Categorie archief: Duitsland

Tatort

Ik keek naar In Europa (het jaar 1922)
en bekeek foto’s van de Keulse fotograaf August Sander (1876-1964)

In de televisieserie In Europa ging het afgelopen zondag over de moord op Walther Rathenau in 1922 en dat leverde de spannendste aflevering op die ik tot nu toe in deze serie gezien heb. Geschiedenis als spannend jongensboek. Of om meer bij het medium televisie te blijven: als een aflevering van Tatort. Soms wordt er wel eens (al te gemakkelijk) van uitgegaan dat Adolf Hitler nooit aan de macht zou zijn gekomen als de moordaanslag op de minister van Buitenlandse Zaken van de Weimar Republik zou zijn mislukt. Rathenau moest gestopt worden. Mak legde wijselijk geen link naar dé politieke moord uit de Nederlandse geschiedenis, maar het is toch veelzeggend dat er een hele aflevering aan dit (in Nederland onderbelichte) incident besteed werd.

De onrust na het verlies van de Eerste Wereldoorlog duurt voort in Duitsland. De nederlaag zet alle tegenstellingen op scherp en slechts één enkele man lijkt de zaak bij elkaar kunnen te houden: Walter Rathenau. Als deze man in 1922 door rechtse extremisten wordt vermoord lijkt er voor Duitsland niemand meer te zijn die het land kan redden.
( Bron: ineuropa.nl/jaar/1922 )

Walther Rathenau
Walther Rathenau op een postzegel van Deutsche Post Berlin

Voor mij was deze documentaire een aanleiding om weer eens te gaan kijken naar de foto’s van August Sander, de fotograaf van het dagelijks leven in de Weimar Republik (1919-1933)

Zu Beginn der 1920er-Jahre kommt August Sander in Berührung mit der „Gruppe Progressiver Künstler“ in Köln und findet in diesem Kreis eine starke Resonanz; hier u. a. in engem Austausch mit den Künstlern Franz Wilhelm Seiwert und Heinrich Hoerle sowie des weiteren mit Gerd Arntz, Gottfried Brockmann, Otto Freundlich, Raoul Hausmann und Stanislaw Kubicki (Berlin), Hans Schmitz, Augustin Tschinkel (Prag/Köln) und Peter Alma (Amsterdam). Zudem ist Sander mit den Malern Jankel Adler, Otto Dix, Heinrich Pilger und Anton Räderscheidt in engerem Kontakt. Viele von ihnen wurden wie auch Künstler anderer Sparten, so der Musik, Literatur, Baukunst und dem Schauspiel von August Sander portraitiert und in sein großes Werk Menschen des 20. Jahrhunderts aufgenommen. Für dieses entwirft er um 1925 ein Konzept, das allerdings über das Sujet des Künstlerportraits hinaus, ein weites Spektrum der damaligen Gesellschafts- und Berufsgruppen umfasst und auf rund 600 Aufnahmen, unterteilt in sieben Gruppen, angelegt ist.

foto van August Sander
notaris, 1924

1927 unternimmt Sander zusammen mit dem Schriftsteller Ludwig Mathar eine rund dreimonatige Reise nach Sardinien, auf der etwa 500 Aufnahmen entstehen. Eine geplante Buchveröffentlichung über die Reise scheitert aber. 1929 veröffentlicht er ein erstes Buch Antlitz der Zeit, eine Auswahl von 60 seiner Portraits Menschen des 20. Jahrhunderts. Die Zeit des Nationalsozialismus bringt für seine Arbeit wie für sein persönliches Leben starke Einschränkungen. Sein Sohn Erich, Mitglied in der linken Sozialistischen Arbeiterpartei Deutschlands (SAP), wird 1934 festgenommen, zu 10 Jahren Zuchthaus verurteilt. Sein Buch Antlitz der Zeit wird 1936 beschlagnahmt, die Druckstöcke werden vernichtet. Während des Krieges verlegt er seinen Lebensmittelpunkt nach Kuchhausen im Westerwald, wohin er u. a. seine wichtigsten Negative und Photographien vor den Bombenangriffen in Sicherheit bringen kann. Sein Atelier wird 1944 bei einem Luftangriff zerstört. 1946 beginnt Sander eine umfangreiche Bilddokumentation über das kriegszerstörte Köln.

Bron: de.wikipedia.org

what crisis?

Untergang des Abendlandes (1918-1922) van Oswald Spengler

Untergang des AbendlandesDe Eerste Wereldoorlog was voor het Avondland een apocalyptische ervaring. Na 1918 zou de wereld niet meer hetzelfde zijn. Het vooruitgangsoptimisme dat Europa bijna tweehonderd jaar had voortgestuwd, was definitief de grond in geboord. Waarden als vaderlandsliefde en eer waren uiteengereten. Veel kunstenaars reageerden cynisch: midden in de oorlog (1916) ontstond in het neutrale Zwitserland het dadaïsme dat spot tot (anti-)kunst had verheven: Marcel Duchamp tekende een snorretje op de Mona Lisa. Het ene heilige huisje sneuvelde na het andere, maar tegelijkertijd vormde de jaren na de Eerste Wereldoorlog de voedingsbodem voor de Nieuwe Mensch van het fascisme. Het is in deze tijd dat Oswald Spengler zijn invloedrijke boek Der Untergang des Abendlandes schreef. Sterk onder invloed van die andere onheilsprofeet Friedrich Nietzsche beschreef hij de crisis waarin het oude continent geraakt was. De Grote Oorlog had de crisis op een gruwelijke wijze zichtbaar gemaakt.

Het vooruitgangsoptimisme dat
Europa bijna tweehonderd jaar
had voortgestuwd, was definitief
de grond in geboord.

Voor hedendaagse cultuurpessimisten is Der Untergang des Abendlandes actueel gebleven. De crisis beperkt zich inmiddels niet meer tot Europa maar is mondiaal geworden. Globalisme, neo-kapitalisme, consumentisme, hedonisme en relativisme zijn de verschillende gezichten geworden van het dieperliggende nihilisme, dat Nietzsche als een van de eersten heeft opgemerkt. In de negentiende eeuw is de massa ‘bevrijd’ van zijn vroegere heersers en is zij de wereld gaan regeren. De Spaanse filosoof José Ortega y Gasset schreef in 1930 la rebelión de las masas (de opstand der horden) dat vaak samen genoemd wordt met Untergang des Abendlandes. Daarin wordt de schaduwkant van deze emancipatie belicht. Zijn we werkelijkheid bevrijd en verlicht? Of wordt onze wereld steeds meer geregeerd door de onderbuik, met onze vraatzucht, geilheid en hebzucht voorop?

Oswald SpenglerAan Nietzsche heeft Oswald Spengler zeer veel te danken; bijna al zijn grondgedachten vindt men reeds bij Nietzsche terug: de tegenstelling apolinisch-dyonisisch, de mens als het roofdier, de afkeer van Engelse philosophie en vooruitgangsillusies. Ook in zijn stijl is Spengler sterk door Nietzsche beïnvloed. Van Spengler zelf is echter het culturenstelsel, dat hij zelfs in tabellen heeft neergelegd (al erkent hij in zijn methode door Goethe te zijn beïnvloed). Op die tabellen vindt men de symptomen met medische onverbiddelijkheid (vaak: schijn-onverbiddelijkheid!) naast elkaar gegroepeerd. Spengler gaat immers uit van de gedachte, dat een cultuur in zichzelf gesloten is; een cultuur heeft een leven en een ontwikkeling, derhalve ook een dood. Ergo moeten de feiten, die de geschiedenis oplevert, door een „ziener„ van het historische als parallellen kunnen worden geduid. „Mystisch parallellisme„ noemt Huizinga het in zijn Gids-studie over Spengler („Twee worstelaars met den Engel„), waar hij deze zin van Spengler citeert: „Als Symbole identischen Phänomene entsprechen also die Bastille, Valmy, Austerlitz, Waterloo, der Aufschwung Preussens, den antiken Faktoren der Schlachten von Chäronea und Gaugamela, dem Königsfrieden, dem Zug nach Indien und der Entwicklung Roms.„
 
Bron: Menno ter Braak over Oswald Spengler (bij zijn dood in 1936)

Untergang des Abendlandes [ de.wikipedia.org ]