Twintig jaar geleden maakte Martin Scorcese een remake van de thriller Cape Fear uit 1962. De twee hoofdrolspelers van toen, Robert Mitchum en Gregory Peck, kregen in deze remake allebei een kleine rol. De originele filmscore van Bernard Herrmann werd door Elmer Bernstein opnieuw georchestreerd. Voor mij was dat laatste een reden om naar deze remake te kijken, want ik ben een liefhebber van Herrmann‘s filmmuziek. Bovendien zijn er nog fragmenten toegevoegd uit de score die Herrmann schreef voor de Hitchcockfilm Torn Curtain (1966). Deze werd door de master of suspense geweigerd waardoor in 1966 een abrupt einde kwam aan hun unieke samenwerking. Tot aan Herrmann‘s dood op 24 december 1975 zouden ze geen contact meer hebben. Hitchcock overleed zelf op 29 april 1980.
Scorcese pakte voor deze thriller een hele trukendoos uit, waarbij de geest van Hitchcock duidelijk aanwezig is. Emoties worden ingekleurd met visuele effecten die rond 1960 in de mode waren. Zo zijn negatiefbeelden gebruikt om angst en waanzin te verbeelden. Een rood filter stuurt onze staat van bewustzijn richting nachtmerrie, aangevuld met de muzikale adrenaline van Herrmann.
I want you to savor that fear.
The south was born in fear.
Fear of the Indian, fear of the slave, fear of the damn Union.
The south has a fine tradition
of savoring fear.
Claude Kersek (in Cape Fear)
Vooral in de combinatie van excessief geweld met verwijzingen naar Bijbelteksten, moet deze remake van Scorcese een bron van inspiratie zijn geweest voor Quentin Tarantino die twee jaar later met Pulp Fiction de intelligent gemaakte ranzige B-film zowel bij het grote als bij het elitaire publiek tot A-film zou weten te verheffen. Ook al kijk ik helemaal niet graag naar Oudtestamentische wreedheid, de score van Bernard Herrmann, de cinematografie van Freddie Francis en het perfectionisme van Martin Scorcese transformeren de pulp tot een briljant gestyleerde thriller.

Bron: digg.be
Les vacances de monsieur Hulot is een sfeervolle en poëtische aaneenschakeling van visuele grappen. De film klopt aan alle kanten. De zwierige open typografie van de openingsgeneriek en het lichtvoetige Quel Temps Fait-Il A Paris van Alain Romans passen perfect bij het verpozen, flaneren en uitwaaien aan zee. Waar kende ik deze sfeer ook alweer van? Bert Haanstra, inderdaad. Hij kende Tati persoonlijk. In 
Vorige week kocht ik het boek Jacques Tati. Een kwestie van kijken (2010) van Ann Meskens en ben dat nu aan het lezen. Al eerder, in 2003 publiceerde zij het essay
Het Belgische televisiekanaal Een heeft de goede gewoonte om op zondagmiddag een klassieker in zwartwit uit de periode 1940-1960 uit te zenden. Gisteren keek ik naar Sunset Boulevard (1950). Ook al zijn de meeste films van Billy Wilder inmiddels meer dan een halve eeuw oud, je komt ze op televisie gelukkig nog steeds tegen. Zo was vorige maand Some like it hot (1959) nog te zien. Voor beide films werd Wilder genomineerd voor twee oscars (beste regie en beste scenario en filmscript). Hopelijk worden Double Indemnity (1944), The Lost Weekend (1945) en The Appartment (1960) ook nog eens op Een vertoond. Ook voor deze drie films werd Billy Wilder voor de twee eerdergenoemde oscars genomineerd. Met in totaal acht oscarnominaties (waaronder twee gewonnen) is Wilder 














