Categorie archief: Duitsland

Die Zweite Heimat

in juni fotografeerde ik locaties in München
uit Die Zweite Heimat (1993) van Edgar Reitz

Op de website heimat123.de is een klein overzicht te zien van filmlocaties in München uit Die Zweite Heimat. In juni fotografeerde ik nog een paar locaties die niet in dit overzicht voorkomen. Overigens is de Fuchsbau (Villa Cerphal) vergeefs te zoeken in Schwabing. In werkelijkheid is dit Haus Zerboni in Gauting. wéll in Schwabing , om precies te zijn aan de Georgenstraße, staat het Pacelli Palais dat in episode 7 (Weihnachtswölfe) even voorbijkomt.

Heimat
lokaties uit Die Zweite Heimat: Praterinsel in de Isar, Alte Pinakothek, Pacelli Palais, de hal van de universiteit LMU, naast de Glyptothek op de Königsplatz

De foto’s zijn genomen op 11,12 en 13 juni 2013.

drehorte [ heimat123.de ]

Athene aan de Isar [ 2 ]

op 12 juni bezochten we de Neue Pinakothek in München

In de eerste helft van de negentiende eeuw moest München het “Athene aan de Isar” zijn. In de Beierse hoofdstad verrezen kopieën van Griekse tempels zoals de Glyptothek en de Propyläen aan de Königsplatz en de Ruhmeshalle van de architect Leo von Klenze. Ook buiten München werden er in Beieren Griekse tempels gebouwd. Zo ontwierp Von Klenze het Walhalla, een soort Germaanse Acropolis aan de Donau bij Regensburg. Al deze gebouwen verhouden zich tot de klassieke Griekse bouwkunst als Paris en The Venetian (Las Vegas) tot Parijs en Venetië.

glyptothek
de glyptothek in München aan de Königsplatz van Leo von Klenze

De imitatie van de klassieke Griekse bouwkunst hoort enerzijds bij het neoclassicisme (ca. 1780-ca. 1830) maar sluit in de eerste helft van de negentiende eeuw ook aan bij het zogenaamde filhellinisme. Door de Franse Revolutie waren overal in Europa nationalistische bewegingen ontstaan en het filhellinisme kreeg voor velen daardoor een politieke lading. De liefde voor de oude Grieken ging gepaard met een verlangen om de Grieken te bevrijden van de Ottomaanse overheersing. De Griekse onafhankelijkheidsoorlog (1821-1832) werd door het filhellinisme toegejuicht. In 1832 werd Griekenland met het Verdrag van Constantinopel een onafhankelijke staat.

Toch bleven tijdens de Restauratie de grote mogendheden in Europa de dienst uitmaken. Omdat Griekenland vooral in de belangensfeer van Rusland en Engeland lag, kwamen tijdens het Congres van Londen Engeland, Rusland en Frankrijk bij elkaar om over de toekomst van de nieuwe Griekse natie te spreken. Voor Engeland zou het een gruwel zijn als Griekenland voor Rusland een bruggenhoofd in de Middellandse Zee zou worden. Dus moest deze nieuwe staat in Europa weerbaar zijn tegen de Russische invloed op de Balkan. In de geest van de Restauratie werd in 1832 besloten dat Griekenland een monarchie zou worden. Net zoals Nederland, België en Luxemburg die tijdens het Congres van Wenen tot één kunstmatig koninkrijk waren samengesmeed, was het koninkrijk Griekenland het product van de grote mogendheden.

Ludwig I
Ludwig I (1825-1848) als kunstverzamelaar (detail) door Wilhelm von Kaulbach (1854)

De troon werd aangeboden aan de zoon van Ludwig I van Beieren die zelf filhelleen was. Het Griekse volk had geen enkele inspraak bij dit besluit vanuit Londen. Als Otto I van Griekenland werd de Beierse prins de eerste koning van het moderne Griekenland. Zo kwam er in feite een kroon op het filhellenisme in Beieren dat koning Ludwig I al vanaf zijn aantreden bevorderd had. Hij was ook degene die in het tweede kwart van de negentiende eeuw van München een kunststad op Europees niveau maakte.

Zijn zoon was koning van Griekenland maar volgens een bepaling in het Verdrag van Londen mocht Griekenland nooit met Beieren een personele unie vormen. Om toch een band te scheppen met het verre Griekenland en zijn Beierse onderdanen, gaf hij kunstenaars de opdracht om Griekenland te portretteren net zoals grote mogendheden kunstenaars naar hun kolonies stuurden om overzeese gebieden voor de thuisblijvers vast te laten leggen. En dat mocht wel van de grote mogendheden. Zo ontstonden schilderijen als Empfang König Ottos von Griechenland in Athen (1839) van de historieschilder Peter von Hess. Voor Ludwig I paste dit beeld bij het Beierse nationalisme: ook al was een personele unie met Griekenland door de grote mogendheden verboden, de Beierse prins Otto was intussen wéll koning van Griekenland.

Peter von Hess
Peter von Hess 1839
Empfang König Ottos von Griechenland in Athen (250 x 415 cm)
Voor Ludwig I paste dit beeld bij het Beierse nationalisme: ook al was een personele unie tussen Griekenland en Beieren door de grote mogendheden verboden, de Beierse prins Otto was intussen wéll koning van Griekenland.

Niet alleen historieschilders kregen opdracht om naar Griekenland te vertrekken. In 1830-33 was de landschapsschilder Carl Rottmann voor Ludwig I al dwars door Italiëgereisd en had zijn landschapsstudies daarna vastgelegd in een cyclus van 28 landschappen (“Aussichten in das Vaterland der Künste”). De koning was blijkbaar zo tevreden over het resultaat dat hij Rottmann daarna ook naar Griekenland zond. In 1834-35 reisde Rottmann door Griekenland om studies te maken van uiteenlopende Griekse landschappen.

Carl Rottmann
Michaela in de Rottmannsaal

In München werkte hij deze uit in een reeks grote schilderijen. Deze zouden een plek krijgen in de nog te bouwen Neue Pinakothek. Tegenwoordig hangt de Griekenland-cyclus in de Rottmannsaal in de nieuwbouw van de Neue Pinakothek.

Carl Rottmann
Corinth mit Akrocorinth (1847) uit de Griekenlandcylus van Carl Rottmann

Athene aan de Isar [ 1 ] | ludwigthefirst.weebly.com

de zelfmoord van Europa

gelezen: hoofdstuk 2 uit Lenteriten van Modris Eksteins

Lenteriten Veel historici neigen ernaar de Great War en de Tweede Wereldoorlog als één oorlog te beschouwen met een interbellum van 21 jaar. In Duitsland spreekt men al van die Urkatastrophe des 20. Jahrhunderts. Twee wereldoorlogen maakten in de eerste helft van de vorige eeuw definitief een einde aan de hegemonie van Europa in de wereld. Na 1945 werden de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie de twee nieuwe wereldmachten.

Wanneer we de wereldgeschiedenis als een verhaal zien, dan is de periode 1913-1945 een Griekse tragedie waarin Europa zelfmoord pleegt. De Canadese historicus Modris Eksteins beschrijft in Rites of Spring: The Great War and the Birth of the Modern Age (1989) het drama van de Eerste Wereldoorlog (en wat daar uit voort kwam) in drie bedrijven (akten) die hij weer indeelt in drie of vier scenes. Daarbij ziet hij de Sacre du Printemps (1913) van Stravinsky als een icoon van de periode 1914-1945. In dit moderne ballet dat in 1913 het Parijse publiek schokte, danst een meisje zich tijdens een rituele dans dood. Deze “dodendans” werd al snel herkend als het scenario voor een nieuwe tijd. De avant garde hunkerde tussen 1890 en 1914 naar “een grote schoonmaak”. In tegenstelling tot de negentiende eeuw, die alles wat oud was koesterde, koos men voor het nieuwe. De Jugendstil was in de jaren negentig al een voorteken van de explosie van vernieuwende bewegingen in de kunst die volgde tussen 1900 en 1914.

Sacre du Printemps
de Sacre du Printemps is een teken des tijds: de Europese beschaving keert terug naar het aardse, het lichamelijke, het ritmische en het primitieve

Eksteins weet met goed gekozen voorbeelden en citaten te verhelderen waarom Europa zich in augustus 1914 met zoveel geestdrift in de oorlog stortte. En nergens was het enthousiasme zo groot als in Duitsland. Dat kwam niet alleen omdat Duitsland in 1914 het modernste land ter wereld was dat zijn positie wilde beschermen. Maar ook was er in Duitsland een unieke combinatie tussen de geest van het idealisme en de geest van de moderniteit. Het Duitse idealisme dat zich vanaf 1800 gevormd had, bleek een enorme kracht om de Duitsers geestelijk te verenigen. Uit deze krachtbron stroomden de talloze mythen over de Duitse geestelijke superioriteit. Als Frankrijk het land van de politieke revolutie was, dan was Duitsland het land van de revolutie van de geest.

Eksteins weet met goed gekozen voorbeelden en citaten te verhelderen waarom Duitsland zich in augustus 1914 met zoveel geestdrift in de oorlog stortte.

Nadat in 1871 de Duitsers verenigd waren in het Duitse Keizerrijk (1871-1918) ontwikkelde Duitsland zich tot het machtigste land ter wereld en nam na 1900 de plek van Engeland in als het grootste industriële mogendheid. In de jaren tachtig was Duitsland ook begonnen aan het opbouwen van een koloniaal rijk, al was de koek op dat moment al bijna op. Na 1890 ging het keizerrijk ook een enorme zeevloot bouwen en kwam daarmee onvermijdelijk in het vaarwater van Engeland (en in mindere mate ook van Frankrijk) terecht. De industrialisatie, het imperialisme en de rivaliteit met het Britse imperium waren uiterlijke, politieke manifestaties van de nieuwe wereldmacht. Ook op het geestelijk en artistieke vlak begon de Duitse geest ook de expanderen en drukte het in Europa de Franse cultuur van zijn plaats. De avant garde werd vooral gevormd door Duitstalige kunstenaars. Secession, Jugendstil en expressionisme ontstonden in Wenen, München en Berlijn. Deze steden waren voor veel kunstenaars hipper dan Parijs.

Rond 1900 waren jeugd en leven toverwoorden geworden die niet alleen in de kunstwereld rond zoemden. Iedereen die met het benauwde Victoriaanse wilde breken, de jeugd voorop, werd opgewekt door de nieuwe geest. Zo ontstonden vooral in Duitsland de reformbewegingen die wilden terugkeren naar een oorspronkelijker en natuurlijker leven. In navolging van Nietzsche begon met het aardse, het lichamelijke en het primitieve te (her)waarderen. Een soortgelijk “terug naar de natuur” kennen we van de tijd van Rousseau, maar nu gebeurde het op veel grotere schaal. Europa leek er rijp voor een geestelijke revolutie waarin de oude geest plaats moest maken voor het nieuwe. Desnoods met geweld. Want wie in navolging van Nietzsche “leven” zei, zei ook “strijd”.

Berlijn
… Ich kenne keine Parteien mehr, ich kenne nur noch Deutsche …
Unter den Linden in Berlijn bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog

Vanuit deze “nieuwe” geest is het ontstaan van de Eerste Wereldoorlog dieper te begrijpen dan vanuit de geo-politieke omstandigheden. Eksteins laat zien hoe na de Oostenrijkse oorlogsverklaring aan Serviëop 28 juli 1914 het Duitse volk zich verenigt en vol vuur gaat staan voor de Duitse geest. Want de moderne geest die is gaan waaien, is voor hen de Duitse geest. De geest van het Duitse idealisme had zich dwars door de negentiende eeuw een weg gebaand, niet alleen in de filosofie en de kunst maar ook in de politiek. Het enthousiasme waarmee Duitsland zich op 1 augustus 1914 in de oorlog stortte, was een religieuze ijver voor de Duitse identiteit. Daarom kon keizer Wilhelm II met succes uitroepen “Ich kenne keine Parteien mehr, ich kenne nur noch Deutsche”. De kracht van de Duitse eenheid was de mythe en de religie van de Duitse identiteit. En deze geest was na 1918 nog steeds niet vermorzeld.

München
de Odeonplatz in München op 2 augustus 1914 bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog. De 25-jarige Hitler was er bij.

chronologie van het uitbreken van de Grote Oorlog
28 juli Oostenrijk-Hongarije verklaart Serviëde oorlog.
29 juli Rusland mobiliseert.
1 augustus Duitsland verklaart de oorlog aan Rusland. Frankrijk mobiliseert.
2 augustus Duitsland eist vrije doortocht door België.
3 augustus Belgiëverwerpt de eis van Duitsland. Duitsland verklaart Frankrijk de oorlog.
4 augustus Duitsland in oorlog met België. Duitse troepen overschrijden de Belgische grens. Engeland verklaart Duitsland de oorlog
6 augustus Oostenrijk-Hongarije in oorlog met Rusland

Rites of Spring: The Great War and the Birth of the Modern Age