Categorie archief: Frankrijk

Romaans in Bourgondië [ 1 ]

Romaanse abdijen en kerken in Bourgondië (1000-1200)
aflevering 1: kapitelen (Vezelay, Saulieu, Semur-en-Brionnais, Anzy-le-Duc)

RomaansBij Bourgondië denken we in de eerste plaats meestal aan het goede leven. Of aan de 15e eeuw toen een groot deel van de Lage Landen onderdeel waren van het Rijk van Philips de Goede (1396-1467). Bart de Loo heeft hier onlangs een boek over geschreven. Het Hertogdom Bourgondië gaat echter veel verder terug dan de vijftiende eeuw. Het ontstond in de vroege tiende eeuw en was de geboortegrond van de twee belangrijkste kloosterorden in de Middeleeuwen: de Benedictijnse Orde van Cluny (sinds 910) en de Orde van de Cisterciënzers (sinds 1098). In juni en juli bezochten we in Bourgondië 5 abdijen en 20 kerken die allemaal gebouwd zijn tijdens de bloeitijd van het Romaans (1000-1200).

Routekaartje Romaans Bourgondië
Onze route door Romaans Bourgondië
[klik op afbeelding voor vergroting]

Bourgondië is een schatkamer van Romaanse bouwkunst. Al in 910 werd de Orde van Cluny gesticht die aan de wieg stond van het hoog-romaans. Na het legendarische jaar 1000 brak er een periode aan met grote bouwactiviteit. Overal in Europa verrezen Romaanse kerken en abdijen. Het meeste is verloren gegaan of verdwenen onder bouwstijlen uit latere tijd, maar in Bourgondië zijn nog tientallen, zo niet honderden Romaanse bouwwerken te vinden, voornamelijk kerken en abdijen.

De Romaanse bouwkunst bood alle ruimte voor wat de Biblia pauporum wordt genoemd. Aangezien de meeste mensen tussen 1000 en 1200 arm waren en niet konden lezen, was deze “armenbijbel” de Bijbel waaruit de mensen ‘lazen’. In Bourgondië ontwikkelde zich in de elfde eeuw een expressieve beeldhouwkunst die op verschillende wijzen in de architectuur geïntegreerd werden. Een heel belangrijke toepassing van beeldhouwkunst zien we in het kapiteel. Dat is het kopstuk van een zuil. in de klassieke Griekse bouwkunst zijn kapitelen abstract (Ionisch) of bevatten deze bladmotieven (Korinthisch). Maar in het Romaans vormen kapitelen een ‘Bijbel in steen’.

Sainte Madeleine in Vezelay [bourgogneromane.com]
In deze pelgrimskerk vinden we maar liefst 118 kapitelen met Bijbelse voorstellingen, mythologische thema’s en fabeldieren : 24 in de narthex en 94 in het schip. Ze dateren allen uit de periode 1125-1140. Samen met de kapitelen in de Saint Lazare in Autun vormen ze het hoogtepunt van de Romaanse beeldhouwkunst in Bourgondië.

Vezelay
kapitelen in de Sainte Madeleine in Vezelay. De kapitelen in lichtere steen dateren uit de negentiende eeuw en vervangen de oude.

Saint Andoche in Saulieu [bourgogneromane.com]
In Saulieu, ten Zuid-Oosten van Vezelay, ligt aan de rand van de Morvan een andere pelgrimskerk die gewijd is aan Saint Andoche. Het schip van deze kerk telt 50 kapitelen.

Saulieu
kapitelen in de Saint Andoche in Saulieu

Sainte Hilaire in Semur-en-Brionnais [bourgogneromane.com]
Zuidelijker, in de Brionnais, staat de kapittelkerk van Sainte Hilaire in Semur-en-Brionnais. Hier kwam ik onderstaande duivels tegen als atlanten. Ze dragen hier een pilaster, een in de muur verzonken pijler.

Semur
duiveltjes, gebruikt als atlanten, in de Saint Hilaire in Semur-en-Brionnais

Notre Dame de l’Assomption in Anzy-le-Duc [bourgogneromane.com]
Iets ten Noorden van Semur-en-Brionnais ligt Anzy-le-Duc waar in de twaalfde eeuw een priorijkerk werd gebouwd.

Anzy-le-Duc
kapitelen in de Notre Dame de l’Assomption in Anzy-le-Duc

[Alle foto's werden eind juni/begin juli genomen]

Volgende aflevering: Romaanse timpanen

Romaanse kunst in Bourgondië op internet
Pierres Romanes biedt een schat aan beeldmateriaal. Maar inhoudelijk en wat aantal locaties betreft is deze site veel beperkter dan L’art roman en Bourgogne. Deze website bestaat al 16 jaar en wordt nog altijd goed bijgehouden. Maar helaas zijn de vormgeving en functionaliteit sinds 2003 niet meer veranderd.

Vezelay [bourgogneromane.com]
Saulieu [bourgogneromane.com]
Semur-en-Brionnais [bourgogneromane.com]
Anzy-le-Duc [bourgogneromane.com]

Oriëntalisme

Vorige week las ik De Graaf van Monte Cristo (1846) uit

Graaf van Monte CristoIn april begon ik aan de klassieker van Alexandre Dumas. Deze succesvolle roman-feuilleton, voor het eerst gepubliceerd in het Journal des Débats in 18 delen tussen 28 augustus 1844 tot 15 januari 1846, bevat allerlei elementen die het Franse publiek tijdens de regering van Louis-Philippe bezig hielden. Bonapartisme, effectenhandel, de opkomst van de telegraaf en spoorwegen en oriëntalisme. Het oriëntalisme heeft veel meer met West-Europa (Frankrijk in het bijzonder) te maken dan met het Midden-Oosten. Je zou dit fenomeen kunnen zien als een mengsel van romantische idealisering, volkenkunde en toerisme.

Larnaca
De Graaf van Monte Cristo op Cyprus
De Venetianen heersten van 1489 tot 1573 over Cyprus. Op de Finikoudes Boulevard in Larnaca staat een (grijnzende!) kopie van de leeuw van San Marco. Het origineel werd tijdens de Vierde Kruistocht (1202-1204) gejat uit Constantinopel en is sindsdien het symbool van La Serenissima. Een geschenk van de stad Venetië aan de stad Larnaca die sinds 2010 met elkaar een stedenband onderhouden. Het Levantijnse bezit van de voormalige zeemacht wordt met dit vriendelijke plasje alsnog afgebakend.

Dumas weeft het oriëntalisme handig door zijn roman heen door te verwijzen naar het verblijf van zijn hoofdpersoon, Edmond Dantès, in de Oriënt. Nadat hij na veertien jaar gevangenschap in het Château d’If (vlak voor de kust bij Marseille) ontsnapt is, brengt hij ongeveer tien jaar door in het Midden-Oosten alvorens hij in 1838 terugkeert naar Parijs om wraak te nemen op degenen die hem ten onrechte veroordeeld hebben tot levenslang wegkwijnen in een kerker, een straf die hij als vele malen erger beschouwt dan de doodstraf. Over die jaren schrijft Dumas niets, want hij maakt op een gegeven moment en sprong van tien jaar.

Maar als Edmond Dantès als de Graaf van Monte Cristo terugkeert in zijn land, is hij naast zijn trouwe dienaar Bertuccio, omgeven door een kleine oosterse hofhouding. Prinses Haydée is in Dumas’ roman de verpersoonlijking van het oriëntalisme.

Haydée is de dochter van Ali Pasja van Ioannina en Vasiliki. Haydée wordt op driejarige leeftijd geconfronteerd met het verraad van Fernando Mondego. Haydée weet zich dit nog goed te herinneren doordat Fernando een litteken op zijn hand heeft. Tijdens de Turkse oorlog is haar vader verraden door Fernando Mondego en is zij samen met haar moeder verkocht als slavin. Op het moment dat haar moeder het hoofd van Ali op een spies ziet staan, sterft zij ter plekke en is Haydée wees. Monte Cristo heeft haar tijdens een van zijn reizen gekocht en voedt haar op alsof ze zijn eigen dochter is. Door de jaren heen is er een intieme band tussen de twee ontstaan. Bron: nl.wikipedia.org

Door de expeditie van Napoleon naar Egypte (1798-1799) waren de Fransen al sinds 1800 vertrouwd geraakt met het Midden-Oosten. Napoleon had uit Egypte zijn Mammelukse lijfwacht Roustam Raza naar Frankrijk meegenomen, en deze was tot april 1814 een van de trouwste dienaren van de Franse keizer. De Fransen raakten met zijn exotische verschijning naast Napoleon vertrouwd, doordat hij op vele schilderijen (en nog veel meer prenten) stond afgebeeld. Roustam werd in de jaren na 1815 opgevolgd door de ontelbare oosterse figuren op de schilderijen van Delacroix, Ingres, Gérôme en andere oriëntalisten.

Roustam Raza werd in Georgië geboren als zoon van een Armeense koopman en zijn Georgische echtgenote. In 1797 werd hij in Constantinopel als slaaf verkocht. Na het overlijden van zijn meester kwam hij in Caïro in het bezit van een met Napoleon bevriende sjeik. In augustus 1799, kort voor Napoleons terugkeer in Frankrijk, trad hij in zijn dienst. De volgende vijftien jaar vergezelde Roustam de consul en latere Franse keizer op al zijn krijgstochten, van Spanje tot Rusland aan toe. ‘s Nachts sliep hij direct naast Napoleons vertrek. Op 1 februari 1806 trouwde hij Alexandrine Douville, de dochter van de eerste kamerjonker, valet de chambre, van keizerin Joséphine de Beauharnais. Bron: nl.wikipedia.org

de ontwaakte camera

gisteren gezien op Arte: A bout de souffle (1960)

A bout de souffleGisterenavond nog eens gekeken naar de moeder van alle nouvelle vague films. Dit genre ontstond aan het einde van de jaren vijftig en werd vertegenwoordigd door Agnes Varda, Robert Bresson, Claude Chabrol, Alain Resnais, Jacques Rivette, Éric Rohmer, François Truffaut en Jean-Luc Godard.

De filmtaal van de nouvelle vague berust voor een deel op de deconstructie van de traditionele filmtaal. Zo worden er moedwillig as-fouten gemaakt. Dit betekent dat er tegen de 180-graden regel gezondigd wordt, waarbij in dialogen de personen in een hoek van 180 graden (dus recht) tegenover elkaar staan.

Stijlmiddelen van de Nouvelle Vague
Er wordt met een handcamera gefilmd, De personen spreken tegen de camera, Bewuste vergrijpen tegen de continuïteit, Gebruikmaken van springers (zogenoemde ‘jump-cuts’) en as-fouten, Doorgedreven ellipsgebruik, Klankband, Men hoort verschillende geluiden, Het geluid is niet synchroon, Het geluid gaat op en neer, Soort muziek: jazz (bedoeld om de kijker geconcentreerd te houden), auteur staat centraal (auteurstheorie) Bron: nl.wikipedia.org

Een ander stijlmiddel uit de nouvelle vague is de zogenaamde jumpcut, een haperende montage waarbij ook de filmhoek verandert. Deze stijlmiddelen geven aan de film een rommelige natuurlijkheid. Bij Godard laat de camera het kunstmatige van de aangeleerde filmtaal achter zich en gaat op zoek naar het echte leven.

Het denkende shot [ W&V ]