Categorie archief: geschiedenis

Francis Towne 200

Light, time, legacy – Francis Towne’s watercolours of Rome
British Museum, 21 januari – 14 augustus 2016

Dit jaar is het 200 jaar geleden dat de Engelse landschapsschilder Francis Towne (1739-1816) overleed. Hij schilderde uitsluitend aquarellen en past dus in de Engelse Watercolor School, al is hij veel minder bekend als “the father of the English watercolor” Paul Sandby (1731-1809), John Sell Cottman (1782-1842), Thomas Girtin (1775-1802) en Joseph Mallord William Turner (1775-1851).

Francis Towne werkte in 1780 en 1781 in Rome waar hij zogenaamde vedute aquarelleerde. Romeinse stadsgezichten waren erg in trek bij rijke Engelse toeristen die hun Grand Tour maakten. Een groot aantal (52) van deze vedute is nu te zien op de tentoonstelling Light, time, legacy – Francis Towne’s watercolours of Rome in het British Museum.

website van het British Museum
British artist Francis Towne (1739–1816) made a remarkable group of watercolours during a visit to Rome in 1780–1781. They include famous monuments such as the Colosseum, the Palatine Hill, ancient baths and temples, and the Forum. These watercolours were Towne’s way of delivering a moral warning to 18th-century Britain not to make the same mistakes – and suffer the same fate – as ancient Rome. 2016 marks the 200th anniversary of their bequest to the British Museum.
 
Bron: britishmuseum.org

grensoverschrijdingen

kunnen we ontsnappen aan de romantische orde?

Als we de Nederlandse filosoof Maarten Doorman mogen geloven dan valt er niet te ontsnappen aan de romantische orde. In de 21e eeuw worden wij nog altijd bepaald door de romantiek, een fenomeen dat tussen 1790 en 1820 in heel Europa en met name in Duitsland als een soort epidemie om zich heen greep. Het zou onze cultuur voorgoed veranderen. En niet meer loslaten.

Romantiek. Een Duitse AffaireMaarten Doorman bedoelt met de romantische orde ongeveer hetzelfde als Rüdiger Safranski met het romantische. Laatstgenoemde houdt zijn betoog in Romantiek. Een Duitse affaire in twee delen: de romantiek en het romantische. In het eerste deel behandelt hij de historische romantiek die hij situeert tussen 1770 en 1830 , in Duitsland ook wel Goethezeit genoemd. En in het tweede deel gaat het over de verwerking en terugkeer van de Romantiek bij Wagner en Nietzsche tot aan de Frankfurter Schule in de jaren zestig van de twintigste eeuw.

Sinds de proto-romantiek, beter bekend als de Sturm und Drang, de grensoverschrijding naar voren heeft geschoven als dé menselijke drijfveer par exellence, wie van ons kan er nog ontkomen aan deze innerlijke aandrang? De beste definitie van romantiek, vinden we volgens expert Rüdiger Safranski in een citaat van Novalis: “Doordat ik het banale een verheven betekenis, het gewone een geheimzinnig aanzien, het bekende de waardigheid van het onbekende, het eindige de schijn van oneindigheid geef, romantiseer ik het.” Voilá, een heel kwartet grensoverschrijdingen.

Doordat ik het banale een verheven betekenis, het gewone een geheimzinnig aanzien, het bekende de waardigheid van het onbekende, het eindige de schijn van oneindigheid geef, romantiseer ik het.

Novalis

Als we net als Novalis de grensoverschrijding als het ware kenmerk van het romantiseren beschouwen, dan moeten we Maarten Doorman haast wel gelijk geven: aan de romantische orde valt niet te ontsnappen. Zelfs de meest anti-romantische stromingen binnen de kunst van de twintigste eeuw, zoals Dada en Pop art gehoorzamen in hun verzet tegen romantiek juist aan de romantische orde. Want ook hier vinden we grensoverschrijding.

Toch zien we Marcel Duchamp en Andy Warhol niet als romantische kunstenaars, maar eerder als rebellen. We moeten natuurlijk niet vergeten dat de romantici in hun tijd ook vaak als rebellen werden gezien. Als we naar de romantische orde kijken, dan zouden we het historische weg moeten denken en puur kijken naar de a-historische levenshouding die telkens grenzen opzoekt en opnieuw definieert.

De vraag blijft: kunnen we ontsnappen aan de romantische orde? Ik denk het wel. Er zijn volgens mij minstens drie dingen voor nodig: 1. Het aanvaarden van onze beperkingen. 2. Het teruggeven van de grensoverschrijding aan de religie en 3. De kunstenaar weer zijn oorspronkelijke plaats geven, namelijk die van ambachtsman.

vroege abstractie (1836)

Jean-Baptiste Camille Corot: gezicht op Avignon (1836)

Jean-Baptiste Camille Corot (1796-1875) wordt gezien als een van de grote vernieuwers in de landschapsschilderkunst van de negentiende eeuw. Hij was al actief in de jaren ’20 en bleef dat tot aan zijn dood in 1875 toen de impressionisten de grote sensatie waren in de schilderkunst. Met zijn directe manier van schilderen in de open lucht kan Corot als een voorloper worden gezien van het impressionisme.

gezicht op Avignon
Het uitgebalanceerde gezicht op Avignon straalt een grote rust en stabiliteit uit. Dat wordt versterkt door de langgerekte, horizontale compositie.

In the National Gallery in Londen hangt zijn gezicht op Avignon uit 1836. Je kunt ver inzoomen op dit landschap zodat je goed zijn manier van schilderen kunt bestuderen.

gezicht op Avignon
gezicht op Avignon (detail)

Corot werkt eigenlijk heel plat, alsof hij met gouache schildert. Modelleren is er nauwelijks bij. Alle vormen worden herleid tot vlakjes in een gedekte kleur. Corot heeft een groot gevoel voor abstractie en voor compositie.

gezicht op Avignon
gezicht op Avignon (detail)

Je kunt Corot plaatsen in een traditie die loopt van Poussin naar Cézanne. Hoe verschillend deze schilders ook zijn, in hun benadering van het landschap hebben ze eenzelfde aanpak: ze zoeken altijd naar de grote vorm.

gezicht op Avignon
gezicht op Avignon (detail)
gezicht op Villeneuve
Gezicht op View of Villeneuve-lès-Avignon 1836
Dit landschap is in het verleden toegeschreven aan Corot. Het is van de tamelijk onbekende schilder Prosper Marilhat (1811-1847) die sterk door Corot lijkt te zijn beïnvloed.