The Philadelphia Story won o.a een oscar voor het beste script dat gebaseerd is op het gelijknamige toneelstuk van Philip Barry uit 1939. Howard Hawks kocht de rechten als cadeautje voor zijn geliefde katharine Hepburn. De hoofdrol was haar op het lijf geschreven.
The Philadelphia Story blinkt niet alleen uit in het script maar ook in de geweldige acteerprestaties. Gary Grant als playboy en John Howard als droogkloot doen het goed, maar het echte vuurwerk komt van Katherine Hepburn en James Stewart. De laatste won terecht een oscar voor zijn rol. Nog mooier was het geweest als Hepburn ook een oscar had binnengesleept. Maar ze mag natuurlijk niet klagen. The greatest female star in Hollywood won meer oscars dan welke andere actrice ook.

Het sterke van deze huwelijksklucht is dat ze soepel laveert tussen luchtigheid en diepgang. Zoals de meeste zedenschetsen over de upperclass, wordt de hogere klasse op de hak genomen. Uncle Willie (Roland Young) die jonge meiden in de billen knijpt, of het aanstellerige verwende zusje Dinah (Virginia Weidler) zijn types die je in iedere rijke familie kunt tegenkomen. Het blijven min of meer karikaturen.
Toch combineren deze prima met complexere karakters als die van Tracy Lord (Katharine Hepburn) en Macaulay Connor (James Stewart). Playboy C.K.Dexter Haven (Gary Grant) en Tracy‘s verloofde George Kittredge (John Howard) zijn als personage vlakker maar geen karikaturen zoals Uncle Willie en Dinah.
Hoogtepunt is wat mij betreft de scene tussen Hepburn en Stewart in de tuin. Niet vaak zie je zo’n geweldige dialoog over aantrekking en afstoting die met zoveel chemie gespeeld wordt. De takes zijn lang, waardoor we meegevoerd kunnen worden in het intense spel van Hepburn en Stewart. De dialoog wordt bekroond met een klassieke filmkus plus legendarische quote van Hepburn: “Golly, Moses!”
The Philadelphia Story [ filmsite.org ] | The Philadelphia Story [ imdb.com ]
In het boekje bij de DVD-box van Die andere Heimat schrijft Edgar Reitz iets over de totstandkoming van zijn project. Heimat 1, 2 en 3 waren kronieken die zich afspeelden in de twintigste eeuw (1919-1999) en werden voor televisie geproduceerd. Met Die andere Heimat deed Reitz het helemaal anders. Het verhaal speelt zich af in 1843 en er werd ditmaal een bioscoopfilm (230 min.) van gemaakt. Heimat zou Heimat niet zijn als we daarbij niet terugkeren naar de familie Simon in Schabach op de Hunsrück. 
Schwarz, rot, gold, de nationale driekleur, die tijdens het Hambacher Fest in 1832 voor het eerst werd meegedragen en Duitsland verenigen moet, is in Die andere Heimat ook even te zien. Pas na de maartrevolutie van 1848 zal de Duitse vlag in Frankfurt officieel gaan wapperen. 












