
inscapes [ 66 ]


“Zeventienhonderd negenennegentig. De eeuw waarin de Grote Revolutie begon, is ten einde. Tien jaar geleden hebben de eerste stormklokken over Frankrijk geluid, schaarde al wat jong, dapper en idealistisch was zich in de strijd om de rechten van de mens, en van overal, van oost en west, van noord en zuid kwam een weerklank. Nu staat een ring van vijanden om Frankrijk heen, met Engeland en Oostenrijk, met Rusland is het in oorlog, het heeft het koningshuis uitgemoord en duizenden zijner beste burgers naar het schavot gezonden. Het schrijft Vrijheid, Gelijkheid en Broederschap in zijn vaandel, maar de guillotine verricht nog altijd haar luguber werk, zij kopt nu jakobijnen terwijl ze vroeger aristocraten kopte.” Zo begint De Getrouwen, het laatste deel van de Tavelinck Trilogie. Jo van Ammers-Küller sprak liever van de trilogie “Heren, Knechten en Vrouwen“. In het naschrift spreekt ze van “een gefantaseerd verhaal dat tegen een achtergrond van historische gebeurtenissen is opgebouwd”, en definieert daarmee ook het genre van de historische roman.
Ondanks alle kritiek die er vóór de oorlog op haar schrijverschap was (na de oorlog werd ze vanwege haar connecties met de Kulturkammer verguisd), maakt de Tavelinck Trilogie indruk op mij. Fijne psychologische observaties keren steeds terug en de schrijfster heeft ook het talent om in brede streken het historische decor te schilderen, zoals uit het bovenstaande fragment blijkt. Het “kleine” menselijke drama, in dit geval de lotgevallen van de familie Tavelinck, weet ze te verbinden met de storm die tussen 1778 en 1813 door de wereld trok, de Patriottentijd, de Franse Revolutie en de Napoleontische Tijd tot aan de Restauratie. In deze 35 jaar voltrok zich een paradigmawisseling: vanuit Frankrijk werd de gelijkwaardigheid tussen heren en knechten geforceerd en zette heel Europa op zijn kop.
In De sans-culotten wordt deze omwenteling van heel dichtbij beschreven. Een voorbeeld: de valet César Cornot brengt twee voorname patriotten vanuit Saint-Omer naar Parijs, een afstand van ruim tweehonderd kilometer die in vijf dagen wordt afgelegd. In het noorden van Frankrijk is weinig van de Revolutie te merken, maar hoe dichter het gezelschap bij Parijs komt, hoe concreter de omwenteling wordt: Er wordt algemeen getutoyeerd, iedereen wordt met citoyen aangesproken, ci-devants (voormalige aristocraten) worden vijandig benaderd en aan bomen en lantaarns in Picardië zien de verbijsterde Hollandse patriotten de dode lichamen van aristocraten hangen. De bediende wordt zich er steeds meer van bewust dat zijn slavernij voorbij is. In Saint-Denis hijst een menigte hem in de koets en moeten zijn heren achter op de bok plaatsnemen.
De Grote Omkering werkte zich uit tot in de kleinste details. Een wereld zonder standsverschillen bleek al gauw een utopie en de euforie van Vrijheid, gelijkheid en Broederschap sloeg tijdens de Terreur om in hysterie. Maar alle emancipatiebewegingen in de negentiende en twintigste eeuw tot in onze eeuw zijn echo’s van die ene grote golf aan het einde van de achttiende eeuw, sterk uitgedrukt in de klankuitbarstingen in de muziek van Beethoven.
Historische romans zijn voor mij waarschijnlijk de beste manier om een tijd van binnenuit te leren kennen. De schrijver van een historische roman moet zich dan natuurlijk wel goed hebben ingeleefd in een tijd. Hij (of misschien wel vaker: zij) is meestal geen historicus, maar zal zich meestal wel historisch willen verantwoorden. Niet alleen omdat zich onder de lezers altijd historici bevinden, maar vooral ook omdat de auteur geloofwaardigheid van het historische decor nastreeft. De historische roman is toch een heel ander genre dan fantasy of het sprookje. In de historische roman is de fictie ingebed in non-fictie. Daarom gaat er aan het schrijven van een historische roman meestal veel onderzoek vooraf.
Een bekend voorbeeld is natuurlijk Oorlog en Vrede van Tolstoj. Oorspronkelijk wilde Tolstoj een boek schrijven over de dekabristen, maar hoe meer hij zich verdiepte in de geschiedenis van de dekabristenopstand, hoe vaker hij uitkwam bij de oorlog van 1812 waarin de opstand zijn oorsprong had. En zo begon Tolstoj aan een uitputtende studie van de de Veldtocht van Napoleon naar Moskou in 1812. Hij las uitgebreide militaire rapportages (o.a. van de veldslagen bij Austerlitz en Borodino ), verdiepte zich in allerlei details en in het leven van de Russische aristocratie.
De titanenarbeid van Tolstoj staat niet op zichzelf. Het is een typische exponent van het historisme in de negentiende eeuw, waarbij alles tot in de details moest kloppen “wie es eigentlich gewesen ist”. Het historisme was in de jaren zestig van de negentiende eeuw tot een hoogtepunt gekomen. Tolstoj begon Oorlog en Vrede in 1862 maar leverde het pas in 1869 af nadat hij grote delen herschreven had. Ook de Franse schilder Ernst Meissonier werkte in die jaren aan een enorm project waarbij hij heel veel historische onderzoek deed. Zijn Friedland, een groot schilderij dat een historisch verantwoord beeld van Napoleon tijdens de Slag bij Friedland (1807) geeft, begon hij in 1861. Hij voltooide het pas in 1875.
En zo kom ik bij de historische roman Quatrevingt-treize (1793) van Victor Hugo. Het is zijn laatste historische roman en deze past ook helemaal in de traditie van het historisme. Oorspronkelijk had 1793 deel moeten gaan uitmaken van een trilogie, een project waaraan Hugo in 1862, vlak na de publicatie van Les Misérables, al begonnen was. Maar pas tien jaar later begon hij echt te schrijven aan Quatrevingt-treize. Hij documenteerde zich daarvoor uitgebreid over de burgeroorlog in de Vendée die in 1793 begon. Naar schatting zijn toen tweehonderdduizend Franse burgers en soldaten om het leven gekomen. Nog altijd loopt er in Frankrijk debat over de vraag of er toen sprake is geweest van genocide. Hugo heeft met 1793 geprobeerd om een portret te schilderen van het meest gruwelijke gezicht van de Franse Revolutie.
Voorlopig ben ik nog even bezig met de Tavelinck-trilogie van Jo van Ammers-Küller. Daarin heb ik het jaar 1793 nu ook bereikt, het jaar van de Terreur, waarin het schrikbewind van Robespierre, en dus de guillotine, op volle toeren is gaan draaien. Maar als ik deze trilogie afgesloten heb, hoop ik deze zomer op een Franse camping een begin te maken aan de roman van Hugo.
In de voetsporen van Heidegger
Voetnoten bij de 19e eeuw
Amerikaanse Burgeroorlog
Napoleon en zijn schilders
Landschapsschilders uit de Goethezeit
Schilders in Italië
De schilder en zijn broodheer
De waakzaamheid van het hart
Ovidius’ Metamorphosen
Dantes Divina Commedia
Wolkenkrabbers
Op zoek naar de atoomstijl
Een avontuur van luitenant Blueberry
My favourite things