Maandelijks archief: maart 2011

Puskásbosje forever …

à la recherche du temps perdu

PoeskasbosjeIn 1969 verhuisden we naar een bungalowpark aan de rand van het bos. Ik was zes jaar en het bos betekende bijna alles voor mij. Elk paadje kende ik en tussen de paden wist ik ook precies of er ‘onderaardse hutten’ waren te vinden. Meestal waren deze hutten niet zo onderaards meer, want er waren veel kinderen in deze jonge wijk en als je een hut gebouwd had, was hij de volgende dag meestal door anderen alweer ontdekt en gesloopt.

Tot mijn twaalfde was ik een echte bosman. De bosjes in onze wijk waren niet alleen mijn territorium, ik droeg ze zelfs als een tweede huid om mij heen. In de eerste helft van de jaren zeventig verrezen in het park overal bungalows en verdween er telkens weer een stukje bos. Een enkele rij eiken bleef tussen de huizen staan. Maar daar mocht je dan niet meer komen. Het was privéterrein geworden. In 1975 was het hele park bebouwd. Twee bosjes overleefden: het Puskásbosje en het Bergwegbos. Maar in 1976 werd het Bergwegbos wreed doormidden gescheurd door een verkeersweg. Er ontstonden twee bosjes die hun glans hadden verloren. Overal in het bos hoorde je nu het verkeer.

Alleen het Puskásbosje bleef ongeschonden. Groot was het niet, hooguit een hectare. Het bosje was in mijn jeugd zo belangrijk dat het deel is gaan uitmaken van ‘de topografie van mijn onderbewustzijn’. Al veertig jaar keer ik in mijn dromen naar deze plek terug, die natuurlijk altijd net iets anders is dan in werkelijkheid. Zo gaat dat in dromen. Vaak heb ik gedroomd dat het bos verdwenen was en dat er iets anders voor in de plaats was gekomen. Maar telkens bleek het bos er weer te staan. Daardoor had het iets van eeuwigheidswaarde gekregen. Het Puskásbosje overleefde alles!

Puskásbosje
de plek van het voormalige Puskásbosje

Tot vorige week. Nu is het een kale zandplek. Het bruikbare hout van de hoge grove dennen is al afgevoerd. Het enige dat nog van het bos getuigt, is een berg ontwortelde stammen die nog tot houtschilfers moeten worden vermalen. “Daar liggen mijn wortels, achteloos op een hoop gesmeten!” dramatiseerde ik het beeld, toen ik er een foto van nam. Maar ik weet dat er weer een droom zal komen, waarin het Puskásbosje er weer staat. Net als mijn lagere school die vorig jaar werd afgebroken. De plekken uit mijn jeugd zullen zolang ik leef, deel uit blijven maken van de topografie van mijn dromen.

Puskásbosje
de plek van het voormalige Puskásbosje
En dan: wat is natuur nog
in dit land? Een stukje bos,
ter grootte van een krant

J.C.Bloem

Een paar jongetjes van een jaar of acht liepen met stokken en zelfgemaakte wapens aan de rand van het verdwenen bos en keken naar de vijandige graafmachines die hun bos hadden verwoest, als indianen die van hun grondgebied waren verdreven. Ik zag mijzelf weer lopen, veertig jaar geleden. De dichter J.C.Bloem heeft het lang geleden al opgemerkt: “En dan: wat is natuur nog in dit land? Een stukje bos, ter grootte van een krant” Het bosje “ter grootte van een krant” is nu ook verdwenen.

de haven van vroomheid

scholastiek : God vinden door middel van de wetenschap
of: hoe wij in het Westen door de wetenschap God kwijtraakten

Als je het al weet (wat je wilt vinden), hoef je niet meer te (zoeken) filosoferen. Zo redeneert degene die de wijsheid liefheeft. De theoloog en de theologie (beiden: kennis van een Persoonlijke God) gaan van oorsprong een andere weg en zoeken voortdurend naar God, die de Bron is van alle wijsheid. De scholastieke theologen gaan in hun zoektocht naar God de logica inzetten. En vooral: Aristoteles. En dan raken ze de Persoonlijke God kwijt, terwijl ze de Rede voorbereiden op het Deïsme van de Verlichtingsfilosofen. Waar het in de westerse geschiedenis misliep in onze zoektocht naar de Persoonlijke God.

filosofieschool
filosofieschool, veertiende eeuw
En laat mij, vermoeide, nu mijn anker uitwerpen in de haven van vroomheid

Proclus, vijfde eeuw na Chr.

“En laat mij, vermoeide, nu mijn anker uitwerpen in de haven van vroomheid” schrijft de Griekse neo-platoonse filosoof Proclus (411-485) in een van zijn hymnen. Aan dit citaat ontleent Anthony Gottlieb de titel van het veertiende hoofdstuk uit de Droom der Rede, het eerste grote overzicht van de westerse filosofie sinds de gezaghebbende werken van Bertrand Russell en Hans-Joachim Störig een halve eeuw eerder. Zo nu en dan duik ik weer eens in de scholastiek, de wijsbegeerte van de middeleeuwen. Meestal begin ik dan wat te lezen in de de bekende naslagwerken van Russell en Störig. In 2004 is daar ook het bovengenoemde boek van Gottlieb bijgekomen. En in 2005 verscheen onder redactie van Filosofie Magazine een verzameling grondteksten (de ‘Kruidvat slof’) met daarbij een overzicht geschreven door Daan Rovers en René Gude en bovendien nog het boekje Meesters in Filosofie. Deze boeken zijn mijn startpunt geworden, wanneer ik met omtrekkende bewegingen een filosofie wil vatten.

mijn naslagwerken over filosofie
Bertrand Russell, Geschiedenis van de Westerse Filosofie, 1945 (1948)
Hans-Joachim Störig, Geschiedenis van de Filosofie, 1950 (1959)
Anthony Gottlieb, De droom der rede, 2000 (2004)
Daan Rovers en René Gude, Overzicht van de geschiedenis van de filosofie, 2005
Diverse grondteksten, Van de Oudheid tot de Renaissance, 2005
Gebroeders Meesters, Meesters in de filosofie, 2005
(Het jaar van uitgave in de Nederlandse vertaling staat tussen haakjes)

naslagwerken filosofie
Geschiedenis van de filosofie
vlnr. Rovers/Gude, Russell, Meester, Gottlieb, Störig, grondteksten

De middeleeuwse filosofie wordt meestal als een pauze gezien, zoals we de Middeleeuwen eigenlijk ook als een pauze en zelfs als een culturele terugval zijn gaan zien. De naam Middeleeuwen zegt het eigenlijk al: het zijn de eeuwen ergens tussen, namelijk tussen Oudheid en Renaissance. Aangezien de Renaissance een herleving van de Oudheid is, zijn de Middeleeuwen dus een periode van afwezigheid van de antieke cultuur, die we sinds de Renaissance als de basis van onze westerse beschaving zijn gaan beschouwen. Zeker in de tijd van de Verlichting zijn we in het Westen gaan neerkijken op de Middeleeuwen. Ook al beleefde de Middeleeuwen tijdens de Romantiek een opleving en trekt deze tijd nog altijd romantische zielen aan, de algemene teneur is toch dat de Middeleeuwen een primitieve periode is geweest. Wat de filosofie betreft, gaat men er soms vanuit dat het denken tussen de Oudheid en de Renaissance duizend jaar heeft stilgestaan.

De filosofie was na het sluiten van de filosofiescholen in Athene door keizer Justinianus 1000 jaar lang de dienstmaagd van de theologie.

de Byzantijnse keizer JustinianusZo is Maarten, de rationalist van de Gebroeders Meester deze mening toegedaan. Zijn romantische broertje Frank is het natuurlijk niet met hem eens en hij is juist gecharmeerd van de Middeleeuwse filosofie omdat die ruimte schept voor zaken die we niet kunnen begrijpen en volgens hem daardoor zoveel interessanter zijn. Maarten gebruikt de vergelijking met het sprookje van Doornroosje die Anthony Gottlieb maakt in de Droom der Rede: In het jaar 529 liet de Byzantijnse keizer Justinianus alle filosofiescholen in Athene sluiten. De filosofie werd daarna duizend jaar lang de dienstmaagd van de theologie. Pas met Descartes kwam de radicale twijfel weer terug in de filosofie en daarmee het leven. Immers, de enige zekerheid die we vanuit de Rede hebben, is dat we twijfelen. Na haar vinger geprikt te hebben aan de christelijke theologie viel de filosofie duizend jaar in slaap totdat zij door de kus van Descartes werd gewekt. Maar volgens Gottlieb is deze verleidelijke vergelijking toch te simpel. Maarten Meester schrikt er niet voor terug om deze versimpeling te gebruiken om zich tegenover zijn broertje te positioneren. De Middeleeuwen vormen voor hem “een non-descripte, grijze, onbetekenende periode tussen de klassieke periode en het begin van de moderne tijd in.” Dit is min of meer ook het standpunt van de Verlichting: In de Middeleeuwen was het licht uitgegaan, terwijl in de Nieuwe Tijd (vanaf 1500) het licht weer was gaan branden.

Na haar vinger geprikt te hebben aan de christelijke theologie viel de filosofie duizend jaar in slaap totdat zij door de kus van Descartes werd gewekt.

Anthony Gottlieb

Vanuit het standpunt van de Verlichting zouden de Middeleeuwen dus een terugval in de tijd zijn geweest, die we beter hadden kunnen overslaan. Toch wordt deze periode in de naslagwerken filosofie niet overgeslagen, al wordt ze doorgaans veel beknopter behandeld dan de oudheid. De filosofie van de Oudheid loopt van de 6e eeuw voor Christus tot de 6e eeuw na Christus, ruim duizend jaar dus. De Middeleeuwse filosofie loopt van de vijfde eeuw tot aan de vijftiende eeuw, bijna duizend jaar. De filosofie van de Nieuwe en Nieuwste Tijd is nog geen vijfhonderd jaar oud. Uiteraard wordt aan deze laatste periode in de naslagwerken het meeste aandacht geschonken. Maar de aandacht die er aan de filosofie van de Oudheid en de Middeleeuwen is niet bepaald in balans, terwijl ze beiden ongeveer duizend jaar geduurd hebben.

I. De vroege scholastiek in de 11e en de 12e eeuw.
Twee belangrijke vertegenwoordigers zijn: Anselmus van Canterbury en Petrus Abaelardus.
II De hoogscholastiek in de 13e en 14e eeuw.
Twee belangrijke vertegenwoordigers zijn: Albertus Magnus en Thomas van Aquino.
III De late scholastiek in de 14e en 15e eeuw.
Twee belangrijke vertegenwoordigers zijn: Johannes Duns Scotus en Willem van Ockham.
overzicht van scholastische filosofen

Russell besteedt (uitgave Servire, Katwijk) 260 blz. aan de Oudheid, 68 blz. aan de patristiek en 86 blz. aan de Middeleeuwen. Störig die overigens ook de oosterse filosofie behandelt, houdt de geschiedenis van de westerse filosofie beter in balans: 86 blz. voor de Griekse en Romeinse filosofie, 22 blz. voor de patristiek en 41 blz. voor de scholastiek. Gottlieb tenslotte besteedt de eerste dertien hoofdstukken van de droom der Rede (335 blz.) aan de klassieke filosofie. In het veertiende hoofdstuk, “de haven van vroomheid” zijn er slechts 14 blz. voor de scholastiek, terwijl hij juist veel aandacht besteedt aan de neo-platonist Plotinus die in de geschiedenis van de filosofie meestal de Oudheid afsluit. Het is duidelijk dat de scholastiek in de meeste handboeken een ondergeschoven kindje is. Sinds we de moderne filosofie met Descartes laten beginnen, is de scholastiek voor de filosofie wat religie voor de Verlichting is.

Unknowability does not mean agnosticism or refusal to know God. Nevertheless, this knowledge will only be attained in the way which leads not to knowledge but to union––to deification. Thus theology will never be abstract, working through concepts, but contemplative: raising mind to those realities which pass all understanding…
 
Bron: orthodoxwayoflife.blogspot.com

scholastiek [ nl.wikipedia.org ]

de kracht van de eenvoud

zaterdag gezien op BBC 2: The man with the golden arm (1955)
de universele beeldtaal van Saul Bass

The man with the golden arm DVDThe man with the golden arm is vooral ook bekend door de begintitels van Saul Bass. De invloed van de vormgeving van deze film is moeilijk te overschatten. Voor mij persoonlijk is dit een van de hoogtepunten van Midcentury Modern, een stijl die je gemakshalve tussen 1940 en 1960 kunt plaatsen. Het is een tijdloze stijl met de nadruk op universele eenvoud. In onze ogen is midcentury modern gedateerd, maar dat komt weer door onze conditionering aan ‘het hedendaagse’. In zeker opzicht is de lifestyle in de jaren veertig en vijftig moderner dan in 2011. Het modernisme werd nog uit volle overtuiging beleden. Van echte kritiek op het modernisme, laat staan van post-modernisme, was nog geen sprake. Het moderne leven trok in alle opzichten aan, was optimistisch en universeel. Kortom: “wie modern is, heeft de toekomst”. De avant-garde uit de beeldende kunst was mainstream geworden. De toegepaste kunsten en industriële vormgeving maakten dankbaar gebruik van de visie van bijvoorbeeld Malevitsch, Klee en Pollock.

The man with the golden arm
The man with the golden arm
affiche ontworpen door Saul Bass

De grafisch vormgever Saul Bass is vooral bekend geworden door zijn zeer herkenbare filmtitels voor o.a. The man with the golden arm, Anatomy of a murder, Vertigo en Psycho. Hij heeft zich duidelijk laten inspireren door de uitgeknipte vormen en de heldere vlakverdeling van Henri Matisse. En hij was daarin zeker niet de enige. In ons land deed de grafisch vormgever Willem Sandberg iets dergelijks. In plaats van de vormen uit te knippen, scheurde hij ze. Door de rafelranden ontstond zo een heel tastbare abstractie.

Saul Bass heeft zich laten inspireren door de uitgeknipte vormen van Henri Matisse

In de filmposter combineerde Saul Bass de hard uitgeknipte vormen en letters met zwartwit foto’s, die in duotoon werden afgedrukt. Dat was eigenlijk niets nieuws. In de jaren twintig deden avantgardisten deden dat al. De Nederlandse vormgever en fotograaf Piet Zwart heeft in de jaren dertig al internationale erkenning gekregen voor zijn duotonen en constructivistische aanpak. Wat Saul Bass deed was allemaal niet nieuw, maar toch sloeg zijn titelanimatie voor The man with the golden arm in als een bom. Zijn stijl bleek een nieuwe en zeer eigen smaak van ‘Bauhaus-universalisme’.

generiek van Saul Bass

De animatie van de generiek gaat helemaal terug naar de basics: In den beginne was er de witte balk op een zwarte achtergrond. Als bij een celdeling verschijnt er een tweede balk. Ze lopen net niet evenwijdig. De balken strekken zich uit en kruisen elkaar. Er komt nog een balk bij. Een restvorm ontstaat. Een klein zwart eiland tussen witte balken.

The man with the golden arm DVDIk denk aan de schilderijen van Franz Kline. Zijn dit nu zwarte lijnen op een witte achtergrond of witte vormen op een zwarte achtergrond? Het is een Bauhausanalyse in beeldelementen en tegelijkertijd de betovering van de eenvoud. Iedereen kan dit. Ook daarom is dit zo universeel. In traditionele kunst ging het altijd om vakmanschap, om zaken die slechts de enkeling kon. In de moderne kunst gaat het vaak om de primaire uitdrukking, om het laten spreken van de vormen zélf. De kunstenaar is degene die ons daar ontvankelijk voor wil maken.

The man with the golden arm[ en.wikipedia.org ] | saulbass.tv