Maandelijks archief: maart 2011

Friedrich & co [ 13 ]

Carl Rottmann (1797-1850)

Bij een bezoek aan de Neue Pinakothek in München zou ik erg graag eens de Griechenlandzyklus van Carl Rottmann willen zien. Deze schilderijenreeks ontstond na 1835 in opdracht van de Beierse Koning Ludwig I en geeft in een realistische stijl een schitterend beeld van het droge en desolate Griekse landschap. De voorstellingen hebben iets onmiskenbaar Bijbels. Vaak wordt dat nog versterkt door een eenzame figuur midden in het landschap. Bij Friedrich is zo’n personage meestal een wandelaar die mijmert ten overstaan van een ontzagwekkende natuur. Bij Rottmann denk je eerder aan een profeet, een mens met een roeping om eenzaam te zijn.

Sikyon mit Korinth
Sikyon mit Korinth um 1836
olieverf op doek, 85,3 x 102,0 cm
in 1841 door koning Ludwig I verworven

Sikyon mit Korinth vind ik een van de sterkste schilderijen uit Rottmann‘s cyclus. het is een tijdloos beeld en toch heeft dit beeld voor mij ook iets negentiende eeuws. Ik associeer het met de Bijbelillustraties van Gustave Doré en het historisme in de geschiedschrijving dat een wetenschappelijk objectief beeld van het verleden probeert te benaderen. Terwijl Rottmann aan deze schilderijencyclus werkte, verscheen het controversiële geschrift Das Leben Jesu (1835) van de jonge theoloog David Friedrich Strauss. Deze probeerde een wetenschappelijk verantwoord beeld van de historische Jezus van Nazareth te geven. In het schilderij Sikyon mit Korinth kun je zo’n wetenschappelijk verantwoorde Jezus projecteren zodat je eigenlijk een scene hebt uit een Bijbelfilm. Maar evengoed zou je in het desolate landschap ergens de archeoloog Heinrich Schliemann kunnen zien rondlopen. Ook een man met een roeping in de ogen van het negentiende eeuwse realisme.

Karl RottmannCarl Rottmann war der von Ludwig I. bevorzugte Landschaftsmaler. In Heidelberg geboren erhielt er den ersten Zeichenunterricht von seinem Vater und übersiedelte 1821 nach München. 1826/27 bereiste Rottmann Italien, um sein Motivrepertoire, das bis dahin aus einheimischen Landschaften bestanden hatte, zu erweitern. Nach der Rückkehr erhielt er von Ludwig I. den Auftrag zu einem monumentalen Zyklus italienischer Landschaften in den Arkaden des Münchner Hofgartens. Der 1833 fertiggestellte, in Freskotechnik ausgeführte Zyklus gab der Verbundenheit Ludwigs I. mit Italien sichtbaren Ausdruck und hob die Landschaftsmalerei als Gattung auf die Höhe der Historienmalerei, der die übrigen Großaufträge des Königs im Bereich der Monumentalmalerei galten.
 
1834 erhielt Rottmann vom König den Auftrag zu einem zweiten, nun den Landschaften Griechenlands gewidmeten Zyklus. Ursprünglich ebenfalls für die Hofgartenarkaden vorgesehen, kamen die 23 großen Landschaftsbilder schließlich in der neu erbauten Neuen Pinakothek zur Aufstellung, wo ihnen ein eigener Saal zugewiesen wurde.
 
Als Landschaftsmaler hat Rottmann Bedeutendes geleistet. Die vor der Natur entstandenen Skizzen und die Kompositionsentwürfe zeigen eine eher summarische Behandlung des Gegenstands und einen freien Einsatz der Farbe. Seine Ölgemälde, denen häufig das Skizzenmaterial für die beiden großen Zyklen zugrunde liegt, sind dagegen weniger frei aufgefasst, sondern klassizistisch geglättet und vor allem von der idealisierenden Anlage der Gesamtkomposition bestimmt.
 
Bron: pinakothek.de

Carl Rottmann [ pinakothek.de ]

Krinke Kesmes

Beschryvinge van het magtig Koningryk Krinke Kesmes (1708)
de oude droom van vreedzame coëxistentie door religieus syncretisme

Krinke KesmesDe Zwolse chirurgijn Hendrik Smeeks (1645-1721) zal het niet eens geweest zijn met zijn tijdgenoot Gottfried Wilhelm Leibniz (1646-1716) die beweerde dat we in de beste van alle mogelijke werelden leven. Of in ieder geval, meende Smeeks dat we niet in het beste deel van die wereld leven. Ruim driehonderd jaar geleden schreef hij een imaginair reisverhaal: Beschryvinge van het magtig Koningryk Krinke Kesmes (1708).

Hoofdpersoon is de koopman Juan de Posos, zoon van een Spaanse vader en Nederlandse moeder, die tijdens een van zijn handelsreizen schipbreuk lijdt en strandt op een vierkant eiland van twintig bij twintig kilometer dat deel uitmaakt van het mysterieuze Zuidland. In het begin van de achttiende eeuw fantaseerde men nog over dit onbekende deel van de wereld dat sinds Ptolemaeus (100 – 161 na Chr.) Terra australis incognita heette. De ontdekkingsreiziger James Cook zou met het in kaart brengen van de Stille Zuidzee in 1772 voorgoed een einde maken aan de fantasieën over het Zuidland. In navolging van Thomas Moore’s Utopia (1516) projecteert Smeeks op dit eiland een ideale maatschappij: het onbekende koninkrijk Krinke Kesmes

Hendrik Smeeks was een man van de Verlichting. Hij was opgegroeid in het Europa van na de godsdienstvrede van Münster (1648). Maar toch was het in de tweede helft van Europa allesbehalve rustig gebleven op religieus gebied. Smeeks moet de gevolgen van de herroeping van het Edict van Nantes in 1685 door Lodewijk de XIV bewust hebben meegemaakt. Vijftigduizenden hugenoten waren naar het buitenland gevlucht en velen daarvan kwamen naar de relatief tolerante Republiek. Maar voor verlichte geesten was de situatie in ons land ook nog verre van ideaal. En zo projecteerde Smeeks een ideale maatschappij ergens op het Onbekende Zuidland: Krinke Kesmes.

De Hollanders waaren de vreedigste, om dat haar geloof
het zagste scheen te weesen.

uit: Krinke Kesmes (blz. 131)

vreedzame coëxistentieIn het fictieve Koninkrijk Krinke Kesmes kan iedereen door dezelfde godsdienstige deur omdat er maar één religie is die alle religies in zich verenigt. Smeekssyncretisme is een voorloper van de luie maar populaire opvatting dat ‘alle wegen naar Rome leiden’ en dat alle religieuze uitdrukkingen in feite op hetzelfde neer komen. Vanuit de achtergrond van de godsdienstoorlogen uit de zestiende en zeventiende eeuw is het syncretisme een diplomatieke oplossing: de verschillen tussen de godsdiensten worden uitgewist en de overeenkomsten worden benadrukt. Maar vanuit de beleving van de afzonderlijke godsdiensten is interreligie een soort ‘MacDonald-isering’ waarbij eeuwenoude tradities door de gehaktmolen van de Verlichting tot eenheidsworst worden gedraaid. Het gaat natuurlijk vooral om het bewaren van de lieve vrede. Maar echte tolerantie en vreedzame coëxistentie zijn alleen mogelijk wanneer er verschillen zijn die om wederzijdse acceptatie vragen. Het opruimen van die verschillen getuigt juist van weinig respect voor de eigenheid van de traditie(s). Smeeks‘ ideaal van één wereldreligie is even rationeel als naïef. Maar tot op de dag van vandaag zijn er nog goedbedoelende gelovigen van de interreligieuze ‘kerk’.

Onse Godsdienst en onse Wijsheid bestaan alle in Spreuken, die wy uit Europische en Asiatische boeken hebben uitgetrokken;

uit: Krinke Kesmes (blz. 126)

Wy gelooven niet als de Europers, dat de Weereld voor vijf+ a ses duisend jaaren zoude geschaapen zijn, waar over zy twisten+. Deese Natie aanbad in voortijden de Sonne, Balone+, en haaren Koning, zonder meer andere Goden te kennen. Tot dat naa uwe reekeninge van de geboorte Christi duisend en dertig, als wanneer hier een Persiaansch Schip kwam te stranden, welke Schip van Bender Abassi+ of Cambron+ bevragt was na Mecca, met veel kostelijkheid, onder andere waaren daar op veele Boeken van verscheide Taalen en Faculteiten, gelijk als Persiaanze, Maleize, Turkze, Latijnze, Italiaanze, en veele andere.
 
Bron: dbnl.org
citaat
Krinke Kesmes blz. 109

Krinke Kesmes [ nrc.nl ] | literatuurgeschiedenis.nl

et cetera

zondag gezien bij Boeken: Wim Brands in gesprek met Umberto Eco

Umberto EcoIn zijn gesprek met Wim Brands noemde Umberto Eco internet een gevaarlijk medium voor mensen met een laag kennisniveau. Terwijl het medium televisie de armen van geest volgens Eco heeft verrijkt, zou internet precies omgekeerd werken: internet is een verrijking voor intellectuelen terwijl het voor onervaren mensen met een laag kennisniveau een riskant medium is. Waarom? De meeste websites op het internet presenteren informatie ongefilterd. Zelfs bij een website in het .edu-domein weet je niet of deze van een universiteit is, maar alleen dat hij van iemand is die voor het .edu-domein betaald heeft. Eco spreekt hier in de eerste plaats als wetenschapper die geleerd heeft om eerst minstens drie bronnen met elkaar te vergelijken voordat hij informatie betrouwbaar acht. Dat is gelijk ook een van de redenen waarom hij zulke boeiende romans schrijft. Een boek kost hem gemiddeld zes jaar en die tijd wordt vooral besteed aan onderzoek. Voor zijn nieuwste roman De begraafplaats van Praag had hij vele meters documentatie op zijn werkkamer. Wim Brands vroeg hem ondermeer waarom lijsten hem zo boeien. Eco antwoordde dat lijsten hem fascineren omdat ze een reactie zijn op ons onvermogen om het oneindige te benoemen. Bovendien structureren lijsten onze kennis. Ik moest onmiddellijk denken aan de opsomming van dieren uit een Chinese encyclopedie die Michel Foucault citeert aan het begin van Les Mots et les Choses.

de betovering van lijstendieren
a. die de Keizer toebehoren,
b. gebalsemde,
c. tamme,
d. speenvarkens,
e. sirenen,
f. fabeldieren,
g. loslopende honden,
h. die in deze indeling voorkomen,
i. die in het rond slaan als gekken,
j. ontelbare,
k. die met een fijn kameelharen penseeltje getekend zijn,
l. et cetera,
m. die zojuist een kruik gebroken hebben,
n. die vanuit de verte op vliegen lijken

Dit lijstje bezorgt mij een aangename culture shock. Geconditioneerd door de westerse, rationele indeling van het dierenrijk, breekt er in deze opsomming een totaal andere manier van denken door. Eco heeft gelijk: lijsten zijn een reactie op ons onvermogen om het oneindige te benoemen…

de vertalers Yond Boeke en Patty Krone over de nieuwste Eco