Categorie archief: geschiedenis

The Electric Boy

gezien op NGC: Cosmos episode 10 The Electric Boy
Michael Faraday (1791-1867)

FaradayDe tiende aflevering van Cosmos ging vooral over de ontdekkingen en uitvindingen van Michael Faraday (1791-1867), volgens presentator Neil deGrasse Tyson de grootste natuurkundige tussen Newton en Einstein in. Net als zijn voorganger Isaac Newton (1643-1727) postuleerde Faraday een andere grote kracht die in de natuur werkzaam is: het elektromagnetisme.

Faraday was afkomstig uit de lagere klasse. Hij had alleen maar de lagere school gevolgd en is daarom nooit een theoreticus geworden. Aan het begin van de negentiende eeuw raakte hij zoals zovelen geboeid door een geheimzinnige kracht, die elektriciteit genoemd werd. Hij las er boeken over en volgde lezingen van Humphry Davy (1778-1827) in de Royal Institution. De gedetailleerde aantekeningen die hij van deze lezingen had gemaakt, overhandigde hij aan Davy in de hoop dat hij als secretaris en assistent in zijn laboratorium mocht gaan werken. Davy was onder de indruk van de oplettende leerling en nam hem aan.

cosmos
Cosmos – a spacetime odyssey (2014)

Davy en de chemicus William Hyde Wollaston hadden tevergeefs geprobeerd om een praktische toepassing te vinden voor de elektromagnetische verschijnselen waarover de Deense wetenschapper Hans Christian Ørsted (1777-1851) gepubliceerd had. Ørsted had ontdekt dat de naald van een kompas uitslaat bij een elektrische stroom en dat er dus een verband moet bestaan tussen elektriciteit en magnetisme. Voor Faraday was het een enorme uitdaging om de naald van een kompas met stroom te laten draaien, want dan zou hij het principe van de elektromotor weten. Omdat de elektromotor de stoommachine zou overtreffen en overbodig maken, zou dit een revolutionaire uitvinding betekenen.

In 1821 lukt het Faraday om in het laboratorium een opstelling te maken die de moeder werd van alle elektromotoren. Zijn ontdekking sloeg in Engeland in als een bom. Faraday werd tot ergernis van Davy zijn beste ontdekking genoemd! Hij was daar zo bitter over dat hij Faraday op een ander project zette. Deze kreeg nu de taak om de kwaliteit van optisch glas te verbeteren. Pas na de dood van Davy in 1827, kon Faraday zich weer fulltime bezig gaan houden met het bestuderen van het elektromagnetisme. Na de elektromotor vond hij ook de dynamo uit door een magneet in te voegen in een spoel van draden.

Prometheus heeft, zegt men, ons mensen het vuur geschonken; aan Faraday danken wij de elektriciteit.

Sir William Bragg

Rond zijn vijftigste begint Faraday te lijden aan geheugenverlies en krijgt hij last van depressies. Toch blijft hij doorgaan met onderzoek. Elektriciteit en magnetisme werden volgens hem met elkaar verbonden door onzichtbare velden en hij meende dat ook licht aan deze krachten gekoppeld kon worden. Met behulp van het optisch glas dat hij nog voor Davy gemaakt had, toonde hij aan dat de polarisatie van licht door een magnetisch veld beïnvloed kon worden. Het Faraday-effect bundelt drie grote krachten in de natuur: licht, elektriciteit en magnetisme.

Zijn conclusies werden aanvankelijk afgewezen omdat de theoretische fundering ontbrak. Faraday was niet in staat om zijn ontdekking in wiskundige vergelijkingen op te schrijven. Dat werd het werk van James Clerk Maxwell (1831-1879). Met de zogenaamde Maxwell-vergelijkingen werden de theorieën van Michael Faraday gevalideerd.

Cosmos – a spacetime odyssey [ nl.wikipedia.org ]

betbetovergrootvader Jacob [ 3 ]

Jacob van den Heuvel (1794-1842)

JacobMijn betbetovergrootvader Jacob van den Heuvel (1794-1842) was een ongeletterde wolkammer. Toen hij in 1824 trouwde, was hij al dertig jaar. Santje de Kleuver was acht jaar jonger. Tussen 1826 en 1839 kregen ze zes kinderen. Toen mijn betovergrootvader Sander geboren werd, was zijn vader 43. Vier jaar later stierf Jacob op 47-jarige leeftijd. Santje overleefde hem zes jaar, maar stierf zelfs nog op jongere leeftijd dan haar man.

Wanneer ik mij het leven van mijn betbetovergrootouders probeer voor te stellen, kom ik in een andere wereld. Uiterlijk zag Veenendaal er totaal anders uit dan tweehonderd jaar later, net als de rest van de wereld. Deze uiterlijke veranderingen hangen niet alleen maar samen met de technische vooruitgang. Stoom, elektriciteit en chemie hebben onze wereld de afgelopen twee eeuwen onvoorstelbaar veranderd, maar achter de technische en industriële revolutie zit nog een heel andere omwenteling.

Stoom, elektriciteit en chemie hebben onze wereld de afgelopen twee eeuwen onvoorstelbaar veranderd, maar achter de technische en industriële revolutie zit nog een heel andere omwenteling.

In Romantiek. Een Duitse Affaire dat voor een groot deel over de Goethetijd (1770-1830) gaat, noemt Rüdiger Safranski deze omwenteling “de ontdekking van het ik”. Deze “ontdekking” hangt nauw samen met de Franse Revolutie (1789-1799) die eerder het gevolg dan de oorzaak was van een nieuw soort mens die was ontstaan: de burger. Deze was, anders dan de onderdaan van de koning, een soeverein individu. Het duurde nog wel tot 1848 totdat de moderne burger zich echt kon gaan ontplooien, maar de Franse Revolutie heeft daar wel het startschot toe gegeven.

Jacob werd geboren op 22 juni 1794. Vier dagen later vond de Slag bij Fleurus plaats, waarbij Franse revolutionaire troepen de Oostenrijkse Nederlanden wisten te bezetten. Deze gebeurtenis werd de opmaat naar de Franse Tijd. Een half jaar later rukten de Fransen verder op, staken de grote rivieren over en bezetten daarna ook de Noordelijke Nederlanden.

Mijn betbetovergrootvader is groot geworden tijdens de Franse Tijd. Tot zijn zevende levensjaar was hij een burger van de Bataafse Republiek (1795-1801). Deze republiek was in feite een vazalstaat van Frankrijk. Daarna werd dit het Bataafs Gemenebest. Op zijn twaalfde werd Jacob een onderdaan van koning Lodewijk Napoleon. Nederland heette nu het Koninkrijk Holland (1806-1810). Tenslotte werd hij als alle Nederlanders en Belgen een ingezetene van het Eerste Franse Keizerrijk (1810-1813). Toen de Fransen in het najaar van 1813 ons land moesten ontvluchten, was Jacob 19 jaar oud.

kaart 1816
Koninkrijk der Nederlanden (1816, detail)
Veenendaal, op de grens tussen Utrecht en Gelderland, staat hier duidelijk vermeld.

De Franse Tijd is niet langs Veenendaal heengegaan. Toch zal er maar weinig van de grote geschiedenis in het eenvoudige bestaan van de wolkammers in de voormalige veenkolonie zijn doorgesijpeld. In 1806 werd er een onderwijswet ingesteld, waarbij leraren voor het eerst klassikaal les moesten gaan geven. Maar het zou nog tot 1901 duren voordat de leerplicht werd ingevoerd. Wolkammers konden kaarden en twijnen, maar niet lezen en schrijven. Hoe klein moet de wereld wel niet zijn voor een analfabeet?

Analfabetisme houdt de ontplooiing van het individu tegen en daarmee de ongelijkheid in stand. Onderwijs voor alle kinderen werd in de loop van de negentiende eeuw in Europa ingevoerd om op te voeden tot burgers en iedereen gelijke rechten te geven. Op school werd je onderricht in christelijke en burgerlijke waarden. De kinderen leerden lezen en schrijven omdat de natie door wilde stoten in de vaart der volkeren.

“De ontdekking van het ik” in het laatste kwart van de achttiende eeuw, waarover Safranski spreekt, heeft alles te maken met geletterdheid. Door boeken te lezen, worden nieuwe werelden ontsloten. Wanneer je geen boeken of kranten leest, dan blijft je wereld beperkt door wat je om je heen ziet en hoort. In zo’n wereld leefde Jacob van den Heuvel: een godvrezend wolkammersdorp in de Gelderse Vallei.

Volgens Jean-Jacques Rousseau (1712-1778) waar Jacob natuurlijk nog nooit van gehoord had, moet hij zonder boeken gelukkig zijn geweest. In zijn opvoedkundige boek Émile, ou De l’éducation uit 1762 stelde Rousseau dat kinderen zonder boeken zuiverder en dichter bij de natuur konden blijven. Het enige boek dat hij voor kinderen goed achtte, was Robinson Crusoe, omdat dit boek de mythe van “nobele wilde” uitdroeg.
 
Behoorden de ongeletterde wolkammers uit Veenendaal anno 1800 ook tot deze “nobele wilden”? Op deze vraag zal ik in een volgend stukje ingaan.

betbetovergrootvader Jacob [ 2 ]

Jacob van den Heuvel (1794-1842)

Die andere Heimat inspireerde mij om weer eens verder te gaan met genealogisch onderzoek. Ik hoorde Geert Mak even vragen: wáár waren we ook al weer gebleven? Het jaar weet ik niet meer precies, maar in ieder geval was het in een tijd waarin God nog niet uit Jorwerd was verdwenen: de Franse Tijd. In onze familie is daar een overlevering van: mijn vader vertelde dat zijn grootvader (1869-1956) van zijn grootvader (1794-1842) had gehoord dat hij de roodnekkies in de Grift had zijn drijven. “Roodnekkies” was blijkbaar de Veense benaming voor Franse soldaten. Toen in het najaar van 1813 de Fransen ons land moesten ontvluchten, zouden boeren dode Franse soldaten in de Grift hebben geworpen.

Mijn vader vertelde dat zijn grootvader (1869-1956) van zijn grootvader (1794-1842) had gehoord dat hij de “roodnekkies” in de Grift had zijn drijven.

Mijn eigen Schabach heet Veenendaal. Het is tegenwoordig een flinke plaats met ruim 63.000 inwoners. Veenendaal is in 1549 als veenkolonie gesticht door de Antwerpse koopman Gilbert van Schoonbeke. Tot in de eerste helft van de negentiende eeuw bleef het een boerengat in de Gelderse Vallei. Aanvankelijk leefden de inwoners er van de turfwinning. Toen de turfgebieden uitgeput raakten, schakelden de Veenendalers over van turfsteken op wolkammen.

Voordat Gilbert van Schoonbeke zijn veenkolonie gesticht had, was in de jaren zeventig van de vijftiende eeuw onder David van Bourgondië al een kanaal gegraven. In de periode dat er turf afgegraven werd, gebruikte men de Bisschop Davidsgrift om turf af te voeren. Wanneer in de achttiende eeuw de wolnijverheid begint, waaruit zich in de negentiende eeuw de Veenendaalse wolindustrie zal ontwikkelen, wordt het water uit de Grift gebruikt om de wol te wassen.

Mijn betbetovergrootvader Jacob van den Heuvel (1794-1842), die Franse soldaten in de Grift heeft zien drijven, was net als de meeste Veenendalers, wolkammer. Van wolkammen werd je beslist niet rijk en het was een ongezond beroep. Eerst moest de modder en de stront uit de wol gespoeld worden. Daarna werd de wol gekaard, getwijnd en geverfd.

Net als Edgar Reitz in Die andere Heimat het leven van zijn voorouders heel concreet heeft gemaakt, zo probeer ik mij voorstellingen te maken van Jacob van den Heuvel en zijn tijdgenoten. Zijn leven boeit mij, al weet ik niets van hem. Maar hij is mijn persoonlijke verbinding met de Franse Tijd en de regeerperiode van koning Willem I. Waarschijnlijk moest hij al vanaf zijn achtste jaar wolkammen en leerde hij nooit lezen en schrijven. Daardoor bleef zijn wereld erg beperkt. Zou hij ooit van Rembrandt en Goethe gehoord hebben?

stamboom
Jacob was eigenlijk Jacob II

Jacob van den Heuvel (1794-1842) was de oudste zoon van Matthijs van den Heuvel en Elsje de Waal. Eigenlijk was hij Jacob II want een jaar eerder hadden zijn ouders tot hun verdriet Jacob I verloren. Gelukkig kreeg hij in 1797 nog een broertje: Mor. Twee jaar later kwam er weer één bij: Paulus I. Maar net als Jacob I stierf deze kort na zijn geboorte. Gelukkig werd het jaar daarop door Paulus II het leed verzacht. Tenslotte kreeg Jacob nog twee broers en twee zusjes, zodat het gezin uiteindelijk zeven kinderen telde.

stamboom Jacob
Het gezin van Jacob van den Heuvel en Santje de Kleuver bestond uit zes kinderen. Sander van den Heuvel is mijn betovergrootvader. Hij overleed op 31 december 1921 (zie rouwkaart onder)
Sander
Sander van den Heuvel (1837-1921)

Ik probeer mij het leven in het wolkammersdorp aan het begin van de negentiende eeuw voor te stellen. De grote geschiedenis zal aan de meeste Veenendalers voorbijgegaan zijn, maar de industriële revolutie viel niet buiten de deur te houden. Een van de vijftig wolkammersbazen die omstreeks 1800 in Veenendaal actief was, heette Dirk Stevenszoon van Schuppen. Misschien werkte Jacob en zijn broers (Paulus was ook wolkammer) wel voor hem. Van Schuppen had een vooruitziende blik en liet in 1837 de wol naar Leiden brengen, waar deze machinaal gesponnen werd.

Jacob‘s vrouw Santje was spinster. Wat betekende deze ontwikkeling eigenlijk voor haar? In de eerste helft van de negentiende eeuw zouden de lonen voor handwerkers alleen maar dalen door de concurrentie, met name vanuit Engeland. Het is geen wonder dat luddieten de machinale weefgetouwen en spinmachines daar kort en klein sloegen…

Maar de geest was uit de fles en de industrialisering was niet te stoppen. In 1865 werden op de N.V. Veenendaalsche Sajet- en Vijfschachtenfabriek v/h Wed. D.S. van Schuppen en Zoon de eerste stoommachines in gebruik genomen.

Jacob was in 1842 gestorven, slechts 47 jaar oud.

betbetovergrootvader Jacob [ 1 ]
stamboom van de familie Van den Heuvel