hun religiositeit alleen construeren, „onder de leeslamp„, terwijl ze toch enig verlangen hebben naar gezamenlijkheid.
 
En hun religiositeit? Het gaat om mensen die in plaats van het geloof aan een Vadergod daarboven, een besef hebben gekregen van het goddelijke als de eenheid of de samenhang van al wat „leven„ is. En het gaat óók nog eens om mensen die die eenheid van het „leven„ via de introspectie van het eigen innerlijk ervaren, én zich daarin onthechten van hun ego, kennelijk om bij een niet-zelf of een hoger of dieper „zelf„ uit te komen.
 
Maar er í­s wat met die soloreligieuzen. Want ze zijn bang, bang om voor hun religiositeit uit te komen. Ze dúrven niet wat Willem Jan Otten durfde, geeft Jan Oegema aan.
 
Maar: dat is niet juist! We moeten zeggen: de solo’s wí­llen niet wat Otten durfde. Want Otten heeft het juist over een persoonlijke God, zelfs over een Vader die hem gevonden heeft. Ook heeft Otten in de katholieke kerk een ritueel thuis gevonden. En, om nog maar één ding te noemen: Otten schrijft en spreekt van kwaad, ook kwaad in hem, van zonde dus, én van zijn behoefte aan vergeving, een behoefte die voor hem een reden is om te leven in dat geloof aan een persoonlijke God. Nee, Otten is een anti-soloreligieus.

Tenslotte vat hij het als volgt samen::

Soloreligiositeit heeft een familiegelijkenis met nieuwetijdsachtige spiritualiteit. Ze heeft een antichristelijke spits. En: de nog niet voltooide soloreligieuzen zijn bang. Dat zullen ze altijd blijven, zolang ze toegeven aan de wil om meester te zijn over hun eigen geloof, want die wil verraadt bangheid. Zij zijn daarom niets anders dan „de bange meesters van hun eigen geloof„.

Godsbeelden [ Trouw.nl ]