Categorie archief: boeken

water & vuur

gezien: Master and Commander (2003) van Peter Weir

Patrick O'Brian, Master and CommanderAls je in maritieme geschiedenis geïnteresseerd bent, is de kans groot dat je al eens een boek van Patrick O’Brian (1914-2000) hebt gelezen. Zijn roman Master and Commander uit 1969 stond aan het begin van een reeks romans over kapitein Jack Aubrey en scheepsarts Stephen Maturin aan boord van het achttiende eeuwse fregat HMS Surprise. Patrick O’ Brian was 55 toen hij aan zijn levenswerk begon en vlak voor zijn dood in 2000, was hij aan zijn laatste roman bezig The Final Unfinished Voyage of Jack Aubrey die onvoltooid gebleven is, maar in 2004 werd gepubliceerd. De verfilming van Master and Commander kon de schrijver niet meer meemaken, maar hij zou er mee ingestemd hebben dat deze in handen was gegeven van Peter Weir. Deze ouwe rot in het vak maakte in 1975 al het meesterwerk Picnic at Hanging Rock. Daar had hij toen een budget voor nodig van nog geen half miljoen dollar. De verfilming van Master and Commander kostte driehonderd maal zoveel!

Peter Weir behoort samen met David Lynch tot die zeldzame regisseurs die het onheilspellende aantrekkelijk en sexy kunnen maken. En die eigenschap komt uitstekend van pas om van Master and Commander een indringende film te maken over de oorlog op zee, de hel op het water. Maanden lang met honderdvijftig man eindeloos lange dagen wachtend op zee, wachtend op de hel die gaat losbarsten. Peter Weir die met een co-auteur het filmscenario schreef, maakte drastische keuzes, liet veel uit de roman weg en spon nieuwe verhaallijnen uit. De keuze om de film in 1805 te situeren en in niet in 1812, was een marketingtechnische. In 1812 was de Engelse zeemacht in oorlog met de Verenigde Staten en de productiemaatschappij wilde niet het risico lopen dat dit bij het Amerikaanse publiek weerstand zou oproepen. Daarom werd het toneel verschoven naar de Derde Coalitieoorlog in 1805 toen Engeland in oorlog met Frankrijk was. Zoals in de film het Franse schip door de Engelsen gekraakt wordt, zo zal de Franse filmpers deze film gekraakt hebben.

still
still uit Master and Commander

De romans van Patrick O’Brian roepen een wereld op die tot in de details beschreven wordt en waarin je helemaal meegenomen wordt. Peter Weir heeft deze vervoerende manier van vertellen schitterend in film gebracht. De oscar voor de beste cinematografie werd terecht verzilverd. Met effectieve cinematografie worden we in de eerste scene het verhaal binnengezogen. Weir maakt veel gebruik van een aftastende camera en filmt soms dicht op de huid.

Het eerste beeld is de donkere en eindeloze verlatenheid van de oceaan waarboven het oog van de camera zweeft. Dan snijdt een schip diagonaal door het beeld en is snel weer verdwenen als een nachtelijk roofdier. De muziek is donker en onheilspellend. We lezen in een opschrift wat de missie van dit schip is: Het fregat HMS Surprise moet een Frans schip opsporen, vernietigen en de buit veroveren. Het schip blijkt een oorlogsschip dat ten strijde trekt. Daarna duikt de camera in de ingewanden van het schip en volgt een lange shot van voren naar achteren. Deze shot roept herinneringen op aan Das Boot van Wolfgang Petersen uit 1981. Een dergelijke shot werkt als een soort autopsie waardoor het schip op een levend wezen gaat lijken. Dat wordt nog versterkt omdat we geen bemanning te zien krijgen. In eerste instantie lijkt het schip op een spookschip. In de daarop volgende scene breekt de dag aan en wordt ‘het schip’ wakker. Nu krijgen we de bemanning te zien, ruwe zeebonken, officieren, maar ook jongens uit rijke families in uniform. We zien geen enkele vrouw en Weir zal dat gedurende de hele film volhouden. It’s a men’s world. Het is een magistrale beginscene. Door een paar ‘simpele’ shots zijn we nu zelf aan boord gekomen en we weten waar we zijn: op een Engels schip ergens voor de kust van Braziliëin 1805 met de missie een Frans schip te vernietigen.

still
still uit Master and Commander

Master and Commander (2003) behoort samen met Gettysburg (1993) tot een van de beste oorlogsfilms die ik de laatste jaren gezien heb. Dat komt vooral omdat de romans van Patrick O’Brian en Michael Shaara ijzersterk zijn. De nadruk ligt op de mensen, op de duivelse dilemma’s waar zij voor gezet worden en op het proces van ontmenselijking waarin zij gevangen zijn. De druk wordt door de situatie verpletterend. Wanneer op een ongelukkig moment het roer kapot geschoten was en het fregat doelloos op het water dobbert, als speelbal van de golven en als schietschijf voor de vijand, spreekt de kapitein het doodvonnis uit: “We zitten als haringen in een ton gevangen!”

Tall Ship RoseTall Ship Rose is a replica of an 18th century Royal Navy frigate that cruised the American coast during the Revolutionary War. Built in Lunenburg, Nova Scotia, the Rose operated as a sail training vessel from 1985 to 2001. Thousands of people from all over the world experienced adventure at sea aboard the Rose as she ranged from her homeport in New England as far north as Labrador and as far south as Grenada, into the Great Lakes as far west as Duluth and east to the Atlantic coast of Europe. In 2003 the ship appeared as the HMS Surprise in the 20th Century fox film Master and Commander: Far Side of the World starring Russell Crowe and directed by Peter Weir.

foto’s van de Tall Ship Rose als de HMS Surprise

Na de korte zeeslag aan het begin van de film, krijgen we langzaam maar zeker te zien hoe de verschillende mensen aan boord van de Surprise tegenover elkaar staan – hun mentaliteit, hun angsten, hun ambities. De spanningen die naar boven komen wanneer het drinkwater op dreigt te raken, het bijgeloof dat er heerst… Dit soort van zee-oorlogen werden op lange termijn uitgevochten; eens de kapitein een tactiek vastgelegd heeft, houdt de uitvoering van zijn plannen gewoonlijk eerst nog eens drie, vier weken zeilen in. En tussendoor hebben de mannen aan boord maar weinig te doen behalve op elkaars lip te zitten. Maar weinig motivatie buiten de eer die ze het vinden om te mogen dienen op een schip van de koning, en hun blinde vertrouwen in de kapitein die ze dienen. We krijgen de indruk dat een oorlog op zee in die tijd bestond uit wachten, en nog meer wachten, op dat éne moment waarop het geweld zal losbarsten.
 
Bron: digg.be

Master and Commander: The Far Side of the World [ en.wikipedia.org ]

“hoe uniek wordt jouw uitvaart?”

Mediated how the media shapes your world and the way you live in it
van Thomas de Zengotita

MediatedDe laatste dagen ben ik mij er weer extra van bewust hoe visuele communicatie mijn gedachten beheerst. Ik schrik er van als het tot mij doordringt, want het mechanisme is weliswaar ontmaskerd, maar tóch te laat. Mijn gedachte í­s al bepaald door wat de media mij hebben toegediend: beelden vooral, suggestieve beelden. Om de manipulaties te ontmaskeren, neem ik vaak eerst afstand door naar het verleden te kijken. Is de manipulatie van de media iets nieuws? Hoe zag de beeldcultuur van de negentiende eeuw er eigenlijk uit? Welke waarden werden toen verkocht? Even uit de blob stappen.

De blob is een begrip dat de Amerikaanse antropoloog Thomas de Zengotita gebruikt in zijn boek Mediated, how the media shapes your world and the way you live in it. Het is de maatschappelijke sfeer waarin ons dagelijks leven zich afspeelt en die doordrongen is van representaties die door de media op ons af worden gevuurd. Een slogan als ‘hoe uniek wordt jouw uitvaart?’ zou voor De Zengotita een voorbeeld zijn van wat hij ‘representational flattery‘ noemt. Om aandacht te trekken, want dat is een voorwaarde voor communicatie, wordt de ander gevleid. Als je een lastig maar noodzakelijk product wilt verkopen, moet je de boodschap zo verpakken, dat het een leuk product gaat lijken. Dus wordt het woord ‘begrafenis’ vervangen door ‘uitvaart’ en nog veel belangrijker, want hierin zit de vleierij, hoe ‘uniek’ wordt ‘jouw uitvaart’? Jij bent de baas en omdat jij uniek bent, mag jouw uitvaart dus ook uniek worden. In de blob worden we voortdurend aangesproken op ons unieke ik. De Zengotita noemt de blob dan ook wel de MeWorld. Alles draait om mij, ik ben de baas, volgens de media.

Wanneer je vanuit onze blob een sprong van vijfhonderd jaar terug maak in de tijd, dan zie je dat ook toen de mensen werden gemanipuleerd. Alleen gebeurde dat niet door de massamedia maar door de katholieke kerk. Het in het midden plaatsen van het individu was toen ondenkbaar. God had immers de hoogste plaats. Maar de clerus wist uiteraard wéll haar eigen belangen centraal te stellen. Het gewone volk werd doodsbang gemaakt. Met ‘u wilt toch niet branden in de hel?’ (plus de realiteit van brandstapels in de laat-middeleeuwse ‘blob’) kon Rome rond 1500 zeer effectief haar financiële producten (aflaten) verkopen.

Rogier van der Weijden
hoe uniek wordt jouw uitvaart?
door angst te zaaien en brandstapels te tonen, kon de katholieke kerk haar financiële producten goed verkopen

Van de blob van onze voorouders kunnen we misschien iets leren over de representaties van de MeWorld die ons, zeker sinds de komst van het world wide web, steeds meer inspinnen. MeWorld is eigenlijke een prettige en aangename bezetting, omdat ons het gevoel gegeven wordt dat wij alles mogen bepalen. Tegelijkertijd wordt de blob voortdurend vol gepompt met geld zodat we kunnen kopen en kunnen genieten. Toch zal onze angst voor het lijden en voor de dood nooit verdwijnen, hoe we door de media ook gesust en getroost worden met materiële en spirituele producten. Zolang we maar blijven consumeren, komt alles wel goed, dat lijkt de boodschap van de media. De middeleeuwse angst om te branden in de hel is omgebogen naar consumeren, zodat we zélf het andere verbranden, in steeds grotere hoeveelheden. De geest van massaconsumptie die door de media in onze vrije geest wordt gespoten, zal tenslotte alles verbranden, wanneer we niet over zullen gaan tot consuminderen. Dat is de reëele bedreiging van MeWorld, die wéll onze wereld is. De bedreiging is mondiaal en we weten het allemaal.

an inconvenient truthIn een MeWorld voelen we ons natuurlijk veel vrijer em veiliger dan in een blob waarin we bang gemaakt worden met het hellevuur en de grote bek van het monster. Dat er een oprechte waarschuwing aan deze representatie verbonden was, is nu bijna ondenkbaar geworden. We geloven allang niet meer in de hel van ‘de middeleeuwse blob’. De dreiging van de hel is echter niet verdwenen, maar heeft nu een ander beeld aangenomen, een representatie die je in commercials nooit te zien zult krijgen, maar wéll in films als an inconvenient truth en the age of stupid.

We leven nu in een blob waarin we, vergeleken bij de middeleeuwse mens, zélf de baas zijn geworden. Maar we blijken wéll een baas die de zaak niet goed in de hand heeft. En dat is zacht uitgedrukt, want de realiteit is dat we afkoersen op de ondergang van de wereld. ‘Hoe uniek wordt jouw uitvaart?’ is in dit licht een uiterst onverschillige en cynische slogan. Het appél tot consuminderen, zou eerder middeleeuws klinken: ‘Je wilt toch niet dat jij of je kinderen in de hel van een mondiale milieuramp sterven?’ Maar ook de groene en duurzame economie maakt vaak weer gebruik van representational flattery, prijst de consument om zijn verantwoordelijkheidsgevoel, maar blijft intussen stimuleren tot consumptie, al zijn het nu groene, dus goede producten. Hoe hypocriet de marketing van duurzame producten ook kan zijn, de Sloveense filosoof Slavoj Žižek heeft zijn hoop gevestigd op de hypocriete producent en consument, omdat deze samen misschien nog iets kunnen doen aan de ramp die aan onze horizon verschenen is.

Slavoj Žižek: we naderen het nulpunt [ filosofiemagazine.nl ]

Thomas de Zengotita en Raoul Heertje in gesprek
Weet je het nog? Weet je ook waarom je het nog weet? Want je ouders of grootouders zullen je niet kunnen vertellen waar ze waren bij de aanval op Pearl Harbour of toen er een atoombom werd gegooid op Hiroshima. Wat is er veranderd dat gebeurtenissen die eigenlijk ver weg staan nu niet alleen in het collectieve geheugen gegrift staan, maar zelfs integraal onderdeel van individuele beleving en ontwikkeling? Over deze vragen schreef de Amerikaanse antropoloog Thomas De Zengotita Mediated, how the media shapes your world and the way you live in it. Dit is niet het zoveelste boek dat gaat over de invloed van de media: Mediated laat zien hoe mediamechanismen werken. De Zengotita onderzoekt in zijn boek niet de oppervlakkigheid van de media maar de alomtegenwoordigheid van de media en de gevolgen daarvan in ons dagelijks leven.
 
Bron: debalie.nl

met z’n allen in de blob [ designhistory.nl ]

Geschichte der Philosopie

Geschichte der Philosopie (1908) van Karl Vorländer

de boekenwurmVorige week kocht ik een eerste druk van Geschichte der Philosophie van Karl Vorländer. Het eerste overzicht van de filosofiegeschiedenis, Kleine Weltgeschichte der Philosophie van Hans Joachim Störig uit 1950 (Nederlandse vertaling 1962), kocht ik tijdens mijn studie 25 jaar geleden. Störig moet het overzicht van Vorländer als uitgangspunt hebben genomen. Mijn eerste kennismaking met het overzicht van Vorländer is de inhoudsopgave en een vergelijking met de mij vertrouwde indeling van Störig dringt zich vanzelf op. Het eerste dat opvalt, is dat de geschiedenis van de filosofie aan geschiedenis onderhevig is.

De indeling die Vorländer van Descartes (± 1600) tot en met Hegel (± 1840) hanteert is blijkbaar klassiek, want deze wordt ook door Störig in grote lijnen gevolgd. Na Hegel hanteren Vorländer en Störig een andere indeling en dat is begrijpelijk. De eerste schreef zijn overzicht ruim honderd jaar geleden (1908). Vorländer noemde de filosofie na 1840 Die Philosophie der Gegenwart, een term die we nu gebruiken voor de filosofie van na 1945. Toen Störig in 1950 zijn overzicht schreef, was de filosofie van 1840-1900 inmiddels bezonken en hij maakte dus een andere balans op dan zijn voorganger. Zo komt Kierkegaard bij Vorländer nog helemaal niet aan bod. Ook Nietzsche komt er in 1908 nog bekaaid af. In 1950 groepeert Störig ze samen met Schopenhauer onder een categorie die we levensfilosofie noemen en maakt daar veel plaats voor vrij.

De geschiedenis van de filosofie
is aan geschiedenis onderhevig

Johann Friedrich HerbartHet verschil tussen beide indelingen zit vooral in de secundaire stromingen tussen 1840 en 1900. Johann Friedrich Herbart (1776-1841) wordt door Störig heel even genoemd, terwijl Vorländer nog twee paragrafen (13 bladzijden) aan zijn filosofie wijdt. (Ter vergelijking: Nietzsche krijgt slechts vijf bladzijden toebedeeld.) Friedrich Eduard Beneke (1798-1854) krijgt bij Störig drie regels, Vorländer gaf hem nog drie bladzijden. Eén ding is duidelijk: Herbart en Beneke waren in 1950 passé. En zo is het gebleven. Het neo-kantianisme waar Vorländer zelf een vertegenwoordiger van was, komt in zijn eigen overzicht uiteraard ruim aan bod (47 bladzijden). Störig wijdt krap acht bladzijden aan de neo-kantianen en schakelt daarna over op de filosofie van de twintigste eeuw en noemt bekende namen die bij Vorländer in 1908 uiteraard ontbreken: Edmund Husserl (1859-1938), Max Scheler (1874-1928), Arnold Gehlen (1904-1976), Karl Jaspers (1883-1969), Jean-Paul Sartre (1905-1980), Martin Heidegger (1889-1976), Bertrand Russell (1872-1970), Ludwig Wittgenstein (1889-1951) en Karl Popper (1902-1994).

KantKarl Vorländer over Immanuel Kant

Een van de overeenkomsten tussen de overzichten van Vorländer en Störig is dat beiden zeer veel aandacht aan de filosofie van Kant besteden. Nu wordt Kant door de meeste filosofen beschouwd als de grootste filosoof na Plato, dus verdient hij deze royale behandeling ook. De neo-kantiaan Vorländer zou in 1924 een biografie over Immanuel Kant schrijven: Der Mann und das Werk.

Der Mann und das Werk [ textlog.de ]

Geschichte der Philosophie – Die Philosophie der Neuzeit [ textlog.de ]