Vorig jaar juni schreef ik iets over de Galerij 1812 in het Hermitage in Sint Petersburg. Deze ontstond tussen 1822 en 1828. De Engelse schilder George Dawe (1781-1829) schilderde met enkele assistenten driehonderd portretten van Russische generaals en officieren uit de Vaderlandse Oorlog van 1812.

Bij George Dawe heb ik een beetje hetzelfde als bij Van Mierevelt met zijn portretfabriek. Beiden leverden portretten per dozijn. Ze werden bijgestaan door verschillende assistenten. De meester onderhield het contact met zijn opdrachtgevers die model voor hem zaten. Meestal schilderde de meester het gelaat en de handen. Zijn assistenten maakten de rest af en dat betekende vooral veel knopen, epauletten en onderscheidingen schilderen. Dit moest heel zorgvuldig gebeuren want bij de opdrachtgever kroop de ijdelheid zowel in zijn gezichtsuitdrukking als in het eremetaal op zijn borst.

door George Dawe
Los van de 300 portretten van de Galerie 1812 maakte George Dawe nog andere portretten van vooraanstaande Russen. Het onvoltooide portret van admiraal Alexander Shishkov uit 1827 laat zijn werkwijze goed zien. Net als de grote Angelsaksische portretschilders Lawrence en Stuart werkte hij tamelijk losjes op een imprematuur van rauwe omber.


Bron: arthermitage.org
Afgelopen zondag zond de BBC het vijfde deel uit van War & Peace, waarin we zijn aangekomen bij de 


De
De narratieve geschiedschrijving probeert ontelbare verhalen samen te smeden tot één groot verhaal. Onder historici wordt de blik op het verleden vaak vertroebeld door politieke vooringenomenheid. Zo zijn er sinds de eerste helft van de negentiende eeuw allerlei visies in omloop over de Russische Veldtocht van Napoleon. Van nationalistische tot communistische, van geromantiseerde tot cynische en van narratieve tot zakelijke. In het voorwoord geeft Zamoyski een kort overzicht. Alleen in Rusland verschenen in de eerste honderd jaar al meer dan 5000 boeken en minstens tweemaal zoveel artikelen over deze historische gebeurtenis. Tot aan de Eerste Wereldoorlog was de
Een aardig detail is ook de soldatenschoen, onder de dingen misschien wel de hoofdrolspeler van de Veldtocht naar Rusland. Van Parijs naar het front aan de Njemen was 1500 kilometer lopen en naar Moskou was het nog eens een kleine duizend kilometer, af te leggen in dagmarsen van tussen de 25 en 55 kilometer. Goed schoeisel was daarom cruciaal. Er reisden vele schoenmakers mee. De schoenen hadden vierkante neuzen. Dit maakte ze ongeschikt om door te verkopen, want niemand wilde dergelijke onmodieuze schoenen dragen.












