In het tweede hoofdstuk van Hoeveel waarheid heeft de mens nodig? schrijft Rüdiger Safranski hoe Heinrich von Kleist, in navolging van Rousseau, zich radicaal wil terugtrekken uit de buitenwereld:
Hij verdraagt het niet dat de familie hem als een mislukkeling beschouwt. Hij heeft zich voor de vaak afkeurende blikken van anderen willen verbergen; maar hij wil niet in het verborgene blijven. Er moet een moment komen waarop hij stralend te voorschijn komt: als triomfator, als overwinnaar. ( … )

















