Toen Michaela zaterdag uit de stad terug kwam en haar nieuwste CD had opgezet (ingezet met Portrait of a Picture) dacht ik onmiddellijk aan John Coltrane. Joris Posthumus is er aan gewend om met Coltrane vergeleken te worden: ,,Hij is een tenorist en ik een altist. Ik heb toch een ander geluid maar speel soms op een Coltrane-achtige manier. In mijn spel zitten quotes, referenties naar Coltrane. Als zoiets eens in een recensie verschijnt, veroorzaakt dat klaarblijkelijk een sneeuwbaleffect. Maar goed, ik word liever vergeleken met Coltrane dan met bijvoorbeeld Kenny G.“ (scheldejazz.nl)
Mijn favoriete compositie op The Abyss is Of A Different Kind met onweerstaanbare, gejaagde drums en hypnotiserend spel.
Bron: Rinus van der Heijde- Jazzenzo- febuari 2010
De Nederlandse tekstschrijver Rob Chrispijn (Wenen, 1944) is vanaf het allereerste begin medebepalend geweest voor het succes van Herman van Veen. In 1968 vertaalde hij het poëtische Suzanne van Leonard Cohen en sindsdien schreef hij tientallen teksten voor Herman van Veen, meestal in samenwerking met componist Erik van der Wurff en gitarist Harry Sacksioni. Mijn favouriete platen van Herman van Veen zijn albums uit de jaren zeventig zoals Bloesem (1972) Alles (1973), En nooit weerom (1974), Overblijven (1977) en Op Handen (1978).
Een deel van de liedteksten die Rob Chrispijn tussen 1968 en 1983 geschreven heeft, is gebundeld in Chrispijn, 15 jaar liedteksten. Het boek is allang uitverkocht, maar vorig jaar verscheen een nieuw boek
In januari 1982 luisterde ik dagelijks naar Iets van een Clown van Herman van Veen. Het was net vóór de komst van de CD en ik draaide de LP op de oude platenspeler van mijn vader. Het eerste nummer heette: Laten we maar zeggen dat het regende en in de tekst zat een regel die mij erg aansprak: “Jonge dichters dromen van eigen werk in de literaire bladen.” Ik voelde mij een dichter en een dromer en ambities waren mij niet vreemd. Maar eenzaam voelde ik mij niet. Met een geestverwant was ik een blaadje ter bevordering van experimentele poëzie begonnen dat we samen vol schreven met Paul van Ostayen-achtige gedichten. Soms wreef ik mij suf met wrijfletters voor een visueel gedicht. En zo hadden we ons voorschot genomen op de droom van jonge dichters. 












