Groot Verhaal

gelezen in: Goethe – kunstwerk van het leven van Safranski
hoofdstuk 33 over de voltooiing van Faust

Goethe - kunstwerk van het levenIn 1980 maakte ik op school tijdens de les Duitse literatuur voor het eerst kennis met Goethe‘s meesterwerk. Faust was voor ons een verplicht nummer. Het moest gelezen worden voor de boekenlijst. Toch voelde ik op mijn klompen aan dat Faust voor mij meer was dan ouwe koek die ik voor het examen Duitse literatuur moest lezen.

Toen mijn leraar Duits na het mondeling examen literatuur vroeg welk boek mij het meest had aangesproken, hoefde ik niet lang na te denken. Heel veel uit Faust begreep ik niet, maar één ding wél: wereldliteratuur die op hetzelfde niveau stond als Homerus, Shakespeare of Cervantes hield een belofte in voor de toekomst. Wat voor mij als zeventienjarige nog versleuteld was, zou zich later nog wel openbaren.

Dat wij dit in de klas een stoffig, ontoegankelijk werk vonden, lag niet aan Faust maar veel eerder aan ons. Waren wij niet ook verwende welvaartskinderen die liever onze boekenlijsten vulden met Jan Wolkers dan met klassiekers? Ik begreep dat Faust een boek voor het leven is, dus ook een boek dat met ons meegroeit. In ieder geval gebeurde dat wel bij Goethe, die vóór zijn 25e de eerste versie schreef en pas na zijn tachtigste het werk voltooide.

Faust
Faust lithografie van Delacroix uit 1828

Faust is een Groot Verhaal. Het is het verhaal van de mens die naar kennis en macht streeft, daarbij de wereld wint, maar zijn ziel verliest. Het paste ook precies in de tijd van Goethe, die de overgang van de pre-industriële tijd naar de eeuw van wetenschap en techniek meemaakte. Toen Goethe tussen 1829 en 1831 werkte aan de laatste fragmenten van Faust II, begon de transportrevolutie met de allereerste locomotief en werd de eerste elektromotor uitgevonden. Mede daardoor zou de wereld in de twee decennia daarna meer veranderen dan in de tweeduizend jaar daarvoor. Aan het einde van zijn leven, sprak Goethe over “het velociferische”. Dat is een samentrekking tussen snelheid en Lucifer. Hij zag in de versnelling van wetenschap en techniek het duivelse naar voren komen.

Aan het einde van zijn leven, sprak Goethe over “het velociferische”. Dat is een samentrekking tussen snelheid en Lucifer. Hij zag in de versnelling van wetenschap en techniek het duivelse naar voren komen.

Faust is een modern verhaal en tegelijkertijd roept het de sfeer van de middeleeuwen op met zijn alchemie, Walpurgisnacht en tovenarij. Als we dieper kijken, blijkt het onderscheid tussen de moderniteit en middeleeuwen diffuus. Is de elektriciteit niet een geheimzinnige kracht en is de wetenschap die haar getemd heeft niet een moderne vorm van tovenarij?

Gretchen's geest verschijnt voor Faust
Delacroix roept in zijn illustraties uit 1828 vaak eenzelfde demonische sfeer op als Goya in zijn serie prenten “Los Desastres de la Guerra”. Mogelijk heeft Gustave Doré zich rond 1860 door prenten als de bovenstaande laten inspireren toen hij illustraties maakte bij het Inferno van Dante.

Maar niet alleen de techniek zouden we als een vorm van magie kunnen zien, waarmee de moderne mens de wereld tracht te beheersen. Een van de toverkunstjes die Mephisto leert, is de schepping van het papiergeld. Wij zijn daar nu helemaal vertrouwd mee, het is het fundamenten van de moderne economie geworden, maar in Goethe‘s tijd was dit helemaal niet zo vanzelfsprekend en eerder vergelijkbaar met de alchemie die uit lood goud probeert te maken. Papier dat ingewisseld kon worden voor goud! Deze toverkunst is afhankelijk van het vertrouwen van de ontvanger. Het is veelzeggend dat bij Goethe alleen de nar (de dwaas) hier niet intrapt:

Narr. Da seht nur her: ist das wohl Geldeswert?
Mephistopheles. Du hast dafür, was Schlund und Bauch begehrt.
Narr. Und kau­fen kann ich Acker, Haus und Vieh?
Mephistopheles. Ver­steht sich! biete nur: das fehlt dir nie.
Narr. Und Schloß mit Wald und Jagd und Fischbach?
Mephistopheles. Traun!
Ich möchte dich gestren­gen Herrn wohl schaun!
Narr. Heut abend wieg ich mich im Grund­be­sitz!
 
Bron: schuldundschein.de

Das Papier­geld in Faust II [ schuldundschein.de ]

Barok in Vlaanderen

biografieën van Vlaamse barokschilders

De Vlaamse barokschilderkunst, met name die van de Antwerpse School, zie ik meestal als de noordelijke interpretatie van de Venetiaanse schilderkunst van de 16e eeuw. De grote Venetiaanse schilders, Bellini en Titiaan voorop, importeerden de olieverftechniek uit Vlaanderen. Ze voegden daaraan echter iets toe wat de Venetiaanse schilderkunst uniek maakt. In plaats van op een lichte ondergrond met heldere kleuren te schilderen, werd op een donkere ondergrond geschilderd met vele lagen over elkaar die de heldere kleuren “breken” in zogenaamde tertiaire kleuren. Dit zijn kleuren zoals we deze in de natuur tegenkomen. Voor het eerst werd de schilderkunst zinnelijk en kwam er atmosfeer in de voorstelling. Dit ging ten koste van het detail waar de Vlaamse schilderkunst in uitblonk.

Zo leerden de Venetiaanse schilders van de Vlamingen in de 15e eeuw de olieverftechniek kennen. Op hun beurt leerden zij de Vlamingen in de zestiende eeuw hoe je levensechte kleuren moest schilderen. De heldere kleur moest “vuil” gemaakt worden met glaceringen. Titiaan gebruikte soms wel veertig laagjes over elkaar. Verder lieten de Venetiaanse schilders zien hoe je grote indrukwekkende schilderijen kon maken. Panelen waren te zwaar voor een groot formaat, dus spanden de schilders linnen op een raam.

Een van de voornaamste bronnen over Vlaamse barokschilders in het Nederlands (en Engels. Een Franse versie ontbreekt vooralsnog.) is Barok in Vlaanderen. Deze website is een onderdeel van vlaamsekunstcollectie.be. Je vindt hier niet alleen de biografieën van de wereldberoemde meesters van de Antwerpse School, maar ook van minder bekende schilders als Jan Boeckhorst en Jan van den Hoecke.

barok in Vlaanderen
de website Barok in Vlaanderen

barokinvlaanderen.vlaamsekunstcollectie.be

staatspropaganda

tot 2 november nog te bezichtigen: de Oranjezaal
in Paleis Huis ten Bosch Den Haag

Bijzonder hoogleraar Johan de Haan deed een prima uitspraak. De Oranjezaal in Paleis Huis ten Bosch is volgens hem meer dan een eerbetoon aan stadhouder prins Frederik Hendrik. Volgens De Haan kun je de decoraties in de Oranjezaal ook zien als een politiek pamflet van Amalia van Solms, de weduwe van de stadhouder. Ik ben het helemaal met hem eens en voeg er graag aan toe dat de verreweg de meeste kunst uit het verleden bedoeld was om de boodschap van de opdrachtgever te verspreiden. En die boodschap was bijna altijd politiek: “kijk eens hoe rijk, dus hoe machtig ik ben!”

Jacob Jordeans
Jacob Jordeans de Triomf van Frederik Hendrik

Het gepronk van onze rijke en machtige voorouders heeft natuurlijk geweldige kunstwerken opgeleverd. De schoonheid van die kunstwerken koppelen we niet graag aan machtsvertoon. Schoonheid hoort schoon te zijn en macht is per definitie vuil. Toch is het de aardse realiteit dat de schoonheid van kunst op de een of andere manier verbonden is met macht.

Schoonheid hoort schoon te zijn en macht is per definitie vuil. Toch is het de aardse realiteit dat de schoonheid van kunst op de een of andere manier verbonden is met macht.

In de Oranjezaal is het machtsvertoon expliciet aanwezig. Het is een beetje ongepast bij het calvinistische Nederland, dat vooral in de eerste helft van de zeventiende eeuw leefde in een besef van overvloed en onbehagen. Maar de welvaart die door haar geografische ligging tijdens de Dertigjarige Oorlog (1618-1648), naar de Republiek stroomde, deed de calvinistische terughoudendheid voor het tonen van rijkdom langzaam verdwijnen. Dat is goed te zien in de haast katholieke uitbundigheid van de Oranjezaal die tussen 1648 en 1652 werd ingericht. Deze loopt al vooruit op de pracht en praal in de tweede helft van de zeventiende eeuw, die vooral in Frankrijk onder Lodewijk XIV een hoogtepunt zou bereiken.

Caesar van Everdingen
Caesar van Everdingen Pegasus en de vier muzen
Dit is een 17e eeuwse illustratie van het principe “kunst als het glijmiddel van de economie”

Wij waarderen de Gouden Eeuw vooral om haar unieke Hollandse karakter, de intimiteit en het realisme. Wie het grote theatrale gebaar wil, kan beter naar de Fransen en de Italianen gaan. Toch heeft Nederland op het hoogtepunt van zijn Gouden Eeuw rond 1650 in de Oranjezaal een theatraal en imponerend artistiek machtsvertoon gekregen. De schilders die opdracht kregen om deze zaal te decoreren, kwamen ook uit het katholieke Zuiden en Utrecht, want daar wisten ze wel raad met grote kleurige wandschilderingen.

De Oranjezaal in Paleis Huis ten Bosch is zonder enige twijfel een van de belangrijkste schilderkunstige ensembles van de Nederlandse zeventiende eeuw. In opdracht van Amalia van Solms werkte in de jaren 1648-1652 onder regie van de architect-schilder Jacob van Campen een twaalftal kunstenaars aan de reeks van 39 doeken en panelen en een aantal gewelfschilderingen. De schilders van dit monumentale geheel waren deels uit de Noordelijke en deels uit de Zuidelijke Nederlanden afkomstig. Het vormt een eerbetoon aan de nagedachtenis van de kort daarvoor overleden stadhouder Frederik Hendrik. Hoewel er in de loop der eeuwen diverse architectonische ingrepen in de Oranjezaal zijn uitgevoerd, bleef de monumentale reeks van schilderingen vrijwel ongeschonden bewaard.
(Bron: oranjezaal.rkdmonographs.nl)

Gerard van HonthorstZo schilderde Jacob Jordeans, die na Rubens en Van Dyck tot de grootste Vlaamse schilders van de Antwerpse School gerekend wordt, de centrale voorstelling, de Triomf van Frederik Hendrik. Ook de Triomf van de tijd nam hij voor zijn rekening. Een ander grote katholieke schilder die een opdracht kreeg, was de Utrechtse caravaggist Gerard van Honthorst. Hij was al 55 toen hij in de Oranjezaal maar liefst zes voorstellingen schilderde: Het huwelijk van Frederik Hendrik en Amalia van Solms, De ontscheping van Mary Stuart en de begroeting van Willem II, Louise Henriette leidt Friedrich Wilhelm, Keurvorst van Brandenburg, naar haar ouders, De standvastigheid van Frederik Hendrik, Amalia met haar dochters als toeschouwers van de triomf en een portret van Amalia van Solms als weduwe met een schedel. Hij werd daarbij geholpen door zijn assistenten.

Amalia van Solms zette dus zonder bezwaren katholieke schilders in omdat ze met meer bravoure schilderden dan hun calvinistische vakbroeders. Andere schilders die een opdracht kregen voor de Oranjezaal waren o.a: Salomon de Bray (3 werken), Jacob van Campen (5 werken), Caesar van Everdingen (5 werken) en Pieter de Grebber (5 werken).

Oranjezaal
Bekijk de Oranjezaal vanuit vier hoeken: Westarm, Noordarm, Oostarm en Zuidarm
Jacob van CampenVoorafgaand aan de renovatie van Paleis Huis ten Bosch is de bijzondere Oranjezaal van maandag 7 september tot en met zondag 1 november open voor publiek. Geïnteresseerden kunnen na aanmelding de Oranjezaal gratis bezichtigen onder begeleiding van een gids.
 
De Oranjezaal in Paleis Huis ten Bosch is een uniek ensemble van schilderingen uit de Gouden Eeuw. In opdracht van Amalia van Solms werkten in de jaren 1648-1652 onder regie van de architect-schilder Jacob van Campen twaalf kunstenaars aan tientallen doeken, panelen en gewelfschilderingen.
 
Het geheel vormt een eerbetoon aan haar kort daarvoor overleden echtgenoot, stadhouder Frederik Hendrik. De openstelling van de zaal is mogelijk omdat deze tussen 1998 – 2001 al is gerestaureerd. In de rest van het paleis worden voorbereidingen getroffen voor groot onderhoud en renovatie. Daarom is alleen de Oranjezaal te bezoeken.
 
Bron: bezoekdeoranjezaal.nl

De Oranjezaal – catalogus en documentatie [ oranjezaal.rkdmonographs.nl ]