Categorie archief: boeken

Grand Dame der Boheme

honderd jaar Hernn Dames Aufzeichnungen (1913)
van Fanny Gräfin zu Reventlow (1871-1918)

Fanny zu ReventlowOp drie plaatsen kwam ik haar afgelopen jaar tegen: eerst in het boek Der taumlende Kontinent (The Vertigo Years) van Philipp Blom, daarna in München – Die große Zeit um 1900 van Rainer Metzger en in juni zijn we over haar voetstappen in Schwabing gelopen, rond 1900 het artistieke centrum van München.“Alles möchte ich immer” was de titel van de tentoonstelling twee jaar geleden in het Literaturhaus München. Deze woorden waren de vrijgevochten jonge vrouw op haar lijf geschreven. Wat Alma Mahler was voor de kunstenaars in Wenen dat was Fanny zu Reventlow voor de kunstscene in München.

Hernn Dames AufzeichnungenFanny Gräfin zu Reventlow schreef en vertaalde boeken en is vooral bekend door haar sleutelroman Hernn Dames Aufzeichnungen. Met afstand en ironie schetst ze in deze roman een beeld van de bohemiens die tijdens de Jahrhundertwende in Schwabing neergestreken waren. Ze kon erover meepraten omdat ze er zelf een van was. In 1895 was ze al na één jaar ongelukkig huwelijk gescheiden en verhuisde ze vanuit Lübeck naar München dat toen de hipste stad van Duitsland was. Ze was vastbesloten om kunstenaar te worden, maar werd tenslotte de grand dame van de bohemiens in Schwabing.

Net als Joost Zwagerman zijn personages uit Gimmick! op bestaande personen baseerde, zo stonden verschillende kunstenaars uit München model voor de figuren uit Hernn Dames Aufzeichnungen. Ludwig Klages, een van haar minnaars uit Schwabing, is gemakkelijk te herkennen. Hij was in München een cultfiguur, net als de gravin zelf. Samen met Alfred Schuler, Karl Wolfskehl en Stefan George had hij de Kosmikerkreis opgericht. De Nederlandse schrijver Albert Verwey was hier ook een tijdje bij aangesloten.

Eine gewisse Rolle spielte schließlich auch die berühmte Gräfin Fanny zu Reventlow, die in dieser Runde (wenn auch eigentlich gegen ihren Willen) als inspirierende Muse, als Projektionsfigur für neue Weiblichkeitsideale („Wiedergeburt der Hetäre“, „Heidnische Madonna“, „Holsteinische Venus“) und als erotischer Mittelpunkt vereinnahmt wurde; letzteres freilich eher in der Theorie. Fanny hatte zwar persönliche Beziehungen zu Mitgliedern des Kreises, etwa eine langjährige Liebesbeziehung zu Ludwig Klages, der Vormund – nicht aber leiblicher Vater – ihres unehelichen Sohnes Rolf war, und zu Karl Wolfskehl; diese Beziehungen waren aber privater Natur. Ihrer Ikonisierung im Kreis entging sie dennoch nicht und setzte sich darum schon 1904 als bissige Kommentatorin (Schwabinger Beobachter) und später an ihrem neuen Schweizer Wohnort als ironische Chronistin der „wahnmochinger“ Verhältnisse in einem Schlüsselroman (Herrn Dames Aufzeichnungen, 1913) mit dem Kreis auseinander.
 
Bron: de.wikipedia.org

Alles möchte ich immer [ literaturhaus-muenchen.de ]

“dat ben ik”

gezien bij VPRO Boeken: Wim Brands en Vonne van der Meer
Het smalle pad van de liefde (2013)

Het smalle pad van de liefde Hegel meende dat de ochtendkrant voor de moderne mens de plaats van het ochtendgebed heeft ingenomen. In het verlengde daarvan zou je kunnen zeggen dat de roman voor de eucharistie in de plaats is gekomen. Zeker als je kijkt naar het boekenprogramma VPRO Boeken dat op 1 september weer van start ging en iedere zondagmorgen tussen 11.20 en 11.50 wordt uitgezonden. Gisteren kwam Vonne van der Meer vertellen over haar nieuwste boek Het smalle pad van de liefde dat afgelopen week verscheen. Naast het verhaal over een buitenechtelijke liefde is het ook een bekeringsverhaal. Een moedig boek, zei Wim Brands, maar voegde er gelijk aan toe: “waarom moet ik dit eigenlijk moedig vinden? Het heeft te maken met de schroom voor het onderwerp.”

Vonne van der Meer vindt het christelijk geloof geen taboe. Want een taboe kun je doorbreken. Maar wanneer iets als achterlijk (of achterhaald) wordt beschouwd, dan is het not done. In combinatie met de spot van Maarten ‘t Hart of de ironie van Gerard Reve wordt het christelijk geloof in de hedendaagse literatuur nog wel getolereerd, maar een ondubbelzinnig bekeringsverhaal is voor de de meeste literatuurrecensenten iets om te negeren of om af te branden. Wim Brands toonde zich oprecht geïnteresseerd voor het boek en voor de bekering van Vonne van der Meer, twintig jaar geleden, al blunderde hij in het begin omdat hij dacht dat de schrijfster onlangs tot het licht was gekomen. In Het smalle pad van de liefde staan een paar gedichten, waaronder “op zekere leeftijd” van de Pools-Amerikaanse schrijver en dichter Czesław Miłosz (1911-2004). Brands las het voor:

Op zekere leeftijd
 
Wij wilden zonden bekennen en er was niemand aan wie.
De wolken wilden ze niet aanhoren, noch de wind
Die een voor een alle zeeën bezoekt.
Het lukte ons niet de dieren te interesseren.
De honden, ontgoocheld, wachtten op een bevel.
De kat, immoreel als altijd, viel in slaap.
Een persoon, ons schijnbaar genegen,
Was niet geneigd te luisteren naar wat vroeger gebeurd was.
Gesprekken met anderen, bij wodka of koffie,
Hoefden we niet te rekken na het eerste signaal van verveling.
Het zou vernederend geweest zijn een man met diploma
Per uur te betalen voor een luisterend oor.
Kerken. Misschien de kerken. Maar wat daar bekennen?
Dat wij onszelf ooit mooi en edel vonden,
Maar dat later, op deze plaats, een afzichtelijke pad
De dikke spleetogen opent
En men weet: „Dat ben ik„
 
Czesław Miłosz

Wanneer zelfkennis en religieus bewustzijn elkaar in een gezegende situatie mogen ontmoeten, groeit er bewustzijn van God. Want waar moeten we naartoe met onze zelfhaat? Wáár kunnen we onze zonden bekennen? Wie kunnen we onze zonden bekennen? Wie is er wit als sneeuw?

Bij Vonne van der Meer ontstond begin jaren negentig ook een soort religieuze nieuwsgierigheid. Ze bekeerde zich – na haar veertigste – tot het katholieke geloof. Sindsdien is religie bij de schrijfster een terugkerend thema. Vaak heel subtiel, zoals in Het smalle pad van de liefde. Terwijl er in de hedendaagse literatuur nog weinig over religie wordt geschreven, heeft het Van der Meer een gebied gebracht waarover ze kan schrijven – zonder dat het een evangelisch traktaat wordt.
 
Bron: boeken.vpro.nl

Evelien de Nooijer las Het smalle pad van de liefde onmiddellijk na het verschijnen en besprak het afgelopen donderdag op haar boekenblog Over boeken enzo.

vonnevandermeer.nl

Monsieur et Madame Lavoisier

zondag gezien bij VPRO Boeken: Wim Brands en Jabik Veenbaas
over De Verlichting als kraamkamer (2013)

De Verlichting als kraamkamerOp de omslag van De Verlichting als kraamkamer staat het beroemde dubbelportret van Antoine Lavoisier en zijn echtgenoot Marie door Jacques-Louis David. Uitgeverij Nieuw Amsterdam heeft wellicht voor deze omslagafbeelding gekozen omdat het een verlichte visie geeft op de relatie man-vrouw. De vrouw staat als gelijkwaardig individu afgebeeld naast haar beroemde man, de vader van de moderne scheikunde. Jabik Veenbaas noemde de emancipatie van de vrouw naast de empirische wetenschap en de staatsinrichting als een van de belangrijkste voortbrengselen van de Verlichting. Het portret van monsieur en madame Lavoisier bundelt dat samen. Lavoisier was niet alleen scheikundige. Door zijn rechtenstudie raakte hij geïnteresseerd in de politiek en werd in 1770 belastinginner voor het ancien régime. Dat zou hem tijdens de Franse Revolutie noodlottig worden. Hij werd door Jean-Paul Marat aangeklaagd als vijand van het Franse volk. Kort daarop rolde zijn kop van het schavot. Volgens sommige historici eindigde de Verlichting dan ook in 1794 met het schrikbewind van Robespierre.

De Verlichting wordt gezien als het tijdperk waarin de rede en het verstand centraal stonden. In het boek De Verlichting als kraamkamer laat dichter, vertaler en filosoof Jabik Veenbaas zien dat de drang om te redeneren door voorname verlichtingsdenkers juist werd bekritiseerd. Sommige denkers en historici plaatsen het begin van de Verlichting al in 1650, maar het hoogtepunt van deze culturele stroming werd pas bereikt in de achttiende eeuw. En we plukken er nog steeds de vruchten van. Vele hedendaagse grondrechten, waaronder het gelijkheidsbeginsel en de mensenrechten, vonden hun oorsprong in de periode van de Verlichting. Ook ontwikkelingen als individualisering en vrouwenemancipatie kwamen in de achttiende eeuw voor het eerst op.
 
Bron: boeken.vpro.nl

De Verlichting als kraamkamer [ nieuwamsterdam.nl ]