Categorie archief: Duitsland

kunstminnende kloosterling

Herzensergießungen eines kunstliebenden Klosterbruders
door Wilhelm Heinrich Wackenroder en Ludwig Tieck

Herzensergießungen eines kunstliebenden Klosterbruders - ReclamVan mijn schoonmoeder uit Celle kreeg ik op Heiligenabend een prachtig boekje: Herzensergießungen eines kunstliebenden Klosterbruders van Wilhelm Heinrich Wackenroder en Ludwig Tieck. Het is een van de belangrijkste werken uit de Frühromantik (oder Spätaufklärung) en past precies bij mijn alter ego van God-, natuur- en kunstminnende kluizenaar. In de negentiger jaren van de achttiende eeuw, dik tweehonderd jaar geleden dus, werden de eerste voortekenen van de industriële revolutie al overal zichtbaar. De industrialisering zou de wereld in de daarop volgende eeuw ingrijpend gaan veranderen. Mechanisering, automatisering en massaproductie betekenden een onttovering van de wereld en een enkele gevoelige natuur was zich toen al bewust dat de mens met al de voortbrengselen van de Verlichting iets ontnomen zou gaan worden. De romantici waarschuwden voor een al te wetenschappelijk wereldbeeld en verlangden terug naar een tijd waarin de wereld nog niet door de Rede werd beheerst. Ze koesterden en idealiseerden de Middeleeuwen waar de wetenschappers uit hun tijd juist zo op neer keken. Geheel in deze geest werden de Herzensergießungen van Wilhelm Heinrich Wackenroder geschreven: overpeinzingen en brieven van een kloosterling over de (Italiaanse) kunst vaak in relatie met het Christelijk geloof.

Germania en Italia
Italia and Germania 1811–1828
van Johann Friedrich Overbeck
een typisch ‘Nazareners’ schilderij

Het geschrift zou zeer veel invloed hebben op een groep schilders die zich de Nazareners noemden, die je enigszins kunt vergelijken met de Engelse Pre-Rafaëlieten met als grote verschil dat eerstgenoemden juist bewondering voor Rafaël hadden, in plaats van dat ze uitsluitend de schilderkunst vóór Rafaël als voorbeeld stelden. Ook zouden de Herzensergießungen invloed uitoefenen op de Duitse idealistische filosofie in het bijzonder op die van Friedrich Wilhelm Joseph Schelling

WackenroderHet korte leven van Wilhelm Heinrich Wackenroder is nauw verbonden met dat van Ludwig Tieck, een andere wegbereider van de Romantiek, die een hechte vriend van hem was. Wackenroder was de zoon van een Berlijns jurist en groeide in een piëtistisch klimaat op. Hij leerde zijn beste vriend Tieck op school kennen. Wackenroder studeerde eerst een tijd in Göttingen, en Tieck in Halle an der Saale, maar in 1793 trokken ze samen naar Erlangen om er aan de universiteit te studeren. In dat jaar maakten ze rondreizen langs de steden in de buurt, zoals Neurenberg, Bayreuth en Bamberg. Deze plaatsen waren in de middeleeuwen belangrijke kunstcentra, en Wackenroder was zodanig onder de indruk van de oude Duitse meesters, dat hij een aantal baanbrekende ideeën over kunst, de natuur en godsdienst formuleerde.

In Dresden ontdekte hij de meesters van de Italiaanse renaissance; hij begon te werken aan een reeks essays over kunstenaars, die hij met poëtische bevlogenheden vervlocht. Samen met Tieck stelde hij een boek samen, Herzensergießungen eines kunstliebenden Klosterbruders, dat naast achttien kunstenaarsbiografieën eveneens novellen bevatte. Dit werk werd in 1797 anoniem gepubliceerd. Het is onduidelijk, welke stukken van Wackenroder zijn en welke van Tieck; na Wackenroders dood publiceerde Tieck een heruitgave met, naar hij beweerde, enkel teksten van zijn vriend.

Bron: nl.wikipedia.org

Wackenroder was beïnvloed door het piëtisme en zijn taal doet, zeker voor onze tijd, nogal overdreven aan. Maar we moeten ons tegelijkertijd realiseren dat hij over grootse dingen spreekt zonder enig cynisme. Ruim tweehonderd jaar later zijn wij als kinderen van een post-industriële, onttoverde en gecomputeriseerde wereld, doorgaans blasé geworden voor de fonkelingen die Wackenroder in de natuur en in de kunst kon waarnemen. Hij heeft deze schatten in zijn hart verzameld en stort deze via zijn kloosterling aan ons uit. Hieronder volgt een fragment uit het hoofdstuk Von zwei wunderbaren Sprachen und deren geheimnisvoller Kraft waarin de natuur en de kunst als twee verschillende talen worden beschouwd die bemiddelen tussen het goddelijke en het menselijke.

Das Säuseln in den Wipfeln
des Waldes, und das Rollen
des Donners, haben mir
geheimnisvolle Dinge von ihm erzählet, die ich in Worten
nicht aufsetzen kann.
Die Sprache der Worte ist eine große Gabe des Himmels, und es war eine ewige Wohltat des Schöpfers, daß er die Zunge des ersten Menschen löste, damit er alle Dinge, die der Höchste um ihn her in die Welt gesetzt, und alle geistigen Bilder, die er in seine Seele gelegt hatte, nennen, und seinen Geist in dem mannigfaltigen Spiele mit diesem Reichtum von Namen üben konnte. Durch Worte herrschen wir über den ganzen Erdkreis; durch Worte erhandeln wir uns mit leichter Mühe alle Schätze der Erde. Nur das Unsichtbare, das über uns schwebt, ziehen Worte nicht in unser Gemüt herab.
 
Die irdischen Dinge haben wir in unsrer Hand, wenn wir ihre Namen aussprechen; – aber wenn wir die Allgüte Gottes oder die Tugend der Heiligen nennen hören, welches doch Gegenstände sind, die unser ganzes Wesen ergreifen sollten, so wird allein unser Ohr mit leeren Schallen gefüllt und unser Geist nicht, wie es sollte, erhoben.
 
Ich kenne aber zwei wunderbare Sprachen, durch welche der Schöpfer den Menschen vergönnt hat, die himmlischen Dinge in ganzer Macht, soviel es nämlich (um nicht verwegen zu sprechen) sterblichen Geschöpfen möglich ist, zu fassen und zu begreifen. Sie kommen durch ganz andere Wege zu unserm Inneren, als durch die Hülfe der Worte; sie bewegen auf einmal, auf eine wunderbare Weise, unser ganzes Wesen und drängen sich in jede Nerve und jeden Blutstropfen, der uns angehört. Die eine dieser wundervollen Sprachen redet nur Gott; die andere reden nur wenige Auserwählte unter den Menschen, die er zu seinen Lieblingen gesalbt hat. Ich meine: die Natur und die Kunst.
 
Caspar David FriedrichSeit meiner frühen Jugend her, da ich den Gott der Menschen zuerst aus den uralten heiligen Büchern unserer Religion kennenlernte, war mir die Natur immer das gründlichste und deutlichste Erklärungsbuch über sein Wesen und seine Eigenschaften. Das Säuseln in den Wipfeln des Waldes, und das Rollen des Donners, haben mir geheimnisvolle Dinge von ihm erzählet, die ich in Worten nicht aufsetzen kann. Ein schönes Tal, von abenteuerlichen Felsengestalten umschlossen, oder ein glatter Fluß, worin gebeugte Bäume sich spiegeln, oder eine heitere grüne Wiese von dem blauen Himmel beschienen, – ach diese Dinge haben in meinem inneren Gemüte mehr wunderbare Regungen zuwege gebracht, haben meinen Geist von der Allmacht und Allgüte Gottes inniger erfüllt, und meine ganze Seele weit mehr gereinigt und erhoben, als es je die Sprache der Worte vermag. Sie ist, dünkt mich, ein allzu irdisches und grobes Werkzeug, um das Unkörperliche, wie das Körperliche, damit zu handhaben.
 
Bron: zeno.org

Wackenroder [ de.wikipedia.org ] | integrale tekst [ zeno.org ]

een Duitse affaire

Romantik Eine deutsche Affäre
Rüdiger Safranski über eine deutsche Geisteshaltung

De Romantiek is een historische periode die we grofweg situeren tussen 1790 en 1830. Tegelijkertijd is het een tijdloze geesteshouding waardoor het mogelijk is de historische Romantiek te actualiseren. De Duitse filosoof Rüdiger Safranski lijkt in de Romantiek te wonen. Toch kan hij als geen ander het huis van de Romantiek van buitenaf beschrijven en toont zich daarin een post-romanticus. Niet voor niets schreef hij zijn eerste biografie juist over Schopenhauer die er middenin leefde en er toch al afstand van had genomen. In zijn essaybundels Hoeveel globalisering verdraagt een mens? en Hoeveel waarheid heeft een mens nodig? verbindt Rüdiger Safranski de actualiteit met het denken uit de Romantiek. Het was daarom niet echt een verrassing toen hij een paar jaar geleden eindelijk een boek over de Romantiek zélf schreef Romantik Eine deutsche Affäre.

Die Romantik ist eine glänzende Epoche des deutschen Geistes, die Weltkarriere macht. Zwischen 1790 und 1830 schreiben Eichendorff, Novalis, Heine und andere Weltliteratur. Die romantische Musik gilt als Inbegriff deutscher Musik. Weltberühmte Philosophen wie Schlegel, Schelling, Fichte begeistern sich für die Französische Revolution, rufen selbst eine aus.
 
Bron: aspekte.zdf.de

Romantik Eine deutsche AffäreDie Romantik, neben dem Idealismus der Inbegriff des deutschen Geistes, ist in aufgeklärten Zeiten an den Rand gedrängt worden. Rüdiger Safranski holt sie für uns ins Zentrum zurück. Er beschreibt die Romantik als Epoche, ihre Zeitgenossen Tieck, Novalis, Fichte, Schelling, Schleiermacher oder Dorothea Veit, die für die Entfesselung des Genies stehen, für den Aufbruch ins Grenzenlose, für die Lust am Experiment. Und er erzählt die Geschichte des Romantischen, die bis heute fortlebt. Sie handelt von der Karriere des Imaginären und führt über Heine, Richard Wagner, Nietzsche und Thomas Mann bis in die Gegenwart – die Biographie einer Geisteshaltung. (Bron: hanser.de)

fragment uit interview met Rüdiger Safranski door Wolfgang Herles voor ZDF (Aspekte)

Rüdiger Safranski einer der bedeutendsten und kompetentesten Kenner deutscher Kulturgeschichte und bekannt vor allem durch seine Monografien über Heidegger, Nietzsche und Schiller, erzählt in seinem Bestseller Romantik Eine deutsche Affäre erhellend, wie der romantischen Epoche das Romantische erwächst. Es ist eine sehr deutsche Geisteshaltung, die Goethe für krank hält, die aber Weltkarriere macht. Das romantische Gefühl ist immer auch eine Abwehrreaktion auf den Wandel der Welt, auf die industrielle Revolution im 19. Jahrhundert. Die Romantiker setzen die Poesie gegen das Nützlichkeitsdenken; das Irrationale gegen die Entzauberung der Welt. Ein wenig weltfremd sind sie und verstiegen.

Bron: aspekte.zdf.de

Rüdiger Safranski – Porträt [ zdf.de ]

Ein Wintermärchen

voorgelezen aan Michaela: de eerste duizend versregels van
Deutschland. Ein Wintermärchen van Heinrich Heine

Het woord Heimat is eigenlijk onvertaalbaar. Je kunt het zeker niet vertalen met ‘vaderland’ want dat is mannelijk, terwijl Heimat vrouwelijk is en onmiddellijk verbonden is met de aarde, die behalve vrouwelijk ook moederlijk is. ‘Moederland’ zou eerder in aanmerking komen, of ‘thuisland’ omdat het woord ‘Heim’ erin zit. Wanneer je de Duitse filmreeks Heimat in zijn geheel ziet, dan blijkt Heimat niet alleen een lokatie maar ook een tijd te omvatten. Heimat gaat dus dieper dan het horizontale Boden, het is ook de verticale lijn van het Blut. Kortom, Heimat is de tijdloze verbondenheid met de moederschoot, de oorspronkelijke Lebensraum. Zo, de hoge woorden zijn eruit. Al zijn ze door de nazi’s nog zo misbruikt, ik geloof niet dat er in het Nederlands woorden bestaan die deze mystieke betekenis zo krachtig uitdrukken. Als onze taal ‘het huis van het Zijn’ is, zoals Heidegger eens heeft opgemerkt, dan voel ik mij thuis in een huis met Duitse fundamenten: Die Sprache ist das Haus des Seins. In Heimat komt het allemaal aan bod, inclusief de studenten die staan te ‘heideggeren‘ aan de zijlijn van het voetbalveld.

Michaela
Deutschland. Ein Wintermärchen

Maar nu naar Heinrich Heine. Hij leefde honderd jaar vóór de eeuw van Heimat en verliet net als Paul Simon zijn geboortegrond. Reden: de censuur die in Pruisen was afgekondigd na de julirevolutie van 1831. Heine vluchtte naar Frankrijk, zoog zich daar vol met liberale opvattingen en bekritiseerde de Restauratie en het opkomende nationalisme. Als jongen van dertien had hij in Düsseldorf de troepen van Napoleon binnen zien trekken en was hij onder de indruk geraakt van de idealen van de Franse Revolutie. Voor Pruisen werd hij zo een landverrader. Nadat hij in 1843 nog eenmaal voor een paar weken naar zijn Heimat was teruggekeerd voor een bezoek aan zijn uitgever en aan zijn moeder in Hamburg , schreef hij in Parijs zijn satirische epos, waarin hij oprechte vaderlandsliefde en kritiek op datzelfde Pruisische vaderland fijnzinnig met elkaar verenigde. Na publicatie in 1844 werd Deutschland. Ein Wintermärchen in Pruisen verboden en koning Friedrich Wilhelm IV van Pruisen kondigde zelfs een arrestatiebevel af waardoor Heine geen tweede keer kon terugkeren. De hele negentiende eeuw zou het epische gedicht als een schandschrift beschouwd worden, ook toen de censuur werd opgeheven. Maar de eeuw daarop zouden de nazi’s zijn boeken zelfs gaan verbranden en bleek dat Heine profetische woorden had gesproken.

Wo man Bücher verbrennt,
verbrennt man am Ende
auch Menschen.

Heinrich Heine

Het aardige van Deutschland. Ein Wintermärchen is dat je met dit epische gedicht niet alleen een reis door de geschiedenis maakt, maar ook een reis door Duitsland. Heine komt bij Aken de grens over, reist dan via Keulen, Hagen, Paderborn naar Hamburg. De spoorwegen bestonden in 1843 nog net niet en de reis gaat nog per koets. In Keulen ziet Heine de beroemde dom die dan al bijna zes eeuwen bestaat, maar nog steeds niet voltooid is. In 1842 heeft koning Friedrich Wilhelm IV van Pruisen echter besloten om de dom te laten voltooien. Niet zozeer vanuit religieuze maar vooral vanuit prestigieuze overwegingen, want de Keulse dom zou in 1880 met 157 meter het hoogste gebouw van Europa worden en met name dat feit telde. Maar Heine is juist blij dat hij de torens van de dom in 1843 nog impotent aantreft en bezingt ze satirisch als een monument van Duitsland’s kracht. Zo streek hij de trotse nationalisten tegen de haren in en dat werd hem dus niet bepaald in dank afgenomen: hij werd gestraft met een leven in ballingschap.

Da kam der Luther, und er hat
Sein großes »Halt!« gesprochen -
Seit jenem Tage blieb der Bau
Des Domes unterbrochen.
 
Er ward nicht vollendet – und das ist gut.
Denn eben die Nichtvollendung
Macht ihn zum Denkmal von Deutschlands Kraft
Und protestantischer Sendung.
 
Bron: gutenberg.spiegel.de

Niet alleen zijn vaderland, maar ook het katholieke geloof kregen van Heine een satirische behandeling. Ook hier gaf hij weer blijk van zijn vrijheidsliefde en afkeer van censuur. We zien ook dat Heine zijn beroemde uitspraak over boekverbranding baseerde op de Middeleeuwse ketterverbrandingen. Hij keek achterom en wist dat het verbranden van het woord tenslotte weer tot het verbranden van het vlees zou leiden.

Die Flamme des Scheiterhaufens
hat hier Bücher und Menschen
verschlungen;
Die Glocken wurden geläutet dabei
Und Kyrie eleison gesungen.

Heinrich Heine

Dom van Keulen tijdens voltooiingKönig Friedrich Wilhelm IV. will mit seiner Teilnahme am Dombaufest zu Köln am 14.August 1842 die Aussöhnung zwischen Staat und Kirche demonstrieren. Gemeinsam mit Erzbischof von Geisel legt er den Grundstein zum Weiterbau. Zugleich ist der Dom ein nationales Symbol: Seine Vollendung bedeutet auch, dass sich der Traum von einem neuen Heiligen Römischen Reich deutscher Nation erfüllen könnte. Nun soll es künftig einen vollendeten Dom geben, eine Stein gewordene Verklärung des Mittelalters, für einen Herrscher von Gottes Gnaden. Gemeint ist der König von Preußen. Ein zweites Dombaufest findet am 14.August 1848 statt. An ihm nehmen 300 Abgeordnete der Frankfurter Nationalversammlung, Johann, Erzherzog von Österreich und der preußische König, Friedrich Wilhelm IV. teil. Das Volk jubelt wenige Monate nach der Revolution dem Monarchen zu. Die Veranstaltung scheint wie ein Vorgriff auf ein neues Deutsches Reich. Bereits 1248 war der Grundstein gelegt worden. Nach 250 Jahren Bauzeit wurden die Arbeiten eingestellt und werden jetzt unter der Schutzherrschaft des Königs wieder aufgenommen. Erst am 15.10.1880 wird der mit 157 Metern höchste Bau Europas nach 623 Jahren vollendet.

Bron: preussen-chronik.de

integrale tekst [ Project Gutenberg ]