Nadat Michaela op het Duitse ARD haar wekelijkse Tatort geconsumeerd had, bleef er voor mij op het Franse TV5 nog een stukje over van de Franse nouvelle vague film la dénonciation van regisseur Jacques Doniol-Valcroze (1920-1989). Te laat om nog iets van de plot te kunnen begrijpen, maar altijd op tijd om mij te laten meevoeren met de stroom van fraaie zwart-witbeelden. Voor elke zwart-witfilm uit de periode 1960-1963 krijg je mij voor de televisie of in de bioscoop. Ik ben verliefd op het tijdsbeeld uit de eerste helft van de jaren zestig en zie dat bij voorkeur in zwart-wit. Alsof ik mijzelf wil doen laten geloven dat de wereld waarin ik (1963) geboren werd een wereld in grijstinten was.

La dénonciation zit vol buitenopnamen. Ik vind het leuk om oude automodellen voorbij te zien komen met daaronder natuurlijk de koningin onder de Franse auto’s de Citroën ID 19 uit 1959. Maar het is gewoon ook leuk om te kijken naar het straatbeeld van 1961. De mode, de etalages en het straatmeubilair. Alsof je in een tijdmachine bent gestapt. In een film komt alles weer tot leven.

[credits: Internet Movie Cars Data Base]
In de laatste scene kijken we naar de laatste momenten uit het leven van Michel Jussieu (gespeeld door Marice Ronet). We volgen Michel in zijn Citroën ID 19 door het drukke verkeer in Parijs. Doniol-Valcroze maakt gebruik van de voice over (stem van Laurent Terzieff), een sterk stijlmiddel uit de film noir. “30 octobre 1961 cinq heures et demie. Michel Jussieu sait enfin que le courage est une chose simple et grave, il est enfin libre et heureux”

[credits: Internet Movie Cars Data Base]
Het einde doet me sterk denken aan het einde van Godard’s A bout de souffle (1960) en ik denk dat Doniol-Valcroze dit slotakkoord uit de moeder van alle nouvelle vague films bewust gebruikt heeft.

[credits: Internet Movie Cars Data Base]

[credits: Internet Movie Cars Data Base]
Holiday is de derde film met Cary Grant en Katherine Hepburn die ik tot nog toe gezien heb. Alleen Sylvia Scarlett (1935) moet ik nog zien. Holiday is een kostelijke komedie, wat mij betreft veel leuker dan 
De film The Trip waarschuwt weliswaar tegen LSD, maar maakt er tegelijkertijd ook nieuwsgierig naar. Het frame van “de wonderpil die jou de waarheid openbaart”, is duidelijk aanwezig. Het is interessant om the Trip te analyseren omdat deze film de ziel van de hippiegeneratie blootlegt. The Trip nodigt uit om onze schuldgevoelens los te laten en je over te geven aan de “vrije liefde”. Nu heb ik “vrije liefde” altijd een pleonasme gevonden én een misleidende term. Omdat “vrije liefde” suggereert vrijer te zijn dan gewone liefde. Als het goed is, maakt de liefde (oude of nieuwe) vrij. Maar ook verantwoordelijk. Dat laatste werd door de hippies graag ontweken. Als de jaloezie door vrije liefde werd aangewakkerd, dan had je een probleem met je ego. 
In de afdaling in zijn onderbewuste doorkruist hij de topografie van zijn onderbewuste: de plekken van verlangen (seks met zijn vrouw én met zijn verleidster), de plekken van angst (de onderwereld waarin hij zichzelf ziet opgebaard), de rafelranden van zijn bewustzijn (klauterend op een rotspartij in de branding), nogmaals de plek van zijn angst (verdwaald in een vreemde omgeving) en nogmaals zijn verlangen (een vredige wandeling door een groen bos). Een bijzonder moment is zijn ontmoeting met een persoon (gespeeld door Dennis Hopper) die hem beter kent dan hij zichzelf kent. Ze treffen elkaar in een carrousel op een soort kermis. Er staat een grote ovale spiegel. Hier begint zijn angst voor het oordeel. “Paul Groves, is dat je menselijke naam?” vraagt de man bij de spiegel vriendelijk. “Heb ik dan iets gedaan?” vraagt hij geschrokken.













