Categorie archief: geschiedenis

metafysische navelstreng

de inleiding gelezen van : de esthetische revolutie
het ontstaan van het moderne autonome kunstbegrip (2015) van Arnold Heumakers

de esthetische revolutieBegin april plaatste ik de esthetische revolutie bovenaan op mijn verlanglijstje. Ik was toen vergeten dat ik bij het verschijnen van Goethe – Kunstwerk des Lebens van Rüdiger Safranski twee jaar geleden de Nederlandse vertaling prioriteit had gegeven. Dus ben ik nu nog aan het lezen in de vertaling van Mark Wildschut die eind mei verscheen. Maar het boek van Arnold Heumakers is al in huis en ik kon het niet laten de inleiding alvast te lezen. Overigens staan in de literatuurlijst van dit boek vier titels van Safranski vermeld, waaronder zijn biografie over Goethe en Romantik. Eine Deutsche Affaire.

In de inleiding van de esthetische revolutie las ik een zin die mij op het lijf geschreven is: “Sinds we de metafysische navelstreng met de eeuwigheid hebben doorgeknipt, vinden we onze diepte nog alleen in de geschiedenis.” In de negentiende eeuw werd de geschiedenis een substituut voor de religie. Het historiseren leidde niet alleen tot een objectiveringskoorts (“wie es eigentlich gewesen ist”) en het verwetenschappelijken van het verleden, maar ook tot de evolutietheorie van Darwin. In plaats van een schepsel van een persoonlijke God, werd de mens het product van natuurlijke selectie, voor de een “een schitterend ongeluk” en voor de ander “een bedrijfsongeval van de natuur”. Dat is de consequentie wanneer we onze “metafysische navelstreng met de eeuwigheid” doorknippen en onze longen zich volzuigen met objectieve wetenschap.

Sinds we de metafysische navelstreng met de eeuwigheid hebben doorgeknipt, vinden we onze diepte nog alleen in de geschiedenis.
Michaud
Hippolyte Michaud La Mansarde, 1865
Via sprankelende en diepgaande analyses van dichters en denkers als Shaftesbury, Baumgarten, Rousseau, Kant, Hamann, Hemsterhuis, Herder, Moritz, Schiller, Goethe, Schlegel, Novalis en vele anderen beschrijft Arnold Heumakers het ontstaan en de ontwikkeling van het romantisch-moderne kunstbegrip. Op magnifieke wijze laat hij in De esthetische revolutie zien hoe autonomie en engagement, deze schijnbare tegenpolen, tot op de dag van vandaag bepalen hoe wij kunst en literatuur ervaren.
 
Bron: boomfilosofie.nl

Franklin & Canada

aan het lezen in Het jaar 1759 – Een doorsnede van de Verlichting
van Paul Frentrop (2014)

1759In mijn vorige stukje over Het jaar 1759 – Een doorsnede van de Verlichting merkte ik op dat Paul Frentrop in het hoofdstuk over de French and Indian War (Oost en West) de Slag om Quebec op 13 september 1759 onvermeld laat. Maar in het hoofdstuk over Benjamin Franklin brengt hij dit keerpunt in de geschiedenis van de strijd om Noord-Amerika tussen de Engelsen en de Fransen gelukkig wel ter sprake. En meer nog. Hij schrijft ook over de nasleep van deze veldslag die nog geen kwartier duurde maar het leven kostte van beide bevelhebbers, de generaals James Wolfe en Louis-Joseph de Montcalm.

Benjamin Franklin die op dat moment in Londen verbleef, speelde een belangrijke rol in de onderhandelingen tussen de Engelsen en de Fransen. Als geboren Amerikaan maakte hij zich sterk van de positie van de Amerikaanse kolonisten, op dat moment nog onderdanen van George III, de koning van Engeland. Franklin wilde per se dat de Fransen uit Noord-Amerika zouden verdwijnen en dat Canada moest worden opgegeven.

Engeland had weinig belang bij Canada en veel Engelsen hadden liever het suikereiland Guadeloupe in plaats van de koude en vochtige wouden van Canada. Maar de Fransen waren voor de Amerikaanse kolonisten gevaarlijk omdat ze nog altijd de plaatselijke indianenstammen tegen hen konden opzetten. Canada moest dus onder de Engelse kroon.

Canada 2013
Canadese postzegel uit 2013 eert Benjamin Franklin die er voor pleitte dat Canada onder de Engelse kroon moest komen.

In 1760 publiceerde Franklin het pamflet The Interest of Great Britain Considered, With Regard to Her Colonies. Hierin pleit hij ervoor dat heel Canada bij Engeland moet komen. Het argument dat het land te groot is en te noordelijk gelegen om optimaal gekoloniseerd te kunnen worden, ontkracht hij:

The objection I have often heard, that if we had Canada, we could not people it, without draining Britain of its inhabitants, is founded on ignorance of the nature of population in new countries. When we first began to colonize in America, it was necessary to send people, and to send seed-corn; but it is not now necessary that we should furnish, for a new colony, either one or the other. The annual increment alone of our present colonies, without diminishing their numbers, or requiring a man from hence, is sufficient in ten years to fill Canada with double the number of English that it now has of French inhabitants.
 
Bron: The Interest of Great Britain Considered, With Regard to Her Colonies
kaart van Amerika in 1763
kaart van Noord-Amerika in 1763 (detail): de westelijke grenzen van de Britse kolonies worden voorlopig doorgetrokken tot aan de Mississippi.

Franklin had succes want op 10 februari 1763 werd het Verdrag van Parijs ondertekend waarmee Frankrijk afstand deed van alle gebieden in Noord-Amerika. Canada viel voortaan onder Engeland, maar tot op de dag van vandaag wordt in Quebec Frans gesproken.