Categorie archief: boeken

kunst als religie

op mijn verlanglijstje: de esthetische revolutie (2015) van Arnold Heumakers
het ontstaan van het moderne autonome kunstbegrip

de esthetische revolutieVolgens Arnold Heumakers maakt het romantisch-moderne kunstbegrip de kunst nog altijd tot het domein van de ongebonden creativiteit. Wanneer alles in de samenleving wel ergens aan vastzit, dan is de kunst nog steeds ongebonden. Je zou echter ook kunnen stellen dat de kunst gevangen is in de romantische orde.

Voor Maarten Doorman zitten wijzelf aan het begin van de eenentwintigste eeuw nog vast aan de romantische orde: kunst moet vrij zijn en deze eis werd door de romantici ruim 200 jaar geleden voor het eerst gedicteerd. Het autonome kunstbegrip ontstond in de jaren negentig van de achttiende eeuw, toen een maatschappelijke revolutie (de Franse Revolutie) en een geestelijke revolutie (het Duitse idealisme) bij elkaar kwamen.

Het autonome kunstbegrip dat aan het einde van de achttiende eeuw ontstond is nooit meer weggeweest en bepaalt de kunst nog steeds. Toen het zich eenmaal had genesteld bracht ze een scheiding aan tussen hoge en lage kunst, tussen serieuze- en massakunst, onderscheidingen die nog steeds van kracht zijn. Het zorgde ook voor polemiek en strijd omdat er met die vrijheid meteen taboes werden doorbroken.
 
Bron: vn.nl

Karl Philipp MoritzSafranski en Doorman noemen vooral Schiller (met Über die ästhetische Erziehung des Menschen uit 1793) en de romantici van de Frühromantik als de architecten van het autonome kunstbegrip. Heumakers legt een belangrijke rol weg voor Karl Philipp Moritz (1756-1793). De fundering van de absolute vrijheid in de kunst komt daardoor iets eerder te liggen, in een periode die je de proto-romantiek zou kunnen noemen. Ook Safranski neemt in zijn studie over de romantiek een aanloop vanuit de Sturm und Drang met Herder en Goethe als protagonisten, maar laat Karl Philipp Moritz onbesproken.

Het autonome kunstbegrip ontstond in de jaren negentig van de achttiende eeuw, toen een maatschappelijke revolutie (de Franse Revolutie) en een geestelijke revolutie (het Duitse idealisme) bij elkaar kwamen.

Ik verwacht dat De esthetische revolutie voor mij een mooie aanvulling wordt op Romantiek. Een Duitse Affaire van Rüdiger Safranski en De romantische orde van Maarten Doorman. De besprekingen van Jeroen Koch in NRC Handelsblad en van Carel Peeters in Vrij Nederland beloven veel goeds.

de esthetische revolutie [ boomfilosofie.nl ]

belleza di Bellini

aan het lezen in Nicolosia (2004) van Joost Divendal
Giovanni Bellini en zijn Venetiaanse model

NicolosiaNicolosia is een aanstekelijk verslag van een obsessie. Joost Divendal beschrijft zijn jarenlange zoektocht naar het model dat Giovanni Bellini (1430-1516), de vader van de Venetiaanse School, gebruikt heeft voor zijn madonna op het altaarstuk in de San Giobbe in Venetië. Bij Bellini is de breuk tussen de traditionele typos van de Moeder Gods op de Byzantijnse icoon en de Italiaanse madonna van vlees en bloed definitief geworden. De heilige maagd Maria zit bij Bellini nog altijd op een troon, meestal geflankeerd door heiligen en eventueel opdrachtgevers, maar is zoveel aardser dan de Byzantijnse Theotokos.

De aardsheid komt bij Bellini overigens niet uit de lucht vallen, maar krijgt wel iets definitiefs. Verschillende factoren spelen daar een rol bij: Bellini is een Venetiaan, hij schildert als Italiaan voor het eerst met olieverf (Antonella da Messina had deze vanuit Vlaanderen geïmporteerd en in 1475 naar Venetië gebracht) én hij werkt naar levend model. Vooral dat laatste is van doorslaggevend belang. De moeder Gods wordt in de Italiaanse schilderkunst van de late 15e eeuw een vrouw van vlees en bloed. Karl Marx zou opmerken dat de Moeder Gods bij Rembrandt een Hollandse boerenmeid is. Maar 150 jaar vóór Rembrandt was zij al een Italiaans meisje.

Divendal is geobsedeerd door de blik van de heilige maagd Maria op het altaarstuk in de San Giobbe, waarin hij het goddelijke en het menselijke ziet samengaan. Rond de intimiteit van deze blik trekt hij concentrische cirkels die uitdijen over de lagunestad. Soms ziet hij bij serveersters op de terrasjes of meisjes op de boten het sublieme en het banale onverwacht samenkomen. Nicolosia is te lezen als een ode aan het vrouwelijke en een loflied op de schoonheid.

Ik weet door het kijken uit ervaring dat kunst die verleidt tot blijven kijken, vrouwelijk is. Zij nodigt mij uit om op haar in en in haar op te gaan.
Bellini
de heilige maagd Maria op het altaarstuk van de San Giobbe door Giovanni Bellini (detail) “Ave virginei flos intemerae pudoris” (uit het Magnificat)
Natuurlijk ben ik meer gericht op de schoonheid van vrouwen dan van mannen. Dit is zo niet genetisch bepaald dan toch een kwestie van smaak. Hun fysieke soepelheid bepaalt mijn waarneming eerder dan de hoekigheid die mannen eigen is. Ik weet door het kijken uit ervaring dat kunst die verleidt tot blijven kijken, vrouwelijk is. Zij nodigt mij uit om op haar in en in haar op te gaan. Mannelijke kunst stoot af door haar zelfverzekerdheid, die de toeschouwer geen ruimte laat. Wanneer la belleza mijn uitnodigt en ik voor haar opensta, laat ik mij ontwapenen. En ik kijk.
 
uit: Nicolosia, uitgeverij Meulenhoff Amsterdam, 2004, blz. 96
Bellini
detail van de heiligen op het altaarstuk van de San Giobbe: Franciscus, Johannes de Doper, Job, Dominicus, Sebastiaan en Lodewijk van Toulouse
het altaarstuk van San Giobbe door Giovanni Bellini (ca.1487)
 
Dit altaarstuk is een voorbeeld van een sacra conversazione: een voorstelling waarbij in een in perspectief geschilderde ruimte een gesprek lijkt plaats te vinden tussen een Madonna met kind en een aantal heiligen uit verschillende tijdsperiodes. In dit geval zijn dat van links naar rechts: Franciscus, Johannes de Doper, Job, Dominicus, Sebastiaan en Lodewijk van Toulouse. Zowel Job als Sebastiaan zijn pestheiligen. Aan de voet van de troon van de Madonna zijn drie musicerende engelen te zien, die Bellini met grote precisie heeft geschilderd. Franciscus, die gekleed gaat in zijn traditionele bruine habijt en wiens stigmata duidelijk te zien zijn, nodigt de toeschouwer uit deel te nemen. Aan de rechterzijde valt met name Sebastiaan op die vrijwel naakt en in contrapposto is weergegeven.
 
Bellini creëerde evenwicht door aan de andere kant van Maria ook de oude Job ontkleed te schilderen. Dergelijke gedetailleerde afbeeldingen van het menselijk lichaam zijn typerend voor de hoogrenaissance. Op de mantel van Lodewijk van Toulouse is Job in miniatuur nogmaals afgebeeld, een eerbewijs aan de naamgever van de kerk. De figuren zijn geplaatst in een kapel met een cassetteplafond. Deze ruimte wordt afgesloten door een apsis met een gouden mozaïek, dat fonkelt in het licht en herinneringen oproept aan de Basiliek van San Marco. Op het mozaïek zijn zes engelen en de inscriptie Ave virginei flos intemerae pudoris te zien.
 
Bron: nl.wikipedia.org

Ephemera

Ephemera uit de jaren ’50 en ’60 op Pinterest

Tot een paar jaar geleden verzamelde ik plaatjes uit de jaren vijftig en zestig op de harde schijf van de computer. Tegenwoordig pin ik ze vast in de cloud van Pinterest, keurig geordend op prikborden. In het Engels worden fenomenen met een korte houdbaarheidsdatum “Ephemera” genoemd. In het Nederlands heeft dit woord niet onmiddellijk een positieve klank. Het zou zomaar een geslachtsziekte kunnen zijn. En biologen weten dat de naam verwijst naar het geslacht van de wantsen, een tamelijk onfris diertje. Tot die familie behoort ook de ephemera danica, beter bekend als de groene eendagsvlieg.

Ephemera 1960's
tien van mijn prikborden met ephemera uit de jaren zestig op pinterest.com
e·phem·er·a
things that exist or are used or enjoyed for only a short time. items of collectible memorabilia, typically written or printed ones, that were originally expected to have only short-term usefulness or popularity.

In het verzamelen van plaatjes op pinterest.com vat ik ephemera iets breder op. Alles wat kenmerkend is voor de stijlperiode van de jaren vijftig en zestig, is voor mij ephemera. Van de vinnen van de Cadillac tot de paviljoenen van de expo’s uit 1958, 1964 en 1967. De meeste expo-bauten bleken inderdaad zeer vergankelijk, maar het atomium in Brussel en ook de pink cadillac bleken juist onvergankelijke stijliconen.

Ephemera 1960 [ pinterest.com ]