Categorie archief: Duitsland

Lola singt !

vannacht gezien op WDR 1: Der Blaue Engel (1930)

Drie jaar geleden kocht ik in het filmmuseum Potsdam een postkaart met een zwoele Marlene Dietrich erop. Vijfenzeventig jaar eerder was ze in het nabijgelegen Babelsberg bezig met haar grote doorbraak als Lola Lola in Der Blaue Engel. De film en nog meer het liedje Ich bin von Kopf bis Fuß auf Liebe eingestellt zijn legendarisch geworden.

der Blaue Engel
Emil Jannings en Marlene Dietrich
als Professor Unrat en Lola Lola

Vannacht zag ik de film voor het allereerst. Het is een van de eerste geluidfilms in Duitsland, maar het tijdperk van de stomme film is er nog overduidelijk in aanwezig. Ook klinkt er nog een echo in door van de Duitse expressionistische film, al zijn de schaduwen minder langgerekt en de diagonalen minder prominent aanwezig als in bijvoorbeeld Das Kabinett des Doktor Caligari (1920) en Nosferatu (1922). In Der Blaue Engel is alles binnen opgenomen in de UFA studio’s in Babelsberg en Josef von Sternberg heeft met de decors en belichting prachtig de sfeer van het interbellum weten op te roepen.

Professor Unrat en LolaHet verhaal is doodsimpel: Professor Immanuel Rath is een leraar aan het gymnasium en een typisch negentiende eeuwse autoriteit (in de scenes die zich afspelen in het leslokaal klinkt vele malen “Setzen sie sich!”) en dus ook een bewaker van normen en waarden. Wanneer hij ontdekt dat een van zijn leerlingen foto’s bij zich heeft van het varietétheater Der Blaue Engel , besluit hij hen ‘s avonds te volgen en ze ter plekke te betrappen. Varieté is in zijn ogen lichtzinnig en past niet in zijn Bildungsideal. In Der Blaue Engel ontmoet hij het zangeresje Lola Lola en valt als een blok voor haar. Daarmee begint zijn eigen ondergang. De autoriteit probeert zich nog staande te houden maar heeft zich door het seksuele roofdier eigenlijk al laten verslinden.

De vernedering van de trotse autoriteit, maakt deze film ook tot een typisch product van de Weimar Republik. Der Blaue Engel is een aangrijpende film. Het simpele verhaal van de oudere man die valt voor het jonge ding en daarmee zijn gezag verliest, legt een universeel thema bloot. Het is ook een botsing van de negentiende eeuwse waarden als discipline, autoritair gezag en eer (Professor Rath) met het aanstekelijke vermaak van de moderne tijd en de zuigkracht van de massacultuur (Lola Lola). Marlene Dietrich was de eerste grote vamp ( Männer umschwirren mich wie Motten um das Licht. Und wenn sie verbrennen, ja dafür kann ich nichts.) van het witte doek en de filmische vertaling van de femme fatale uit de literatuur en schilderkunst.

Ich bin von Kopf bis Fuß
Auf Liebe eingestellt,
Denn das ist meine Welt,
Und sonst gar nichts.
Das ist, was soll ich machen,
Meine Natur,
Ich kann halt lieben nur
Und sonst gar nichts.
 
Marlene
 
Männer umschwirr’n mich,
Wie Motten um das Licht.
Und wenn sie verbrennen,
Ja dafür kann ich nichts.
Ich bin von Kopf bis Fuß
Auf Liebe eingestellt,
Ich kann halt lieben nur
Und sonst gar nichts.

Babelsberg Babelsberg, ein ehemaliges Fabrikgelände, wird seit 1912 für die Filmproduktion genutzt. Die Bioscop, eine kleine Berliner Filmfirma, kauft 1911 das große Areal, baut an das alte Fabrikgebäude ein neues Glasatelier an und produziert dort 1912 den ersten Film: Der Totentanz (RE: Urban Gad). Hauptdarstellerin ist der erste große europäische Filmstar Asta Nielsen. Durch ihr zurückhaltendes Spiel vor der Kamera erhebt die Nielsen das junge Medium Film zur seriösen Kunst. In Erdgeist (1923; RE: Leopold Jessner) zeigt sich die Dänin in ein raffiniertes Fransentuch gehüllt, das als Tischdecke auch ihre Berliner Wohnung zierte und heute in der Ausstellung zu sehen ist.
 
Bron: filmmuseum-potsdam.de

Der Blaue Engel [ murnau-stiftung.de ]

Duitse familiekroniek

Heimat van Edgar Reitz

Laatst zag ik de Italiaanse familiekroniek La Meglio Gioventu die zich afspeelt tussen 1966 en 2003. Eerder zag ik al de kroniek Novecento die zich uitstrekt over de periode 1900-1950. Beide films verdienen een plaatsje in mijn persoonlijke top 10 van beste films. De trilogie Heimat over de Duitse familie Simon die uit dertig films bestaat, zag ik nog niet. De eerste serie van deze trilogie (1919-1982) wil ik beslist eens zien.
Misschien deze maar eens aanschaffen?

Heimat
filmposter van Heimat I, 1919-1982 (1984)
Heimat übersetzt die große deutsche Geschichte in eine Dimension, in der sie der Größe entkleidet wird, nämlich die der kleinen Leute, die ihr Leben in Würde auch ohne Größe führen.
Reitz lenkt seinen Film durch den Wärmestrom der Geschichte: ein seltener Glücksfall!” (Die Zeit*)

heimat123.de

het oerboek van de romantiek

Heinrich von Ofterdingen van Novalis eindelijk vertaald

Zoals A Rebours (1884) van J.K.Huysmans de Bijbel van de decadentie werd, zo werd 85 jaar eerder Heinrich von Ofterdingen (1799-1801) van Novalis het oerboek van de romantiek Eindelijk verscheen er nu een Nederlandse vertaling bij Atheneum-Polak & Van Gennep door Ria van Hengel met een nawoord van Arnold Heulkemakers.

Blaue BlumeZelfportret als minstreel
In een middeleeuws handschrift is het portret overgeleverd van een minstreel wiens werk verloren is gegaan: Heinrich von Ofterdingen. Aan de hand van deze figuur heeft de romantische schrijver Novalis de ontwikkeling van een jonge dichter vormgegeven. Die dichter is geen middeleeuwer, Heinrich von Ofterdingen is geen echte historische roman geworden. Je zou eerder zeggen dat Novalis ons een zelfportret als minstreel geeft: een echt romantische dweper op zoek naar de blauwe bloem (het hoogste ideaal), op reis door Duitsland, die door ontmoetingen met een Goethe-achtige mentor en een al spoedig door de dood onbereikbare geliefde wordt gesterkt, terneergeslagen en gelouterd tot hij openstaat voor het hogere, voor schoonheid en waarheid. Novalis schrijft met een nog steeds schokkende originaliteit en een hartroerende urgentie, die dit boek, zijn enige en door zijn vroege dood onvoltooid gebleven roman, voor latere generaties hebben gemaakt tot de romantische roman bij uitstek.
Bron: boekboek.nl

NovalisFriedrich von Hardenberg (1772-1801) werd opgeleid tot mijnbouwkundige. Als dichter gebruikte hij het pseudoniem Novalis, Latijn voor Ontginner – hij is dan ook de origineelste figuur uit de Duitse Romantiek. Dat blijkt uit zijn aforismen, die hijzelf van de titel Blütenstaub (Stuifmeel) voorzag, het blijkt misschien nog wel meer uit zijn enige, door zijn vroege dood onvoltooid gebleven roman, Heinrich von Ofterdingen. Dat boek is autobiografisch: we lezen er over een jeugd tussen de Harz en het Ertsgebergte, we lezen over de mijnbouw, we lezen vooral veel over de ontdekking van het grootste wereldwonder, de dichtkunst; en ook de vervoering van de verliefdheid en de rouw om de jonggestorven geliefde zijn duidelijk naar de natuur beschreven. Tegelijkertijd is het een historisch werk: de hoofdpersoon is een dertiende-eeuwse minstreel, die is weggelopen uit het vanwege zijn fraaie illustraties befaamde Manessische handschrift. Die minstreel groeit op in Eisenach, leert het volle leven kennen in de grote stad Augsburg, en was de Alpen overgetrokken om aan het hof van Keizer Frederik II terecht te komen – wanneer Novalis daaraan toegekomen was.
 
Bron: boekboek.nl

Novalis und sein Heinrich von Ofterdingen