… en een overzichtje van de eerste twintig paragrafen gemaakt…
De Geboorte van de Tragedie
1. introductie van het Apollinische en Dionysische – het principium individuationis
2. de kunstenaar – de verzoening tussen Apollo en Dionysus in de kunst
3. de Apollinische basis – Homerus – de Olympiërs
4. de dynamische symbiose tussen Apollo en Dionysus
5. voorbeelden uit de kunst: Schiller, Euripides, Schopenhauer
6. muziek en lyrische poëzie
7. de oorsprong van de tragedie – koor – dithyrambe
8. de satyr – koor – betovering en massavervoering
9. Sophocles (Oedipus) en Aeschylis (Prometheus)
10. de tragische held – Prometheus als “vermomde” Dionysus
11. Euripides en het verval van de Griekse tragedie – de toeschouwer op het toneel
12. esthetisch Socratisme – Dionysus vs. Socrates
13. Socrates als tegenstander van tragische kunst – de logische aandrift
14. Socrates – Plato – afschaffing van het koor – optimisme vervangt pessimisme
15. de theoretische mens – kunst en wetenschap – de erfenis van Socrates
16. Schopenhauer over muziek (WWV §51) – de vreugde van het sterven in de onsterfelijke Oermoeder
17. authentieke dionysische muziek vs. nieuwe dithyrambe – regeneratie
18. de theoretische mens en de Alexandrijnse cultuur
19. het recitatief en de opera als verval van het Dionysische
20. de terugkeer van Dionysus in de Duitse cultuur
13. Socrates als tegenstander van tragische kunst – de logische aandrift
In 1979 kreeg ik in de vierde klas van het atheneum voor het eerst literatuuronderwijs. Op onze school gebruikten we de 34e druk van Literatuurgeschiedenis van H.J.F.M. Lodewick uit 1958. De drie delen (inclusief Literaire Kunst uit 1955) heb ik nog altijd bewaard en gebruik ik alweer dertig jaar als naslagwerk. Omdat ik de laatste tijd met de achttiende eeuw bezig ben, sloeg ik het boek weer eens open om de namen door te nemen van de achttiende eeuwse schrijvers en dichters die ik voor de boekenlijst moest leren (en lezen!)
De Literatuurgeschiedenis van H.J.F.M.Lodewick wordt al decennia lang niet meer gebruikt. De canon uit 1958 zal inmiddels gewijzigd zijn. Voor mijn generatie was literatuur van vóór 1900 vaak al onleesbaar, hoe zal dat dan wel niet zijn voor de Facebookgeneratie? In ieder geval hebben de jongeren van nu door het internet veel beter toegang tot ons literaire verleden dan wij destijds met Lodewick hadden. Ik nam eens een kijkje op 














