en de omslag van het rococo naar het neoclassicisme omstreeks 1775
Twaalf jaar geleden bezocht ik The Frick Collection in New York. Op dat moment was ik vooral geïnteresseerd in de Hollandse en Vlaamse meesters (Rembrandt , Vermeer en Van Dyck). Met de Franse schilders had ik het op dat moment niet zo. Toch is de Fragonard Room mij bijgebleven. In deze kamer hangen vier grote wandschilderingen die de Franse rococoschilder Jean-Honoré Fragonard (1732-1806) in 1772 schilderde en die bekend staan onder de naam The Progress of Love. Het werk wordt gezien als een van de hoogtepunten uit de schilderkunst van de achttiende eeuw.

vlnr. the meeting, the pursuit, love letters
De schilderkunst van het rococo is een elitekunst. Fraaie plaatjes voor de rijken der aarde. Maar we moeten niet vergeten dat vóór de Franse Revolutie vrijwel alle schilderkunst elitair was, met uitzondering misschien van de realistische en burgerlijke kunst uit de zeventiende eeuw in de Hollandse Republiek of de volkse taferelen van de Contrareformatie van Caravaggio en zijn navolgers. De elitekunst van de achttiende eeuw is geïdealiseerde kunst en staat haaks op het realisme van de Hollandse schilderkunst en van de negentiende eeuw. Sinds we het realisme omarmd hebben, noemen we de schilderijen uit het rococo of het Victoriaanse en Wilhelminische neo-rococo “koektrommelplaatjes”. De zoetige, oppervlakkige, sentimentele en wulpse tafereeltjes bevallen ons niet.
De Franse Verlichtingsfilosoof Denis Diderot wordt wel eens gezien als de eerste moderne kunstcriticus. Als man van het volk bekritiseerde hij de lieveling van de aristocratie François Boucher (1703-1770) en liep daarmee vooruit op de moderne smaak. Diderot bezocht als kunstcriticus negen keer de tweejaarlijkse salon in Parijs, om precies te zijn die van 1759, 1761, 1763, 1765, 1767, 1769, 1771, 1779 en 1781. Hij maakte dus de overgang van het rococo naar het neoclassicisme in de jaren zeventig mee. Deze stijl en smaakverandering had alles te maken met de Verlichting. Het rococo was onlosmakelijk verbonden met het ancien régime, de kerk en de aristocratie, dus met de heersende klasse. Zij hadden zich behaaglijk in een droomwereld teruggetrokken terwijl het volk buiten armoede leed.
van Fragonard in the Frick Collection
De Verlichting wilde dat veranderen. De idealen Vrijheid, Gelijkheid en Broederschap en de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens waren de politieke interpretatie van de Verlichting. Niet alleen de Franse Revolutie, maar alle ideologieën en emancipatiebewegingen van de negentiende en twintigste eeuw vinden hun oorsprong in de Verlichting. Ook de weg naar de moderne kunst via Romantiek, het realisme en het impressionisme begon al in de achttiende eeuw. De Franse Revolutie had het leven gepolitiseerd. De gewone man was voortaan geen onderdaan van de koning meer, maar een citoyen, een vrije burger. Uiteraard had dit ook enorme gevolgen voor de kunst. Zo verkondigde de Franse schilder Gustave Courbet (1819-1877) dat het realisme de democratie van de kunst is.
Uit de Verlichting kwam niet alleen de Franse Revolutie voort maar in de negentiende eeuw ook een democratiseringsproces. Dat kwam weliswaar pas in 1848 op stoom, maar daarna was het niet meer te stuiten. De eerste stap in dit proces werd genomen door het neoclassicisme. Het schoolvoorbeeld van het classicisme is De Eed van de Horatii van Jacques-Louis David (1748-1825) uit 1784. Het was niet zijn eerste schilderij in de nieuwe stijl. Tien jaar eerder, in het sterfjaar van Lodewijk XV, schilderde hij Antiochus en Stratonice. Het jaar 1774 zorgde voor een omslag. Gelijktijdig met de uitroep “le roi est mort, vive le roi!” leek het in de kunst te klinken “het rococo is dood, leve het neoclassicisme!”
“le roi est mort, vive le roi!“
leek het in de kunst te klinken
“het rococo is dood, leve het neoclassicisme!“
Diderot heeft het meegemaakt en zal het toegejuicht hebben. Hij bewonderde de schilder Jean-Baptiste Greuze (1725-1805) die sinds de salon van 1755 was doorgebroken. Hij vertegenwoordigde het rococo maar wel op een bijzondere manier. Terwijl meesters als Boucher en Fragonard hun publiek wilden vermaken met luchtige taferelen, wilde Greuze de toeschouwer juist iets bijbrengen. En dat beviel Diderot want het volk moest in zijn ogen opgevoed worden tot mondige burgers, zoals de Verlichting de mensen graag zag. “Sapere aude! Heb de moed om zelfstandig te denken!”, riep zijn tijdgenoot Immanuel Kant uit. Het neoclassicisme dat in de schilderkunst vooral door Jacques Louis David ontwikkeld werd, is in tegenstelling tot het rococo een strenge, ernstige, onderwijzende stijl. Het feestje van de happy few had lang genoeg geduurd, vond men toen Lodewijk XV gestorven was. Kunst was voortaan ter lering en niet ter vermaak.

Het losse schilderwerk van Fragonard sprak de impressionisten erg aan. Het neoclassicisme zou een eind maken aan de stralende kleuren en het picturale vuurwerk.
Als erfgenamen van de Franse Revolutie zijn wij meer verbonden met de smaak van de verlichte kunstcriticus dan met de smaak van de aristocraat uit de achttiende eeuw. We zijn geneigd om Fragonard als een lakei van het ancien régime te zien en zijn werk als behaagziek. Zélf heeft hij dat oordeel ook nog over zich heen gekregen. Toen het neoclassicisme eenmaal de heersende stijl was geworden, was zijn carrière voorbij. Fragonard stierf tijdens het Franse Keizerrijk in 1806, totaal vergeten.

Wat we ook voor negatiefs allemaal over zijn behaagzieke voorstellingen kunnen zeggen, Fragonard’s meesterschap blijft onbetwistbaar. Hij heeft dezelfde bravoure en souplesse van Tiepolo en is een rubenist in hart en nieren. Vooral dat laatste hebben de impressionisten in hem gewaardeerd. De herwaardering aan het einde van de negentiende eeuw leidde tot de herontdekking van The Progress of Love een van de hoogtepunten van The Frick Collection en de schilderkunst van het rococo.

La Grande Illusion (1937) wordt gezien als een van de beste anti-oorlogsfilms ooit gemaakt. Persoonlijk vind ik
De Franse meester Jean Renoir was een vertegenwoordiger van het 




















