gezien ons eigen leven familiefilms 1920-1980
Ruim drie jaar geleden werd in het geschiedenismagazine Andere Tijden een special uitgezonden met filmopnamen van de jaren vijftig in ons land. Bloemencorso’s, Juliana en Bernhard bij bosnegers, broodtrommels op de bagagedrager, rokende kinderen en de feestelijke entree van de Philips hoogtezon. Op zich niet heel bijzonder, want het zijn typische onderwerpen uit de bekende Polygoon filmjournaals. wéll bijzonder was dat alles in kleur gefilmd was en dat is zeldzaam voor ons land waar tot in de jaren zeventig in zwartwit gefilmd werd. Het maakte mij er ook weer van bewust hoe beeldvorming eigenlijk werkt. Na deze gedenkwaardige special is de redactie van Andere Tijden in archieven met familiefilms gedoken, die zowel in het archief van de NPS als in (provinciale) archieven bewaard worden. Er werd een keuze gemaakt uit tachtig uur filmmateriaal zonder geluid en zonder verhaal. Levende foto’s uit andere tijden, maar tijdloos in alledaagsheid.

In de dertiger jaren druppelt langzamerhand het besef door dat er meer mogelijk moet zijn met dat indrukwekkende ding. Je kunt bijvoorbeeld met een meer of minder geslaagde poging tot humor een scène uit je leven naspelen zonder daarbij persé in de lens te kijken. Of je kan eens een beweging maken van je dochter naar je zoon en vice versa. Nog weer later, vanaf de jaren vijftig, wordt de camera pas echt een middel om iets over het eigen dagelijkse leven vast te leggen. Papa en zijn boormachine op zondag bijvoorbeeld.
In de jaren zeventig beginnen de vormexperimenten: in navolging van de toenmalige VPRO-stijl zien we dan enorm close ups van mama’s oog, mond of van het voetje van een pasgeborene. En natuurlijk, er kan ineens in potjes geplast en gepoept worden voor de camera. Ook teennagels lakken of tongzoenen kan in die jaren gewoon op de film: het zijn de jaren waarin we ons bevrijd dachten van „ ouderwetse burgerlijke normen„
Bron: geschiedenis.vpro.nl
De volgende delen worden uitgezonden op zondagavond 14, 21 en 28 september.
Nu bestaan er binnen het genre van de misdaad- of detectiveroman weer allerlei richtingen en mengvormen. Bijvoorbeeld de kruising tussen de detective en de historische roman. Sinds het succes van Umberto Eco ‘s
Dan Brown moet beslist aan dit boek van
Dan Brown sluit net als James Redfield aan bij de mainstream op de relimarkt. Een groot verschil met de Celestijnse Belofte is dat Brown zijn spannende verhaal koppelt aan het Grote Verhaal van het Christendom om dat vervolgens te verdraaien tot een ‘nieuw’ Groot Verhaal. In dat ‘nieuwe’ Verhaal vinden we de eeuwenoude gnostische kenmerken waarvan de modieuze spiritualiteit zo gecharmeerd is: de Kerk zou een machtsinstituut zijn die de oorspronkelijke boodschap van Jezus verdraaid heeft in een aantal dogma’s waarvan de belangrijkste zou zijn dat Jezus de Zoon van God is en niet zoals men in de modieuze spiritualiteit aanneemt, een sterfelijk mens die de kennis van de onsterfelijke ziel heeft doorgegeven zoals de gnostici dat altijd al gedaan hebben. Deze visie wordt breed aangehangen en het gaat zelfs zover dat deze door allerlei wetenschappers en pseudo-wetenschappers verdedigd wordt. Een paar jaar geleden was bij Teleac een
Nog altijd zijn er discussies over de graaltheorie waarop Dan Brown zich baseert. Deze heeft hij dus rechtstreeks overgenomen van Henry Lincoln, Michael Baigent en Richard Leigh. Daar komt hij ook recht voor uit. Een van de hoofpersonen uit De Da Vinci Code, de graalexpert Leigh Teabing refereert aan Richard Leigh en Michael Baigent (Teabing is een anagram van Baigent) Beide heren klaagden hem in 2006 aan wegens plagiaat, maar Brown werd vrijgesproken. De discussies lijken voor sommigen (een deel van) de juistheid van de theorie te bevestigen. Opus Dei wordt door Brown afgeschilderd als een misdadige organisatie die in feite de misdadigheid van het hele Vaticaan illustreert. Blijkbaar willen veel mensen dat al te graag geloven. Wanneer het Vatciaan hier vervolgens kritiek op heeft, lijkt Brown het zo voor al degenen bij het rechte eind te hebben. Op wikipedia wordt nog altijd de neutraliteit van het artikel over
The Da Vinci Code
Het was wel even wennen. Onlangs had ik Ben Kingsley nog gezien in 













