John Steinbeck beschouwde East of Eden (1952) zelf als zijn belangrijkste roman. Het is ongetwijfeld zijn meest ambitieuze, met een aaneenschakeling van grote thema’s : identiteit, vrijheid, rechtvaardigheid, liefde, jaloezie en haat. De titel is gebaseerd op Genesis 4:16 “En Kaïn ging uit van het aangezicht des Heeren; en hij woonde in het land Nod, ten oosten van Eden.” Kort na het verschijnen van de roman volgde de verfilming van Elia Kazan. De film werd legendarisch door de eerste grote rol van James Dean als Caleb Trask. De roman is complexer dan de film, die maar een deel van het verhaal toont: de rivaliteit tussen Caleb en Aaron, de tweelingzonen van Adam Trask. Caleb is het zwarte schaap van de familie en probeert de liefde van zijn vader te kopen.
het aangezicht des Heeren;
en hij woonde in het land Nod,
ten oosten van Eden.
Genesis 4:16
East of Eden speelt zich af in de vruchtbare vallei van Salinas (Californië) waar Steinbeck zelf is opgegroeid. Het is ook de plaats waar James Dean in september 1955 in zijn Porsche Spyder verongelukte. In 1955 werd hij posthuum genomineerd voor een oscar voor de beste mannelijke acteur. Ruim een halve eeuw later komt deze film nogal bombastisch over, maar ik heb daar toch niet zoveel problemen mee. Een paar maanden geleden keek ik nog naar Gone with the wind een ander melodrama in Technicolor met kamerbrede muziek. Eigenlijk vind ik het heel mooi als film film is. Kunstwerkelijkheid. Uitvergroting. Het mag best gekunsteld, gedramatiseerd en overdreven zijn. East of Eden hoort thuis in die categorie melodrama’s waarbij de emoties en filmscore zwaar zijn aangezet. Elia Kazan was hier een meester in en John Steinbeck was zeer tevreden over het resultaat.
and it’s a choice
that makes him a man
John Steinbeck
Bron: imdb.com

The man with the golden arm is vooral ook bekend door de begintitels van Saul Bass. De invloed van de vormgeving van deze film is moeilijk te overschatten. Voor mij persoonlijk is dit een van de hoogtepunten van Midcentury Modern, een stijl die je gemakshalve tussen 1940 en 1960 kunt plaatsen. Het is een tijdloze stijl met de nadruk op universele eenvoud. In onze ogen is midcentury modern gedateerd, maar dat komt weer door onze conditionering aan ‘het hedendaagse’. In zeker opzicht is de lifestyle in de jaren veertig en vijftig moderner dan in 2011. Het modernisme werd nog uit volle overtuiging beleden. Van echte kritiek op het modernisme, laat staan van post-modernisme, was nog geen sprake. Het moderne leven trok in alle opzichten aan, was optimistisch en universeel. Kortom: “wie modern is, heeft de toekomst”. De avant-garde uit de beeldende kunst was mainstream geworden. De toegepaste kunsten en industriële vormgeving maakten dankbaar gebruik van de visie van bijvoorbeeld Malevitsch, Klee en Pollock. 
Ik denk aan de schilderijen van Franz Kline. Zijn dit nu zwarte lijnen op een witte achtergrond of witte vormen op een zwarte achtergrond? Het is een Bauhausanalyse in beeldelementen en tegelijkertijd de betovering van de eenvoud. Iedereen kan dit. Ook daarom is dit zo universeel. In traditionele kunst ging het altijd om vakmanschap, om zaken die slechts de enkeling kon. In de moderne kunst gaat het vaak om de primaire uitdrukking, om het laten spreken van de vormen zélf. De kunstenaar is degene die ons daar ontvankelijk voor wil maken.












