Lawrence of Arabia en verder… filmmuziek uit Hollywood
Vrijdagavond gaf het Metropole Orkest o.l.v. chef-dirigent Vince Mendoza een concert met filmklassiekers uit Hollywood. Het programma volgde losjes het thema “de jaren twintig” en werd live op radio 4 uitgezonden. Jammer dat er in het programma zo weinig aandacht was voor de pioniers van de filmmuziek, juist omdat de jaren twintig centraal stonden. Van de drie godfathers van de filmmuziek, Max Steiner (Gone with the wind 1939, Casablanca 1942), Alfred Newman (All about Eve 1950, The Robe 1953) en Dimitri Tiomkin (The Guns of Navarone 1961, The fall of the Roman Empire 1964), was alleen Steiner‘s thema voor King Kong (1933) in het programma opgenomen.
Beroemde filmcomponisten als Erich Korngold (The adventures of Robin Hood, 1938), Franz Waxman (Rebecca 1940, Rear Window 1954), Miklós Rósza (Lust for life 1956, Ben Hur 1959) en Alex North (Spartacus 1960, Cleopatra 1963) zaten ook al niet in het programma. Ook Gottfried Huppertz (Die Nibelungen 1924, Metropolis 1926) de huiscomponist van Fritz Lang heb ik gemist. Hij is heel erg “jaren twintig”, maar weer geen componist uit Hollywood. Gelukkig was Bernard Herrmann er weer wel bij met een van zijn vroegste scores, namelijk die bij Citizen Kane (1940).
➜ Muziek kan de film overtuigend van een sfeer van tijd en plaats voorzien.
➜ Muziek kan gebruikt worden om psychologische verfijning aan te brengen en de onuitgesproken gedachten van een personage of de verborgen implicatie van een situatie duidelijk te maken (denk aan Wagner en zijn gebruik van Leitmotive).
➜ Muziek kan een neutrale achtergrond vormen.
âžœ Muziek kan de dramatiek van een scène ondersteunen en deze ook weer afronden.
Paul Janssen in het programmaboekje
programma 11 november 2011, Vrijdag van Vredenburg
Overture Lawrence of Arabia – Maurice Jarre (Lawrence of Arabia)
What’ll I do – Irving Berlin (The Great Gatsby)
Overture and Themes – Lenny Hayton (Singin’ in the Rain)
A New Carpet – Nino Rota (Godfather Two)
Murder of Don Fanucci – Nino Rota (Godfather Two)
The Immigrant – Nino Rota (Godfather Two)
Solace – Scott Joplin (The Sting)
Main Title – John Barry (Out of Africa)
Last Emperor Theme – Ryuichi Sakamoto (The Last Emperor)
The Untouchables – Ennio Morricone (The Untouchables)
Chaplin Medley – Charlie Chaplin (MODERN TIMES)
Drop me off in Harlem – Duke Ellington (The Cotton Club)
King Porter Stomp – Fletcher Henderson (Millers Crossing)
Old Man of the Mountain (Young, Brown) – Cab Calloway/Fleischer (1933) (Betty Boop)
Chinatown Main Theme – Jerry Goldsmith (Chinatown)
Kong Escapes – Max Steiner (King Kong)
Citizen Kane’s News Office – Bernard Herrmann (Citizen Kane)
Running Wild – Duke Ellington (Millers Crossing)
De Russisch-Italiaanse monsterproductie Waterloo, die in 1969 in de toenmalige Sovjet Unie (Oekraïne) werd opgenomen, was een van de laatste grote historische spektakelfilms uit de filmgeschiedenis. Er speelden 15. 000 infanteristen mee uit het Sovjet Leger en nog eens 2.000 cavaleristen. Tijdens de opnamen grapte men dat regisseur Sergei Bondarchuk de opperbevelhebber was van het op zeven na grootste leger ter wereld. De film kostte toendertijd 35 miljoen dollar (omgerekend naar 2011 ongeveer 110 miljoen dollar), veel meer dan de toch al peperdure SF-films 2001: A Space Odyssey (1965-68) en Star Wars (1976-77). Helaas bracht Waterloo maar een paar miljoen op. De jeugd had geen interesse meer voor epische films en de filmindustrie ging zich na 1970 meer op gewelddadige en sexy films richten. 




Mulisch’ roman Hoogste Tijd en Weisz’ film handelen rond de oude revue-artiest Willem Bouwmeester, voor vrienden Uli, een telg uit het grote acteursgeslacht van de Bouwmeesters. Een zwart schaap, die nimmer aan de verwachtingen kon voldoen, consequent de verkeerde keuzes maakte en zijn kansen verspeelde. Hij bleef hangen in het variété-werk, speelde in de oorlog als lid van de Kultuurkamer enkele grotere rollen in operettes waarvoor hij later opgepakt werd, en zag zijn bezigheden na de oorlog gereduceerd tot wat onbeduidende bijrolletjes, hoorspelen en figuratie. Met zijn zuster Berta (een sterke Kitty Courbois) slijt hij zijn oude dag in een slaapstad tot op een dag de regisseur (Josse de Pauw) en zakelijk leider (Mark Rietman) van het toneelgezelschap Het Auteurstheater zich melden. Bouwmeester krijgt de hoofdrol aangeboden in het stuk Noodweer, dat gaat over de gevierde acteur Pierre de Vries die zich in 1904 opmaakt voor een laatste optreden in zijn afscheidsvoorstelling De Storm van Shakespeare.












