Categorie archief: Duitsland

radicaliseren!

gezien op DVD: Wer wenn nicht wir (2011)
biopic over de relatie tussen Bernward Vesper en Gudrun Ensslin

wer wenn nicht wirDe eerste babyboomers zijn inmiddels met pensioen. In de geschiedenisboekjes heeft deze naoorlogse generatie vele namen gekregen, van bloemenkinderen tot protestgeneratie. Die laatste naam heeft deze generatie vooral te danken aan de studentenprotesten in het voorjaar van 1968. Jong zijn betekende engagement tonen. Voor het eerst in de geschiedenis stond de jeugd massaal op en beklom de barricaden.

Nergens was de confrontatie tussen de ouders en hun kinderen zo heftig als in Duitsland. De Duitse studenten die in de jaren zestig tot politiek bewustzijn kwamen, kregen het nationaal socialisme allemaal op een zeer persoonlijke manier te verwerken. Ze botsten vaak rechtstreeks met hun ouders die de oorlog bewust hadden meegemaakt, maar alles het liefst zo snel mogelijk wilden vergeten. Terwijl de ouders zwegen, werden hun kinderen met de schuldvraag geconfronteerd. Uit dit generatieconflict is in Duitsland de Rote Armee Fraktion voortgekomen.

De film Der Baader Meinhof Kompleks (2008) van Uli Edel probeert net als Der Untergang (2004), een andere dure productie van Bernd Eichinger, een objectieve geschiedschrijving te geven. Wie es eigentlich gewesen ist. Maar door de uitgebreide inventarisatie van gebeurtenissen is Der Baader Meinhof Kompleks ook een erg volgepropte film geworden. Regisseur Andres Veiel heeft het met Wer wenn nicht wir anders aangepakt. Zijn film is een beetje het kleine ingetogen broertje van Der Baader Meinhof Kompleks. Geen moord en doodslag en massascenes, maar een intiem psychologisch drama over twee sleutelfiguren van de Duitse naoorlogse generatie: Bernward Vesper en Gudrun Ensslin. Andreas Baader speelt min of meer een bijrol.

Wer wenn nicht wir
is een beetje het kleine,
ingetogen broertje van
Der Baader Meinhof Kompleks

wer wenn nicht wirMet een proloog in 1949 speelt alles zich af tussen 1961 en 1971 en deze tijdspanne overlapt voor een deel de gebeurtenissen in Der Baader Meinhof Kompleks. Wie laatstgenoemde film nog niet gezien heeft, kan dus eerst Wer wenn nicht wir als prequel zien. Deze geeft een prima inzicht in de worsteling van de Duitse jeugd in de jaren zestig met hun ouders die medeplichtig waren geweest aan het nationaal socialisme. Het generatieconflict en de innerlijke strijd zouden zich in de tweede helft van de jaren zestig naar buiten keren en een strijd met de maatschappij en het imperialisme worden. Waarschijnlijk was het anti-amerikanisme nergens zo sterk als in de Duitse Bondsrepubliek. “Lees me eens wat voor in de taal van onze bezetter”, vraagt Bernward aan Gudrun, wanneer ze een Amerikaans boek in haar hand houdt.

De hoofdfiguren Bernward Vesper (1938-1971) en Gudrun Ensslin (1940-1977) behoren nog tot de generatie die in nazi-Duitsland geboren is. Bernward‘s vader is de nazi-schrijver Will Vesper (1882-1962). Gudrun komt uit een domineesgezin. Het verhaal begint in 1962 wanneer ze elkaar ontmoeten in Tübingen waar ze beiden germanistiek en filologie studeren.

Tijdens een college van professor Walter Jens merkt Bernward op dat niet alle goede Duitse schrijvers nazi-Duitsland ontvlucht waren, maar dat sommige goede schrijvers die de nazi’s zich hadden toegeëigend naar hun eigen innerlijk waren geëmigreerd. Hij doelt daarbij o.a. op zijn vader. Jens zal hem later persoonlijk te kennen geven dat hij zijn vader als vader best mag verdedigen, maar niet als schrijver. Soms wordt hij door anderen aangesproken op zijn vader. “Hoe voelt het om de zoon van een nazischrijver te zijn?” vraagt een linkse intellectueel hem. Bernward geeft een literair antwoord: “Lermontov zou gezegd hebben: nuchter beschouwd, is het leven een zinloze grap.”

wer wenn nicht wirMet Gudrun richt hij de kleine uitgeverij Studio Neue Literatur op en probeert hij o.a. het werk van zijn omstreden vader uit te geven. Wanneer de ouders van Gudrun daar achter komen, zijn ze erg verontwaardigd. “Besef je wat je ons aandoet?” speelt de moeder in op het schuldgevoel van haar dochter. “Het werk uitgeven van Will Vesper die voor Hitler schreef! Terwijl je vader in de oorlog werd opgepakt omdat hij tijdens een preek had gezegd dat de Führer groot is, maar dat God groter is.” Daarop verwijt Gudrun haar vader dat hij desondanks in Rusland gevochten heeft, terwijl hij heel goed wist dat het verkeerd was. “Maar ik had geen keus”, verontschuldigt de vader zich. “Bernward‘s vader wist niet beter, maar jij wéll!” spreekt ze hem tegen. “Jij doet alles maar half.” Ze besluit het beter te gaan doen dan haar vader. De activiste van de Rote Armee Fraktion is geboren.

Hoewel ze in 1965 hun verloving vieren, is hun relatie beslist niet burgerlijk. De vrije liefde uit die tijd beheerst ook het bed van Bernward en Gudrun. Inclusief de bijkomende jaloezie. Hoe vastberaden Gudrun in haar engagement is, zo labiel is ze in haar relatie met Bernward. Wanneer ze hem in bed met een ander betrapt, verwondt ze zichzelf. Ook Bernward is psychisch niet stabiel. In 1965, drie jaar na de dood van zijn vader, krijgt hij van zijn moeder een pijnlijke waarheid te horen. Zijn vader wilde eigenlijk geen nageslacht. Maar de Führer wilde kinderen en hem konden ze niet weigeren. “Zonder Hitler zou jij niet bestaan!” Bernward kan met deze waarheid niet leven en probeert zichzelf in bad te verdrinken.

In 1965 verhuizen ze naar West-Berlijn. Daar wordt in mei 1967 hun zoon Felix geboren. Diezelfde zomer ontmoet Gudrun tijdens een bijeenkomst Andreas Baader die net uit de gevangenis komt. “Ze praten daar niet over verzet zoals jullie, ze doen daar ook iets!” Gudrun voelt zich door Baaders radicalisme enorm aangesproken en verwijdert zich in haar militante idealisme van Bernward. De demonstraties bij het bezoek van de sjah in West-Berlijn in 1967 waarbij een dode valt, vormt het keerpunt in het studentenprotest in Duitsland. Omdat de politie een student heeft gedood, wordt de Duitse Bondsrepubliek een fascistische staat genoemd. De staat wordt de vijand.

wer wenn nicht wir
Lena Lauzemis en Alexander Fehling
als Gudrun Ensslin en Andreas Baader

De polarisatie in de late jaren zestig komt op scherp te staan. Regelmatig krijgt Gudrun een anoniem telefoontje waarbij iemand haar toebijt: “Vuile communisten! Hitler is jullie vergeten te vergassen!” Bernward heeft inmiddels in Londen aansluiting gezocht bij de Amerikaanse Black Panther Party. Hij brengt hun opruiende teksten mee naar Berlijn die Gudrun in het Duits vertaalt. Stokely Carmichael van de Black Panther Party vindt geweldloos verzet maar zinloos. Wanneer Bernward en Gudrun op de Frankfurter Buchmesse de Duitse vertaling presenteren, is het duidelijk dat ze uit elkaar aan het groeien zijn. Voor Bernward is gewelddadig verzet te radicaal, maar voor Gudrun is het de juiste weg. Andreas Baader gelooft al helemaal niet in boeken en ziet in Bernward een intellectueel die het wel voortdurend over verzet heeft, maar zelf niets doet. Gudrun vormt steeds meer een paar samen met Andreas.

Na het Tet-offensief en de studentenrellen in het voorjaar van 1968 is de sfeer grimmiger geworden. Baader en Ensslin vinden dat er ook in Duitsland iets moet gebeuren. “Praten zonder daden is zinloos. Wat doe jij behalve boeken?” bijt ze Bernward toe, wanneer ze met Andreas naar Frankfurt vertrekt om daar brand te gaan stichten. Twee warenhuizen gaan in vlammen op. Kort daarop worden ze gepakt en tot drie jaar gevangenis veroordeeld. In 1969 komen ze voorwaardelijk vrij en duiken direct onder. Intussen blijft Bernward met hun baby in Berlijn zitten. Het vaderschap kan hij alleen niet aan. Het verhaal eindigt op het moment dat Bernward in een psychiatrische kliniek in Hamburg wordt opgenomen. Met een kort naschrift is het verhaal van Bernward Vesper afgesloten. Hoe het verder ging met Gudrun Ensslin en Andreas Baader is vastgelegd in Der Baader Meinhof Kompleks.

Wer wenn nicht wir wordt telkens afgewisseld met historische beelden. We zien zwartwit opnamen van het proces tegen Eichmann in 1961 in Jeruzalem, de Cubacrisis uit 1962, het bezoek van president Kennedy in 1963 en van de sjah van Perzië in 1967 in West-Berlijn, Kurt Georg Kiesinger die in 1966 bondskanselier wordt en diverse beelden uit de oorlog in Vietnam. Het tijdsbeeld is overal nauwgezet gereconstrueerd. August Diehl (als Bernward Vesper) en Lena Lauzemis (als Gudrun Ensslin) dragen met hun acteerwerk deze biopic. Alexander Fehling (als Andres Baader) heeft een kleinere rol, maar komt overtuigend over als man van daden met de grote bek, maar zonder het intellectuele kapitaal van Bernward Vesper en Gudrun Ensslin.

Wer wenn nicht wir is niet alleen een biopic over Bernward Vesper en Gudrun Ensslin, maar ook het verhaal over de naoorlogse generatie in Duitsland. Felix Ensslin heeft zich net als zijn ouders, die hij amper gekend heeft, intellectueel ontwikkeld. Hij is in Duitsland bekend als curator, toneelschrijver, dramaturg, regisseur, hoogleraar en filosoof.

werwennnichtwir-film.de | if not us, who? [ imdb.com ] | filmorama.nl

Jugendstil in München [ 2 ]

bij een bezoek aan München in juni

Vorig jaar begonnen we onze vakantie met een bezoek aan de Mathildenhöhe in Darmstadt. Deze kunstenaarskolonie werd in 1899 door Ernst Ludwig van Hessen-Darmstadt gesticht. Hij wilde zijn stad tot een centrum van nieuwe kunst maken. Daarmee ging de groothertog openlijk de concurrentie aan met München. Dit jaar willen we onze reis beginnen in München, de stad waar de Jugendstil oorspronkelijk vandaan komt. De stijl begon hier onder de naam Secession in 1892.

Ernst Ludwig van Hessen-Darmstadt
Franz von Stuck uit München schilderde in 1907 dit portret van Ernst Ludwig van Hessen-Darmstadt. Hij is overigens de jongere broer van de heilige Elisabeth van Hesse-Darmstadt die vooral in de Russische Orthodoxe Kerk bijzonder vereerd wordt.

Rond de schilder Franz von Stuck (1863-1928) hadden zich in april 1892 zo’n honderd jonge kunstenaars verzameld. Daaronder bevonden zich August Endell (1871-1925), Hermann Obrist (1862-1927), Richard Riemerschmid (1868-1957), Bruno Paul (1874-1968), Leo Putz (1869-1940), Thomas Theodor Heine (1867-1948) en last but not least Peter Behrens (1868-1940).

Deze kunstenaars zetten zich af tegen de gevestigde orde van de Königlich-privilegierte Münchener Künstlergenossenschaft (MKG) die onder invloed stond van de schilder Franz von Lenbach (1836-1904). De kunstenaars van de Secession zoals ze zich noemden, weigerden het historisme te volgen dat op de kunstacademies onderwezen werd. Ze wilden een nieuwe, internationale kunst die betrekking heeft op de gehele mens en zijn sociale leven.

München 1987
Aankondiging voor de internationale kunsttentoonstelling in München, 1897

De jonge honden van de Secession, Jugendstil en Art Nouveau (de namen waaronder deze nieuwe kunst bekend werd) waren beïnvloed door het socialisme van Arts and Crafts en waren internationaal georiënteerd. Ze moesten niets hebben van het historisme dat meestal in dienst stond van een bekrompen nationalisme. Keizer Wilhelm II had daarom een hekel aan de Jugendstil. Hij zag deze nieuwe kunst waarschijnlijk als een bedreiging van de gevestigde orde. Tot aan zijn dood in 1941 in Doorn bleef hij trouw aan het historisme en eclecticisme van de Gründerzeit. Ik zou ook kunnen schrijven dat hij gewoon een slechte smaak had.

Overigens, toen ik bij de keizer in Berlijn zijn verjaardag vierde, merkte ik steeds dat vele van mijn zogenaamde collega’s nog zo achterlijk in hun opvattingen waren dat ik mij een socialist van het zuiverste soort voelde.

Ernst Ludwig van Hessen-Darmstadt

Toen de jonge kunstenaars in 1892 zich in München verenigd hadden, gebruikte Franz von Lenbach zijn invloed bij de prins regent Luitpold van Beieren en de minister van culturele zaken Müller om de avant garde tegen te houden. Maar hij kon niet voorkomen dat in de zomer 1893 de eerste internationale tentoonstelling van de Secession plaatsvond. Franz von Lenbach had namelijk ook tegenstanders die de avant garde steunden. Dat waren de kunstverzamelaar en later redacteur van Jugend Georg Hirth, de socialistische leider Georg von Vollmar en graaf van Toerring-Jettenbach.

Münchener Secession [ de.wikipedia.org ]
The Origin of Jugendstil [ la-belle-epoque.de ]

Jugendstil in München [ 1 ]

bij een bezoek aan München in juni

Jugend 1897Volgende maand hopen we München te bezoeken. Als liefhebbers van de Jugendstil, zitten we in München goed. Jugend, het tijdschrift waar de Jugendstil ( of Art Nouveau, Nieuwe Kunst en Secession) haar naam aan te danken heeft, verscheen voor het eerst in 1896 in München. Rond de schilder Franz von Stuck had zich in 1892 een groep jonge kunstenaars verzameld. Onder de naam Secession scheidde deze zich af van de gevestigde kunstenaars die werden aangevoerd door de schilder Franz von Lenbach. Von Lenbach en Von Stuck hadden veel invloed op de kunstenaars in München en leefden als prinsen. We zijn van plan om in de Beierse hoofdstad zowel de Städtische Galerie im Lenbachhaus als Villa Stuck te bezoeken, de voormalige residenties van deze schilders.

Een van de kunstenaars van de Secession was August Endell. Hij was zelf weer een leerling van de beeldhouwer Hermann Obrist. Deze had aanvankelijk medicijnen en natuurwetenschappen gestudeerd en zich beziggehouden met botanie. Hij had een scherpe blik voor de plantaardige natuur en ontwikkelde zijn opvattingen over kunst op basis van de ideeën van wetenschappers uit zijn tijd. Hij verdiepte zich in Darwin, Haeckel en Fechner en de natuurfilosofie van Schelling. Zijn leerling August Endell had deze ideeën overgenomen en voegde daar nog de theorie van de Einfühlung bij, die door de filosoof en psycholoog Theodor Lipps was uitgewerkt. De plantaardige Jugendstil is nauw verbonden met deze opvattingen. Ook Kunstformen der Natur (1899-1904) van Ernst Haeckel , dat op de grens ligt van biologie en beeldende kunst, heeft veel invloed gehad op kunstenaars aan het begin van de twintigste eeuw.

Kunstformen
Kunstformen der Natur 1899-1904
Tafel 85 – Ascidiae – Zakpijpen
Het is als een roes, een waanzin die ons overvalt. De vreugde dreigt ons te vernietigen, de overvloed aan schoonheid dreigt ons te verstikken. Wie dat niet heeft doorgemaakt, zal de beeldende kunst nooit begrijpen.

August Endell (in: Um die Schönheit)

Wie geleerd heeft zich zonder enige associatie, zonder een bijgedachte, aan zijn zintuiglijke indrukken over te geven, wie voor het eerst de uitwerking van vormen en kleuren op het gevoel ondervonden heeft, zal daaruit een onuitputtelijke bron van buitengewoon en onvermoed genot putte. Het is inderdaad een nieuwe wereld die zich openbaart. En het zou een hele belevenis in elk mensenleven moeten zijn, als voor het eerste een begrip van deze dingen ontstaat. Het is als een roes, een waanzin die ons overvalt. De vreugde dreigt ons te vernietigen, de overvloed aan schoonheid dreigt ons te verstikken. Wie dat niet heeft doorgemaakt, zal de beeldende kunst nooit begrijpen. Wie door de kostelijke curven van een grashalm, de wonderbaarlijke onverbiddelijkheid van het distelblad, de zacht bittere jeugdigheid van uitbottende bladknoppen nooit in verrukking is gebracht en nooit gegrepen en tot in het diepste van zijn ziel geroerd is door de massieve vorm van een boomwortel. de onverstoorbare kracht van gebarsten schors, de slanke lenigheid van een berkenstam, de grote rust van een breed bladerdak, die weet nog niets van de schoonheid van de vormen.
 
August Endell in Um die Schönheit – Eine Paraphrase über die Münchener Kunstausstellung, 1896

München, Stadt des Jugendstils [ villastuck.de ]
The Dawn of Modernism, Jugendstil und Art Nouveau [ villastuck.de ]