Categorie archief: tekeningen en prenten

het verhaal ging … [19]

Deze maand lees ik de Metamorphosen van Ovidius
vandaag: Thereus en Philomela
Toen ze na een voorspoedige reis in Thrakiëwaren aangekomen, sleepte Tereus de Atheense prinses mee naar een schaapsstal in de bergen, verborgen in een eeuwenoud bos. De doodsbange en wanhopig huilende Philomela vroeg hem waar Procne nu toch was, maar als antwoord vertelde Tereus haar wat hij voor haar voelde, wat hij dus van haar verlangde en toen hij niet goedschiks kreeg wat hij wou, verkrachtte hij het meisje ondanks haar wanhopige kreten om hulp, ook al riep ze de goden aan…
Philomela
Baur, Metamorphosen 1703
Toen ze zo onteerd was, beefde Philomela als een lam dat bloedend ontsnapt is aan de bek van een wolf maar zich nog niet veilig voelt, of als een duif die trillend, met veren die met bloed bespat zijn, huivert bij de herinnering aan de gierenklauwen die haar zopas nog vasthielden.
Maar de goden zullen wraak nemen… Ik zal wat je gedaan hebt, niet verzwijgen.

Maar toen de gruwel van wat er gebeurd was tot het meisje doordrong, begon ze zich de haren uit te rukken, sloeg zich de armen blauw en schreeuwde haar verkrachter toe: “Jij barbaar! Is dat het respect dat je opbrengt voor de afscheidswoorden van mijn vader? Is dat een bewijs van je liefde voor mijn zuster? Is het zo dat jij een maagd behandelt? Jij bent verantwoordelijk voor wat hier gebeurd is, jij overspelige echtgenoot, en Procne zal zich hiervoor wreken. Dood me dan! Waarom aarzel je? Een schoft als jij deinst toch voor geen enkele misdaad terug? Ik wou dat je me vermoord had voor je me verkrachtte, dan was ik nog een reine schim in de onderwereld geweest! Maar de goden zullen wraak nemen… Ik zal wat je gedaan hebt, niet verzwijgen. Als ik uit deze krocht ontsnap, zal ik alles aan iedereen vertellen; als je me hier in de bossen opgesloten houdt, zal ik je misdaad door de bossen schreeuwen en de stenen zullen het voortvertellen! De hemel zal het horen en de goden zullen ingrijpen!”
 
Bron: satura-lanx.telenet.be/Ovidius

The Ovid Project | Kroon’s mythologisch woordenboek

het verhaal ging … [17]

Deze maand lees ik de Metamorphosen van Ovidius
vandaag: Phaeton
Samen gingen ze naar de prachtige zonnewagen, gemaakt van goud en zilver, waarin het zonlicht weerkaatste. Aurora had de purperen poorten van de rozenzaal in het oosten al geopend terwijl Phaëthon nog naar de wagen stond te kijken. De zonnegod gaf de Uren de opdracht om de paarden in te spannen toen hij Lucifer, de laatste ster, naar de aarde zag afdalen en merkte hoe rood de wereld kleurde. De vuurspuwende dieren deden zich te goed aan hun ruif vol ambrozijn en lieten zich gewillig het rinkelende tuig aangespen. De vader wreef Phaëthons gezicht in met goddelijke zalf tegen de hitte en zette tenslotte de stralenkrans op zijn hoofd.
De vier paarden van de Zon bliezen vlammen
en hinnikten luid.

De Zon slaakte diepe zuchten en gaf Phaëthon nog wat raad: “Phaëthon, je mag niet te kwistig zijn met de zweep, je moet je krachten sparen voor de teugels en geen steile routes nemen.” Dan beschreef de Zon Phaëthons route en legde uit welke hemellichamen hij zou passeren. Hij mocht niet te hoog en niet te laag rijden. Aarde en hemel moesten gelijke warmte krijgen, anders zou een van beiden in brand kunnen schieten. Hij moest dus de middenweg nemen. Zijn vader bad tot Fortuna dat zij Phaëthon zou helpen.

phaeton
Virgil Solis, Metamorphosen 1581
Toen brak het ogenblik aan dat Phaëthon de wagen besteeg en hij niet meer op zijn beslissing kon terugkomen. Phaëthon was blij de teugels in handen te hebben en bedankte zijn vader, die dat liever niet had zien gebeuren… De vier paarden van de Zon bliezen vlammen en hinnikten luid. Toen Tethys het hek geopend had, schoten ze snel weg. Door het lichte gewicht van Phaëthon schokte de wagen door de lucht en leek wel onbemand. De onervaren Phaëthon schrok van het geweld van de paarden en wist niet wat doen. Hoe kon hij greep krijgen op het span? Hoe kon hij in het oog houden waar de wagen heen moest? En als hij dat al zou weten, hoe zou hij dan de wagen daarheen kunnen loodsen? (…)
phaeton
Sebastiano Ricci, 1703
(…) Daarom liet Jupiter een donderslag weerklinken en schoot met een wel gemikte bliksemschicht Phaëthon, de wagenmenner, van de zonnewagen. De paarden schrokken, steigerden en rukten zich los van de nu slaphangende teugels; de zonnewagen was herleid tot een hoop verspreid liggende wrakstukken…
 
Getroffen stortte Phaëthon neer van zijn verbrijzelde wagen terwijl zijn rosse haardos in brand stond. Hij viel in een grote boog door de lucht omlaag, zoals een ster uit een onbewolkte hemel omlaag valt. De Eridanus, een hoofdstroom van het westen, ving hem op in zijn water en waste het roet van zijn gezicht. De waternimfen van het Avondland begroeven zijn nog smeulend lichaam. Het grafschrift luidde: ‘Dit is het graf van Phaëthon, de menner van de zonnewagen; hij overleed aan overmoed’.
 
Bron: satura-lanx.telenet.be/Ovidius

Kroon’s mythologisch woordenboek

het verhaal ging … [16]

Deze maand lees ik de Metamorphosen van Ovidius
vandaag: Orpheus en de bacchanten
Terwijl de dichter Orpheus in Thrakiëdieren, bomen en zelfs rotsen meelokte met zijn gezang, kregen de vrouwen van de Ciconen, in Bacchantenstemming en gehuld in dierenvellen, hem in het oog van op een heuvel. Een van de vrouwen riep: “Kijk daar! Daar heb je onze vrouwenhater.” Ze gooide haar thyrsus naar het hoofd van Orpheus, raakte hem maar kwetste hem niet omdat de tak dik bebladerd was. Een ander gooide een steen naar hem maar die werd in zijn vaart geremd door zijn gezang en viel voor zijn voeten neer. Orpheus smeekte om genade bij die mislukte aanval.
Orpheus
Virgil Solis, 1581
Orpheus en de dieren
Ondanks zijn smeken nam het geweld toe en kende geen grenzen meer. Door het luid gekrijs, het handgeklap, de klank van toeters en timpanen en de Bacchuskreten was de stem van de dichter niet meer te horen en toen trof iedere steen zijn doel. Dan stortten de vrouwen zich op de vogels, slangen en andere wilde dieren (die luisterden naar Orpheus’ gezang) en verscheurden hen. Toen gingen ze, met bloed aan hun handen, naar Orpheus toe en omringden hem als vogels die bij het ochtendlicht een nachtuil zien rondvliegen of zoals een hert reeds in de vroege uren de prooi wordt van enkele honden en beseft dat het gaat sterven.
Een van de vrouwen riep: “Kijk daar! Daar heb je onze vrouwenhater.”

Met hun thyrsus sloegen ze Orpheus neer. Sommigen gooiden met afgerukte takken, kluiten of stenen. Er was genoeg materiaal in de buurt omdat daar vlakbij boeren hun akkers bewerkten met ploeg en ossenspan. Maar die boeren waren in paniek gevlucht voor de Maenaden en hadden hun harken, houwelen en schoffels achtergelaten op het veld. De wilde bende nam het materiaal mee, jaagde de ossen uiteen en keerde dan terug naar Orpheus. Hoe hij ook smeekte, ze doodden hem toch.

Orpheus
Orpheus wordt door bacchanten
in stukken gereten
Orpheus’ in stukken gereten lichaam werd door de Hebrus meegevoerd. En wonderlijk om zeggen: klagend klonk de lier, klagend fluisterde de mond, klagend antwoordden de oevers van de stroom. Toen de stroom het land verlaten had, dreef het lichaam verder weg op zee tot op de kust van Lesbos, waar Methymna ligt. Terwijl het hoofd van Orpheus op het strand lag, wou een slang het aanvallen. Maar toen de slang toehapte, snelde Apollo Orpheus te hulp. Hij liet de slangenbek verstenen zodat de kaken voorgoed opengesperd bleven. Orpheus’ ziel daalde af naar de onderwereld, waar hij Eurydice aantrof in de Elyzese velden en haar omhelsde. Sindsdien zijn ze altijd samen: zij aan zij, of één voorop en één die volgt; dan is het dikwijls Orpheus die omkijkt naar Eurydice, maar hij hoeft nu niet bang meer te zijn..
 
Bron: satura-lanx.telenet.be/Ovidius

Orpheus in de kunst | Kroon’s mythologisch woordenboek