Categorie archief: film

tragisch kunstenaarsleven

gisteren met Michaela gezien: Camille Claudel (1988)
met Isabelle Adjani als Claudel en Gérard Depardieu als Rodin

Camille Claudel DVDMooie biopic over het leven van de Franse beeldhouwster Camille Claudel (1864-1943) en haar verhouding met de zesentwintig jaar oudere Auguste Rodin. (1840-1917) Rodin is zoals veel kunstenaars een notoire vreemdganger. Onlangs zag ik dat beeld weer eens bevestigd in de biopics Frida over het leven van Frida Kahlo en Diego Riveira, in Modigliani over de relatie tussen Amadeo Modigliani en Jeanne Hébuterne en in Sylvia over Sylvia Plath en Ted Hughes. Zo is er nog een hele rij te noemen waarin natuurlijk ook Picasso niet ontbreekt. Het scenario is voor de film meestal gedramatiseerd en de beelden zijn aangedikt: het slachtoffer is net iets zieliger gemaakt, de relatie net iets hartstochtelijker; de modellen zijn net iets te lekker en het kunstenaarsleven is net iets teveel bohémien. Maar in vergelijking met de biopics Frida of Modigliani is Camille Claudel een sobere en realistische film, die vooral steunt op het voortreffelijke spel van Adjani en Depardieu.

Camille ClaudelIn 1882 – Camille Claudel is dan 18 jaar en heeft haar eerste beeldhouwwerk tentoongesteld op de Salon – vraagt Boucher aan Rodin, op dat moment 42 jaar oud, of hij zijn taak wil overnemen om het werk van Camille en haar vriendinnen te beoordelen. Rodin is erg gecharmeerd van Camille en haar talent en vraagt of zij zijn leerlinge wil worden. Na enige tijd is zij niet alleen meer zijn leerlinge maar zijn rechterhand, Muze en maîtresse geworden. Rodin kan niet meer zonder haar, getuige de brieven die van hem bekend zijn. Tot 1892 werkt Camille zij aan zij met Rodin in zijn atelier. Naast de beroemde werken van Rodin, als De kus, De Denker, De Burgers van Calais of Balzac, ontstaat uit de handen van Camille het beeld “Sakountala“.
 
In 1893 besluit ze voor zichzelf te gaan werken omdat ze met Rodin samen niet genoeg tijd en energie heeft voor haar eigen creativiteit. Bovendien verwijt ze Rodin haar gebruikt te hebben. Vanaf 1893 ontstaan haar eigen beelden, als La petite Châtelaine, Clotho, “L’Age Mur” l’Implorante, l’Abandon en La Valse.
 
Camille’s ergenis voor Rodin wordt langzaam omgezet in haat en ze wil niets meer met hem en zijn wereld te maken hebben. Ze gaat zich isoleren, wordt achterdochtig en wantrouwt steeds meer mensen. Weinig mensen zijn haar tot steun, zelfs haar eigen familie niet. Haar moeder vindt haar een schande, haar zus is inmiddels getrouwd, haar broer Paul is te druk met zijn eigen leven, alleen haar vader staat achter haar beslissing om kunstenares te zijn. Maar haar vader is oud en sterft op 2 maart 1913. Nu is Paul (als man) hoofd van de familie en besluit dat het schandaal van de familie, zijn zus Camille, het beste naar een krankzinnigeninrichting kan, ze is immers paranoïde…… En zo wordt Camille, niet eens op de hoogte gebracht van de dood van haar vader, op maandag 10 maart 1913 overmeesterd in haar atelier om voor de rest van haar leven achter tralies te verblijven. Paul verontschuldigt zich in zijn dagboek, dat hij als waar katholiek een goede taak heeft volbracht en dat het niet aan vrouwen is om geniaal te zijn. Hij als man is nu aan de beurt!
 
In de 30 jaar opsluiting, komen moeder en zus niet een keer op bezoek, Paul slechts enkele keren. In de medische dossiers komt naar voren dat Camille inderdaad paranoïde was maar in 1915 genezen was verklaard en de inrichting mocht verlaten. Dit weigeren haar moeder en Paul en dus moet Camille noodgedwongen blijven. Haar brieven naar het thuisfront zijn aangrijpend en getuigen van een gezonde, maar zeer verdrietige geest. Wanneer Camille op 19 oktober 1943 in alle eenzaamheid haar laatste adem uitblaast, zijn haar moeder en zus al enige tijd overleden. Paul neemt niet de moeite naar haar begrafenis te gaan. Sterker, hij laat haar niet eens bijzetten in het familiegraf in Villeneuve-sur-Fère, ook niet nadat hij in de jaren 50 een brief heeft ontvangen waarin hem verzocht wordt te bepalen wat er met de overblijfselen van zijn zus dient te gebeuren. Pauls kinderen treffen deze brief in de nalatenschap van hun vader aan en wisten niet eens dat zij een tante hadden. Postuum hebben zij een gedenkteken laten plaatsen bij het familiegraf.
 
Bron: nl.wikipedia.org

fietsendieven

gezien: ladri di biciclette (1948) van Vittorio de Sica

fietsendievenDit is een van de films die mijn vader zestig jaar geleden in de bioscoop zag en waar ik al mijn hele leven van gehoord heb. Gisteren zag ik ‘m voor het eerst. Het verhaal van Fietsendieven is doodsimpel maar wordt filmisch briljant verteld: Een arme werkloze man krijgt een baan als plakker aangeboden maar moet daarbij wel over een fiets beschikken. Die heeft hij niet meer. Zijn vrouw helpt hem door alle lakens in huis te verzamelen en die te verpanden zodat hij de fiets terug kan krijgen die hij eerder al had moeten verpanden. Daarna gaat hij zich bij zijn nieuwe baas melden, trots met zijn fiets in de hand. Het is zijn grootste materiële bezit. De volgende dag brengt hij op de fiets zijn zoontje weg en gaat daarna affiches plakken. Terwijl hij op de ladder staat, ziet hij hoe een jongen zijn fiets grijpt en er snel mee wegrijdt. Hij zet een achtervolging in maar loopt vast in het drukke verkeer. Wanneer hij aangifte doet bij de politie, laat deze hem weten dat hij zelf zijn fiets moet gaan zoeken.

fietsendieven
scene uit ladri di biciclette met Lamberto Maggiorani als de vader die zijn fiets zoekt.

Het mooiste deel van de film begint wanneer hij met zijn zoontje de dagen daarop de stad afloopt, op zoek naar zijn fiets. De beelden van de vader en zijn zoontje die ontredderd door het naoorlogse Rome lopen, zijn onvergetelijk. De vader die stug doorloopt en het jongetje dat achter zijn vader aandartelt, maar overal dapper volgt, leveren ontroerende maar soms ook grappige beelden op; het is bijna een soort dans. Ladri di biciclette is een hartverscheurend drama over een man die door zijn fiets alles kwijtraakt, zijn wanhoop en paniek voor zijn zoontje verborgen probeert te houden. Tenslotte breekt hij toch wanneer hij de schande op zich laadt door uit wanhoop zelf een fiets te stelen.

Ladri di Biciclette is een hartverscheurend drama over
een man die door zijn fiets alles kwijtraakt en zijn wanhoop en paniek voor zijn zoontje
verborgen probeert te houden.

De melancholieke score van Alessandro Cicognini bereikt voor mij in de slotscene het hoogtepunt, waarin we vader en zoontje in de massa zien verdwijnen bij het langzaam wegstervende geluid van een hoorn. Fietsendieven is een klassieker uit het Italiaanse neorealisme en heeft veel invloed gehad. Zo zie ik achteraf in het sombere naturalisme van cineasten als Claude Goretta (La dentellière, 1977) en Eric Zonca (La vie rêvée des anges, 1998) duidelijk de invloed van Vittorio de Sica die de naamloze massa binnendringt en een droge maar betrokken registratie geeft van een uitzichtsloos bestaan. Aan het einde van de film wordt het ene golfje dat we gevolgd hebben weer door de zee verzwolgen. Vrolijk word je hier niet van, maar aangrijpend is het wel.

Eigen aan het neorealisme was de behoefte die de filmmakers voelden om vaarwel te zeggen aan de fantasiewereld die de Italiaanse cinema van voor de oorlog vaak domineerde. Na WO II zat het land in een depressie, er was enorm veel armoede en de kunstenaars van die tijd wilden die toestanden spiegelen in hun werk – zeker mensen als De Sica, die zelf uit een straatarme familie afkomstig was. Die mentaliteit dicteerde dat de plots vaak zeer simpel werden gehouden, gebeurtenissen die letterlijk uit het leven gegrepen waren, zonder grote, dramatische wendingen of geforceerde, louterende climaxen op het einde.
 
Het verhaal van „Ladri di Biciclette„ is weinig meer dan een onopmerkelijke anekdote uit een land in crisis, maar dat was dan ook de bedoeling. Om het realisme nog meer voelbaar te maken, gebruikte De Sica ook geen professionele acteurs – Lamberto Maggiorani werd bij wijze van spreken van straat geplukt om Antonio te spelen. Vaak kunnen dat soort van castingtechnieken rampzalig aflopen. Echte mensen, geen acteurs, om échte situaties na te spelen, zoals ze in het échte leven voorvallen – het klinkt logisch, maar zodra je zo iemand voor een camera zet, wordt het toch allemaal anders en vallen die echte mensen vaak pijnlijk door de mand. Hier niet – lag het aan De Sica’s regie op de set zelf, zijn gebruik van de camera of was het simpelweg een kwestie van aangeboren talent van de kant van de acteurs? Hoe het ook zij, je ziét de personages nergens acteren, alles lijkt volstrekt natuurlijk te komen.
 
Bron: ladri di biciclette [digg.be]
bekijk de eerste tien minuten van de film
[ 39 andere fragmenten op youtube ]

andere films van het Italiaanse neorealisme

Ossessione (Luchino Visconti, 1943)
Roma, città aperta (Roberto Rossellini, 1945)
Sciuscià (Vittorio De Sica, 1946)
Paisà (Roberto Rossellini, 1946)
Germania anno zero (Roberto Rossellini, 1948)
Ladri di biciclette (Vittorio De Sica, 1948)
La Terra trema (Luchino Visconti, 1948)
Stromboli (Roberto Rossellini, 1950)
Umberto D. (Vittorio De Sica, 1952)

The Bicycle Thief [ moviediva.com ] | commentaren op de film

mr. charm

Cary Grant retrospectief
Filmmuseum Amsterdam, 3 juli – 27 augustus

Tijdens het retrospectief in het Filmmuseum is er ook een tentoonstelling met bijzondere privé-foto´s van Cary Grant (1904-1986), vooral uit de jaren dertig. De foto’s zijn afkomstig uit de archieven van Getty Images.

Gary Grant
“When Cary Grant walked
into a room, not only did the women primp, the men
straightened their ties.”

Steve Lawrence

Gary Grant filmography 1955-1966

To Catch a Thief (1955)
An Affair to Remember (1957)
The Pride and the Passion (1957)
Kiss Them for Me (1957)
Indiscreet (1958)
Houseboat (1958)
North by Northwest (1959)
Operation Petticoat (1959)
The Grass Is Greener (1960)
That Touch of Mink (1962)
Charade (1963)
Father Goose (1964)
Walk, Don’t Run (1966)

King of Cool (8weekly.nl] | the ultimate Cary Grant pages | Cary Grant [reel classics]