Dit jaar is het driehonderd jaar geleden dat in Engeland het Huis van Hannover op de troon kwam. Deze dynastie leverde vijf koningen en één koningin (Victoria 1837-1901). In Engeland spreekt men van de Georgian Era om de periode 1714-1830 aan te duiden toen George I (1714-1727), George II (1727-1760), George III (1760-1820) en George IV (1820-1830) koning van Engeland waren.

Tijdens het koningschap van George I en II was Robert Walpole (1676-1745) de eerste minister (1721-1742) van Groot-Brittannië. Als Whig (liberaal) stond hij voor een inperking van de koninklijke macht. Toen George II in 1727 koning werd, had Walpole meer macht dan de koning en de daarop volgende jaren bleef dat zo. Terecht heeft hij als Georgian een eigen postzegel gekregen.
Hannover kings and queens [ norphil.co.uk ] | The Georgians [ 1 ]


De relativist in mij haalt zijn schouders op. Die taferelen in Ca’Rezzonico zijn toch van alle tijden? Kwamen er op de schilderijen van Jeroen Bosch ook al geen narren en dwazen voor? De dwaasheid is toch zo oud als de wereld? Net als het pessimisme dat we steeds verder afglijden. Toch stelt deze relativering mij niet gerust. Omdat dwaasheid van alle tijden is, betekent het nog niet dat we er maar niets aan moeten doen. Het morele appèl is ook van alle tijden. Als je Pulchinella daarmee confronteert, slaat hij met een knuppel op je kop en schatert zijn publiek.
Begin dit jaar zond de BBC Four het drieluik Rococo before bedtime uit. De Engelsen spreken over “rooh-kooh-kooh.” Kunsthistoricus Waldemar Januszczak gidst ons aan de hand van drie thema’s (travel, pleasure, madness) door het galante tijdperk. Hij rekt de stijlperiode rococo op van 1725-1775 tot 1700-1790 zodat ook een deel van de late barok en het classicisme eronder valt. Daardoor kunnen ook schilders als Watteau en Goya aan bod komen, die meestal vóór (barok) en na het rococo (classicisme en romantiek) een plek krijgen.


















