Categorie archief: film

geabstraheerde Middeleeuwen

gisterenavond gezien op Arte: Siegfried en Kriemhilds Rache (1924)

SiegfriedDe Duitse filmpionier Fritz Lang begon in 1922 aan zijn elfde film. Ditmaal was het een zeer ambitieus project dat veel doet denken aan de Tolkienverfilming van Peter Jackson 75 jaar later. De verfilming van het Nibelungenepos uit 1922-1924 was niet alleen een superproductie maar ook een fantasyfilm. Vanwege de lengte werden de film in twee delen gesneden: Siegfried en Kriemhilds Rache. Gisterenavond zond de Frans-Duitse zender Arte beide delen achter elkaar uit en ‘s nachts volgde nog een documentaire over de restauratie van dit filmmonument.

Kriemhilds RacheNa bijna negentig jaar maakt de film nog steeds indruk. Toch kijk ik naar deze film vanuit een andere houding dan ik gewend ben. De cinematografie is beperkt, de traagheid vergt veel van het geduld, het acteerwerk is theatraal. Het is duidelijk een film uit een heel andere tijd. Maar dat maakt het juist zo spannend. De zwijgende film vraagt om een bepaalde manier van acteren en de primitieve cinematografie dwingt tot een bepaalde manier van vertellen.

Siegfried en Kriemhilds Rache staan nog dichtbij het theater en de schilderkunst. De acteurs hebben maskerachtige gezichten en bevriezen deze vaak in een ondubbelzinnige uitdrukking. Het groteske en niet subtiele geeft het expressionistische acteren zijn magische kracht: een fonkelende blik, gemene toegeknepen ogen, een ten hemel geslagen smachtende blik… En altijd onnatuurlijk lang vastgehouden om de emotie te accentueren.

Siegfried 1924
Kriemhilde wijst Hagen Tronje aan als de moordenaar van Siegfried. De meeste scenes zijn zorgvuldig geënsceneerde taferelen die rechtstreeks voortkomen uit de historieschilderkunst.
Het groteske en niet subtiele geeft het expressionistische acteren zijn magische kracht: een fonkelende blik, gemene toegeknepen ogen, een ten hemel geslagen smachtende blik… En altijd onnatuurlijk lang vastgehouden om de emotie te accentueren.

Een ander punt waar je bij een film uit de vroege jaren twintig tegenaan loopt, is de cinematografie. Er zijn nog geen pans, tilts, dollyshots, en andere camerabewegingen. De camera staat altijd op één vast punt. In- en uitzoomen is er ook niet bij. Je hebt dus eigenlijk de ervaring dat je in het theater zit en telkens een nieuwe scene op het toneel te zien krijgt. Ook kun je het vergelijken met een schilderijententoonstelling: telkens krijg je een volgend zorgvuldig geënsceneerd tafereel te zien, dat net als een schilderij een visuele vertelling is. Totaal, half-totaal en close up, dat is alles. Tegenwoordig zou dit slaapverwekkende cinematografie zijn, want we zijn nu gewend dat camera’s bewegen en dat ze ons zelfs fysiek in de film betrekken. De statische camera die een scene veel te lang vast houdt, daar hebben we allang het geduld niet meer voor. En toch is het juist deze manier van filmen die laat zien dat de filmkunst uit het theater en de schilderkunst voortkomt. Kijk bijvoorbeeld naar de filmdecors. Het zijn niet meer de geschilderde decors die in de schouwburg gebruikt werden. En toch ook wel weer, maar dan nu in 3D uitgevoerd op de filmset. De filmdecors zijn net als de geschilderde toneeldecors geïdealiseerd en vertellen het landschap zoals een klassiek schilderij het landschap vertelt: een weggetje dat naar de horizon leidt, halverwege een bruggetje en op de voorgrond de onvermijdelijke boom.

Kriemhilde
kostuumontwerper Paul Gerd Guderian heeft goed naar het werk van Gustav Klimt gekeken

De set decorateurs en de kostuumontwerpers hebben niet letterlijk historische stijlen geciteerd. Je denkt in de donkere Middeleeuwen te zijn, met spookachtige ridderfiguren, jonkvrouwen, dwergen en zelfs een draak. Maar als je beter kijkt, zie je dat je in de jaren twintig bent. Kriemhilde ziet eruit als een schikgodin die zo lijkt weggelopen uit een schilderij van Franz von Stück of Gustav Klimt. De mantel die ze draagt, met geabstraheerde vormen, driehoekjes, cirkels en blokjes, werd in de Middeleeuwen niet gedragen. Het is Wiener Secession, een variant van de Jugendstil waaruit in de jaren twintig de Art Deco is voortgekomen.

Kriemhilds Rache
stills uit Kriemhilds Rache 1924
Ik kijk in twee soorten verleden en ergens zie ik iets heel moderns tevoorschijn komen, een geabstraheerde Middeleeuwen.

Ook in de architectonische decors zijn de Middeleeuwen modern geïnterpreteerd. Het is een geabstraheerde wereld van grote vormen, die je ook tegenkomt bij architecten als Adolf Loos en Erich Mendelsohn. Deze overvloeiende tijdsbeelden vind ik intrigerend. Ik kijk in twee soorten verleden en ergens zie ik iets heel moderns tevoorschijn komen, een geabstraheerde Middeleeuwen met expressionistische acteurs. Componist Gottfried Huppertz heeft in de filmscore geen Wagnermotieven verwerkt, maar zijn muziek is bombastisch genoeg om de associatie met Wagner te maken. Dat komt er dus ook nog bij. Alles bij elkaar zijn de Nibelungenfilms een hutspot van tijdsbeelden: geromantiseerde Middeleeuwse, negentiende eeuws dramatiek en twintigste eeuwse abstractie. Deze verbinding tussen verschillende tijdvakken, tilt ons ergens boven de tijd uit. Anders gezegd: ergens is het nog altijd 1924.

Fritz LangWährend Fritz Lang sich mit diesem Film endgültig seinen Status als bildgewaltiger Regisseur verschaffte, war er für die Ufa bestens geeignet, mit ihrem hochmodernen Technikpark international zu reüssieren. Die Nibelungen gilt als bis dahin teuerste deutsche Filmproduktion. Die Vorbereitungszeit für Drehbuch, Bauten und Kostüme umfasste ein halbes Jahr, in dem ein künstlicher Wald mit neun Meter hohen Bäumen im Studio erbaut und ein 21 meter langer Drache mit lebensechten Bewegungsabläufen erschaffen wurde. Ein Vierteljahr lang kamen in der Wohnung Langs und von Harbous die Kameraleute Carl Hoffmann und Günther Rittau, der Komponist Gottfried Huppertz, der Maskenbildner Otto Genath, die Architekten Otto Hunte und Erich Kettelhut sowie der Techniker Karl Vollbrecht und der Kostümbildner Paul Gerd Guderian zu ausgedehnten Regiesitzungen zusammen. Dabei wurde jedes Detail, von den aufwendigen Bauten bis hin zum Gang eines Darstellers, diskutiert.
 
Bron: arte.tv

Siegfried [ imdb.com ] | Kriemhilds Rache [ imdb.com ] | Fritz Lang foto’s

spitfires & stuka’s

zondagmiddag gezien op Een: Battle of Britain (1969)

Battle of BritainVorig jaar keek ik naar First of the Few (1942 en in de VS uitgebracht onder de titel Spitfire) van en met Leslie Howard over de Slag om Engeland. Deze oorlogsfilm uit de Tweede Wereldoorlog was een propagandafilm én een eerbetoon aan de vliegeniers van de Royal Air Force. First of the Few bevatte spectaculaire luchtgevechten waarbij de dubbeldekkers uit Howard Hughes’ Hells Angels (1930) verbleekten. In 1969 zou deze film opnieuw overtroffen worden door misschien wel de meest spectaculaire film die er over de Slag om Engeland is gemaakt.

Never in the field of human conflict was so much owed
by so many to so few

Winston Churchill

Net als bij A Bridge Too Far (1977) past bij Battle of Britain de opmerking a star too much. De cast met steracteurs als Lawrence Olivier, Trevor Howard, Christopher Plummer, Michael Caine e.a. is natuurlijk indrukwekkend, maar of dat nu echt nodig was… Tenslotte zijn het de Spitfire, Hawker Hurricane, Heinkel en Messerschmitt Bf 109 die de eigenlijke hoofdrollen spelen. Het is dus echt een film voor mijn vader, die vandaag zijn 81e verjaardag viert, en gisteren weer als 11-jarig jongetje met rode oortjes heeft gekeken.

Battle of Britain
Het zenuwcentrum van de Slag om Engeland Wanneer tijdens een bombardement de kaart bedolven wordt onder neerstortend puin, krijgt de uitdrukking “de kaart is niet het gebied ” een extra betekenis: de kaart is óók het gebied…

Battle of Britain [ imdb.com ]

de schilder en de tuinman

zaterdag gezien op DVD: Dialogue avec mon jardinier (2007)

Dialogue avec mon jardinierMichaela verrast mij vaak met Franse films. Tien jaar geleden was dat met Le Fabuleux Destin d’Amélie Poulain (2001). Daarna volgden een aantal films van Jacques Tati en Seraphine (2008). Niet lang geleden bracht ze de DVD van Dialogue avec mon jardinier mee. Evenals Seraphine is deze film een ode aan het platteland. Sfeervolle opnamen met tegenlicht, bochtige weggetjes, moestuintjes, rieten stoeltjes en een eerlijke plattelandswijn. Clichés worden niet geschuwd. De schilder heeft een strohoed op en doet het natuurlijk weer met zijn model.

Het scenario volgt het voortkabbelende leven van een schilder die gesprekken heeft met zijn tuinman en concentreert zich vooral op het verschil tussen beide personages. De schilder maakt in Parijs deel uit van het grootsteedse leven en de culturele elite maar komt in zijn buitenhuis op het platteland pas weer tot zichzelf. De tuinman is een simpele ziel met alleen maar lagere school, maar met een open hart voor de kleine dingen van het leven. In de gesprekken met de schilder, ontwikkelt de tuinman zich ongewild tot de kenner van het gewone leven en in zekere zin tot een leraar voor de schilder. Maar nergens gaat het gesprek echt de diepte in. Dialogue avec mon jardinier is vooral een filmduet voor twee steracteurs. Jean-Pierre Darroussin als de eenvoudige tuinman op zijn brommertje roept een beeld op van tevredenheid en ‘domweg gelukkig zijn’, precies zoals Monsieur Hulot op zijn fiets in Mon Oncle.

Dialogue avec mon jardinier trailer

Over schilderkunst kom je door deze film niet veel te weten. Behalve dan dat Jean-Léon Gérôme in Barbizon oriëntaalse schilderijen maakte. Hij kwam niet naar Barbizon voor de omgeving, maar wilde gewoon bij zijn vrienden zijn… En daar gaat Dialogue avec mon jardinier ook over, niet over tuinieren of schilderkunst, maar over een gewone vriendschap die door het fijnzinnige duet van Daniel Auteuil en Jean-Pierre Darroussin overtuigt en ontroert.

Dialogue avec mon jardinier [ nrc.nl ]