de 150e sterfdag van Arthur Schopenhauer
Afgelopen dinsdag werd in de Russische kerk het Feest van de Geboorte van de Moeder Gods gevierd en daardoor is mij de 150e geboortedag van Arthur Schopenhauer ontgaan. Ik zal niet de enige geweest zijn. Juist omdat ik de laatste tijd veel over het leven van deze filosoof gelezen heb, had ik iets aan zijn sterfdag kunnen doen. Ook de Deutsche Post had een postzegel kunnen uitgeven, maar andere herdenkingen waren belangrijker. Zo verschijnen er dit najaar wel postzegels ter gelegenheid van 200 jaar Oktoberfest en 20 jaar Deutsche Einheit. Maar rond de 150e sterfdag van Schopenhauer blijft het dus stil. Alleen het Schopenhauer Gesellschaft schenkt uiteraard wel aandacht aan zijn 150e sterfdag. De pessimistische filosoof, die pas na zijn zestigste erkenning kreeg, zou wel tevreden zijn met die stilte rond zijn sterfdag. Het idee dat na zijn overlijden de wormen aan zijn lichaam knaagden kon hij goed verdragen, maar het idee dat professoren na zijn dood aan zijn gedachten knaagden, vond hij afgrijselijk.
Arthur Schopenhauer
Die Welt als Wille und Vorstellung II

Bron: Neue Paralipomena
Arthur Schopenhauer
Parerga en Paralipomena
De polarisatie van Hegel‘s volgelingen in twee kampen, een behoudende rechtervleugel, de Althegelianer , en een progressieve linkervleugel, de Junghegelianer, ontstaat met een controverse in het midden van de jaren dertig. Aanleiding van deze controverse is Das Leben Jesu uit 1835 van de 27-jarige David Friedrich Strauss. In dit boek zet Strauss de tradionele christologie op losse schroeven en dat veroorzaakt in Duitsland grote commotie .
David Friedrich Strauß studierte ab 1825 Theologie am Evangelischen Stift zu Tübingen. 1830 wurde er Vikar und 1831 Professoratsverweser am Seminar zu Maulbronn; er ging aber noch ein halbes Jahr an die Universität zu Berlin, um Georg Wilhelm Friedrich Hegel und Friedrich Daniel Ernst Schleiermacher zu hören. 1832 wurde er Repetent am Tübinger Stift und hielt zugleich philosophische Vorlesungen an der Universität.
Een van die Inflationsheilige is Friedrich Muck-Lamberty. Hij is de charismatische leider van de Neue Schar, een New Age clubje avant la lettre. In 1920 en 1921 trekt Muck-Lamberty als een rattenvanger van Hamelen duizenden mensen achter zich aan door Franken en Thüringen. Er wordt veel gitaar gespeeld, gezongen en op blote voeten gedanst terwijl Muck-Lamberty spreekt over ‘de tijd van nood’, ‘de noodzakelijke ommekeer’ en ‘de nieuwe tijd’. Hermann Hesse is erbij en publiceert in 1932 













