drie boeken uit München

gekocht in München: Zwischen Habsburg und Preußen 1815-1866
Die Münchener Malerei im 19. Jahrhundert 1 Teil,
en Münchener Landschaftsmalerei 1800-1850

Zwischen Habsburg und Preußen 1815-1866Net als vorig jaar keerden we in juli uit München terug met een stapeltje boeken. Dat Duitsland een Land der Denker und Dichter is, is te merken aan de hoge dichtheid boekwinkels. In München, na Berlijn en Hamburg de grootste stad van Duitsland, wordt dat gegeven nog eens uitvergroot. Zeker in de wijk Schwabing, waar veel studenten en kunstenaars wonen. Net als voor de Von Humboldt Universität in Berlijn staan er bij de Ludwig-Maximilians-Universität dagelijks boekenstallen. Je vindt er goede boeken die vaak met de stad te maken hebben. Ik kocht o.a. een boek over de Duitse geschiedenis tussen 1815 en 1866. Het behandelt de Vormärz (tot 1848) en het dualisme tussen Habsburg en Pruisen tot 1866. In dat jaar werd Oostenrijk in de Slag bij Königgrätz door Pruisen verslagen en kwam er een einde aan de Duitse Bond (1815-1866).

De volgende dag kocht ik bij een antiquariaat in de Theresienstraße twee boeken over schilderkunst in München tijdens de eerste helft van de negentiende eeuw. Toen in 1825 Ludwig I koning van Beieren was geworden, begon hij kunstenaars naar München te trekken. Architecten, beeldhouwers, schilders en decorateurs moesten München omtoveren tot een stad der kunsten. Het koninkrijk Beieren, dat na Habsburg en Preußen als das Dritte Deutschland gold, wedijverde met Berlijn en Wenen. Met succes. De Beierse hoofdstad zou in de negentiende eeuw uitgroeien tot een van de voornaamste kunstcentra in Europa. In de schilderkunst spreekt men zelfs van de Münchner Schule. In de negentiende eeuw stond ze in hetzelfde aanzien als de Düsseldorfer Malerschule en trok ze schilders aan uit heel Europa en zelfs uit de verenigde Staten.

Münchener Landschaftsmalerei 1800-1850
Münchener Landschaftsmalerei 1800-1850
op de omslag: Ernst Kaiser, Blick von Oberföhring auf München, 1835/40

De landschapsschilderkunst in München is een lang verhaal. In 1979 werd hier in het Lenbachhaus in München een omvangrijke tentoonstelling aan gewijd. Ik kocht de catalogus Münchener Landschaftsmalerei 1800-1850 bij deze tentoonstelling, waarin ruim 450 schilderijen waren samengebracht afkomstig uit diverse musea uit Duitsland, Zwitserland en Oostenrijk. Een paar bekende Münchener landschapsschilders zijn Johann Georg von Dillis, Wilhelm von Kobell en Carl Rottmann.

Wat mij vorig jaar in het Lenbachhaus zo opviel, is de marketing achter de schilders van de Blaue Reiter en andere klassieke modernen.

Die Münchener Malerei im 19. Jahrhundert 1 TeilDie Münchener Malerei im 19. Jahrhundert 1 Teil is een heruitgave van Bruckmann Verlag uit 1983 van het boek van Rudolf Oldenbourg dat oorspronkelijk in 1922 bij deze uitgever verscheen. Het prettige is dat het een visie op de schilderkunst van de negentiende eeuw geeft, die nog niet door het modernisme is ingekleurd. Wat mij vorig jaar in het Lenbachhaus zo opviel, is de marketing achter de schilders van de Blaue Reiter en andere klassieke modernen. In de zalen waar de schilderijen van Wassily Kandinsky, Franz Marc, August Macke, Alexej von Jawlensky, Marianne von Werefkin, Gabriele Münter, Lyonel Feininger en Paul Klee hingen, was veel publiek. Maar in de zalen met schilderijen van de Münchner Schule uit de negentiende eeuw waren wij bijna de enige bezoekers. Wat mij betreft mag dat omgekeerd zijn. Na honderd jaar promotie van de avant garde van de vroege twintigste eeuw, zouden we de blik wel weer eens mogen richten op de schilderkunst van de negentiende eeuw, toen het ambacht nog een zeer hoge standaard had en toen aandacht op meer waardering kon rekenen dan provocatie of felle kleurtjes.

Münchner Schule [ de.wikipedia.org ]

twee rococoresidenties

in juli bezochten we Schloss Augustusburg in Brühl en Schloss Bruchsal

Tussen 1689 en 1714 voerde de Franse koning Lodewijk XIV verschillende keren oorlog in Duitse gebiedsdelen. De Negenjarige Oorlog (1688-1697) en de Spaanse Successie Oorlog (1701-1714) worden in Duitsland soms samengevat als de Franzosenkrieg. De Pfalz en grote delen ten oosten van de Rijn werden door de Fransen verwoest. De oorlogsschade was in deze gebieden veel groter dan honderd jaar later onder Napoleon en vergelijkbaar met de schade die tijdens de Dertigjarige Oorlog (1618-1648) in andere delen van Duitsland was aangericht. Driehonderd jaar geleden, na de Vrede van Rastatt (1714) lagen de Pfalz en andere gebieden aan beide zijden van de Rijn in puin.

Vanaf 1720 herrezen deze gebieden uit de as. Er heerste een enorme bouwwoede en er verrezen talrijke gebouwen in late barokstijl. Omdat de bouwperiode van grote projecten enkele decennia kon duren, getuigen veel gebouwen sinds 1720 van een stijlverandering naar het feestelijke rococo dat vanaf 1740 in de mode komt. In Duitsland spreekt men van rococoresidenzen bij paleizen die halverwege de achttiende eeuw hun definitieve vorm kregen.

Michaela en ik bezochten de Würzburger Residenz in 2010 en afgelopen maand juli Schloss Augustusburg in Brühl en Schloss Bruchsal. Deze drie paleizen zijn mede wereldberoemd door hun pronktrappen die ontworpen zijn door de meest gevierde Duitse architect van zijn tijd Balthasar Neumann (1687-1753). Zijn eerste trappenhuis bouwde hij in Bruchsal (vanaf 1727), daarna werkte hij aan het trappenhuis in Würzburg (begin jaren dertig) en tenslotte in Brühl (begin jaren veertig).

Brühl
Slot Augustusburg Brühl tuinzijde met asymmetrische middenrisaliet
Een pronkpaleis roept bij mij gemengde gevoelens op. De politieke en sociale functies van een dergelijk bouwwerk zijn: pronken, imponeren, opscheppen, …

Een pronkpaleis roept bij mij gemengde gevoelens op. De politieke en sociale functies van een dergelijk bouwwerk zijn: pronken, imponeren, opscheppen… Omdat het een plek was waar feesten worden gegeven en binnen- en buitenlandse gasten werden ontvangen, wilde de gastheer graag goede indruk maken. Veel Duitse vorsten probeerden zich te spiegelen aan de absolutistische heersers in Europa en de pronkpaleizen van Versailles (Parijs) en Schönbrunn (Wenen) waren dé grote voorbeelden. Dergelijk machtsvertoon middels de architectuur en decoratieve kunsten was de wens van bijna alle heersers in de achttiende eeuw. Het gewone volk bleef er buiten staan. Met name de eerste helft van de achttiende eeuw was eigenlijk een feestje voor de happy few. Doordat de superrijken elkaar na-aapten werden rococoresidenties gebouwd volgens een vast schema.

Brühl
Slot Augustusburg Brühl voorzijde met zijvleugels

Het hart van het gebouw bestond uit een pronktrap die van een ontvangstruimte naar de zogenaamde bel étage leidde. Hier bevonden zich meerdere feestzalen plus een hele reeks pronkkamers. Meestal waren er twee zijvleugels met gastenverblijven, de corps-de-logis. Beneden, onder of achter het trappenhuis bevond zich de tuinzaal op hetzelfde niveau als de tuin.

Brühl en Bruchsal
grondplan van Slot Augustusburg Brühl (links) en Slot Bruchsal (rechts) In het middendeel bevindt zich de pronktrap die naar de feestzalen leidt. Daarnaast bevinden zich de pronkkamers (bel etage). De gastenkamers zijn in de zijvleugels (corps-de-logis).

Dit schema vinden we bij de residenties in Brühl, Bruchsal en Würzburg terug. Hooggeplaatste gasten werden als het ware ook uitgenodigd om te vergelijken en te oordelen over de smaak en rijkdom van hun gastheer.

Bruchsal
Slot Bruchsal tuinzijde

Nu zijn bovengenoemde residenties alle drie bisschoppelijke residenties. De vorst-bisschop van Keulen (Brühl), Speyer (Bruchsal) en Würzburg spiegelden zich aan de wereldlijke heersers. Op de plafondfresco’s van hun balzalen fladderen dezelfde cherubijntjes en antieke goden rond als in profane paleizen. Hier en daar is de ruimte opgesmukt met allegorieën van christelijke deugden of is een vroom verhaal geïllustreerd. Maar qua geest onderscheidt de bisschoppelijke residentie zich niet van andere pronkpaleizen uit de achttiende eeuw.

Brühl
Slot Augustusburg Brühl
de pronktrap (1741-1744) van Balthasar Neumann van onderaf gezien

Wanneer je er lang genoeg om je heen kijkt, ga je vanzelf begrijpen waarom de Verlichting en de Franse Revolutie tenslotte een einde zouden maken aan het gepronk van het ancien régime. Maar gelukkig is er veel bewaard gebleven of gerestaureerd. De residenties in Brühl en Würzburg zijn beide UNESCO werelderfgoed terwijl Slot Bruchsal een van de indrukwekkendste restauratieprojecten van na de Tweede Wereldoorlog is. Wij zagen er in juli de permanente tentoonstelling Gebaut, zerstört, wiedererstanden. We kregen een erg goed beeld van het indrukwekkende restauratieproject en inzicht in verschillende technieken, zoals fresco, verguld- en stucwerk.

Gebaut, zerstört, wiedererstanden
Der 1. März 1945 war ein Schicksalstag für Schloss Bruchsal – der Tag der Zerstörung. Wie sah die Schlossruine aus – und wie ging es danach mit ihr weiter? Darüber informiert die Dokumentation „Schloss Bruchsal – gebaut, zerstört, wiedererstanden“ im Erdgeschoss. Trümmerfunde erinnern an die zerstörte Innenausstattung. Außerdem sind hier künstlerische Handwerkstechniken des 18. Jahrhunderts anschaulich dokumentiert.
Bron: schloss-bruchsal.de

Schloss Augustusburg Brühl [ schlossbruehl.de ] | Schloss Bruchsal [ schloss-bruchsal.de]