aflevering 1: The Clash of the Gods (2012)
De titel The Dark Ages – An Age of Light geeft al aan dat deze BBC serie wil afrekenen met ons beeld van de Middeleeuwen als een donkere tijd. Presentator Waldemar Januszczak begint zijn reis toepasselijk in de donkere krochten van vroeg-christelijk Rome maar verzekert ons dat de Middeleeuwen veel lichter waren dan wij doorgaans denken. In de periodisering van de Middeleeuwen hanteert hij een andere interval dan gebruikelijk is. De Middeleeuwen lopen in deze serie niet van 476 (de afzetting van de laatste keizer van het West-Romeinse Rijk) tot 1453 (de val van Constantinopel, hoofdstad van het Oost-Romeinse Rijk), maar van de vierde eeuw tot aan 1066 (Battle of Hastings). Voor het begrip “donkere eeuwen” klopt deze periodisering misschien wel, maar het hoogtepunt van de Middeleeuwen met de kruistochten en gotische kathedralen (12e -14e eeuw) blijft zo buiten beschouwing.
De eerste aflevering The Clash of the Gods gaat over het beeld van Christus in de vroeg-christelijke kunst. In Pompeï, Rome, Ravenna, Lullingstone en Monreale gaat Januszczak op zoek naar overblijfselen van vroeg-christelijke kunst en wijst ons daarbij op de ontwikkeling van de iconografie. Hij begint in Pompeï dat ons een momentopname geeft van het leven in het jaar 79 na Christus. Daar bleken toen al christenen te wonen. We weten dit omdat hier op verschillende plekken een tegel is gevonden met het zogenaamde SATOR-vierkant. Deze Lingo-achtige woordpuzzel is inmiddels ontcijferd als een christelijk cryptogram. De woorden SATOR-AREPO-TENET-OPERA-ROTAS die onder elkaar in en vierkant geschreven zijn, vormen de letters van het woord PATERNOSTER met een extra A en O. Het SATOR-vierkant getuigt van Onze Vader en de Alpha en Omega, van Christus dus.
Tijdens de christenvervolgingen in het Romeinse Rijk, die duurden tot aan het begin van de vierde eeuw, konden de eerste christenen niet openlijk van hun geloof getuigen. In Rome woonden ze in catacomben en zelfs daar moesten ze hun geloof verborgen houden. Zo ontstonden er pictogrammen, zoals een visje (Ichthus) en cryptogrammen zoals het christogram XP (Chi Rho, de eerste letters van Christus). Ook werd Christus vaak afgebeeld door een plaatsvervanger, de profeet Jona.
Toen vanaf 313 onder keizer Constantijn het christelijk geloof publiekelijk beleden mocht worden, ontstond de vroeg-christelijke kunst waarin Jezus Zélf afgebeeld mocht worden. Januszczak presenteert zijn visie op de ontwikkeling van de vroeg-christelijke iconografie als dé visie. Zo negeert hij bijvoorbeeld de legende van de Mandilion, de doek waarmee de heilige Veronica volgens de legende het gezicht van Christus zou hebben vastgelegd. Dat de vroege christenen aan de klassieke, naturalistische Romeinse kunst hun voorbeelden ontleenden, zoals Januszczak beweert, is aannemelijk. Het is goed mogelijk dat Apollo, een schone Griekse jongeling, model stond voor sommige vroege afbeeldingen van Christus, met name in de beeldhouwkunst op sarcofagen. Toch gaat de theorie dat Christus bewust als half man-half vrouw werd afgebeeld mij te ver.

Wanneer de vroeg-christelijke Kerk vanaf de vierde eeuw institutionaliseert, verandert ook het beeld van Christus: hij wordt ondubbelzinnig mannelijk en krijgt een baard. Dat heeft volgens Januszczak verschillende redenen. In de eerste plaats zou dit komen omdat er in de afbeelding van de Moeder Gods met Christuskind een alternatief komt voor het archetype van de godin. Als voorbeeld zou de Egyptische godin Isis en haar zoon Horus hebben gediend.
Toen men de Madonnafiguur met kind ging afbeelden, was een androgyne Christusfiguur, waarin zowel mannen als vrouwen zich konden herkennen, niet meer nodig. Een tweede reden is dat de Kerk, toen het eenmaal wereldse macht had gekregen, dit ook wilde uitdrukken. Men ging Christus afbeelden als Pantokrator, als Albeheerser. Hij werd groot en machtig boven in de apsis afgebeeld en zat vaak op een troon, als een Romeinse perfect in zijn basilica.
The Clash of the Gods
Bron: en.wikipedia.org
The Clash of the Gods [ bbc.co.uk ] |The Dark Ages [ imdb.com ]
De emeritus hoogleraar geofysiologie Peter Westbroek (1937) schreef vorig jaar
Toen de bemanning van de Apollo 8 in 1968 zijn beelden naar de aarde stuurde, was dat voor Westbroek een soort Eureka-moment. De foto die de astronauten van de aarde maakte, markeert volgens hem het begin van de planetaire zelfkennis: voor het eerste zag de mens de aarde met een oplichtende atmosfeer. Een revolutie. Na Copernicus („de aarde is niet het centrum van de heelal„) een kantelpunt in ons wereldbeeld.
Er zijn duidelijk connecties met New Age en feminisme: het oude patriarchaat is ten einde gekomen, een nieuwe tijd is aangebroken, waarin we de aarde leren zien als onze Oermoeder die voor ons zorgt. Wanneer we haar proberen te redden, belanden we weer in traditioneel (mannelijk) machtsdenken. Dit zien we bijvoorbeeld op een foto van Bill Clinton in krijtstreep die de aardbol als een baby koestert. Van dit soort machtsdenken, vermomd als zorg, moeten we volgens Westbroek af.
Meestal hebben we het over “slechte smaak” wanneer iets lelijks mooi gevonden wordt. Maar slecht is een moreel en geen esthetisch oordeel. Bestaat er nu ook zoiets als “slechte smaak” in de zin van moreel slecht? Kan smaak ongezond en kwaadaardig zijn? 

Bestaat er nu slechte smaak en foute kunst? Misschien gaat het juist daar verkeerd wanneer je één bepaalde stijl uitroept tot de officiële staatskunst. Daarom is het postmodernisme gehecht aan pluralisme. Rococo en neoclassicisme kunnen allebei. Realisme en abstractie ook. De ene stijl is niet beter dan de ander. Wanneer de ene stijl zich verheft boven de andere stijl, gaat het op den duur fout. Want neerkijken op de smaak van een ander is jezelf verheffen. En hoogmoed komt voor de val.












