Categorie archief: Frankrijk

Romaanse kerken in de Elzas [ 3 ]

Op 26 juni j.l. bezochten we de voormalige abdijkerk in Murbach

Een van de best bewaarde geheimen van de Elzas ligt in een groen en stil dal aan de voet van de Grand Ballon (1424 m.), de hoogste berg van de Vogezen. Ooit lag hier een abdij waarvan de geschiedenis teruggaat tot in de achtste eeuw. Helaas overleefde de abdij de Franse Revolutie niet. Opstandige boeren plunderen in 1789 het klooster en braken alles af. Alleen de dubbele torenfaçade van de abdijkerk bleef overeind staan. Het is een van de mooiste voorbeelden van laat-Salische bouwkunst.

Murbach
de dubbele torenfaçade van de voormalige abdijkerk van Murbach van boven gezien.

In de romaanse bouwkunst onderscheiden we in het Duitse taalgebied verschillende bouwperioden die zijn genoemd naar de dynastieën van keizers van het Heilige Roomse Rijk. Grof ingedeeld:
Karolingisch (8e en 9e eeuw)
Ottoons (10e eeuw)
Salisch (11e en 12e eeuw)
Staufisch (12e en 13e eeuw)

Murbach
blik vanuit het Zuid-Oosten
Murbach
een oase van rust in de 21e eeuw

De foto’s zijn gemaakt op 26 juni 2017.

bezochte romaanse bouwwerken in Duitsland en de Elzas (sinds 1998)
1998 Paderborn – Dom (Staufisch)
2002 Hildesheim – St. Michael (Ottoons)
2006 Limburg – Dom (Staufisch)
2006 Maria Laach – kloosterkerk (Salisch)
2007 Hersfeld – kloosterruïne (Salisch)
2011 Reichenau – St. Georg (Karolingisch)
2014 Maulbronn – klooster (Staufisch)
2016 Rosheim (Elzas) – St. Peter en St. Paul (Staufisch)
2016 Selestat (Elzas) – Sainte-Foy (Staufisch)
2016 Lorsch – poortgebouw (Karolingisch)
2017 Aachen – Pfalzkapel (Karolingisch)
2017 Murbach (Elzas) – kloosterkerk (Salisch)
2017 Guebwiller (Elzas) – St. Léger (Staufisch)

Romaanse kerken in de Elzas [ 1 ] | Romaanse kerken in de Elzas [ 2 ]

250 uur lopen van Parijs

La construction d’un grand chemin (1774) van Claude Joseph Vernet

In 1774, het jaar waarin Lodewijk XVI zijn grootvader Lodewijk XV opvolgde, schilderde Claude Joseph Vernet in opdracht van l’abbé Terray (1715-1778) het onderstaande schilderij van de aanleg van een weg. Het is een nauwkeurig werk waarin de zestigjarige Vernet laat zien dat hij zijn métier tot in de details beheerst. Een opdracht voor de contrôleur général des finances van de koning was voor een schilder een hele eer. Terray wilde laten zien hoe gedisciplineerd de wegenbouw in Frankrijk was. We zien allerlei wegarbeiders tijdens een bezoek van de inspecteur op de voorgrond gezeten te paard. Het schilderij is 97 cm hoog en 162 cm breed en hangt in het Louvre.

C.J.Vernet
Claude Joseph Vernet 1774
La construction d’un grand chemin
C.J,Vernet
Claude Joseph Vernet 1774
La construction d’un grand chemin (detail)
C.J.Vernet
Claude Joseph Vernet 1774
La construction d’un grand chemin (detail)
C.J.Vernet
Claude Joseph Vernet 1774
La construction d’un grand chemin (detail)

Op de kilometerpaal met de Franse lelie linksonder staat het getal 250 waarmee aangeduid wordt dat deze locatie zich op 250 lieues van Parijs bevindt. De nouvelle lieue de Paris bedroeg tussen 1674 en 1793 2000 toises dat gelijk staat aan 3898 meter. 250 lieues is dus bijna 974 kilometer van Parijs. In Nederland sprak men in de achttiende eeuw van een uur gaans. Wanneer een wandelaar er vijf uur over deed om van de ene stad naar de andere stad te lopen, dan sprak men over 5 uur gaans en in Frankrijk van 5 lieue.

C.J.Vernet
Claude Joseph Vernet 1774
La construction d’un grand chemin (detail)

La construction d’un grand chemin [ histoire-image.org ]

het beeld van 1815 – 1840 [ 5 ]

schilderkunst tussen 1815 en 1840 : Griekse en Romeinse mythologie

Ik weet niet precies waar mijn fascinatie voor de schilderkunst van 200 jaar geleden precies vandaan komt. Heeft het te maken met de Romantiek? Met de emancipatie van het landschap in de landschapsschilderkunst? Of met de drang naar objectiviteit vlak voor het ontstaan van de fotografie? Het ontluikende historisme en oriëntalisme? De intimiteit van huiselijke taferelen van de Biedermeier? Of juist van het schurende tussen classicisme en realisme?

Vanaf 1780 gingen neoclassicisme en mythologie hand in hand. De grote man van het neoclassicisme in de schilderkunst, Jacques-Louis David, bevrijdde de Griekse en Romeinse goden en godinnen uit de roze wolk waarin het rococo ze gevangen hield. Hij legde de nadruk op de tekening, temperde de kleuren en plaatste de Oudheid in het koele licht van de rede. Hij wilde zijn publiek in de eerste plaats opvoeden tot deugdzaamheid en niet simpelweg behagen.

Mars ontwapend door VenusNa de Franse Revolutie en daarna onder Napoleon wordt het neoclassicisme bevorderd tot staatskunst. Niet alleen Griekse en Romeinse taferelen maar ook de eigen tijd wordt door de bril van het neoclassicisme gezien. David wordt de hofschilder van Napoleon. De val van Napoleon wordt ook de val van David. Hij wordt verbannen naar Brussel waar hij in 1825 overlijdt. Daar keert hij weer terug naar de mythologie, waarbij de politieke boodschap vermeden wordt. Een van zijn laatste werken, Mars ontwapend door Venus uit 1822-1824, lijkt ons te willen zeggen: make love not war. Het past helemaal in de filosofie van de Restauratie.

Pierre Narcisse Guérin was een van de vele leerlingen van Jacques-Louis David. Zélf was hij weer de leermeester van o.a. Théodore Géricault, Eugène Delacroix en Ary Scheffer. In 1815 schilderde hij geheel in de traditie van het neoclassicisme Phaedra en Hippolytus. Net als bij David zijn de personages bevroren als beelden met scherpe contouren. Het schilderij doet sterk aan de compositie van de Eed van de Horatii van zijn leermeester denken, waarbij de figuren gerangschikt zijn in twee groepen binnen een heldere ruimte.

Guérin
Pierre Narcisse Guérin 1815
Phaedra en Hippolytus

Ook Louis Hersent (1777-1860) was een leerling van David. Zijn voorstelling Daphne en Chloë is net als Phaedra en Hippolytus een neoclassicistisch schilderij, maar lijkt terug te keren naar het pastorale uit de rococo. Ook qua kleurgebruik wijkt het af van de principes van zijn leermeester die het liefste koele kleuren gebruikte. Omdat de Restauratie de klok had terugdraaide, konden schilders ook weer teruggrijpen op de schilderkunst van het ancien régime.

Hersent
Louis Hersent 1817
Daphne en Chloë

Wie was er in Frankrijk rond 1800 eigenlijk geen leerling van David? Ook Jean Auguste Dominique Ingres (1780-1867) studeerde bij hem en was misschien wel zijn meest getalenteerde leerling. In 1819 schilderde hij Roger bevrijdt Angelica. Het is een werk dat op de grens ligt van het neoclassicisme en de Romantiek.

Ingres
Jean Auguste Dominique Ingres 1819
Roger bevrijdt Angelica

Raymond Monvoisin (1790-1870) was een leerling van Pierre Narcisse Guérin. Het schilderij Telemachus en Eucharis uit 1824 is een van de velen in de serie mythologische duo’s. Het is gepolijst geschilderd en staat haaks op het rauwe schilderwerk van Eugène Delacroix die in diezelfde periode doorbrak.

Monvoisin
Raymond Monvoisin 1824
Telemachus en Eucharis

Alexandre Charles Guillemot (1786-1831) maakte in 1827 een gepolijst werk van Acis en Galatea. Onder koning Karel X was Frankrijk in de greep van de ultra’s gekomen en werd het aartsconservatief. Schilders als Monvoisin, Guillemot en Meynier werkten in een gladde stijl die de orde en stabiliteit van de Restauratie in Frankrijk perfect weerspiegelde.

Guillemot
Alexandre Charles Guillemot 1827
Acis en Galatea

Een ander schilderij van Guillemot uit 1827 is Mars en Venus worden door Vulcanus verrast. De figuren lijken eerder van marmer dan van vlees en bloed en zijn helemaal in de geest van het neoclassicisme geschilderd met duidelijke omtrekken. Deze stijl zou tot ver in de negentiende eeuw het klimaat op de Franse Académie bepalen.

Guillemot
Alexandre Charles Guillemot 1827
Mars en Venus worden door Vulcanus verrast

Charles Meynier (1763-1832) kreeg in 1826 om in het Louvre een plafondschildering te maken voor een van de vertrekken van koning Karel X van Frankrijk. Het is in de traditie van het absolutisme waarin de macht van de vorst gelijk gesteld wordt met die van de goden. Doordat Karel X zich steeds meer als een koning uit de achttiende eeuw begon te profileren, stevende hij daarmee af op zijn eigen ondergang in 1830. De moderne tijd was aangebroken. Het absolutisme was een anachronisme en na 1830 behoorden mythologische voorstellingen tot het verleden. De toekomst was aan het realisme.

Meynier
Charles Meynier 1827
Les Nymphes de Parthénope, emportant loin de leurs rivages les Pénates, images de leurs dieux, sont conduites par la déesse des Beaux-Arts sur les bords de la Seine