Maandelijks archief: oktober 2012

langs velden en wegen

gekeken naar de documentaire Langs velden en wegen (1997)
de verbeelding van het landschap in de 18de en 19de eeuw
Rijksmuseum Amsterdam, 28.11.1997 t/m 03.03.1998

Langs velden en wegenGisteren keek ik op een videoband van vijftien jaar oud naar de documentaire Langs velden en wegen over de verbeelding van het landschap in de 18de en 19de eeuw. Deze werd in 1997 uitgezonden in het programma Close Up. Helaas heb ik de tentoonstelling in het Rijksmuseum toen gemist. Ook de catalogus, inmiddels een collector’s item, heb ik niet. Daarom koester ik deze documentaire, waarin naast de schrijver Koos van Zomeren de conservators Wiepke Loos en Robert-Jan te Rijdt aan het woord zijn.

De Nederlandse landschapsschilderkunst van de negentiende eeuw is mij redelijk vertrouwd. Maar van de Nederlandse achttiende eeuwse landschapsschilders wist ik eigenlijk nog niets. De achttiende eeuw is een periode waarin de schilderkunst in Nederland in een dip zat. Toch waren er schilders die een hoog niveau bereikten, al zijn ze nu nauwelijks nog bekend. Van schilders als Isaac de Moucheron (1667-1744), Gerard van Nijmegen (1735-1808), Jurriaen Andriessen (1742-1819), Egbert van Drielst (1745-1818) en Jacob van Strij (1756-1815) had ik bijvoorbeeld nog nooit gehoord.

Zij waren allen decoratieschilder die in opdracht werkten voor welgestelde particulieren. In de achttiende eeuw waren “behangsels” in de mode. Meestal waren dit langgerekte landschappelijke taferelen die van beneden tot boven een wand in beslag namen. De voorstellingen waren geïdealiseerd, het kleurgebruik “geparfumeerd”. Zo hoorde het in het galante tijdperk. De natuur werd uitgebeeld als een weelderige tuin waarvoor het woord “verpozen” leek te zijn uitgevonden.

Van Drielst
Egbert van Drielst 1809
Achterbuurtje met tuinen

Toch was het klimaat in Nederland te nuchter voor de geïdealiseerde Franse stijl. Het realisme uit de zeventiende eeuw bleef zelfs tijdens het classicisme in ons land bestaan. Dat is prachtig te zien in het bovenstaande schilderij van Egbert van Drielst uit 1809 en het onderstaande schilderij dat Pieter Gerardus van Os bijna tien jaar later schilderde. Ze doen denken aan snap shots. Doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg.

Van Os
Pieter Gerardus van Os 1818
De vaart bij ‘s-Graveland
Langs velden en wegen
Catalogus bij de gelijknamige tentoonstelling in het Rijksmuseum Amsterdam (1997) met fraaie en karakteristiek voorbeelden van geschilderde, getekende en geaquarelleerde landschappen door Hollandse kunstenaars uit de 18de en 19de eeuw. De catalogus biedt een kleurrijk beeld van uiteenlopende fenomenen als de behangselschilderkunst uit de 18de eeuw, de Romantiek van Koekkoek en Schelfhout in het midden van de 19de eeuw, en het impressionisme van de schilders van de Haagse School, met representanten als Roelofs, Mauve en Weissenbruch. Ten slotte zijn er de vernieuwende opvattingen van kunstenaars als Toorop, Van Gogh, Sluijters en Mondriaan omstreeks 1900.
 
Bron: antiqbook.nl

mantel- en degenfilm [ 2 ]

zaterdag gezien in Duitsland: Scaramouche (1952)

Scaramouche Als een film zich in de achttiende eeuw afspeelt, moet ik altijd even kijken. Zo bleef ik zaterdag “plakken” aan de Amerikaanse mantel- en degenfilm Scaramouche. Begin september zag ik al een andere mantel- en degenfilm. The Sea Hawk (1940) met Errol Flynn imponeert door zijn degengevechten.

Na de Tweede Wereldoorlog was men de degengevechten nog steeds niet moe. In 1952 werd een andere historische roman van Rafael Sabatini (voor de tweede maal) verfilmd: In Scaramouche komt een van de langste degengevechten uit de filmgeschiedenis voor: zeseneenhalve minuut. De set decoration werd o.a. verzorgd door Edwin B. Willis (1893–1963). De vaste set decorator van MGM werkt o.a. ook mee aan The Wizard of Oz (1939) en Singin’ in the rain (1951). De achtergronden in pastelkleurig technicolor ademen de droomachtige sfeer van het galante tijdperk.

Scaramouche
Scaramouche speelt zich af rond 1790 maar hier en daar is de film “ontzettend 1952″, bijvoorbeeld daar waar de Maidenform Bra doorschemert.
Spectaculaire degenfilm rondom een Fransman die zich verkleedt als Scaramouche (Granger) om de dood van zijn broer te wreken. De kwaadaardige Ferrer, een meester met de degen en boordevol zelfvertrouwen, moet op zijn tellen passen. De acteurs leveren uitstekende prestaties onder de kleurrijke eersteklas regie van Sidney. De film bevat verder voldoende humor en actie. Het hoogtepunt is een degenduel dat met een lengte van zeseneenhalve minuut beschouwd wordt als één van de langsten in de filmgeschiedenis. Naar het boek van Rafael Sabatini, dat stamt uit de 18de eeuw. met Stewart Granger, Eleanor Parker, Janet Leigh en Mel Ferrer.
 
Bron: veronicamagazine.nl
Scaramouche
het spectaculaire degenduel aan het eind van de film duurt zeseneenhalve minuut.

Scaramouche [ imdb.com ]

knallen met kleur

tentoonstelling Munch, Matisse und die Expressionisten
Museum Folkwang in Essen tot 13 januari 2013

Im FarbenrauschGelijktijdig met de tentoonstelling Mission Moderne in het Wallraf Museum in Keulen, loopt in Museum Folkwang in Essen de tentoonstelling Im Farbenrausch. Beide schilderijententoonstellingen nemen ons terug naar een van de opwindendste perioden uit de kunstgeschiedenis, het begin van de twintigste eeuw. Tussen 1900 en 1914 tuimelden de stromingen over elkaar heen. Na de vernieuwende tendensen in de schilderkunst van de impressionisten, Van Gogh en Cézanne ging het richtig los met de modernen.

De Amerikaanse kunsthistoricus Arthur C. Danto stelt dat je drie verschillende modellen op de kunst(geschiedenis) kunt loslaten. Het eerste model noemt hij het representatiemodel. Hierin draait alles om mimesis, de nabootsing van de werkelijkheid. Sinds de Renaissance ontwikkelt de kunst, met name de schilderkunst, zich langs dit model: de één op één relatie tussen kunst en werkelijkheid. Deze relatie is nog niet problematisch.

In de negentiende eeuw verandert dit. Met de komst van de fotografie lijkt dit model voor de schilderkunst achterhaald. Het licht “schrijft” beelden waar schilders een puntje aan kunnen zuigen. Maar het zijn wéll objectieve beelden. Foto’s zijn momentopnamen die een mechanische weg hebben afgelegd. Een foto is met veel meer afstand door ogen, hart en handen gegaan dan een schilderij. Op het vlak van het subjectieve en menselijke blijkt de fotografie toch niet meer te kunnen dan de schilderkunst. Aan het einde van de negentiende eeuw spitst de avant garde van de schilderkunst zich tegenover de concurrerende fotografie toe op haar sterkste punt: de expressie.

Aan het einde van de negentiende eeuw spitst de avant garde van de schilderkunst zich tegenover de concurrerende fotografie toe op haar sterkste punt: de expressie.

Hier zien we het tweede model van Arthur C. Danto: het expressiemodel. Vincent Van Gogh is een schoolvoorbeeld van een schilder die ons in één keer laat zien wat schilderkunst beter kan dan fotografie: uitdrukking geven aan het temperament van de kunstenaar, de uitvergroting van het subjectieve. Van Gogh staat in 1890 aan het begin van het expressionisme. Rond 1900 barst het los en toont de schilderkunst haar nieuwe wapen in strijd met de fotografie. Daarmee laat de schilderkunst het representatiemodel achter zich. Er volgen explosies van kleur en primitieve maar krachtige vormen. En de verf wordt rechtstreeks uit de tube op het doek geknald.

La desserte rouge
Henri Matisse La desserte rouge, 1908

De expressionisten, in het bijzonder degenen die zich “de wilden” (les fauves) noemden, brachten met hun kleurgebruik bij onze voorouders een schok teweeg. Dat is voor ons lastig voor te stellen want wij worden omringd door een wereld vol felle kleuren. Overal in de stad, op de snelweg, op internet en in de kranten en tijdschriften schallen signaalkleuren. Met een flets kleurtje verkoop je nu eenmaal geen producten. Zoals de marktkoopman schreeuwt, zo “schreeuwen” ook de kleuren en maken ons tot op zekere hoogte “doof”.

Maar aan het einde van de negentiende eeuw zat men nog half in het gekleurde grijs van de Haagse School. In deze atmosfeer van een druilerige novemberdag schetterde het expressionisme. Impressionisten hadden het licht herontdekt als heldere kleuren. Fauvisten en expressionisten maakten er een uitbarsting van.

Im Farbenrausch
Das Museum Folkwang widmet einem der spannendsten Kapitel der Kunst des frühen 20. Jahrhunderts eine einzigartige Ausstellung. Sie stellt erstmals die Fauves,
die sogenannten Wilden in der französischen Kunst – Henri Matisse, André Derain, Maurice de Vlaminck –, den Norweger Edvard Munch und die jungen deutschen und russischen Expressionisten wie Ernst Ludwig Kirchner, Erich Heckel, Alexej von Jawlensky, Wassily Kandinsky, Gabriele Münter und Franz Marc einander gegenüber. Die Fauves vollzogen eine grundlegende Neuerung, sie definierten in ihren Bildern das Verhältnis zwischen Natur und Kunst neu und ließen den Bildraum aus dem kraftvollen Zusammenwirken der Farben entstehen.
 
Bron: folkwang-im-farbenrausch.de

Im Farbenrausch [ folkwang-im-farbenrausch.de ]