Categorie archief: 20e eeuw

Wien 1900

op de boekenlijst: Het mysterie van Wenen (2012)
De creatieve zelfvernietiging van een vermolmd keizerrijk.
WenenRond 1900 leek Wenen nog slechts de residentie te zijn van een vermolmd keizerrijk dat zijn toekomst zocht in het verleden. Maar juist in die tijd groeide de stad uit tot het kosmopolitisch centrum van de Europese cultuur, waarin een nieuwe elite van vooral Midden-Europese joden haar eigen ideaal van de verlichting nastreefde. Tegen de achtergrond van die wonderlijke paradox deed er zich in het eerste decennium van de twintigste eeuw een ware explosie van creativiteit voor, in de kunst, de filosofie en de wetenschap. Sinds het Athene van de Griekse oudheid was dat in de westerse wereld niet meer vertoond. Het geheim daarvan kan alleen worden ontraadseld door die ongekende scheppingsdrang op zoveel terreinen tegelijk in hun onderlinge samenhang te doorgronden. Ook Gustav Klimt speelde een centrale rol in het Weense fin de siècle. Het mysterie van Wenen werpt nieuw licht op deze tijd: op de muziek van Mahler en Schönberg, de filosofie van Wittgenstein, de schilderkunst van Klimt en de psychologie van Freud –één van de opwindendste perioden van de westerse geschiedenis. En voor het beter kunnen begrijpen van de geschiedenis van toen en nu is dit dan ook een belangrijk boek.
 
Bron: couturekrant.nl

sociaal realisme

vannacht werd Novecento (1976) uitgezonden op Nederland 2

Guy VerhofstadtDe keuzefilm bij Zomergasten van de ex-premier van Belgiëhad die van mij kunnen zijn. Samen met La Meglio Gioventú (2003) en Heimat (1984) behoort Novecento tot de beste kronieken die ik ken tegen het decor van de twintigste eeuw. Geschiedenis wordt het beste van binnenuit begrepen. “Van binnenuit” wil zeggen: vanuit de beleving van de hoofdpersonages. In La Meglio Gioventú en Heimat zijn dat broers met totaal verschillende karakters. In Novecento kijken we naar de Italiaanse geschiedenis van 1900 tot 1945 vanuit het perspectief van Alfredo, de zoon van een grootgrondbezitter en Olmo, de onwettige zoon van een boer. De twee jongens worden dikke vrienden, maar in hun sociale positie worden ze als jongvolwassenen door de klassenstrijd uit elkaar gedreven.

Achter de botsende ideologieën woedde een eeuwenoude klassenstrijd.
novecento
Il quarto stato (Giuseppe da Volpedo) 1901
Novecento is een voortzetting van het negentiende eeuwse naturalisme en sociaal realisme met cinematografische middelen

Bertolucci filmt in de traditie van het Italiaans realisme. Net als De Sica en Passolini heeft hij zijn figuranten uit het gewone volk gekozen. De Italiaanse couleur local spat in Novecento van het doek en daarom is het nogal bizar dat er in de film Engels gesproken wordt. Wat de geschiedenis van het fascisme en communisme in Italiëbetreft, wordt mij één ding duidelijk: achter deze botsende ideologieën woedde een eeuwenoude klassenstrijd. Terwijl in de godsdienstoorlogen van de zestiende en zeventiende eeuw het protestantisme en katholicisme elkaar bevochten, stonden in de eerste helft van de twintigste eeuw politieke ideologieën tegenover elkaar. Fascisme en communisme waren een vlak geloof in het binnenwereldlijke, in een beter leven hier op aarde, een zaak om voor te sterven desnoods.

schilderachtige klassenstrijd [ woest & vredig ] | over Bernardo Bertolucci

Fidus

neoromantiek vanaf 1890 : Hugo Höppener (1868-1948)

Romantiek. Een Duitse AffaireTerwijl de Romantiek als tijdvak meestal tussen 1795 en 1820 gesitueerd wordt, zijn romantische tendenzen in de negentiende en twintigste eeuw zich blijven ontwikkelen. In het tweede deel van Romantiek. Een Duitse Affaire volgt Rüdiger Safranski het romantische spoor van 1820 tot in de jaren zestig van de vorige eeuw.

Het romantische is in de Biedermeiertijd (1815-1848) nog zo sterk vertegenwoordigd dat men vaak over de ‘late Romantiek’ spreekt. Als na 1848 het geestelijk klimaat verzakelijkt, stroomt het romantische ondergronds door en beleeft het bij Wagner en Nietzsche heftige uitbarstingen. In hoofdstuk 15 is Safranski aangekomen in de jaren negentig van de negentiende eeuw. Nietzsche was in 1890 afgezonken in een geestelijke afgrond waar hij nooit meer uit zou komen. Veel intellectuelen beschouwden hem nu als een ‘martelaar van de geest’ en in er ontstond zelfs een hype rond zijn persoon en zijn ‘profeet’ Zarathustra. Safranski schrijft over het geestelijke klimaat in de jaren negentig:

‘Leven’ werd het begrip waar alles om draaide, zoals vroeger ‘zijn’, ‘natuur’, ‘God’ of ‘ik’, een strijdbegrip bovendien dat op twee fronten werd ingezet. Enerzijds tegen het halfhartige idealisme van de plicht, zoals het op Duitse leerstoelen, in de retoriek van de officiële instanties en door de burgerlijke conventies werd uitgedragen. Anderzijds was het parool ‘leven’ gericht tegen een zielloos materialisme, dus tegen de erfenis van de op zijn eind lopende eeuw. ‘Leven’ betekende de eenheid van lichaam en ziel, dynamiek en creativiteit. Er vond een herhaling plaats van het protest van de Sturm und Drang en van de Romantiek. Toentertijd waren ‘natuur’ respectievelijk ‘geest’ de strijdleuzen tegen rationalisme en materialisme geweest. Het begrip ‘leven’ heeft nu diezelfde functie.
 
uit: Romantiek. Een Duitse Affaire. Hoofdstuk 15, blz. 302-303 (vertaling: Mark Wildschut)

LichtgebetNietzsche en het toverwoord ‘leven’ inspireren na 1890 het symbolisme en allerlei expressionistische tendenzen. Maar ook de Jugendstil ontstaat in het de neoromantische klimaat aan het einde van de negentiende eeuw. In de decoratieve Jugendstil wordt vooral het plantaardige leven afgebeeld, het groeien uit de aarde naar het licht. “Wees de aarde trouw” had Nietzsche verkondigd. De Duitse schilder Hugo Höppener (1868-1948) noemde zich Fidus (‘de getrouwe’) en schilderde vanaf 1908 vele versies van een zonaanbiddende figuur die zich als een zonnebloem naar de zon uitstrekt. Lichtgebet werd de icoon van de Reformbeweging, van Freie Körper Kultur en van communes als de Neue Gemeinschaft van Gustav Landauer en de Brüder Hart en de Kosmischer Kreis rond Alfred Schuler en Ludwig Klages. Rond 1910 bloeide er een nieuw heidendom en droomde men van een universele natuurreligie. Maar de vruchten van het neopaganisme waren niet goed. In de jaren twintig trok ‘de Nieuwe Mensch’ de laarzen aan. En een bruin uniform.

Hugo HöppenerHugo Höppener wurde am 8. Oktober 1868 (…) in Lübeck geboren. Ostern 1887 wurde er von seinen Eltern auf die Vorschule der Münchner Akademie geschickt. Nach nur drei Monaten verließ er die Akademie und wurde Schüler des Malers und Naturapostels Karl Wilhelm Diefenbach in Höllriegelskreuth, von dem er seine stilistische Prägung und den Künstlernamen „Fidus“ (Der Getreue) erhielt. Er verschrieb sich den lebensreformerischen Ideen des Vegetarismus, der Lichtgläubigkeit, der Freikörperkultur und einer naturgemäßen Lebensweise.
 
Anarcho-sozialistische Vorstellungen von Bodenreform und vegetarischer Pazifismus beherrschten die Geisteswelt des jungen Fidus. So war Fidus unter anderen Mitglied der lebensreformerischen Verbände Deutsche Gartenstadtgesellschaft, des Bundes Deutscher Bodenreformer sowie Mitglied im Bund für allseitige Lebensreform des gesamten Deutschtums, im Verein für Körperkultur und im Deutschen Verein für vernünftige Leibeszucht.
 
1889 setzte Fidus sein Studium an der Münchner Akademie fort. Die Bekanntschaft mit dem Theosophen Wilhelm Hübbe-Schleiden führte zur Mitarbeit als Illustrator der Zeitschrift Sphinx. Fidus vertrat fortan eine mystische Naturreligion und setzte sich für Ideen einer Sexualreform ein. Der spezifische Jugendstil seiner Bilder wurde fortan mit esoterischen Symbolen – Lotosblüten, Eiformen, Kreuzen und Sonnenzeichen – angereichert. Die zyklische Kreisstruktur des Lebens, die Rückkehr des Mannes in den göttlichen Mutterschoß, die Verschmelzung der Geschlechter und die Erlösung durch das Licht waren immer wiederkehrende Bildmotive. Zudem entwarf er Pläne zu gigantischen Tempelanlagen für eine neue Natur- und Lichtreligion, in denen sich das Volk zur Andacht versammeln sollte. Sein berühmtestes Bild wurde das in mehrfacher Ausfertigung, erstmals 1908, entstandene „Lichtgebet“. Es zeigt einen jungen, schlanken, fast androgynen Mann auf einem Berggipfel, die Arme in Form einer Lebensrune spreizend und die Sonne anbetend. Dieses Bild wurde zur Ikone der Jugendbewegung.
 
Bron: de.wikipedia.org

Altijd de ramen openlaten [ nrcboeken.nl ]