van Friedrich Hölderlin
Dat Hölderlin de tweede helft van zijn leven werd opgevangen door de meubelmaker Ernst Zimmer uit Tübingen, had hij indirect te danken aan zijn brievenroman Hyperion waarvan hij het eerste deel in 1796 had geschreven. Zimmer was een bewonderaar van dat werk. Toen hij in 1806 hoorde dat Hölderlin uit de psychiatrische inrichting ontslagen was, bood hij hem een verblijf aan in zijn woontoren aan de Neckar. De krankzinnige dichter zou er tot aan zijn dood in 1843 wonen. Meestal lag bij hem een gedrukte versie van Hyperion opengeslagen op tafel. Net als zijn alter ego Hyperion verlangde Hölderlin intens terug naar de Griekse goden.
In Romantiek. Een Duitse Affaire schrijft Rüdiger Safranski daarover: “Uiteindelijk is Hölderlin met zijn goden alleen gebleven, Maar goden die niet meer worden gedeeld, verdwijnen. Hij kon ze in zijn eentje niet vasthouden, en dus is hij ze achternagegaan.”
Hyperion, Erstes Buch

De bouw van het Parthenon (1836)
Bron: de.wikpedia.org
Hyperion, Erstes Buch


De Duitse romantische dichter Hölderlin (1770-1843) keert op onverwachte momenten bij mij terug. Mijn eerste kennismaking was op de middelbare school met Duitse letterkunde. Ik was 17 en had de ideale leeftijd voor romantische bevlogenheid, maar toch was er geen klik. Die kwam pas veel later in de zomer van 2011 toen we Tübingen bezochten, het universiteitsstadje ten zuiden van Stuttgart waar Hölderlin samen met Hegel en Schelling studeerde aan de Tübinger Stift. Drie grote Duitse Dichter und Denker op één studentenkamer. Het gegeven alleen al heeft mythische proporties. 













