Categorie archief: 20e eeuw

1929 als spannend amusement

gisteren gezien op ARD: Babylon Berlin (derde reeks)
en de documentatie Herbst 1929 – Schatten über Babylon

Gisterenavond opende op de ARD de derde reeks van de serie Babylon Berlin. De eerste twee reeksen waren gebaseerd op Volker Kutscher’s historische thriller Der nasse Fisch en speelde zich af in het voorjaar van 1929. In de derde reeks zijn we in het najaar van 1929 beland. Net als bij de start van de eerste serie trakteerde de ARD haar kijkers op een documentaire over Berlijn in de jaren twintig. In januari 2019 was dat Das Jahr Babylon. De documentaire van gisteren heette Herbst 1929 – Schatten über Babylon.

Berlin 1929
Een Zeppelin boven Berlijn met links de Brandenburger Tor en rechts de Reichstag. In het midden de Siegessäule die tijdens het interbellum nog op het plein voor de Reichstag stond.

1929 is in de twintigste eeuw misschien wel hét kanteljaar geweest. Waarschijnlijk was het nog invloedrijker dan de Wende in 1989. In beide jaren stond Berlijn centraal. In 1989 kwam er een einde aan de DDR en het ijzeren gordijn en in 1929 begon de ondergang van de Weimarrepubliek. Dat was overigens pas in het laatste kwartaal van dat jaar, om precies te zijn op 24 oktober, met de Beurskrach op Wallstreet.

Berlin 1929
Amerikaanse invloeden in de jaren twintig in Berlijn

Deze gebeurtenis zou de wereld in een diepe crisis dompelen. De instorting van de aandelenkoersen in New York had rampzalige gevolgen voor Duitsland. Amerikaanse investeerders trokken zich massaal terug. Het draagvlak voor het Young-plan brokkelde af ten gunste van de opkomende NSDAP. De Weimarepubliek zou in de vrije val van de aandelenkoersen meegesleurd worden.

Desalnietemin zou Berlijn tot aan deze rampzalige Black Tuesdag een tijd van culturele bloei beleven. In Duitsland spreekt men zelfs van de Goldene Zwanziger. De gouden jaren twintig van de Weimarrepubliek begonnen echter pas in 1924 toen de hyperinflatie was bezworen en eindigden op 24 oktober 1929.

Berlin 1929
straatbeelden uit Berlijn in de jaren twintig

Berlijn werd in die zes jaar de hipste metropool op aarde met 4,3 miljoen inwoners. (In 2019 waren dat er 700.000 minder) Die Goldene Zwanziger werken nog altijd op onze verbeeldingskracht. Het leek alsof de moderniteit Berlijn had uitgekozen om er open te barsten. De oude wereld van de 19e eeuw ging in een bruisende feeststemming ten onder. Voor iedereen die graag modern wilde zijn, had Berlijn als de meest progressieve stad van Europa, een voorbeeldfunctie.

Voor een deel was deze moderniteit made in Germany, zoals de Zeppelin, het Bauhaus en de expressionistische film. Voor een ander deel bestond deze vooral uit Amerikaanse invloeden, dit tot groot ongenoegen van de nationaalsocialisten. De Amerikaanse muziek (jazz), dans (Charleston) en film (Hollywood) stonden hen tegen.

Berlin 1929
ARD website bij de serie Babylon Berlin
Als je de Duitsers massaal voor de buis wilt voor een geschiedenisles, dan moet je er veel Krimi in kruimelen.

De serie Babylon Berlin is een zeer ambitieus en kostbaar project dat werkt als een tijdcapsule. De reconstructie van het tijdsbeeld is vrij nauwkeurig en de filmsets zijn groots, ook in de buitenopnamen zodat we ons werkelijk op straat wanen in het Berlijn van 1929. Door ruim 90 jaar terug te spoelen in de tijd, lijkt Babylon Berlin het Duitse volk vooral te confronteren met de vraag hoe het ooit zover heeft kunnen komen. Tussen 1945 en 1990 stond in Duitsland vrijwel altijd de periode 1933-1945 op het programma. De Duitsers hebben de zwarte bladzijden uit hun geschiedenis stuk gelezen. Maar over de oorzaken van de opkomst van Hitler aan het einde van de jaren twintig, werd relatief minder aandacht besteed.

Als je de Duitsers massaal voor de buis wilt voor een geschiedenisles, dan moet je er veel Krimi in kruimelen. Precies dat is wat Volker Kutscher met zijn historische thrillers heeft gedaan. Geschiedenis en criminaliteit gaan hand in hand. Als één volk daarvan doordrongen is dan zijn het wel de Duitsers.

6 juni 1931

Bij het 40-jarige huwelijksfeest van mijn overgrootouders

Op zaterdag 6 juni 1931 vierden mijn overgrootouders hun 40-jarige huwelijksfeest in het bijzijn van kinderen en kleinkinderen. Het jongste kleinkind was mijn vader, toen nog een baby van 8 maanden. Over vier weken hoopt hij 90 te worden.

familiefoto
De familie van den Heuvel op 6 juni 1931 met in het midden Hendrik “de Levi” van den Heuvel

Fotografie is magie. Een momentopname van 89 jaar geleden is in feite licht van 89 jaar geleden. Je zou ook kunnen zeggen dat deze foto op 89 lichtjaar afstand van mij staat. Ik zie mijn vader zoals ik hem nog nooit gezien heb. In zijn nest. Met mensen die ik niet of nauwelijks gekend heb. Mijn overgrootvader overleed zeven jaar voordat ik zelf ter wereld kwam. Toen mijn grootvader stierf was ik twaalf.

vader 1931Deze mensen die op een afstand van 89 lichtjaar van mij zitten en staan te kijken, zijn een deel van mijn familie. Ze leefden in een heel andere tijd. Dat is duidelijk te zien aan de patriarch (en mijn naamgenoot) van de familie Van den Heuvel, precies in het midden van het gezelschap. Een statige man die met ten minste één been in de negentiende eeuw was blijven staan. Daar hoorde hij eigenlijk meer thuis dan in de twintigste eeuw.

Toch was in 1931 de moderne tijd al in volle gang. Een maand voor het 40-jarige huwelijksfeest van mijn overgrootouders, werd het hoogste gebouw ter wereld in gebruik genomen, het Empire State Building in New York. Veertig jaar lang zou de 389 meter hoge wolkenkrabber in hoogte onovertroffen blijven. Ook dat was dus 1931.

6 juni 1931 – een zwarte dag voor de romantische schilderkunst
Ik was benieuwd wat 6 juni 1931 voor een dag was. Wat was er in het wereldnieuws te melden? In ieder geval was 6 juni 1931 geen 6 juni 1944. Het leek een dag als alle andere. Toch was er nieuws te melden vanuit München dat mij nog altijd verdrietig stemt: een grote brand verwoestte het Glaspalast. Op dat moment liep daar de tentoonstelling Werke deutscher Romantiker von Caspar David Friedrich bis Moritz von Schwind. Alle 110 schilderijen uit de Romantiek gingen verloren, waaronder negen van Caspar David Friedrich.

„Entsetzlich ist der Verlust berühmter Kunstwerke, insbesondere der in drei Sälen ausgestellten deutschen Romantiker (Werke von Künstlern aus der Zeit von etwa 1820–1860), darunter Caspar David Friedrich, Rottmann, Schwind, Runge, (aus Frankfurt geliehen), Spitzweg usw. Von den etwa 120 Bildern der Romantiker konnte angeblich nichts gerettet werden – ein Verlust in der Höhe von vielen Millionen….“
 
Bron: Grafinger Zeitung, Nr. 125
Glaspalast
Het Glaspalast in München werd op 6 juni 1931 door brand verwoest.

Glazen paleizen eindigden vaak met een brand. De moeder van alle glazen paleizen, The Crystal Palace in Londen, werd in 1936 tenslotte door een brand verwoest. Het Paleis voor Volksvlijt in Amsterdam ging in 1929 al in vlammen op. En twee jaar later, op 6 juni 1931, werd dus ook het Glaspalast in München door een grote brand verwoest.

Friedrich
Negen schilderijen van Caspar David Friedrich gingen bij de brand op 6 juni 1931 verloren

Kunstausstellungen im Münchner Glaspalast (1869-1931)

Gemopper in de kantlijn

gisteren gekocht: Hooligans (1989) van Jan Hendrik van den Berg
metabletisch onderzoek naar de betekenis van Centre Pompidou en Crystal Palace

hooligansSoms koop je wel eens een boek waarin een vorige lezer aantekeningen heeft gemaakt. Meestal is dat hinderlijk, maar soms is het leerzaam en een enkele keer zelfs amusant. De boekverkoper van boekwinkeltjes.nl had mij netjes geattendeerd op “aantekeningen in potlood”. De volgende dag was het boek er al. Het bleek mee te vallen. De aantekeningen zijn in een klein en fijn handschrift (met een scherp geslepen H-potlood gemaakt) zodat ze tijdens het lezen nauwelijks storend zijn. Hoe ‘fluisterend’ het commentaar visueel ook is, inhoudelijk is het met een vette marker gemaakt. Schreeuwende kritiek genoteerd in een uiterst bescheiden handschrift heeft iets komisch.

De aantekeningen werden misschien wel dertig jaar geleden gemaakt, want Hooligans van Jan Hendrik van den Berg werd gepubliceerd in 1989 (uitgeverij G.F. Callenbach in Nijkerk.) Blijkbaar had deze lezer geen hoge dunk van de metableticus Van den Berg. Dit blijkt al op het titelblad, waar hij achter de naam dr. Jan Hendrik van den Berg geschreven heeft: ‘rechtse rakker, gevaarlijk eenzijdig, bijziend, oppervlakkig, onrechtvaardig, sociale racist – en nog zo wat.’

commentaar
de vorige eigenaar van het boek waarschuwt op het titelblad van Hooligans voor het “weerzinwekkend mens- en wereldbeeld” en de “verderfelijke theorieën” van dr. Jan Hendrik van den Berg.

Het bovenstaande is een voorproefje van wat mijn commentator in de marges van de volgende 230 bladzijden noteert. Zo ontlokt het conservatisme van Van den Berg hem meermalen een spottend ‘ochot!’ Wanneer hij Van den Berg ergens op meent te kunnen betrappen dan staat er: ‘alsjeblieft, de aap uit mouw’. Bij verontwaardiging: ‘Wel ja, toe maar’. En tenslotte laat hij zich kennen als een progressieve moralist: ‘Van den Berg heeft een weerzinwekkend mens- en wereldbeeld. Bovendien bedenkt hij verderfelijke theorieën.’, ‘Heeft Van den Berg sympathie voor bepaalde methoden van Hitler om de minderen en de minsten te laten verdwijnen?’, ‘Van den Berg: dirty mind’, ‘Wat een smeerlapperij’.

Ondanks al dit gemopper in de marge, blijkt het boek Hooligans een interessante cultuurkritische studie over de relatie tussen moderne architectuur en het wegvallen van gezagsverhoudingen in de samenleving. De Hooligans zijn voor Van den Berg voor de cultuur en menselijke waardigheid bedreigender dan de Barbaren dat zijn voor Alessandro Barricco. De laatste, onthoudt zich uit vrees voor cultuurpessimisme van een duidelijke stellingname. Van den Berg schrijft vanuit een dapper conservatisme, waarvoor hij door zijn commentator genadeloos afgerekend wordt.